2011-10-01 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs
This commit is contained in:
parent
caa8144da7
commit
9395f12c64
1 changed files with 83 additions and 25 deletions
|
|
@ -2053,6 +2053,77 @@ g. de bevoegdheid de stichting te ontbinden.
|
|||
|
||||
**10.** Een geschil tussen een bestuursorgaan van de gemeente en de rechtspersoon, bedoeld in het vijfde lid, omtrent het toezicht op de samenwerkingsschool en omtrent de uitlegging van de statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt, wordt voorgelegd aan een geschillencommissie, bestaande uit een of meer door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en de rechtspersoon in onderling overleg aangewezen deskundigen.
|
||||
|
||||
#### Hoofdstuk V. Fusies
|
||||
|
||||
### Artikel 53e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze afdeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *fusie:* een bestuurlijke of institutionele fusie,
|
||||
b. *institutionele fusie:* een fusie als bedoeld in artikel 71, tweede en derde lid, waarbij een school ontstaat door samenvoeging van twee of meer scholen dan wel instellingen als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
c. *bestuurlijke fusie:* een fusie waarbij een of meer rechtspersonen de instandhouding van een school, een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel de Wet op de expertisecentra, een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek overdragen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op het instellen van een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, eerste volzin of de instandhouding van een of meer openbare scholen door een stichting als bedoeld in artikel 42b, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 53f
|
||||
|
||||
Fusies worden niet tot stand gebracht dan nadat daarvoor goedkeuring is verleend door Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 53g
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De rechtspersoon dient dan wel de rechtspersonen gezamenlijk dienen een aanvraag in bij Onze Minister voor het verkrijgen van de goedkeuring, bedoeld in artikel 53f. De aanvraag gaat vergezeld van:
|
||||
|
||||
a. een door de rechtspersoon dan wel rechtspersonen opgestelde fusie-effectrapportage, en
|
||||
b. een schriftelijke verklaring van instemming met de fusie door de medezeggenschapsraden dan wel de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden, dan wel
|
||||
c. de bindende uitspraak van de geschillencommissie, bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Wet medezeggenschap op scholen, dan wel de bindende uitspraak van de ondernemingskamer, bedoeld in artikel 36, derde lid, van de Wet medezeggenschap op scholen.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid geldt eveneens als een aanvraag om voor bekostiging in aanmerking te komen als bedoeld in artikel 71.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De fusie-effectrapportage bevat ten minste een weergave van:
|
||||
|
||||
a. de motieven voor de fusie,
|
||||
b. de alternatieven voor de fusie,
|
||||
c. het tijdsbestek waarbinnen de fusie zal worden gerealiseerd,
|
||||
d. de te bereiken doelen,
|
||||
e. de effecten van de fusie op de keuzevrijheid, in het bijzonder de effecten van de fusie op de spreiding en omvang van de rechtspersonen en vestigingen van scholen in de gemeenten waarin de huidige leerlingen van die scholen woonachtig zijn, de onderwijskundige en bestuurlijke diversiteit van het onderwijsaanbod in de betreffende gemeenten,
|
||||
f. de financiële en personele gevolgen en de gevolgen voor leerlingen van de fusie, waaronder begrepen de gevolgen voor de voorzieningen,
|
||||
g. de wijze waarop over de fusie wordt gecommuniceerd,
|
||||
h. de wijze waarop de fusie wordt geëvalueerd, en
|
||||
i. een advies van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten over de wenselijkheid van de voorgestelde fusie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling wordt een modelformulier voor de fusie-effectrapportage vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 53h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan goedkeuring onthouden indien als gevolg van de institutionele of bestuurlijke fusie:
|
||||
|
||||
a. de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod, zowel in het opzicht van richting als van pedagogisch-didactische aanpak en schoolsoort binnen de gemeenten waarin de huidige leerlingen van die scholen of rechtspersonen woonachtig zijn, op significante wijze wordt belemmerd, of
|
||||
b. het aandeel per schoolsoort van de bij de fusie betrokken scholen in het aantal leerlingen in de gemeenten waarin de huidige leerlingen van die scholen woonachtig zijn een nader bij ministeriële regeling vast te stellen percentage overschrijdt.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan bovendien goedkeuring onthouden aan een institutionele fusie indien de percentages leerlingen betrokken bij de fusie minder zijn dan de percentages bedoeld in artikel 71, tweede lid, onder a of b.
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister verleent slechts goedkeuring aan een bestuurlijke fusie als bedoeld in artikel 17, indien daardoor de continuïteit van het openbaar of het bijzonder onderwijs gehandhaafd kan blijven en met de bestuurlijke fusie wordt voorkomen dat een of meer daarbij betrokken scholen door toepassing van artikel 107 wordt opgeheven of niet meer voor bekostiging in aanmerking komt. Het bevoegd gezag van de betreffende school toont dat aan op basis van een prognose van de ontwikkeling van het aantal leerlingen waaruit blijkt dat die school binnen een termijn van zes jaar dreigt te worden opgeheven of niet meer te worden bekostigd.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister laat zich ten aanzien van de goedkeuring, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, adviseren door een onafhankelijke adviescommissie, tenzij de noodzaak daartoe ontbreekt. Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer er geen sprake is van de noodzaak bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt beleidsregels vast omtrent de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 53i
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag als bedoeld in artikel 53f.
|
||||
|
||||
**2.** De termijn bedoeld in het eerste lid kan ten hoogste met 13 weken worden verlengd. Van deze verlenging wordt, binnen de 13 weken bedoeld in het eerste lid, mededeling gedaan aan de aanvrager.
|
||||
|
||||
**3.** Op het besluit bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling II. Niet uit de openbare kas bekostigd bijzonder schoolonderwijs
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
|
@ -2232,7 +2303,7 @@ b. een scholengemeenschap die is ontstaan door samenvoeging van een scholengemee
|
|||
|
||||
**5.** Onze Minister kan voor bekostiging in aanmerking brengen een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, indien het bevoegd gezag heeft aangetoond dat burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de benodigde huisvesting ter beschikking zullen stellen. De voorwaarde in de eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van scholengemeenschappen als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en scholen waarvoor jaarlijks een bedrag voor huisvestingskosten wordt betaald op grond van artikel 76v.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 65, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing bij toepassing van het tweede, derde en vijfde lid. Artikel 66, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing bij toepassing van het tweede en derde lid, met dien verstande dat artikel 65 niet in acht wordt genomen bij de toepassing van artikel 66, derde lid, indien een samenwerkingsschool tot stand komt.
|
||||
**6.** Artikel 65, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing bij toepassing van het tweede, derde en vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
|
|
@ -3391,11 +3462,18 @@ d. de controle van de boekhouding en de administratie van de scholen.
|
|||
Een openbare school wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere school wordt beëindigd indien de school gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens is bezocht door een aantal leerlingen dat minder bedraagt dan:
|
||||
|
||||
a. voor een school voor praktijkonderwijs: 70 leerlingen,
|
||||
b. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met twee of drie sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 240 leerlingen,
|
||||
c. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met vier sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 360 leerlingen, en
|
||||
d. voor de overige scholen: drie kwart van het aantal leerlingen dat voor de desbetreffende schoolsoort is genoemd in artikel 65, eerste lid.
|
||||
b. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met één sector als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 195 leerlingen,
|
||||
c. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met twee of drie sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 240 leerlingen,
|
||||
d. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met vier sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 360 leerlingen, en
|
||||
e. voor de overige scholen: drie kwart van het aantal leerlingen dat voor de desbetreffende schoolsoort is genoemd in artikel 65, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een openbare scholengemeenschap wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere scholengemeenschap wordt beëindigd indien de scholengemeenschap gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens is bezocht door een aantal leerlingen dat minder bedraagt dan de helft van het aantal leerlingen dat op grond van artikel 65, eerste lid, vereist is voor stichting van de scholen die deel uitmaken van de scholengemeenschap.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een openbare scholengemeenschap wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere scholengemeenschap wordt beëindigd indien de scholengemeenschap gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens is bezocht door een aantal leerlingen dat minder bedraagt dan de helft van het aantal leerlingen dat op grond van artikel 65, eerste lid, vereist is voor stichting van de scholen die deel uitmaken van de scholengemeenschap, met dien verstande dat het voor scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs binnen een scholengemeenschap gaat om:
|
||||
|
||||
a. voor een school met één sector als bedoeld in 10b, derde lid: 130 leerlingen,
|
||||
b. voor een school met twee of drie sectoren als bedoeld in 10b, derde lid: 160 leerlingen, en
|
||||
c. voor een school met vier sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid, wordt gerekend: 240 leerlingen.
|
||||
|
||||
**3.** De opheffing van een openbare school of scholengemeenschap of de beëindiging van de bekostiging van een bijzondere school of scholengemeenschap geschiedt met ingang van 1 augustus volgend op de drie achtereenvolgende schooljaren, bedoeld in het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3646,26 +3724,6 @@ c. de procedure voor het aanvragen van het geschiktheidsonderzoek en voor afgift
|
|||
|
||||
Het in artikel 118n en het in artikel 118p bedoelde bestuur verstrekken aan Onze Minister alle inlichtingen die deze nodig acht ten behoeve van een goede naleving van deze titel. Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van in die periode afgegeven geschiktheidsverklaringen en bekwaamheidsonderzoeken waaraan met goed gevolg is deelgenomen.
|
||||
|
||||
## Titel IVE. Overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 118u
|
||||
|
||||
**1.** Personen die in het bezit zijn van een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van het vak omgangskunde is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 36, eerste lid, zijn tevens benoembaar of tewerkstelbaar zonder benoeming voor het geven van praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f en voor het geven van onderwijs aan groepen van uitsluitend geïndiceerde leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 10e, in de vakken Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie (incl. kennis der natuur), verzorging, muziek, handvaardigheid (textiele werkvormen) en tekenen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van personen die:
|
||||
|
||||
a. het in het eerste lid bedoelde getuigschrift hebben behaald na 1 augustus 2006;
|
||||
b. voor 1 september 2012 zijn gestart met de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in het vak omgangskunde aan de Fontys Hogeschool Tilburg, de NHL Hogeschool, de Hogeschool Leiden of de Hogeschool Utrecht; en
|
||||
c. uiterlijk op 31 augustus 2016 met goed gevolg de aanvullende opleiding «Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs» met een omvang van ten minste 420 uren studie hebben afgerond aan een van de in onderdeel b genoemde hogescholen.
|
||||
|
||||
### Afdeling VII. Overgangsrecht in verband met de
|
||||
|
||||
### Artikel 118ii
|
||||
|
||||
Artikel 76v.1 is van overeenkomstige toepassing op de school of scholengemeenschap die samen met een vakinstelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs als scholengemeenschap in de zin van de artikelen 2.6 en 12.2.3 WEB is aangemerkt.
|
||||
|
||||
## Titel V. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 119
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue