2008-01-01 | BWBR0011756 | Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-01 12:00:00 +00:00
parent c0f6eea197
commit 939c636922

View file

@ -31,7 +31,7 @@ l. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 67, eerste lid;
m. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 74, tweede lid;
n. Inspectie jeugdzorg: de inspectie, bedoeld in artikel 47 van de Wet op de jeugdzorg;
o. vrijheidsstraf: jeugddetentie en vervangende jeugddetentie;
p. vrijheidsbenemende maatregel: voorlopige hechtenis, vreemdelingenbewaring en gijzeling voor zover de leeftijd van achttien jaren nog niet is bereikt, plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, alsmede plaatsing in een inrichting met toepassing van artikel 261 dan wel artikel 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
p. vrijheidsbenemende maatregel: voorlopige hechtenis, vreemdelingenbewaring en gijzeling voor zover de leeftijd van achttien jaren nog niet is bereikt, plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, alsmede de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg;
q. strafrestant: het gedeelte van een opgelegde vrijheidsstraf dan wel van het samenstel van dergelijke straffen dat nog moet worden ondergaan;
r. verblijfsplan: een plan als bedoeld in artikel 20;
s. behandelplan: een plan als bedoeld in artikel 21;
@ -77,7 +77,7 @@ b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
### Artikel 3a
**1.** Onze Minister subsidieert of houdt in stand landelijke voorzieningen van residentiële hulpverlening bestemd voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen als bedoeld in de artikelen 77h van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 261 en 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
**1.** Onze Minister subsidieert of houdt in stand landelijke voorzieningen van residentiële hulpverlening bestemd voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen als bedoeld in de artikelen 77h van het Wetboek van Strafrecht alsmede voor de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg.
**2.** De inrichtingen worden onderscheiden in rijksinrichtingen en particuliere inrichtingen.
@ -162,7 +162,7 @@ d. aan Onze Minister, de Raad en de directeur advies en inlichtingen te geven om
**3.** Indien het advies of de inlichtingen een particuliere inrichting betreffen en zijn bestemd voor Onze Minister of de Raad, voegt de commissie de desbetreffende opmerkingen van het betrokken bestuur daarbij, tenzij naar het oordeel van Onze Minister, de Raad of de commissie bijzondere spoed geboden is dan wel het bestuur zijn opmerkingen naar het oordeel van de commissie niet binnen een redelijke termijn op schrift heeft gesteld.
**4.** De commissie van toezicht stelt zich door persoonlijk contact met de jeugdigen regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens. Bij toerbeurt treedt één van haar leden hiertoe op als maandcommissaris. De maandcommissaris vervult tevens de taken van de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 1, onder w, van de Wet op de jeugdzorg.
**4.** De commissie van toezicht stelt zich door persoonlijk contact met de jeugdigen regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens. Bij toerbeurt treedt één van haar leden hiertoe op als maandcommissaris. De maandcommissaris vervult tevens de taken van de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 1, onder z van de Wet op de jeugdzorg.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie, de benoeming en het ontslag van haar leden alsmede over de werkzaamheden van de maandcommissaris.
@ -187,19 +187,13 @@ Opvanginrichtingen zijn bestemd voor de onderbrenging van:
a. personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt;
b. personen aan wie de straf van jeugddetentie, daaronder begrepen vervangende jeugddetentie, is opgelegd;
c. personen in vreemdelingenbewaring, voor zover zij de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt;
d. personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, dan wel personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en ten aanzien van wie met toepassing van artikel 261 of 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat zij in een inrichting worden geplaatst of ten aanzien van wie een rechterlijke machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen is gegeven, voor zolang opname in de voor hen bestemde plaats niet mogelijk is dan wel voor zolang die plaats nog niet bepaald is dan wel indien voor hen geen andere plaats bestemd is;
d. personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, dan wel personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en ten aanzien van wie een rechterlijke machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen is gegeven, personen ten aanzien van wie artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg toepassing heeft gevonden en die bij plaatsing de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt voor zolang opname in de voor hen bestemde plaats niet mogelijk is dan wel voor zolang die plaats nog niet bepaald is dan wel indien voor hen geen andere plaats bestemd is;
e. personen die in een behandelinrichting verblijven en aan wie de maatregel van tijdelijke overplaatsing naar een opvanginrichting is opgelegd;
f. personen ten aanzien van wie een bevel tot gijzeling is gegeven, voor zover zij de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt.
### Artikel 10
**1.**
Behandelinrichtingen zijn bestemd voor de onderbrenging van:
a. personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd;
b. personen ten aanzien wie met toepassing van artikel 261 Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat zij in een inrichting worden geplaatst;
c. personen ten aanzien van wie met toepassing van artikel 305, derde lid, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat zij in een inrichting worden geplaatst.
**1.** Behandelinrichtingen zijn bestemd voor de onderbrenging van personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, alsmede voor de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in artikel 29k, tweede lid van de Wet op de jeugdzorg.
**2.** Onder behandeling wordt verstaan een samenstel van handelingen gericht op het bij jeugdigen voorkomen, verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of pedagogische aard die hun ontwikkeling naar volwassenheid ongunstig kunnen beïnvloeden.
@ -308,6 +302,14 @@ b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling.
**5.** Onze Minister stelt regels omtrent de eisen waaraan een kamer als bedoeld in het tweede lid moet voldoen.
### Artikel 17a
**1.** De directeur kan de tenuitvoerlegging van een machtiging als bedoeld in artikel 29b van de Wet op de jeugdzorg schorsen, als de tenuitvoerlegging niet langer nodig is om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De schorsing kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tenuitvoerlegging nodig is om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
**2.** Een besluit tot schorsing of intrekking wordt niet genomen dan nadat de directeur daaromtrent overleg heeft gepleegd met de betrokken stichting en de raad voor de kinderbescherming.
**3.** De directeur doet van een besluit tot schorsing of intrekking mededeling aan de stichting en de raad voor de kinderbescherming.
### Paragraaf 2. Bezwaar- en verzoekschriftprocedure
### Artikel 18
@ -316,7 +318,7 @@ b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling.
De betrokkene heeft het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing:
a. tot verlenging van de termijn, bedoeld in artikel 11, tweede lid, en 11a, derde lid;
a. tot verlenging van de termijn, bedoeld in artikel 11, tweede lid;
b. tot plaatsing of overplaatsing of overbrenging als bedoeld in artikel 16, eerste onderscheidenlijk vijfde lid;
c. tot plaatsing of overplaatsing op een afdeling als bedoeld in artikel 22a of 22b;
d. tot beëindiging van zijn deelname aan een scholings- en trainingsprogramma;
@ -488,7 +490,7 @@ d. indien de jeugdige hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en ui
**1.** De directeur is bevoegd een jeugdige, na overleg met een gedragsdeskundige en de selectiefunctionaris, tijdelijk over te plaatsen op de gronden, genoemd in artikel 24, eerste lid, onder a en b.
**2.** De directeur neemt de beslissing tot tijdelijke plaatsing niet dan nadat hij voor de jeugdige aan wie de maatregel van ondertoezichtstelling is opgelegd of voor de jeugdige die door de stichting in een inrichting is geplaatst toestemming van de stichting heeft verkregen. Deze toestemming wordt niet gegeven zonder machtiging van de kinderrechter in de daartoe aangewezen gevallen. Voor de jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd is de toestemming van Onze Minister noodzakelijk.
**2.** De directeur neemt de beslissing tot tijdelijke plaatsing van de jeugdige die met een machtiging als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg in een inrichting is geplaatst niet dan nadat hij daarvoor toestemming van de stichting heeft verkregen. Deze toestemming wordt niet gegeven zonder machtiging van de kinderrechter in de daartoe aangewezen gevallen. Voor de jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd is de toestemming van Onze Minister noodzakelijk.
**3.** De tijdelijke plaatsing duurt ten hoogste veertien dagen. De directeur kan deze tijdelijke plaatsing eenmaal voor ten hoogste veertien dagen verlengen, indien hij na overleg met een gedragsdeskundige, de directeur van de inrichting waar de tijdelijke plaatsing ten uitvoer wordt gelegd en de selectiefunctionaris tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak en de mogelijkheden hiertoe nog bestaan.
@ -513,7 +515,7 @@ b. ter voldoening aan een oproep van de rechter.
### Artikel 29
**1.** De directeur stelt een jeugdige die in een inrichting verblijft op grond van de tenuitvoerlegging van een maatregel als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b of c, in de gelegenheid de inrichting ten minste eenmaal per zes weken voor een periode van ten minste twaalf uren te verlaten bij wijze van verlof. Artikel 30, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
**1.** De directeur stelt een jeugdige die in een inrichting verblijft op grond van de tenuitvoerlegging van een maatregel als bedoeld in artikel 10, eerste lid, in de gelegenheid de inrichting ten minste eenmaal per zes weken voor een periode van ten minste twaalf uren te verlaten bij wijze van verlof. Artikel 30, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.**