2023-11-16 | BWBR0037121 | Loonheffingen, inkomstenbelasting, internationale aspecten van pensioenen en stamrechten

This commit is contained in:
Coornhert 2023-11-16 12:00:00 +00:00
parent d4018d5bec
commit 93d1d1032c

View file

@ -14,15 +14,15 @@ citeertitel: Loonheffingen, inkomstenbelasting, internationale aspecten van pens
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M (*
*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M (*
*Stcrt. 2008, 27*
*). In dit besluit wordt ingegaan op de pensioenopbouw van inkomende werknemers en de pensioenafwikkeling van uitgaande werknemers. Dit besluit bevat de aanwijzing van een aantal regelingen als pensioenregeling.*
## 1. Algemene inleiding
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M (Stcrt. 2008, 27) en behandelt enige situaties van pensioenopbouw en pensioenafwikkeling met internationale aspecten. De situatie van pensioenopbouw komt in hoofdstuk 2 aan de orde. Het gaat hierbij om inkomende werknemers. De situatie van pensioenafwikkeling komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Hierbij gaat het om uitgaande werknemers.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M (Stcrt. 2008, 27) en behandelt enige situaties van pensioenopbouw en pensioenafwikkeling met internationale aspecten. De situatie van pensioenopbouw komt in hoofdstuk 2 aan de orde. Het gaat hierbij om inkomende werknemers. De situatie van pensioenafwikkeling komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Hierbij gaat het om uitgaande werknemers.
In dit besluit wijs ik enkele regelingen aan als pensioenregeling. Die aanwijzingen vinden plaats in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (zie artikel 19d van de Wet op de loonbelasting 1964). Het nieuwe hoofdstuk 4 gaat over de aanwijzing van buitenlandse eigenbeheerlichamen als toegelaten pensioen- en stamrechtverzekeraar (zie artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 respectievelijk artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, tekst tot en met 31 december 2013, van de Wet op de loonbelasting 1964).
In dit besluit wijs ik enkele regelingen aan als pensioenregeling. Die aanwijzingen vinden plaats in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (zie artikel 19d van de Wet op de loonbelasting 1964). Het nieuwe hoofdstuk 4 gaat over de aanwijzing van buitenlandse eigenbeheerlichamen als toegelaten pensioen- en stamrechtverzekeraar (zie artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 respectievelijk artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, tekst tot en met 31 december 2013, van de Wet op de loonbelasting 1964).
Het besluit bevat nieuwe standpunten en nieuwe voorwaarden over:
@ -138,7 +138,7 @@ Pensioenuitkeringen uit een Nederlandse pensioenregeling die voldoet aan de rege
Dit geeft mij aanleiding het volgende goed te keuren.
Met toepassing van artikel 63 van de AWR keur ik goed dat in beide beschreven situaties via de zogenoemde saldomethode onder omstandigheden een deel van de pensioenuitkeringen buiten de heffing van loon- en inkomstenbelasting blijft. Hierbij kan ook van belang zijn het wel of niet heffen over een deel van de pensioenuitkering over de periode waarin de pensioengenieter nog niet in Nederland woonde (zie HR 9 juli 2010, nr. 09/03825, ECLI:NL:HR:2010:BN0635). Relevant is het bedrag van de voor en door de werknemer betaalde pensioenbijdragen ter zake van de buitenlandse arbeid. Voorwaarde is dat de werknemer voor deze bijdragen in het buitenland geen fiscale tegemoetkoming heeft ontvangen. Ik verbind aan deze wetstoepassing de voorwaarde dat belanghebbende desgevraagd aannemelijk maakt dat in verband met de verkrijging van de pensioenaanspraken in het buitenland daadwerkelijk belasting is geheven die naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting. Onder een daadwerkelijke heffing versta ik ook het achterwege zijn gebleven van premieaftrek bij de werknemer.
Met toepassing van artikel 63 van de AWR keur ik goed dat in beide beschreven situaties via de zogenoemde saldomethode onder omstandigheden een deel van de pensioenuitkeringen buiten de heffing van loon- en inkomstenbelasting blijft. Hierbij kan ook van belang zijn het wel of niet heffen over een deel van de pensioenuitkering over de periode waarin de pensioengenieter nog niet in Nederland woonde (zie HR 9 juli 2010, nr. 09/03825, ECLI:NL:HR:2010:BN0635). Relevant is het bedrag van de voor en door de werknemer betaalde pensioenbijdragen ter zake van de buitenlandse arbeid. Voorwaarde is dat de werknemer voor deze bijdragen in het buitenland geen fiscale tegemoetkoming heeft ontvangen. Ik verbind aan deze wetstoepassing de voorwaarde dat belanghebbende desgevraagd aannemelijk maakt dat in verband met de verkrijging van de pensioenaanspraken in het buitenland daadwerkelijk belasting is geheven die naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting. Onder een daadwerkelijke heffing versta ik ook het achterwege zijn gebleven van premieaftrek bij de werknemer.
Een cijfermatige uitwerking met voorbeelden van toepassing bij verschillende pensioenstelsels is te vinden bij de V&As voor artikel 10 van de Wet LB op www.belastingdienstpensioensite.nl.
@ -155,7 +155,7 @@ In situatie a kan de vraag ontstaan in welke gevallen Nederland de voortgezette
### 3.2. Voortzetting Nederlandse pensioenregeling in het buitenland
Ik heb in de besluiten van 16 april 2001, nr. RTB2001/1325M, en 24 juli 2002, nr. CPP2002/1073M, antwoord gegeven op vragen over de mogelijkheden van voortzetting. Deze antwoorden betreffen rechtstreekse wetstoepassing. Beide besluiten zijn vervallen. De standpunten uit de antwoorden zijn terug te vinden bij de V&As voor artikel 18g van de Wet LB op www.belastingdienstpensioensite.nl.
Ik heb in de besluiten van 16 april 2001, nr. RTB2001/1325M, en 24 juli 2002, nr. CPP2002/1073M, antwoord gegeven op vragen over de mogelijkheden van voortzetting. Deze antwoorden betreffen rechtstreekse wetstoepassing. Beide besluiten zijn vervallen. De standpunten uit de antwoorden zijn terug te vinden bij de V&As voor artikel 18g van de Wet LB op www.belastingdienstpensioensite.nl.
### 3.3. Waardeoverdracht aan een fiscaal niet-aangewezen pensioenuitvoerder
@ -171,7 +171,7 @@ Ik mandateer hierbij (met de bevoegdheid tot ondermandaat) aan de inspecteur de
#### 3.3.2. Waardeoverdracht aan de (pensioenuitvoerder van) de EU of ECB
Ik ben met de Europese Commissie en de ECB zogenoemde working arrangements overeengekomen. Deze arrangements zijn mede tot stand gekomen in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de EG van 20 maart 1986, zaak 72/85 (gepubliceerd in Jurisprudentie van het Hof van Justitie, 1986-3, blz. 1219 e.v.). De arrangements regelen de fiscale consequenties van waardeoverdrachten aan (een pensioenuitvoerder van) de Europese Unie of de ECB. Daarbij gelden de voorwaarden en bijzonderheden van bijlage V van dit besluit. Deze voorwaarden en bijzonderheden zijn grotendeels overgenomen uit de arrangements. Indien een pensioenverzekeraar een waardeoverdracht doet aan (een pensioenuitvoerder van) de EU of de ECB dient deze overdracht te voldoen aan de voorwaarden en bijzonderheden uit die bijlage. In dat geval kan de waardeoverdracht zonder loonheffingen geschieden. Instemming van de inspecteur is dan niet noodzakelijk.
Ik ben met de Europese Commissie en de ECB zogenoemde working arrangements overeengekomen. Deze arrangements zijn mede tot stand gekomen in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de EG van 20 maart 1986, zaak 72/85 (gepubliceerd in Jurisprudentie van het Hof van Justitie, 1986-3, blz. 1219 e.v.). De arrangements regelen de fiscale consequenties van waardeoverdrachten aan (een pensioenuitvoerder van) de Europese Unie of de ECB. Daarbij gelden de voorwaarden en bijzonderheden van bijlage V van dit besluit. Deze voorwaarden en bijzonderheden zijn grotendeels overgenomen uit de arrangements. Indien een pensioenverzekeraar een waardeoverdracht doet aan (een pensioenuitvoerder van) de EU of de ECB dient deze overdracht te voldoen aan de voorwaarden en bijzonderheden uit die bijlage. In dat geval kan de waardeoverdracht zonder loonheffingen geschieden. Instemming van de inspecteur is dan niet noodzakelijk.
#### 3.3.3. Waardeoverdracht aan (de pensioenuitvoerder van) een internationale organisatie
@ -181,21 +181,21 @@ Ik mandateer hierbij aan de inspecteur de bevoegdheid ermee in te stemmen dat ee
## 4. Pensioen en stamrechten in buitenlands eigen beheer
Directeuren-grootaandeelhouders kunnen hun pensioen onderbrengen in een eigenbeheerlichaam. Ook stamrechten die vallen onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB (tekst tot en met 31 december 2013), kunnen in een dergelijk lichaam worden ondergebracht. Met ingang van 15 september 2009 worden eigenbeheerlichamen die zijn gevestigd in een andere lidstaat van de EU of EER-land onder voorwaarden als pensioen- en of stamrechtverzekeraar van pensioenen en of stamrechten toegelaten (artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet LB). Het kan daarbij gaan om een verplaatsing van een in Nederland gevestigd lichaam of om een overdracht van het pensioen- of stamrechtkapitaal naar een eigenbeheerlichaam dat is gevestigd in een van de genoemde landen.
Directeuren-grootaandeelhouders kunnen hun pensioen onderbrengen in een eigenbeheerlichaam. Ook stamrechten die vallen onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB (tekst tot en met 31 december 2013), kunnen in een dergelijk lichaam worden ondergebracht. Met ingang van 15 september 2009 worden eigenbeheerlichamen die zijn gevestigd in een andere lidstaat van de EU of EER-land onder voorwaarden als pensioen- en of stamrechtverzekeraar van pensioenen en of stamrechten toegelaten (artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet LB). Het kan daarbij gaan om een verplaatsing van een in Nederland gevestigd lichaam of om een overdracht van het pensioen- of stamrechtkapitaal naar een eigenbeheerlichaam dat is gevestigd in een van de genoemde landen.
De aanwijzing van een in een andere EU-lidstaat of EER-land gevestigd eigenbeheerlichaam als een toegelaten pensioen- en/of stamrechtverzekeraar in de zin van de Wet LB vindt plaats door de inspecteur. Bij een dergelijke overeenkomst gelden de bepalingen die zijn vermeld in bijlage VII (pensioen) respectievelijk VIII (stamrecht) van dit besluit.
## 5. Overgangsrecht
Inkomende werknemers als bedoeld in paragraaf 2.2 kunnen een rechtstreeks beroep doen op dit besluit als hun detachering of tewerkstelling begint bij of na de inwerkingtreding van dit besluit. Als hun detachering of tewerkstelling eerder begon, geldt het volgende. Bestaande aanwijzingen blijven als hoofdregel van kracht. Bestaande aanwijzingen zijn aanwijzingen op grond van het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M.
Inkomende werknemers als bedoeld in paragraaf 2.2 kunnen een rechtstreeks beroep doen op dit besluit als hun detachering of tewerkstelling begint bij of na de inwerkingtreding van dit besluit. Als hun detachering of tewerkstelling eerder begon, geldt het volgende. Bestaande aanwijzingen blijven als hoofdregel van kracht. Bestaande aanwijzingen zijn aanwijzingen op grond van het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M.
Werknemers die dat wensen kunnen de inspecteur verzoeken om een bestaande aanwijzing te wijzigen in een nieuwe aanwijzing op grond van dit besluit. De nieuwe aanwijzing geldt met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit tot aan de datum waarop de bestaande aanwijzing zou vervallen, dan wel, in situaties als bedoeld in subparagraaf 2.2.3, tot maximaal 5 jaar langer.
Het is ook mogelijk dat werknemers bij de inwerkingtreding van dit besluit (nog) geen verzoek hebben gedaan om aanwijzing volgens het besluit CPP2007/98M. Ook zij kunnen desgewenst de inspecteur verzoeken om toepassing van dit besluit. In dat geval geldt de aanwijzing met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit tot aan het einde van de termijn van 5 jaar (in de situaties als bedoeld in subparagraaf 2.2.3: 10 jaar) van hun detachering of tewerkstelling. Over de jaren dat het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M nog van toepassing is, kan een beroep worden gedaan op dat besluit.
Het is ook mogelijk dat werknemers bij de inwerkingtreding van dit besluit (nog) geen verzoek hebben gedaan om aanwijzing volgens het besluit CPP2007/98M. Ook zij kunnen desgewenst de inspecteur verzoeken om toepassing van dit besluit. In dat geval geldt de aanwijzing met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit tot aan het einde van de termijn van 5 jaar (in de situaties als bedoeld in subparagraaf 2.2.3: 10 jaar) van hun detachering of tewerkstelling. Over de jaren dat het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M nog van toepassing is, kan een beroep worden gedaan op dat besluit.
## 6. Ingetrokken regeling
Het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M, Stcrt. nr. 27 is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
Het besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M, Stcrt. nr. 27 is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
## 7. Inwerkingtreding