diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md index 9d58bd14c26..6eb31933440 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md @@ -145,9 +145,10 @@ Voor de overeenkomstige toepassing, bedoeld in artikel 3.18, vijfde lid, onderde Als nationale regelgeving die leidt tot herstructurering of beëindiging van een bedrijfstak als bedoeld in artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel c, van de wet wordt aangewezen: a. de Wet verbod pelsdierhouderij; -b. de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandgebieden op grond van artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193): +b. de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen; +c. de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandgebieden op grond van artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193): -1°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling knelpunten platteland Noord-Brabant (provinciaal blad 2013, nr. 142); de Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 51); +1°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 51); 2°. wat betreft de provincie Utrecht: de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht 2016–2019, artikel 4.1.1 Verplaatsing grondgebonden bedrijven (provinciaal blad 2016, nr. 5037); 3°. wat betreft de provincie Gelderland: de Subsidieregeling Verplaatsing intensieve veehouderijen Gelderland (provinciaal blad 2005, nr. 81); e Regels Ruimte voor Gelderland 2016. Gecorrigeerd Exemplaar, paragraaf 4.5 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk (provinciaal blad 2015, nr. 7842); 4°. wat betreft de provincie Overijssel: het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017, hoofdstuk 9 Gebiedsontwikkeling, paragraaf 9.4 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 (provinciaal blad 2016, nr. 7088), zoals dat luidde op 13 april 2018; het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017, hoofdstuk 9 Gebiedsontwikkeling, paragraaf 9.4 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave Natura 2000 (provinciaal blad 2016, nr. 7088, zoals gewijzigd met ingang van 14 april 2018, gepubliceerd in provinciaal blad 2018, nr. 2716); @@ -177,7 +178,7 @@ De waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenr ### Artikel 14a -**1.** Als een onderneming of instelling die bevoegd als bank of beleggingsonderneming of als beheerder van een beleggingsinstelling optreedt als bedoeld in artikel 3.126a, tweede lid, onderdeel c, van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een onderneming of instelling die op grond van de Wet op het financieel toezicht bevoegd is diensten naar Nederland te verrichten. +**1.** Als een onderneming of instelling die bevoegd als bank of beleggingsonderneming of als beheerder van een beleggingsinstelling of instelling voor collectieve belegging in effecten optreedt als bedoeld in artikel 3.126a, tweede lid, onderdeel d, van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een onderneming of instelling die op grond van de Wet op het financieel toezicht bevoegd is diensten naar Nederland te verrichten. **2.** Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan, dient de onderneming of instelling zich tegenover Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, te verplichten om met betrekking tot de bij deze onderneming of instelling aangehouden lijfrenterekeningen, onderscheidenlijk met betrekking tot de door deze onderneming of instelling beheerde lijfrentebeleggingsrechten, bedoeld in artikel 3.126a van de wet, inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de overeenkomsten en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van de artikelen 3.133, 3.135 of 3.136 van de wet. In afwijking van de eerste volzin behoeft een in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde onderneming of instelling jegens de ontvanger geen in Nederland uitwinbare zekerheid te stellen indien deze onderneming of instelling, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, ingevolge een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid aanvaardt voor de in die volzin bedoelde belasting. @@ -225,9 +226,9 @@ Indien een belastingplichtige krachtens een in het derde lid omschreven titel aa verminderd met: -a. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende belastingaanslag voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; -b. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 het uitstel van betaling is beëindigd voor bedoelde conserverende belastingaanslag, voor zover de beëindiging toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; -c. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 26, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende belastingaanslag, voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt, en +a. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende belastingaanslag voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; +b. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 het uitstel van betaling is beëindigd voor bedoelde conserverende belastingaanslag, voor zover de beëindiging toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; +c. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 26, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende belastingaanslag, voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt, en d. de reguliere voordelen die ingevolge artikel 4.12a van de wet niet tot het inkomen uit aanmerkelijk belang zijn gerekend voor zover deze voordelen toerekenbaar zijn aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt, en vermeerderd met: @@ -243,9 +244,9 @@ Ingeval aan de in het eerste lid bedoelde verkrijging meerdere gebeurtenissen vo verminderd met: -a. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende belastingaanslagen voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; -b. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 het uitstel van betaling is beëindigd voor bedoelde conserverende belastingaanslagen, voor zover de beëindiging toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; -c. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 26, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende belastingaanslagen, voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt, en +a. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende belastingaanslagen voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; +b. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 het uitstel van betaling is beëindigd voor bedoelde conserverende belastingaanslagen, voor zover de beëindiging toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; +c. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 26, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende belastingaanslagen, voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt, en d. de reguliere voordelen die ingevolge artikel 4.12a van de wet niet tot het inkomen uit aanmerkelijk belang zijn gerekend voor zover deze voordelen toerekenbaar zijn aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt, en vermeerderd met: @@ -282,7 +283,7 @@ d. een overdracht krachtens schenking. **6.** De verkrijgingsprijs volgens artikel 4.21 van de wet van de nog tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen wordt vermeerderd met de aan die aandelen of winstbewijzen toe te rekenen kosten welke zijn gemaakt voor het stellen van zekerheid als bedoeld in artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990, tenzij de verkrijgingsprijs op grond van het tweede lid reeds is vermeerderd met de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen die eerder krachtens artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, onderscheidenlijk artikel 7.5, zevende lid, van de wet tot het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang is gerekend. -**7.** Indien artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, onderscheidenlijk artikel 7.5, zevende lid, van de wet eerder met betrekking tot het aanmerkelijk belang van toepassing is geweest en de belastingplichtige op de belastingaanslag bij de vaststelling waarvan een van de genoemde artikelonderdelen van toepassing is geweest betalingen heeft gedaan ter voldoening van de ingevolge een van die artikelonderdelen verschuldigde belasting, wordt de verkrijgingsprijs volgens artikel 4.21 van de wet van de nog tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen vermeerderd met een bedrag ter grootte van vier maal het bedrag van de op die aandelen of winstbewijzen betrekking hebbende betalingen. De eerste volzin is niet van toepassing voorzover de verkrijgingsprijs op grond van het tweede lid reeds is vermeerderd met de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen die eerder krachtens artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, onderscheidenlijk artikel 7.5, zevende lid, van de wet tot het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang is gerekend. De eerste volzin is mede niet van toepassing voor zover de betalingen zijn gedaan in verband met het beëindigen van het uitstel van betaling op grond van artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990. +**7.** Indien artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, onderscheidenlijk artikel 7.5, zevende lid, van de wet eerder met betrekking tot het aanmerkelijk belang van toepassing is geweest en de belastingplichtige op de belastingaanslag bij de vaststelling waarvan een van de genoemde artikelonderdelen van toepassing is geweest betalingen heeft gedaan ter voldoening van de ingevolge een van die artikelonderdelen verschuldigde belasting, wordt de verkrijgingsprijs volgens artikel 4.21 van de wet van de nog tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen vermeerderd met een bedrag ter grootte van het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag van de op die aandelen of winstbewijzen betrekking hebbende betalingen. De eerste volzin is niet van toepassing voorzover de verkrijgingsprijs op grond van het tweede lid reeds is vermeerderd met de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen die eerder krachtens artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, onderscheidenlijk artikel 7.5, zevende lid, van de wet tot het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang is gerekend. De eerste volzin is mede niet van toepassing voor zover de betalingen zijn gedaan in verband met het beëindigen van het uitstel van betaling op grond van artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990. **8.** Indien artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, onderscheidenlijk artikel 7.5, zevende lid, van de wet eerder met betrekking tot het aanmerkelijk belang van toepassing is geweest en daarbij sprake was van een negatief vervreemdingsvoordeel, wordt de verkrijgingsprijs volgens artikel 4.21 van de wet van de nog tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen verminderd met het aan die aandelen of winstbewijzen toe te rekenen negatieve vervreemdingsvoordeel. @@ -294,9 +295,9 @@ Indien de belastingplichtige een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevesti verminderd met: -a. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende belastingaanslag voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige heeft; -b. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 het uitstel van betaling is beëindigd voor bedoelde conserverende belastingaanslag, voor zover de beëindiging toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; -c. vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 26, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende belastingaanslag, voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige heeft, en +a. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende belastingaanslag voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige heeft; +b. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 het uitstel van betaling is beëindigd voor bedoelde conserverende belastingaanslag, voor zover de beëindiging toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt; +c. het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor krachtens artikel 26, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende belastingaanslag, voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige heeft, en d. de reguliere voordelen die ingevolge artikel 4.12a van de wet niet tot het inkomen uit aanmerkelijk belang zijn gerekend voor zover deze voordelen toerekenbaar zijn aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige heeft, en vermeerderd met: @@ -324,19 +325,19 @@ Onder natuurterreinen als bedoeld in artikel 5.7 van de wet worden verstaan heid Het percentage, bedoeld in artikel 5.16b, eerste lid, van de wet, wordt als volgt bepaald: -| Indien de belastingplichtige bij het eind van het kalenderjaar | Percentage | +| Indien de belastingplichtige bij het einde van het kalenderjaar | percentage | | --- | --- | -| 15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is | 2,2 | -| 20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is | 2,6 | -| 25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is | 3,2 | -| 30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is | 3,8 | -| 35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is | 4,5 | -| 40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is | 5,5 | -| 45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is | 6,6 | -| 50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is | 7,9 | -| 55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is | 9,6 | -| 60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is | 11,4 | -| 65 jaar of ouder is | 13,2 | +| 15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is | 2,3 | +| 20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is | 2,7 | +| 25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is | 3,3 | +| 30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is | 3,9 | +| 35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is | 4,7 | +| 40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is | 5,7 | +| 45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is | 6,9 | +| 50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is | 8,3 | +| 55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is | 10,0 | +| 60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is | 12,0 | +| 65 jaar of ouder is | 13,8 | **2.** De ten hoogste in aanmerking te nemen premie, bedoeld in artikel 5.16b, eerste lid, van de wet, wordt verminderd met de premie die in het voorafgaande kalenderjaar is ingelegd ten behoeve van een nettopensioenregeling als bedoeld in artikel 5.17, eerste lid, van de wet. @@ -490,15 +491,15 @@ Vervallen **1.** Indien op grond van artikel 26, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 aan een belastingplichtige ter zake van geconserveerd inkomen uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen kwijtschelding van belasting is verleend wegens in Nederland verschuldigde dividend- of inkomstenbelasting ter zake van nadien genoten reguliere voordelen uit die aandelen of winstbewijzen, wordt ten aanzien van hem de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van deze aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan het bedrag van die reguliere voordelen. -**2.** Indien op grond van artikel 26, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 aan een belastingplichtige ter zake van geconserveerd inkomen uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen kwijtschelding van belasting zal worden verleend wegens een vervreemding van tot dat belang behorende aandelen of winstbewijzen tegen een lagere waarde dan waarvan is uitgegaan voor de bepaling van dat geconserveerd inkomen, wordt ten aanzien van hem de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van deze vervreemde aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan vier maal het bedrag dat zal worden kwijtgescholden aan belasting. +**2.** Indien op grond van artikel 26, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 aan een belastingplichtige ter zake van geconserveerd inkomen uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen kwijtschelding van belasting zal worden verleend wegens een vervreemding van tot dat belang behorende aandelen of winstbewijzen tegen een lagere waarde dan waarvan is uitgegaan voor de bepaling van dat geconserveerd inkomen, wordt ten aanzien van hem de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van deze vervreemde aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag dat zal worden kwijtgescholden aan belasting. -**3.** Indien op grond van artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 bij een belastingplichtige ter zake van geconserveerd inkomen uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen het uitstel van betaling voor de verschuldigde belasting is beëindigd, wordt ten aanzien van hem de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van die aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan vier maal het bedrag waarvoor het uitstel van betaling is beëindigd. +**3.** Indien op grond van artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 bij een belastingplichtige ter zake van geconserveerd inkomen uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen het uitstel van betaling voor de verschuldigde belasting is beëindigd, wordt ten aanzien van hem de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van die aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor het uitstel van betaling is beëindigd. **4.** Indien ter zake van de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen aan de belastingplichtige ten aanzien van de overdrager een conserverende belastingaanslag is opgelegd en met betrekking tot die belastingaanslag krachtens artikel 26, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend wegens in Nederland verschuldigde dividend- of inkomstenbelasting ter zake van nadien door de belastingplichtige genoten reguliere voordelen uit die aandelen of winstbewijzen, wordt ten aanzien van de belastingplichtige de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van deze aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan het bedrag van die reguliere voordelen. -**5.** Indien ter zake van de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen aan de belastingplichtige ten aanzien van de overdrager een conserverende belastingaanslag is opgelegd en met betrekking tot die belastingaanslag krachtens artikel 26, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting zal worden verleend wegens een vervreemding van tot dat belang behorende aandelen of winstbewijzen door de belastingplichtige tegen een lagere waarde dan waarvan is uitgegaan voor die conserverende belastingaanslag, wordt ten aanzien van de belastingplichtige de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van deze vervreemde aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan vier maal het bedrag dat zal worden kwijtgescholden aan belasting. +**5.** Indien ter zake van de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen aan de belastingplichtige ten aanzien van de overdrager een conserverende belastingaanslag is opgelegd en met betrekking tot die belastingaanslag krachtens artikel 26, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting zal worden verleend wegens een vervreemding van tot dat belang behorende aandelen of winstbewijzen door de belastingplichtige tegen een lagere waarde dan waarvan is uitgegaan voor die conserverende belastingaanslag, wordt ten aanzien van de belastingplichtige de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van deze vervreemde aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag dat zal worden kwijtgescholden aan belasting. -**6.** Indien ter zake van de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen aan de belastingplichtige ten aanzien van de overdrager een conserverende belastingaanslag is opgelegd en met betrekking tot die aanslag krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 het uitstel van betaling voor de verschuldigde belasting is beëindigd, wordt ten aanzien van de belastingplichtige de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van die aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan vier maal het bedrag waarvoor het uitstel van betaling is beëindigd. +**6.** Indien ter zake van de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen aan de belastingplichtige ten aanzien van de overdrager een conserverende belastingaanslag is opgelegd en met betrekking tot die aanslag krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 het uitstel van betaling voor de verschuldigde belasting is beëindigd, wordt ten aanzien van de belastingplichtige de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van die aandelen of winstbewijzen verminderd met een bedrag gelijk aan het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag waarvoor het uitstel van betaling is beëindigd. **7.** Het vierde tot en met zesde lid is ook van toepassing indien het betreft een kwijtschelding van een conserverende belastingaanslag of een beëindiging van het uitstel van betaling van een conserverende belastingaanslag waarvan het uitstel van betaling krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 is voortgezet bij de vervreemding aan de belastingplichtige. @@ -597,9 +598,11 @@ o. met betrekking tot een nettolijfrente of een nettopensioen als bedoeld in art 1°. de in het kalenderjaar betaalde of verrekende premies; 2°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 5.16c, eerste lid, van de wet, onderscheidenlijk artikel 5.17e, eerste lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak aan het begin van het kalenderjaar. -**3.** Onder rente als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, wordt verstaan: hetgeen tussen de geldgever en de geldnemer is overeengekomen als vergoeding voor het gedurende de looptijd van de geldlening ter beschikking stellen van de hoofdsom. +**3.** Als gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van de wet worden mede aangewezen de naam, het adres en de geboortedatum van de belastingplichtige op wie de gegevens, bedoeld in het tweede lid, betrekking hebben. -**4.** +**4.** Onder rente als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, wordt verstaan: hetgeen tussen de geldgever en de geldnemer is overeengekomen als vergoeding voor het gedurende de looptijd van de geldlening ter beschikking stellen van de hoofdsom. + +**5.** Een administratieplichtige is gehouden de gegevens en inlichtingen te verstrekken op de door de inspecteur voorgeschreven wijze en met een door de inspecteur voorgeschreven frequentie. De gegevens en inlichtingen dienen uiterlijk te worden verstrekt: @@ -607,7 +610,7 @@ a. indien de inspecteur maandelijkse aanlevering voorschrijft: de laatste dag va b. indien de inspecteur jaarlijkse aanlevering gedurende het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben voorschrijft: 30 april van dat kalenderjaar; c. indien de inspecteur jaarlijkse aanlevering na afloop van het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben voorschrijft: 31 januari volgend op dat kalenderjaar. -**5.** +**6.** Een administratieplichtige kan de verstrekking van gegevens en inlichtingen achterwege laten indien: @@ -644,8 +647,8 @@ Artikel 11a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op een overdracht in Indien op grond van artikel 26, tweede lid, van de Invorderingswet 1990, zoals dat op 14 september 2015 luidde, aan een belastingplichtige ter zake van geconserveerd inkomen uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen kwijtschelding van belasting is verleend wegens het verstrijken van de termijn, bedoeld in dat lid, of indien ter zake van de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen aan de belastingplichtige ten aanzien van de overdrager een conserverende belastingaanslag is opgelegd en met betrekking tot die belastingaanslag krachtens artikel 26, tweede lid, van de Invorderingswet 1990, zoals dat op 14 september 2015 luidde, kwijtschelding van belasting is verleend wegens het verstrijken van de termijn, bedoeld in dat lid, wordt ten aanzien van de belastingplichtige de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs van die aandelen of winstbewijzen verminderd met: -a. ingeval geen kwijtschelding van belasting is verleend wegens genoten reguliere voordelen op die aandelen of winstbewijzen: een bedrag gelijk aan vier maal het bedrag dat is kwijtgescholden aan belasting voor zover die kwijtschelding toerekenbaar is aan die aandelen of winstbewijzen; -b. ingeval wel kwijtschelding van belasting is verleend wegens genoten reguliere voordelen op die aandelen of winstbewijzen: een bedrag gelijk aan het verschil tussen vier maal het bedrag dat zou zijn kwijtgescholden indien onderdeel a toepassing zou hebben gevonden en de eerdere vermindering van de verkrijgingsprijs ingevolge de kwijtschelding wegens de genoten reguliere voordelen op die aandelen of winstbewijzen. +a. ingeval geen kwijtschelding van belasting is verleend wegens genoten reguliere voordelen op die aandelen of winstbewijzen: een bedrag gelijk aan het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag dat is kwijtgescholden aan belasting voor zover die kwijtschelding toerekenbaar is aan die aandelen of winstbewijzen; +b. ingeval wel kwijtschelding van belasting is verleend wegens genoten reguliere voordelen op die aandelen of winstbewijzen: een bedrag gelijk aan het verschil tussen het quotiënt van 100% en het in artikel 2.12 van de wet vermelde percentage, vermenigvuldigd met het bedrag dat zou zijn kwijtgescholden indien onderdeel a toepassing zou hebben gevonden en de eerdere vermindering van de verkrijgingsprijs ingevolge de kwijtschelding wegens de genoten reguliere voordelen op die aandelen of winstbewijzen. **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een kwijtschelding van belasting ter zake van een conserverende belastingaanslag waarvan het uitstel van betaling krachtens artikel 25, achtste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 is voortgezet bij de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen aan de belastingplichtige.