2006-10-04 | BWBR0006446 | Overlegbesluit onderwijspersoneel

This commit is contained in:
Coornhert 2006-10-04 12:00:00 +00:00
parent 2b4a77b29b
commit 9422f1ae5d

View file

@ -26,7 +26,7 @@ e. werkgroepen: de werkgroepen van de Sectorcommissie, bedoeld in artikel 7;
f. Werkgeversoverleg: het overleg, bedoeld in artikel 23, eerste lid;
g. instellingen:
1. instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC;
1. instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Kaderbesluit rechtspositie PO;
2. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
3. vervallen;
4. instellingen die krachtens artikel 2, eerste lid, van de Experimentenwet onderwijs uit de openbare kas worden bekostigd;
@ -41,22 +41,20 @@ i. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, bedoeld in a
**2.** Zij ressorteert onder Onze Minister.
**3.** Met de Sectorcommissie wordt door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is, overleg gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.
**3.**
**4.**
Met de Sectorcommissie wordt door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 2 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit WPO/WEC niet van toepassing is, overleg gepleegd over:
Met de Sectorcommissie wordt door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1, 2 en 4, overleg gepleegd over:
a. de algemene salarisontwikkeling,
b. de mutaties in de algemene arbeidsduur,
c. de mutaties in algemeen aanvullende aanspraken met betrekking tot ziekte en werkloosheid voor zover die uitgaan boven de wettelijke aanspraken van de werknemersverzekeringen,
d. de overige arbeidsvoorwaarden, waarover partijen afspraken hebben gemaakt of willen maken.
**5.** Met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in het vierde lid onder a, b en c, is artikel 11 van toepassing. Artikel 11 is niet van toepassing met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in het vierde lid onder d.
**4.** Met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in het vierde lid onder a, b en c, is artikel 11 van toepassing. Artikel 11 is niet van toepassing met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in het vierde lid onder d.
**6.**
**5.**
Het derde en het vierde lid blijven buiten toepassing ten aanzien van:
Het derde lid blijft buiten toepassing ten aanzien van:
a. aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van al het overheidspersoneel waaromtrent overleg als bedoeld in de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid is gevoerd met de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, welke aangelegenheden mede van algemeen belang zijn voor de rechtstoestand van het onderwijspersoneel, tenzij in het overleg over deze aangelegenheden is voorzien in een bevoegdheid om aanvullende of afwijkende voorzieningen te treffen ten behoeve van het onderwijspersoneel;
b. aangelegenheden als bedoeld onder a, zolang het overleg met de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid nog niet heeft plaatsgevonden, tenzij het aangelegenheden betreft waaromtrent Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid zijn overeengekomen dat het overleg dienaangaande voor de sector Onderwijs en Wetenschappen met de Sectorcommissie gevoerd zal worden.
@ -256,17 +254,15 @@ De arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft bindende krach
**2.** Het Werkgeversoverleg ressorteert onder Onze Minister.
**3.** Met het Werkgeversoverleg wordt voor zover de deelnemende organisaties van gemeente- en schoolbesturen en werkgevers daarbij belang hebben door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is, overleg gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.
**3.** Met het Werkgeversoverleg wordt voor zover de deelnemende organisaties van werkgevers daarbij belang hebben door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1, 2 en 4, overleg gepleegd over de onderwerpen genoemd in artikel 33, tweede en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 33, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 38a, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
**4.** Met het Werkgeversoverleg wordt voor zover de deelnemende organisaties van gemeente- en schoolbesturen en werkgevers daarbij belang hebben door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 2, 3 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit WPO/WEC niet van toepassing is, overleg gepleegd over de onderwerpen genoemd in artikel 38a, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4.1.2, tweede en derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
**4.** Het overleg, bedoeld in het derde lid, is gericht op het bereiken van overeenstemming en het wordt voorbereid in een werkgroep van het Werkgeversoverleg aangeduid als het Technisch Informeel Werkgeversoverleg.
**5.** Het overleg, bedoeld in het derde en vierde lid, is gericht op het bereiken van overeenstemming en het wordt voorbereid in een werkgroep van het Werkgeversoverleg aangeduid als het Technisch Informeel Werkgeversoverleg.
**6.** De voorzitter en het Werkgeversoverleg kunnen gezamenlijk besluiten dat het overleg, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt gevoerd met het Technisch Informeel Werkgeversoverleg. De voorzitter en het Werkgeversoverleg bepalen daarbij onder welke voorwaarden dat overleg wordt gevoerd.
**5.** De voorzitter en het Werkgeversoverleg kunnen gezamenlijk besluiten dat het overleg, bedoeld in het derde lid, wordt gevoerd met het Technisch Informeel Werkgeversoverleg. De voorzitter en het Werkgeversoverleg bepalen daarbij onder welke voorwaarden dat overleg wordt gevoerd.
### Artikel 24
**1.** Het Werkgeversoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van de Algemeen Besturen Centrale, de Besturenraad Protestants Christelijk Onderwijs, de Vereniging Bonden van Besturen voor het Katholiek Beroeps- en Voortgezet Onderwijs en Bond voor Katholiek Basisonderwijs, VOS/ABB en het Werkgeversverbond Voortgezet Onderwijs. Elk van de in de eerste volzin genoemde organisaties is bevoegd twee leden en twee plaatsvervangende leden aan te wijzen.
**1.** Het Werkgeversoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van het Werkgeversverbond Voortgezet Onderwijs en de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs. Elk van de in de eerste volzin genoemde organisaties is bevoegd twee leden en twee plaatsvervangende leden aan te wijzen.
**2.** Van een overeenkomstig het eerste lid gedane aanwijzing doen de organisaties mededeling aan Onze Minister en de voorzitter van het Werkgeversoverleg.