2006-03-08 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
094c72dbb5
commit
946f4eeac4
1 changed files with 36 additions and 35 deletions
|
|
@ -185,8 +185,7 @@ b. hoewel deze niet als gevaarlijke afvalstof is aangewezen, toch de eigenschapp
|
|||
De verordening bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in bij de verordening aangewezen gebieden;
|
||||
b. regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder in bij de verordening aangewezen gebieden;
|
||||
c. regels over de samenstelling en de werkwijze van de provinciale milieucommissie.
|
||||
b. regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder in bij de verordening aangewezen gebieden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de verordening worden, voor zover dit naar het oordeel van provinciale staten van meer dan gemeentelijk belang is, verdere regels gesteld ter bescherming van het milieu.
|
||||
|
||||
|
|
@ -199,7 +198,7 @@ c. regels over de samenstelling en de werkwijze van de provinciale milieucommiss
|
|||
De verordening kan slechts, voor zover dit uit een oogpunt van doelmatige regelgeving bijzonder aangewezen is, regels bevatten die rechtstreeks betrekking hebben op bij die regels aangewezen categorieën van inrichtingen, voor zover:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van die inrichtingen het in artikel 8.1, eerste lid, gestelde verbod niet geldt, en die regels noodzakelijk zijn ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in bij de verordening aangewezen gebieden, of
|
||||
b. het regels betreft, inhoudende een verbod tot het oprichten of in werking hebben van dergelijke inrichtingen in gebieden als bedoeld onder *a*, dan wel tot het op een bij die verordening aan te geven wijze veranderen van dergelijke inrichtingen in die gebieden, of het veranderen van de werking daarvan.
|
||||
b. het regels betreft, inhoudende een verbod tot het oprichten of in werking hebben van dergelijke inrichtingen in gebieden als bedoeld onder a, dan wel tot het op een bij die verordening aan te geven wijze veranderen van dergelijke inrichtingen in die gebieden, of het veranderen van de werking daarvan.
|
||||
|
||||
**7.** Bij de verordening kan, voor zover het gevallen betreft als bedoeld in het zesde lid, worden bepaald dat het orgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens hoofdstuk 8 te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot de daarbij aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de verordening gestelde regels kan afwijken. In dat geval wordt bij de verordening aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de verordening kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -489,9 +488,11 @@ De commissie stelt nadere regels betreffende haar werkwijze en de werkwijze van
|
|||
|
||||
### Artikel 2.41
|
||||
|
||||
**1.** Provinciale staten stellen een provinciale milieucommissie in, die door het provinciaal bestuur vooraf wordt gehoord over maatregelen en plannen, die van betekenis zijn voor het provinciale milieubeheer.
|
||||
**1.** Provinciale staten en gedeputeerde staten stellen overeenkomstig artikel 82 van de Provinciewet gezamenlijk een provinciale milieucommissie in, die door provinciale staten en gedeputeerde staten vooraf wordt gehoord over maatregelen en plannen, die van betekenis zijn voor het provinciale milieubeheer.
|
||||
|
||||
**2.** De inspecteur is ambtshalve lid van de commissie.
|
||||
**2.** Provinciale staten en gedeputeerde staten benoemen elk een gelijk aantal leden.
|
||||
|
||||
**3.** De inspecteur is ambtshalve lid van de commissie.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Internationale zaken
|
||||
|
||||
|
|
@ -621,9 +622,9 @@ d. een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende nationale mil
|
|||
|
||||
### Artikel 4.9
|
||||
|
||||
**1.** Provinciale staten stellen ten minste eenmaal in de vier jaar een provinciaal milieubeleidsplan vast, dat met het oog op de bescherming van het milieu richting geeft aan in de eerstvolgende vier jaar te nemen beslissingen van het provinciaal bestuur en van bestuursorganen waaraan provinciale bevoegdheden zijn gedelegeerd bij de uitoefening waarvan met het plan rekening moet worden gehouden, en dat naar verwachting tevens richting zal kunnen geven aan in de daarop volgende vier jaar te nemen beslissingen.
|
||||
**1.** Provinciale staten stellen ten minste eenmaal in de vier jaar een provinciaal milieubeleidsplan vast, dat met het oog op de bescherming van het milieu richting geeft aan in de eerstvolgende vier jaar te nemen beslissingen van provinciale staten en gedeputeerde staten en van bestuursorganen waaraan provinciale bevoegdheden zijn gedelegeerd bij de uitoefening waarvan met het plan rekening moet worden gehouden, en dat naar verwachting tevens richting zal kunnen geven aan in de daarop volgende vier jaar te nemen beslissingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het plan bevat de hoofdzaken van het door het provinciaal bestuur te voeren milieubeleid.
|
||||
**2.** Het plan bevat de hoofdzaken van het door provinciale staten en gedeputeerde staten te voeren milieubeleid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -644,7 +645,7 @@ b. de gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Overeenkomst inzake wat
|
|||
|
||||
behoudens voor zover bij die aanwijzing anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**5.** In het plan geven provinciale staten voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het provinciale waterhuishoudingsbeleid, het provinciale ruimtelijk beleid of het provinciale verkeers- en vervoerbeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het geldende provinciale plan voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding‘“waterhuishouding‘‘ moet zijn “waterhuishouding,‘. een of meer geldende streekplannen als bedoeld in artikel 4a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of het geldende provinciale verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, te herzien.
|
||||
**5.** In het plan geven provinciale staten voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het provinciale waterhuishoudingsbeleid, het provinciale ruimtelijk beleid of het provinciale verkeers- en vervoerbeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het geldende provinciale plan voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding‘ een of meer geldende streekplannen als bedoeld in artikel 4a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of het geldende provinciale verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, te herzien.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -672,20 +673,20 @@ c. Onze Minister.
|
|||
|
||||
**2.** Provinciale staten kunnen de geldingsduur van het plan eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. Gedeputeerde staten doen mededeling van een besluit als bedoeld in de eerste volzin, door toezending daarvan aan Onze Minister en aan de bestuursorganen waaraan provinciale bevoegdheden zijn gedelegeerd bij de uitoefening waarvan met het plan rekening moet worden gehouden. Zij maken het bekend in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
**3.** Het provinciaal bestuur houdt in elk geval rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in de bij deze wet behorende bijlage, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
|
||||
**3.** Provinciale staten en gedeputeerde staten houden in elk geval rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in de bij deze wet behorende bijlage, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het derde lid is niet van toepassing op besluiten:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot een provinciaal plan voor de waterhuishouding als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding;
|
||||
b. die door het provinciaal bestuur worden genomen in de plaats van een orgaan van een ander openbaar lichaam, wegens het in gebreke blijven van dat orgaan.
|
||||
b. die door provinciale staten of gedeputeerde staten worden genomen in de plaats van een orgaan van een ander openbaar lichaam, wegens het in gebreke blijven van dat orgaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten:
|
||||
|
||||
a. die door een orgaan van een ander openbaar lichaam worden genomen in de plaats van het provinciaal bestuur, wegens het in gebreke blijven van dat bestuur;
|
||||
a. die door een orgaan van een ander openbaar lichaam worden genomen in de plaats van provinciale staten of gedeputeerde staten wegens het in gebreke blijven van provinciale staten onderscheidenlijk gedeputeerde staten;
|
||||
b. krachtens een provinciale bevoegdheid die aan een orgaan van een ander openbaar lichaam is overgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.13
|
||||
|
|
@ -706,9 +707,9 @@ b. krachtens een provinciale bevoegdheid die aan een orgaan van een ander openba
|
|||
|
||||
Het programma bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. een programma van door het provinciale bestuur in de eerstvolgende vier jaar te verrichten activiteiten ter bescherming van het milieu, daaronder begrepen:
|
||||
a. een programma van door gedeputeerde staten in de eerstvolgende vier jaar te verrichten activiteiten ter bescherming van het milieu, daaronder begrepen:
|
||||
|
||||
1°. een overzicht van onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming, alsmede, met betrekking tot die gevallen, een overzicht van de door of vanwege het provinciaal bestuur, onderscheidenlijk van de aan het provinciaal bestuur bekende door anderen in de eerstvolgende vier jaren te verrichten activiteiten en een aanduiding van het tijdstip waarop met het onderzoek of de sanering van die gevallen zal of dient worden aangevangen;
|
||||
1°. een overzicht van onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming, alsmede, met betrekking tot die gevallen, een overzicht van de door of vanwege gedeputeerde staten, onderscheidenlijk van de aan gedeputeerde staten bekende door anderen in de eerstvolgende vier jaren te verrichten activiteiten en een aanduiding van het tijdstip waarop met het onderzoek of de sanering van die gevallen zal of dient worden aangevangen;
|
||||
2°. een overzicht van de in de volgende vier jaren noodzakelijke maatregelen tot bestrijding van de geluidhinder;
|
||||
b. een overzicht van de financiële gevolgen van de onder a, onder 2°, bedoelde activiteiten, met inbegrip van de subsidies die met het oog daarop aan het Rijk worden gevraagd;
|
||||
c. een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende provinciale milieubeleidsplan.
|
||||
|
|
@ -743,9 +744,9 @@ c. een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende provinciale m
|
|||
|
||||
### Artikel 4.16
|
||||
|
||||
**1.** De gemeenteraad kan een gemeentelijk milieubeleidsplan vaststellen, dat met het oog op de bescherming van het milieu richting geeft aan door het gemeentebestuur te nemen beslissingen.
|
||||
**1.** De gemeenteraad kan een gemeentelijk milieubeleidsplan vaststellen, dat met het oog op de bescherming van het milieu richting geeft aan door de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders te nemen beslissingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het plan bevat de hoofdzaken van het door het gemeentebestuur te voeren milieubeleid.
|
||||
**2.** Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders te voeren milieubeleid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -773,11 +774,11 @@ c. Onze Minister.
|
|||
|
||||
**2.** De gemeenteraad kan de geldingsduur eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. Artikel 4.18, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt het gemeentebestuur in elk geval rekening met dat plan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in de bij deze wet behorende bijlage, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
|
||||
**3.** Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad onderscheidenlijk houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met dat plan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in de bij deze wet behorende bijlage, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing op besluiten krachtens een bevoegdheid van een ander openbaar lichaam, die aan het gemeentebestuur is gedelegeerd.
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing op besluiten krachtens een bevoegdheid van een ander openbaar lichaam, die aan de gemeenteraad of burgemeester en wethouders is gedelegeerd.
|
||||
|
||||
**5.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten die door een orgaan van een ander openbaar lichaam worden genomen in de plaats van het gemeentebestuur, wegens het in gebreke blijven van dat bestuur.
|
||||
**5.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten die door een orgaan van een ander openbaar lichaam worden genomen in de plaats van de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders, wegens het in gebreke blijven van de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
|
||||
|
||||
|
|
@ -789,8 +790,8 @@ c. Onze Minister.
|
|||
|
||||
Het programma bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. een programma van door het gemeentebestuur in de betrokken periode te verrichten activiteiten ter uitvoering van de bij wettelijk voorschrift met het oog op de bescherming van het milieu aan het gemeentebestuur opgedragen taken;
|
||||
b. een overzicht van de financiële gevolgen van de onder *a* bedoelde activiteiten.
|
||||
a. een programma van door de gemeenteraad en burgemeester en wethouders in de betrokken periode te verrichten activiteiten ter uitvoering van de bij wettelijk voorschrift met het oog op de bescherming van het milieu aan de gemeenteraad en burgemeester en wethouders opgedragen taken;
|
||||
b. een overzicht van de financiële gevolgen van de onder a bedoelde activiteiten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk milieuprogramma.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1021,7 +1022,7 @@ c. de wijze waarop en de termijn waarbinnen een ieder bedenkingen tegen verlenin
|
|||
|
||||
**1.** Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast, in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2 en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. Daarbij wijzen zij de besluiten van bestuursorganen ter zake van die activiteiten aan, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. Artikel 7.2, tweede lid en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met de besturen van de gemeenten en waterschappen in hun provincie. Zij stellen de in artikel 7.1, tweede lid, onder b, 1°, bedoelde instantie, alsmede Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen.
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met burgemeester en wethouders van de gemeenten en de besturen van de waterschappen in hun provincie. Zij stellen de in artikel 7.1, tweede lid, onder b, 1°, bedoelde instantie, alsmede Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten leggen met het ontwerp van het besluit aan provinciale staten een verslag over van het gevoerde overleg, de uitgebrachte adviezen en de naar voren gebrachte zienswijzen, waarbij zij onder opgave van redenen aangeven in hoeverre daarmee rekening is gehouden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2282,7 +2283,7 @@ Ten behoeve van het opstellen van het afvalbeheersplan verschaffen de bestuursor
|
|||
|
||||
### Artikel 10.11
|
||||
|
||||
**1.** Zodra het afvalbeheersplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het afvalbeheersplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan provincies en gemeenten.
|
||||
**1.** Zodra het afvalbeheersplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het afvalbeheersplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan gedeputeerde staten van de provincies en burgemeester en wethouders van de gemeenten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt het afvalbeheersplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig artikel 10.8, derde lid, waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2381,9 +2382,9 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van n
|
|||
|
||||
### Artikel 10.19
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de gemeenten er zorg voor dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om daarbij aangewezen stoffen, preparaten of andere producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens artikel 10.17.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om daarbij aangewezen stoffen, preparaten of andere producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens artikel 10.17.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de maatregel kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de gemeenten uitvoering geven aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Bij de maatregel kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop burgemeester en wethouders uitvoering geven aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.20
|
||||
|
||||
|
|
@ -2395,7 +2396,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van n
|
|||
|
||||
### Artikel 10.21
|
||||
|
||||
**1.** Elke gemeente draagt er, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, zorg voor dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen met uitzondering van grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan.
|
||||
**1.** De gemeenteraad en burgemeester en wethouders dragen, al dan niet in samenwerking met de gemeenteraad en burgemeester en wethouders van andere gemeenten, ervoor zorg dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen met uitzondering van grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan.
|
||||
|
||||
**2.** Groente-, fruit- en tuinafval wordt daarbij in ieder geval afzonderlijk ingezameld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2467,13 +2468,13 @@ c. in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afval
|
|||
|
||||
### Artikel 10.27
|
||||
|
||||
In gevallen als bedoeld in artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, draagt de gemeente er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
|
||||
In gevallen als bedoeld in artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.28
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de verordening van een verplichting bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen te brengen naar een daartoe beschikbaar gestelde plaats.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de maatregel kan worden aangegeven op welke wijze de gemeenten er zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in het eerste lid, binnen de gemeente in voldoende mate beschikbaar zijn.
|
||||
**2.** Bij de maatregel kan worden aangegeven op welke wijze de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in het eerste lid, binnen de gemeente in voldoende mate beschikbaar zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat de artikelen 10.21, eerste lid, en 10.24, eerste lid, onder a, niet van toepassing zijn met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2481,7 +2482,7 @@ In gevallen als bedoeld in artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, draagt de ge
|
|||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover het betreft gevallen waarin een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen van meer dan gemeentelijk belang is, regels worden gesteld omtrent de inzameling van die afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**2.** Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat de gemeenten maatregelen treffen voor de inzameling van die afvalstoffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden.
|
||||
**2.** Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat burgemeester en wethouders maatregelen treffen voor de inzameling van die afvalstoffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden.
|
||||
|
||||
### Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
|
||||
|
||||
|
|
@ -2509,7 +2510,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatig beheer
|
|||
|
||||
### Artikel 10.33
|
||||
|
||||
**1.** Elke gemeente draagt zorg voor de doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater dat vrijkomt bij de binnen haar grondgebied gelegen percelen.
|
||||
**1.** De gemeenteraad en burgemeester en wethouders dragen zorg voor de doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2528,7 +2529,7 @@ Onze Minister stelt regels over het ontwerpen, bouwen, aanpassen en onderhouden
|
|||
|
||||
**2.** Van de vaststelling van het rapport wordt mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Deze regels kunnen voor gemeenten de verplichting inhouden jaarlijks op een daarbij aangegeven wijze gegevens te verstrekken, die voor de opstelling van het rapport nodig zijn.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Deze regels kunnen voor burgemeester en wethouders de verplichting inhouden jaarlijks op een daarbij aangegeven wijze gegevens te verstrekken, die voor de opstelling van het rapport nodig zijn.
|
||||
|
||||
### Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2609,7 +2610,7 @@ f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had
|
|||
|
||||
**2.** Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder a en b, worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van een provincie of gemeente die terzake bevoegd gezag is, worden de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan die provincie of gemeente gezonden.
|
||||
**3.** Op verzoek van gedeputeerde staten van een provincie of burgemeester en wethouders van een gemeente die terzake bevoegd gezag zijn, worden de gegevens, als bedoeld in het eerste lid, aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders gezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.41
|
||||
|
||||
|
|
@ -2705,7 +2706,7 @@ d. regels inhoudende de verplichting dat de inzamelaar tijdens het inzamelen daa
|
|||
|
||||
Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat:
|
||||
|
||||
a. de gemeenten of de provincies voor de inzameling van die afvalstoffen maatregelen treffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden;
|
||||
a. burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten voor de inzameling van die afvalstoffen maatregelen treffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden;
|
||||
b. daarbij aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen die gescheiden worden afgegeven, afzonderlijk worden ingezameld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de maatregel wordt aangegeven binnen welke termijn de regels door de daarbij aangewezen bestuursorganen moeten worden uitgevoerd.
|
||||
|
|
@ -2849,7 +2850,7 @@ e. een voorschrift gesteld bij artikel 5, zesde lid, 8, zesde lid, 15, achtste l
|
|||
|
||||
### Artikel 10.62
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, aan een gemeente een bindende aanwijzing geven met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening, van regels als bedoeld in de artikelen 10.21, 10.24, 10.25 en 10.26.
|
||||
**1.** Onze Minister kan, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, aan de gemeenteraad een bindende aanwijzing geven met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening, van regels als bedoeld in de artikelen 10.21, 10.24, 10.25 en 10.26.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 10.61, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3585,7 +3586,7 @@ b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van
|
|||
|
||||
### Artikel 15.33
|
||||
|
||||
**1.** Elke gemeente kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
|
||||
**1.** De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
|
||||
|
||||
**2.** Onder de in het eerste lid bedoelde kosten wordt mede verstaan de omzetbelasting die ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5286,7 +5287,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
|
|||
|
||||
### Artikel 21.7
|
||||
|
||||
De bevoegdheid van gemeenten en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin hoofdstuk 10 voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
|
||||
De bevoegdheid van gemeenteraden en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin hoofdstuk 10 voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 21.8
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue