2012-04-01 | BWBR0006040 | Burgerlijk ambtenarenreglement defensie

This commit is contained in:
Coornhert 2012-04-01 12:00:00 +00:00
parent 169a2a9660
commit 947f36277e

View file

@ -1398,9 +1398,9 @@ De in het eerste lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het bedrag dat
**4.**
De aanvullende uitkering als bedoeld in het tweede lid eindigt op het moment dat de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden en in ieder geval na ommekomst van de duur van de suppletie dan wel met ingang van de eerste dag van de maand waarin de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt.
De aanvullende uitkering als bedoeld in het tweede lid eindigt op het moment dat de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden en in ieder geval na ommekomst van de duur van de suppletie dan wel met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt.
De aanvullende uitkering als bedoeld in het derde lid eindigt op het moment dat de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden en in ieder geval met ingang van de eerste dag van de maand waarin de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt.
De aanvullende uitkering als bedoeld in het derde lid eindigt op het moment dat de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden en in ieder geval met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt.
**5.**
@ -1409,7 +1409,7 @@ Indien het overlijden van een ambtenaar in overwegende mate zijn oorzaak vindt i
a. 1,75 procent van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 8.3 van het pensioenreglement, en
b. de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in paragraaf 5 van het pensioenreglement.
De uitkering eindigt met ingang van de maand waarin de overleden ambtenaar de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de weduwe aan wie bedoeld pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgend op die van het hertrouwen.
De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overleden ambtenaar de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de weduwe aan wie bedoeld pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgend op die van het hertrouwen.
**6.** Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie het eerste lid toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat lid.
@ -2012,66 +2012,6 @@ De ambtenaar kan niet gestraft worden wegens overtreding van artikel 125*a*, eer
## Hoofdstuk 9. Instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen
### Artikel 104
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- *ambtenaar*
de ambtenaar, die:
1. is aangesteld in vaste dienst;
2. is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a;
3. is aangesteld in tijdelijke dienst bedoeld in artikel 7, vijfde lid;
- *boventalligheid*
de situatie dat een ambtenaar zijn functie verliest omdat binnen de te reorganiseren organisatie of een onderdeel daarvan, meerdere ambtenaren een vergelijkbare of uitwisselbare functie vervullen en het totale aantal van die functies zodanig wordt verminderd dat onvoldoende van die functies resteren.
### Artikel 105
**1.** Een functie is in beginsel passend wanneer de daaraan verbonden werkzaamheden op de capaciteiten en ervaring van de ambtenaar zijn berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van de ambtenaar kan worden gevergd.
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid.
### Artikel 106
**1.** De ambtenaar van wie de functie wordt opgeheven of waarvoor boventalligheid is vastgesteld, wordt door het hoofd defensieonderdeel aangewezen als herplaatsingskandidaat en wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister bij ministeriële regeling bepalen dat specifieke categorieën ambtenaren van wie de functie wordt opgeheven of waarvoor boventalligheid is vastgesteld niet worden aangewezen als herplaatsingskandidaat.
### Artikel 107
**1.** Onze Minister onderzoekt gedurende drie maanden, te rekenen vanaf het moment dat de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat, of herplaatsing van de ambtenaar op een passende functie binnen het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is.
**2.** Indien het onderzoek bedoeld in het eerste lid niet heeft geleid tot herplaatsing, onderzoekt Onze Minister, aansluitend aan de periode bedoeld in het eerste lid, gedurende drie maanden of herplaatsing van de ambtenaar op een passende functie binnen of buiten het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is.
**3.** Indien het onderzoek bedoeld in het tweede lid niet heeft geleid tot herplaatsing, onderzoekt Onze Minister, aansluitend aan de periode bedoeld in het tweede lid, gedurende zes maanden of herplaatsing van de ambtenaar op een passende functie buiten het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is.
**4.** De periode van zes maanden bedoeld in het derde lid, wordt voor elk volledig jaar dat de ambtenaar is aangesteld bij het Ministerie van Defensie, verlengd met een halve maand tot maximaal twaalf maanden.
**5.** Onze Minister kan op verzoek van de ambtenaar die is aangewezen als herplaatsingskandidaat de duur van de herplaatsingsperiode, zoals vastgesteld op grond van het eerste tot en met het vierde lid, verlengen indien de omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.
**6.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel.
### Artikel 108
**1.** De herplaatsingskandidaat is verplicht al het mogelijke te doen om een passende functie te vinden en mee te werken aan het herplaatsingsonderzoek bedoeld in artikel 107.
**2.** De herplaatsingskandidaat is verplicht een passende functie te aanvaarden tijdens het herplaatsingsonderzoek bedoeld in artikel 107, derde en vierde lid.
**3.** De herplaatsingskandidaat die zonder deugdelijke grond weigert of heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit artikel opgelegde verplichting, kan in verband daarmee ontslag bedoeld in artikel 116, eerste lid worden verleend.
### Artikel 108a
**1.**
Onze Minister kan voorzieningen treffen:
a. om dreigende overtolligheid te voorkomen door ontslag op aanvraag te stimuleren;
b. ten behoeve van ambtenaren die zijn aangewezen als herplaatsingskandidaat bedoeld in artikel 106.
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid.
## Hoofdstuk 10. Schorsing en ontslag
### Artikel 109