From 949322bbf2a0d7fc530540cfc5888304c5c97903 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Feb 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-02-01 | BWBR0014606 | Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten --- .../BWBR0014606/README.md | 607 +++++++----------- 1 file changed, 227 insertions(+), 380 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-begroting-en-verantwoording-provincies-en-gemeenten/BWBR0014606/README.md b/amvb/besluit-begroting-en-verantwoording-provincies-en-gemeenten/BWBR0014606/README.md index adab8645d96..66420edad63 100644 --- a/amvb/besluit-begroting-en-verantwoording-provincies-en-gemeenten/BWBR0014606/README.md +++ b/amvb/besluit-begroting-en-verantwoording-provincies-en-gemeenten/BWBR0014606/README.md @@ -14,8 +14,6 @@ citeertitel: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten ### Artikel 1 -**1.** - In dit besluit wordt verstaan onder: a. uitzettingen: alle uitgezette middelen; @@ -25,53 +23,32 @@ d. bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in e. deelneming: een participatie in een besloten of naamloze vennootschap, waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente aandelen heeft; f. CBS: Centraal bureau voor de statistiek; g. rentetypische looptijd; als gedefinieerd in de Wet fido, artikel 1, onder b; -h. vaste schuld: het gezamenlijk bedrag van: - -1°. de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, en -2°. de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen; -i. netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de Wet fido, artikel 1, onder e; -j. EMU-saldo: het geraamde onderscheidenlijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een provincie onderscheidenlijk een gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; -k. niet-effectieve positie: situatie waarin de onderliggende waarde en looptijd van een financieel derivaat niet overeenkomt met de financieringsbehoefte waar het derivaat betrekking op heeft; -l. overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces; -m. bouwgrond in exploitatie: gronden in eigendom van een provincie onderscheidenlijk een gemeente, waarvoor provinciale staten onderscheidenlijk de raad een grondexploitatiepcomplex en een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld; -n. taakvelden: eenheden waarin de programma’s, bedoeld in artikel 8, tweede lid, of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen b tot en met e zijn onderverdeeld; -o. economische categorieën: eenheden waarin de baten en lasten van activiteiten binnen een taakveld worden uitgedrukt; -p. investeringen met economisch nut: investeringen die verhandelbaar zijn en kunnen bijdragen aan het genereren van middelen; -q. rechtmatigheidsverantwoording: rechtmatigheidsverantwoording als bedoeld in artikel 58b, tweede lid; -r. verantwoordingsgrens: verantwoordingsgrens als bedoeld in artikel 58b, derde lid; -s. financiële rechtmatigheid: rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met de begroting en met relevante wettelijke voorschriften, waaronder mede begrepen de provinciale en gemeentelijke verordeningen; -t. rechtmatigheidsfout: bate, last of balansmutatie die niet rechtmatig tot stand is gekomen. Rechtmatigheidsfouten treden op bij financiële transacties, waarbij voor financiële beheershandelingen relevante wettelijke voorschriften niet juist zijn toegepast; -u. onduidelijkheid: oordeel van gedeputeerde staten respectievelijk het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat niet met zekerheid is vast te stellen of een bate, last of balansmutatie rechtmatig tot stand is gekomen. - -**2.** In dit besluit wordt onder verbonden partij mede verstaan een Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PbEU L 210) waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. +h. vaste schuld; als gedefinieerd in de Wet fido, artikel 1, onder d; +i. netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de Wet fido, artikel 1, onder e. ### Artikel 2 -**1.** Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd. +**1.** Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd. -**2.** De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid. +**2.** De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid. **3.** De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun brutobedrag. -**4.** Onder de baten en lasten worden ook begrepen de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente. - -**5.** Onder baten en lasten wordt ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting. Deze heffing wordt geraamd en verantwoord op basis van de fiscale grondslag. +**4.** Onder de baten en lasten worden ook bedoeld de over het eigen vermogen berekende bespaarde rente. ### Artikel 3 -**1.** De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen. +**1.** De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de productenraming en de productenrealisatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen. -**2.** De begroting, de meerjarenraming en de uitvoeringsinformatie geven duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie en de financiële rechtmatigheid. +**2.** De begroting, de meerjarenraming, de productenraming en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie. -**3.** De jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. - -**4.** De financiële positie omvat de grootte en samenstelling van de baten en lasten over het begrotingsjaar, de activa en passiva aan het einde van het begrotingsjaar en de lasten en balansmutaties gedurende het begrotingsjaar. +**3.** De jaarstukken, de productenrealisatie en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. ### Artikel 4 **1.** De indeling van de begroting en de jaarstukken is identiek. -**2.** Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet. +**2.** Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet. ### Artikel 5 @@ -79,7 +56,14 @@ Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken. ### Artikel 6 -Vervallen +**1.** De verordening, bedoeld in artikel 87 van de Gemeentewet, kan bepalen dat deelgemeenten niet worden geïntegreerd in de begroting en de jaarstukken. + +**2.** + +Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid: + +a. is dit besluit op de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie van de deelgemeenten van toepassing; +b. worden de deelgemeenten in de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie van de gemeente als verbonden partijen beschouwd. ## Hoofdstuk II. De begroting en de toelichting @@ -106,22 +90,13 @@ b. de paragrafen. De financiële begroting bestaat ten minste uit: a. het overzicht van baten en lasten en de toelichting; -b. de uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting; -c. de bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld. +b. de uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting. ### Titel 2.2. Het programmaplan ### Artikel 8 -**1.** - -Het programmaplan bevat: - -a. de te realiseren programma's; -b. een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; -c. een overzicht van de kosten van overhead; -d. het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting, en -e. het bedrag voor onvoorzien. +**1.** Het programmaplan bevat de te realiseren programma's, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het bedrag voor onvoorzien. **2.** Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten. @@ -129,8 +104,8 @@ e. het bedrag voor onvoorzien. Het programmaplan bevat per programma: -a. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren; -b. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen; +a. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten; +b. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken; c. de raming van baten en lasten. **4.** De provincie onderscheidenlijk gemeente kan de baten en lasten per programma verdelen in de onderdelen baten en lasten voor prioriteiten en voor overig. @@ -143,7 +118,8 @@ a. lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; b. algemene uitkeringen; c. dividend; d. saldo van de financieringsfunctie; -e. overige algemene dekkingsmiddelen. +e. saldo tussen de compensabele BTW en de uitkering uit het BTW-compensatiefonds; +f. overige algemene dekkingsmiddelen. **6.** Het bedrag voor onvoorzien wordt geraamd voor de begroting in zijn geheel of per programma. @@ -158,13 +134,12 @@ e. overige algemene dekkingsmiddelen. De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij de provincie onderscheidenlijk gemeente niet aan de orde is: a. lokale heffingen; -b. weerstandsvermogen en risicobeheersing; +b. weerstandsvermogen; c. onderhoud kapitaalgoederen; d. financiering; e. bedrijfsvoering; f. verbonden partijen; -g. grondbeleid; -h. openbaarheid. +g. grondbeleid. ### Artikel 10 @@ -172,7 +147,7 @@ De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste: a. de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; -c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; +c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen; d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. @@ -187,22 +162,11 @@ b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële **2.** -De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: +De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; -c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; -d. een kengetal voor de: - -1a°. netto schuldquote; -1b°. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; -2°. solvabiliteitsratio; -3°. grondexploitatie; -4°. structurele exploitatieruimte; en -5°. belastingcapaciteit. -e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het tweede lid, onderdeel d, door provincies en gemeenten worden vastgesteld en in de begroting en het jaarverslag worden opgenomen. +c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. ### Artikel 12 @@ -226,41 +190,18 @@ c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. ### Artikel 13 -De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. +De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. ### Artikel 14 -De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering bevat: - -a. de stand van zaken van de bedrijfsvoering; -b. de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering; -c. informatie over de financiële rechtmatigheid; -d. de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen. +De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. ### Artikel 15 -**1.** - De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: -a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; -b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: - -1°. gemeenschappelijke regelingen; -2°. vennootschappen en coöperaties; -3°. stichtingen en verenigingen, en, -4°. overige verbonden partijen; -c. de lijst van verbonden partijen. - -**2.** - -In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: - -a. de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; -b. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; -c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; -d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; -e. de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente. +a. de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting; +b. de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen. ### Artikel 16 @@ -272,21 +213,17 @@ c. een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexplo d. een onderbouwing van de geraamde winstneming; e. de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken. -### Artikel 16a - -De paragraaf betreffende openbaarheid, bedoeld in artikel 3.5 van de Wet open overheid, geeft ten minste inzicht in de beleidsvoornemens inzake de toepassing van de artikelen 3.1, 3.3, 3.3a en hoofdstuk 4 van de Wet open overheid en de wijze waarop toepassing is gegeven aan deze beleidsvoornemens. - ### Titel 2.4. Het overzicht van baten en lasten en de toelichting ### Artikel 17 -Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat: +Het overzicht van baten en lasten bevat: -a. per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de raming van de baten en lasten en het saldo; -b. het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen, de geraamde kosten van de overhead, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en het geraamde bedrag voor onvoorzien; -c. het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; +a. per programma, of per programmaonderdeel, de raming van de baten en lasten en het saldo; +b. het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen en het geraamde bedrag voor onvoorzien; +c. het geraamde resultaat voor bestemming, volgend uit de onderdelen a en b; d. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; -e. het geraamde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d. +e. het geraamde resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d. ### Artikel 18 @@ -298,20 +235,13 @@ De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat ten minste: a. het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging en het geraamde bedrag van het begrotingsjaar; b. de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming, respectievelijk de realisatie, van het vorig, respectievelijk voorvorig, begrotingsjaar de oorzaken van het verschil; -c. een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; -d. een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. +c. een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten. ### Titel 2.5. De uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting ### Artikel 20 -**1.** - -De uiteenzetting van de financiële positie bevat: - -a. een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid dat in de programma’s is opgenomen; -b. een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen, en -c. het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar. +**1.** De uiteenzetting van de financiële positie bevat een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen. **2.** @@ -320,29 +250,24 @@ Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan: a. de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; b. de investeringen; onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut; c. de financiering; -d. de stand en het gespecificeerde verloop van de reserves; -e. de stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen. +d. de stand en het verloop van de reserves; +e. de stand en het verloop van de voorzieningen. ### Artikel 21 -De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie bevat ten minste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van de financiële positie van het vorig begrotingsjaar. +De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie bevat ten minste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van de financiële positie van het vorig begrotingsjaar. ## Hoofdstuk III. De meerjarenraming en de toelichting ### Artikel 22 -**1.** De meerjarenraming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen. +**1.** De meerjarenraming bevat een raming van de financiële gevolgen voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen. **2.** Artikel 20, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 23 -De toelichting op de meerjarenraming bevat ten minste: - -a. de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan, en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorig begrotingsjaar; -b. een overzicht per jaar van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; -c. een overzicht per jaar van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves; -d. de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. +De toelichting op de meerjarenraming bevat ten minste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorig begrotingsjaar. ## Hoofdstuk IV. De jaarstukken en de toelichting @@ -368,30 +293,20 @@ b. de paragrafen. De jaarrekening bestaat uit: -a. het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting; -b. de balans en de toelichting; -c. de rechtmatigheidsverantwoording; -d. de overige gegevens, waaronder de accountantsverklaring; -e. de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; -f. een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. +a. de programmarekening en de toelichting; +b. de balans en de toelichting. ### Titel 4.2. De programmaverantwoording ### Artikel 25 -**1.** - -De programmaverantwoording bestaat ten minste uit: - -a. de verantwoording over de realisatie van de programma's en de overzichten van de algemene dekkingsmiddelen en de kosten van overhead; -b. het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting, en -c. geeft daarnaast inzicht in het gebruik van het geraamde bedrag voor onvoorzien. +**1.** De programmaverantwoording bestaat ten minste uit de verantwoording over de realisatie van de programma's en het overzicht van algemene dekkingsmiddelen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in het gebruik van het geraamde bedrag voor onvoorzien. **2.** De programmaverantwoording biedt per programma inzicht in: -a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren; +a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd; b. de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken; c. de gerealiseerde baten en lasten. @@ -401,35 +316,33 @@ c. de gerealiseerde baten en lasten. Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge artikel 9 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. -### Titel 4.4. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting +### Titel 4.4. De programmarekening en de toelichting ### Artikel 27 **1.** -Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat: +De programmarekening bevat: -a. per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan; -b. het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting; -c. het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; +a. de gerealiseerde baten en lasten per programma; +b. het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen; +c. het gerealiseerde resultaat voor bestemming, volgend uit de onderdelen a en b; d. de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; -e. het gerealiseerde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d. +e. het gerealiseerde resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d. -**2.** Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging. +**2.** De programmarekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging. ### Artikel 28 -De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat ten minste: +De toelichting op de programmarekening bevat ten minste: -a. voor alle onderdelen van artikel 27, eerste lid, een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken; +a. voor alle onderdelen van artikel 27, eerste lid, een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de programmarekening; b. een overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien; -c. een overzicht van de incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; -d. een overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves; -e. de informatie, bedoeld in de artikelen 4.1, eerste en tweede lid, en 4.2, eerste tot en met derde lid van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. +c. een overzicht van de incidentele baten en lasten. ### Artikel 29 -Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarstukken en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 3 bedoelde inzicht. +De programmarekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de programmarekening en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 3 bedoelde inzicht. ### Titel 4.5. De balans en de toelichting @@ -460,8 +373,7 @@ Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materië In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; -b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; -c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. +b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. ### Artikel 35 @@ -470,8 +382,7 @@ c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. investeringen met een economisch nut; -b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; -c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. +b. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. **2.** Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. @@ -486,14 +397,12 @@ a. kapitaalverstrekkingen aan: 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: -1. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; -2. woningbouwcorporaties; -3. deelnemingen; -4. overige verbonden partijen; +1. woningbouwcorporaties; +2. deelnemingen; +3. overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; -d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; -e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; -f. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. +d. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; +e. bijdragen aan activa in eigendom van derden. #### Paragraaf 4.5.4. Vlottende activa @@ -505,7 +414,10 @@ Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzett In de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen: -a. grond- en hulpstoffen; +a. grond- en hulpstoffen gespecificeerd naar: + +1. niet in exploitatie genomen bouwgronden; +2. overige grond- en hulpstoffen; b. onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie; c. gereed product en handelsgoederen; d. vooruitbetalingen. @@ -515,39 +427,14 @@ d. vooruitbetalingen. In de balans worden onder de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar afzonderlijk opgenomen: a. vorderingen op openbare lichamen; -b. verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; -c. overige verstrekte kasgeldleningen; -d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; -e. rekening-courantverhouding met het Rijk; -f. rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen; -g. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; -h. overige vorderingen; -i. overige uitzettingen. +b. verstrekte kasgeldleningen; +c. rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen; +d. overige vorderingen; +e. overige uitzettingen. ### Artikel 40 -In de balans worden onder de liquide middelen de kas- en banksaldi opgenomen. - -### Artikel 40a - -**1.** - -In de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen: - -a. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel; -b. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. - -**2.** - -De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: - -1°. Europese overheidslichamen; -2°. het Rijk, en -3°. overige Nederlandse overheidslichamen. - -### Artikel 40b - -Aan de actiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling het bedrag opgenomen waarvan het recht bestaat op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. +In de balans worden onder de liquide middelen de kas-, bank- en girosaldi opgenomen. #### Paragraaf 4.5.5. Vaste Passiva @@ -557,7 +444,7 @@ Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voor ### Artikel 42 -**1.** Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. +**1.** Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening. **2.** Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. @@ -568,7 +455,8 @@ Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voor In de balans worden de reserves onderscheiden naar: a. de algemene reserve; -b. de bestemmingsreserves. +b. bestemmingsreserves die dienen om ongewenste schommelingen op te vangen in de tarieven die aan derden in rekening worden gebracht, maar die niet specifiek besteed hoeven te worden; +c. overige bestemmingsreserves. **2.** Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. @@ -580,10 +468,9 @@ Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; -c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; -d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. +c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. -**2.** Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b. +**2.** Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. **3.** Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. @@ -601,12 +488,10 @@ b. onderhandse leningen van: 1. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen; 2. binnenlandse banken en overige financiële instellingen; 3. binnenlandse bedrijven; -4. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; -5. overige binnenlandse sectoren; -6. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren; +4. overige binnenlandse sectoren; +5. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren; c. door derden belegde gelden; -d. waarborgsommen; -e. vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. +d. waarborgsommen. #### Paragraaf 4.5.6. Vlottende passiva @@ -618,28 +503,13 @@ Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schu In de balans worden onder de netto-vlottende schulden afzonderlijk opgenomen: -a. kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; -b. overige kasgeldleningen; -c. banksaldi; -d. overige schulden. +a. kasgeldleningen; +b. bank- en girosaldi; +c. overige schulden. ### Artikel 49 -**1.** - -In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen: - -a. verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; -b. de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; -c. overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen. - -**2.** - -De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van; - -1°. Europese overheidslichamen; -2°. het Rijk, en -3°. overige Nederlandse overheidslichamen. +Onder de overlopende passiva worden verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgende begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. ### Artikel 50 @@ -649,7 +519,7 @@ Aan de passiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling opgenomen het be ### Artikel 51 -In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. +In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Ook wordt aangegeven welke investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd, welke afschrijvingstermijn hiervoor wordt voorzien en welke reserves hiervoor naar verwachting beschikbaar zullen zijn. ### Artikel 52 @@ -676,62 +546,9 @@ d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar. -### Artikel 52a - -**1.** - -In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: - -a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; -b. de ontvangen bedragen; -c. de vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen; -d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar. - -**2.** - -In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 40a, onderdeel a, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: - -a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; -b. de toevoegingen; -c. de ontvangen bedragen; -d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar. - -### Artikel 52b - -De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 63, achtste lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 65, eerste lid, en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in artikel 65, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen. - -### Artikel 52c - -In de toelichting op de balans wordt vermeld: - -a. het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd; en -b. voor ieder kwartaal van dat jaar, het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de provincie onderscheidenlijk de gemeente buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. - -### Artikel 52d - -**1.** - -In de toelichting op de balans wordt ten aanzien van de bouwgronden in exploitatie voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven: - -a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; -b. de vermeerderingen en verminderingen in het begrotingsjaar; -c. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar; -d. de geraamde nog te maken kosten met een onderbouwing; -e. de geraamde opbrengsten met een onderbouwing; -f. het geraamde eindresultaat en de berekeningswijze die hiervoor is gehanteerd met een onderbouwing en de aannames die eraan ten grondslag liggen. - -**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op een waardering per complex. - ### Artikel 53 -In de toelichting op de balans wordt vermeld; - -a. de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de provincie of de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden, en -b. indien de provincie of de gemeente financiële derivaten hanteert, per derivaat: - -1°. de naam en rating van de financiële onderneming waarbij het derivaat is afgesloten; -2°. het type en de belangrijkste kenmerken van het derivaat en de hoogte en de looptijd van de financieringsbehoefte waaraan het derivaat kan worden toegerekend, en -3°. in het geval van een niet-effectieve positie, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, in welk opzicht daarvan sprake is, de maatregelen die zijn genomen om die positie ongedaan te maken en de termijn die daarvoor naar verwachting nodig is. +In de toelichting op de balans worden de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen vermeld waaraan de provincie of de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden. ### Artikel 54 @@ -742,14 +559,14 @@ b. indien de provincie of de gemeente financiële derivaten hanteert, per deriva Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; -b. de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar; -c. de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening; +b. de toevoegingen of onttrekkingen via de resultaatbestemming bij de programmarekening; +c. de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar; d. de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd; e. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar. ### Artikel 55 -**1.** In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht. +**1.** In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke voorziening en de wijzigingen daarin toegelicht. **2.** @@ -786,35 +603,17 @@ d. het restantbedrag van de lening aan het eind van het begrotingsjaar. Artikel 29 is van overeenkomstige toepassing op de balans. -### Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. - -### Artikel 58a - -**1.** Bij de jaarrekening is een bijlage gevoegd waarin verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen wordt verstrekt op basis van indicatoren. - -**2.** Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, bij ministeriële regeling een model vast voor de in het eerste lid bedoelde bijlage en bepaalt daarbij over welke specifieke uitkeringen daarin verantwoordingsinformatie wordt opgenomen en welke indicatoren worden gebruikt. - -### Titel 4.7. De rechtmatigheidsverantwoording - -### Artikel 58b - -**1.** De jaarrekening bevat een rechtmatigheidsverantwoording. - -**2.** De rechtmatigheidsverantwoording bevat een overzicht van de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. - -**3.** De verantwoordingsgrens is een totaalbedrag voor rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. - -**4.** De gemeenteraad en provinciale staten stellen de verantwoordingsgrens vast op ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves. - -**5.** Voor zover het totaalbedrag aan rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid hoger is dan de verantwoordingsgrens, worden deze in het kader van de financiële rechtmatigheid opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Bij ministeriële regeling wordt voor de rechtmatigheidsverantwoording een model vastgesteld. - ## Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven ### Artikel 59 -**1.** Alle investeringen worden geactiveerd. +**1.** Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd. -**2.** In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. +**2.** Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. + +**3.** In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. + +**4.** Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut kunnen worden geactiveerd. ### Artikel 60 @@ -838,9 +637,9 @@ d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of d **1.** Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. -**2.** In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. +**2.** In afwijking van het eerste lid mogen bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering worden gebracht. -**3.** In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. +**3.** In afwijking van het eerste lid mogen reserves in mindering worden gebracht op investeringen, als bedoeld in artikel 59, het vierde lid. ### Artikel 63 @@ -858,7 +657,7 @@ d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of d **7.** Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. -**8.** Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend. +**8.** Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen en vorderingen verrekend. ### Artikel 64 @@ -868,11 +667,11 @@ d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of d **3.** Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. -**4.** In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. +**4.** In afwijking van het eerste en het derde lid kan er op de activa, bedoeld in artikel 59, vierde lid, extra worden afgeschreven. -**5.** In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. +**5.** In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. -**6.** Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. +**6.** In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. ### Artikel 65 @@ -888,33 +687,70 @@ d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of d **1.** -De door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders vast te stellen uitvoeringsinformatie bestaat: +De uitvoeringsinformatie bestaat uit: -a. uit een totaaloverzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld, ten tijde van de begroting; -b. uit een totaaloverzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld, ten tijde van de jaarstukken; -c. het verdelingsprincipe waarmee de taakvelden over de programma’s zijn verdeeld. +a. de productenraming en toelichting ten tijde van de begroting; +b. de productenrealisatie en toelichting ten tijde van de jaarstukken. -**2.** De raming onderscheidenlijk realisatie van het totaaloverzicht van de baten en lasten per taakveld is integraal en omvat dezelfde totaalbedragen als de begroting onderscheidenlijk de jaarstukken. +**2.** -**3.** Voor het overzicht met de gerealiseerde baten en lasten worden hetzelfde verdelingsprincipe en dezelfde indeling gebruikt als voor het overzicht met de ramingen. +De productenraming respectievelijk productenrealisatie bevat: -**4.** De voor de uitvoeringsinformatie te gebruiken taakvelden worden bij ministeriële regeling vastgesteld. +a. de uitwerking van de programma's in producten; +b. de geraamde respectievelijk gerealiseerde baten, lasten en het saldo per product; +c. het verdelingsprincipe waarmee de producten over de programma's zijn verdeeld. + +**3.** De productenraming respectievelijk productenrealisatie is integraal en omvat dezelfde totaalbedragen als de begroting respectievelijk de jaarstukken. + +**4.** Producten zijn eenheden waarin de programma's zijn onderverdeeld. + +**5.** De indeling van en de verdelingsprincipes behorende bij de productenrealisatie zijn identiek aan die van de productenraming. ### Artikel 67 -Vervallen +**1.** De toelichting op de productenraming bestaat ten minste uit een overzicht van kapitaallasten. + +**2.** + +De toelichting op de productenrealisatie bestaat ten minste uit: + +a. een overzicht van kapitaallasten; +b. een lijst van verbonden partijen; +c. de toelichting op onderhanden werk inzake grondexploitatie, bedoeld in artikel 38, onder a, onder 1 en onder b. ### Artikel 68 -Vervallen +In het overzicht van de kapitaallasten wordt de volgende informatie gegeven: + +a. de afschrijvingen; +b. de toegerekende rente. ### Artikel 69 -Vervallen +In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie verstrekt over verbonden partijen: + +a. de naam en de vestigingsplaats; +b. het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt; +c. de veranderingen die zich hebben voorgedaan gedurende het begrotingsjaar in het belang dat de gemeente onderscheidenlijk provincie in de verbonden partij heeft; +d. het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; +e. het resultaat van de verbonden partij. ### Artikel 70 -Vervallen +**1.** + +In de toelichting op het onderhanden werk inzake grondexploitatie wordt voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven: + +a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; +b. de vermeerderingen in het begrotingsjaar; +c. de verminderingen in het begrotingsjaar; +d. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar; +e. de geraamde nog te maken kosten en een onderbouwing hiervan; +f. de geraamde opbrengsten en een onderbouwing hiervan; +g. het geraamde eindresultaat; +h. een uiteenzetting van de wijze waarop eventuele nadelige resultaten worden opgevangen. + +**2.** Van de nog niet in exploitatie genomen gronden wordt de gemiddelde boekwaarde per m^2 vermeld. ## Hoofdstuk VII. Informatie voor derden @@ -922,42 +758,72 @@ Vervallen **1.** -Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders verstrekken aan Onze Minister en het CBS de volgende informatie voor derden : +Uit de productenraming wordt de volgende informatie voor derden gegenereerd: -a. de uitvoeringsinformatie, bedoeld in artikel 66, eerste lid; -b. de economische categorieën per taakveld; -c. de balansmutaties verbijzonderd naar economische categorie; -d. de ontwikkelingen per kwartaal van de balansstanden van de bij ministeriële regeling vast te stellen activa en passiva; -e. het aan de hand van een door het CBS beschikbaar gesteld model berekende EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag over het begrotingsjaar en het geraamde bedrag over het jaar volgend op het begrotingsjaar; -f. de actuele begroting; -g. de kengetallen als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder d; -h. de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren, waarvan gemeenten onderscheidenlijk provincies bronhouder zijn. +a. een conversietabel producten – programma's waarin wordt aangegeven: -**2.** +1. welke producten onder welk programma vallen, inclusief de verdeelsleutel; +2. wat de baten, de lasten en het saldo per product zijn; +b. een conversietabel producten – functies, waarin wordt aangegeven: -Bij ministeriële regeling wordt geregeld welke informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt: +1. de baten en lasten volgens de functionele indeling; +2. per functie de producten die er aan zijn toegerekend; +3. het verdelingsprincipe waarmee de producten over de functies zijn verdeeld; -a. ten tijde van het opstellen van de begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar; -b. ten tijde van het opstellen van de jaarrekening vóór 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar; en, -c. gedurende het begrotingsjaar per kwartaal, binnen een maand na afloop van het betreffende kwartaal. +**2.** De functionele indeling wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. -**3.** Het CBS toetst of de informatie voor derden tijdig en op de juiste wijze is verstrekt en kwalitatief op orde is. De resultaten daarvan worden medegedeeld aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders en Onze Minister. - -**4.** Bij belangrijke wijzigingen in de administratie kan Onze Minister een accountantsverklaring aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders vragen. - -**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de te verstrekken informatie voor derden en de wijze waarop dit geschiedt. +**3.** De informatie bedoeld in het eerste lid wordt voor 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, aan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten en het CBS gezonden. ### Artikel 72 -Vervallen +**1.** + +Uit de productenrealisatie wordt de volgende informatie voor derden gegenereerd: + +a. een conversietabel producten – programma's waarin wordt aangegeven: + +1. welke producten onder welk programma vallen, inclusief de verdeelsleutel; +2. wat de baten, de lasten en het saldo per product zijn; +b. verdelingsinformatie bestaande uit: + +1. de baten en lasten, kostenplaatsen en balansmutaties volgens de verdelingsmatrix; +2. per functie de producten die er aan zijn toegerekend; +3. het verdelingsprincipe waarmee de producten over de functies zijn verdeeld. + +**2.** De verdelingsmatrix wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. + +**3.** De informatie bedoeld in het eerste lid wordt voor 15 juli van het jaar, volgend op het begrotingsjaar, ondertekend door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college aan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten en het CBS gezonden. + +**4.** Het CBS toetst de informatie bedoeld in het eerste lid, onder b, onder 1, op plausibiliteit en stuurt de resultaten daarvan op naar gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college. + +**5.** Bij de informatie bedoeld in het eerste lid betreffende het begrotingsjaar 2004 wordt een accountantsverklaring gevraagd. Bij belangrijke wijzigingen in de administratie kan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten een accountantsverklaring aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college vragen. ### Artikel 73 -Vervallen +Indien de informatie voor derden niet voldoende inzicht biedt kan Onze Minister een deelverantwoording over een afzonderlijk deel van de provincie onderscheidenlijk gemeente vragen. ### Artikel 74 -Vervallen +**1.** + +Ieder kwartaal wordt de volgende informatie voor derden verstrekt: + +a. de baten en lasten, kostenplaatsen en balansmutaties volgens de verdelingsmatrix, als bedoeld in artikel 72, tweede lid; +b. de stand van zaken betreffende de volgende activa: + +1. de financiële vaste activa, als bedoeld in artikel 36, onder a tot en met d; +2. de uitzettingen, als bedoeld in artikel 39; +3. de liquide middelen, als bedoeld in artikel 40; +4. de overlopende activa; +c. de stand van zaken betreffende de volgende passiva: + +1. de vaste schulden, als bedoeld en onderverdeeld in artikel 46; +2. de netto-vlottende schulden, als bedoeld en onderverdeeld in artikel 48; +3. de overlopende passiva. + +**2.** De informatie genoemd in het eerste lid wordt, ondertekend door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college, binnen één maand na afloop van het kwartaal gezonden aan het CBS. + +**3.** Het CBS toetst de informatie bedoeld in het eerste lid op plausibiliteit en stuurt de resultaten daarvan op naar gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college. ## Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording @@ -967,11 +833,10 @@ Vervallen **2.** -De commissie draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van dit besluit, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording van gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen en provincies. De commissie draagt daartoe ten minste zorg voor: +De commissie draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van dit besluit. De commissie draagt daartoe ten minste zorg voor: -a. een document dat de eenduidige interpretatie van dit besluit bevordert; -b. het onderhouden van de Kadernota rechtmatigheid voor het geven van een visie ten aanzien de rechtmatigheidsverantwoording; -c. de beantwoording van vragen. +a. een document dat de eenduidige interpretatie bevordert; +b. de beantwoording van vragen. **3.** @@ -980,58 +845,40 @@ De commissie bestaat uit: a. één onafhankelijk voorzitter; b. één secretaris; c. drie leden werkzaam als financieel ambtenaar bij gemeenten; -d. twee leden werkzaam bij een provincie; -e. twee leden werkzaam bij of voor de waterschappen; -f. twee leden werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; -g. een lid werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu; -h. één lid werkzaam bij het Ministerie van Financiën; -i. één lid werkzaam bij het CBS; -j. twee leden werkzaam in de provinciale of gemeentelijke accountancy, waarvan één verbonden aan een van de vier grootste gemeenten; -k. één lid werkzaam als gemeentesecretaris; -l. één lid werkzaam als raadsgriffier of statengriffier; -m. één lid werkzaam bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. +d. één lid werkzaam bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; +e. twee leden werkzaam bij een provincie; +f. één lid werkzaam bij het Ministerie van Financiën; +g. één lid werkzaam bij het CBS; +h. één lid werkzaam in de provinciale of gemeentelijke accountancy; +i. één lid werkzaam als gemeentesecretaris; +j. één lid werkzaam als raadsgriffier of statengriffier; +k. één lid werkzaam als inspecteur bij de Inspectie Financiën Lokale en provinciale Overheden. **4.** De leden van de commissie hebben op persoonlijke titel zitting in de commissie en nemen deel aan de vergaderingen zonder last. -**5.** Onze Minister benoemt en ontslaat de voorzitter, bedoeld in het derde lid, onder a. +**5.** Onze Minister benoemt en ontslaat de voorzitter, bedoeld in het derde lid, onder a, wijst een secretaris aan uit een van zijn ambtenaren en voorziet in het secretariaat. **6.** -De voorzitter benoemt de leden, bedoeld in het derde lid, onder b tot en met m. De benoeming geschiedt op voordracht van: +De voorzitter benoemt de leden, bedoeld in het derde lid, onder c tot en met k. De benoeming geschiedt op voordracht van: -a. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor twee van de leden, bedoeld in het derde lid, onder c, en het lid, bedoeld in het derde lid, onder m; -b. de Vereniging Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid voor één van de leden, bedoeld in het derde lid, onder c; -c. het Interprovinciaal Overleg voor de leden, bedoeld in het derde lid onder d; -d. de Unie van Waterschappen voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder e; -e. Onze Minister voor de secretaris en voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder f; -f. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder g; -g. Onze Minister van Financiën voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder h; -h. het CBS voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder i; -i. het Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants voor de leden, bedoeld in het derde lid onder j; -j. de Vereniging van Gemeentesecretarissen voor het lid, bedoeld in het derde lid onder k; -k. de Vereniging van Griffiers voor het lid, bedoeld in het derde lid onder l. +a. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor twee van de leden, bedoeld in het derde lid onder c en voor het lid, bedoeld in het derde lid onder d; +b. de Vereniging Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid voor één van de leden, bedoeld in het derde lid onder c; +c. het Interprovinciaal Overleg voor de leden, bedoeld, in het derde lid onder e; +d. de Minister van Financiën voor het lid, bedoeld in het derde lid onder f; +e. het CBS voor het lid, bedoeld in het derde lid onder g; +f. de Vereniging van Gemeentesecretarissen voor het lid, bedoeld in het derde lid onder i; +g. Onze Minister voor het lid, bedoeld in het derde lid onder k. -Bij het besluit tot benoeming houdt de voorzitter rekening met in de commissie noodzakelijke kennis en ervaring. - -**7.** In overleg met de commissie kan de voorzitter een adviseur aanstellen. - -**8.** Het lidmaatschap van de commissie vervalt zodra een lid niet langer werkzaam is op het terrein, aangegeven in het derde lid, dan wel een instantie als genoemd in het zesde lid, onder a tot en met k, een andere persoon voordraagt als lid aan de voorzitter van de commissie. +**7.** Het lidmaatschap van de commissie vervalt zodra een lid niet langer werkzaam is op het terrein, aangegeven in het derde lid, dan wel een instanties als genoemd in het zesde lid onder a tot en met g, een andere persoon voordraagt als lid aan de voorzitter van de commissie. ## Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 76 -**1.** In afwijking van artikel 63, eerste lid, worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven. +**1.** In afwijking van artikel 63, eerste lid, worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven. -**2.** In afwijking van artikel 62, eerste lid, worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven. - -### Artikel 76a - -**1.** De artikelen 40a, 52a en 52b zijn niet van toepassing op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007. - -**2.** Op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007, zijn de artikelen 2, vierde lid, 19, 43, 44, tweede lid, 49, 55, eerste lid, 63, achtste lid, 64, derde lid, van toepassing zoals deze golden op 9 juli 2007. - -**3.** Gemeenten die meerjarige specifieke uitkeringen ontvangen, waarvan de meerjarige uitkeringsperiode vóór 1-1-2007 aanving, kunnen hierover verantwoording afleggen op grond van de artikelen 44, tweede lid, 49 en 55, eerste lid zoals deze golden op 9 juli 2007. +**2.** In afwijking van artikel 62, eerste lid, worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven. ### Artikel 77