diff --git a/amvb/besluit-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017681/README.md b/amvb/besluit-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017681/README.md index 4ccee273a5c..36848f7f021 100644 --- a/amvb/besluit-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017681/README.md +++ b/amvb/besluit-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017681/README.md @@ -66,10 +66,11 @@ n. staat van de exploitant: staat waarin de exploitant van een luchtvaartuig zij o. staat van registratie: staat waar een luchtvaartuig is geregistreerd; p. exploitant van een luchtvaartuig: iedere natuurlijk persoon, iedere rechtspersoon met of zonder winstoogmerk of ieder overheidslichaam met of zonder rechtspersoonlijkheid dat een of meer luchtvaartuigen exploiteert of voornemens is te exploiteren; q. staat met aanmerkelijk belang: in geval van een voorval met een zeeschip, staat die tot een van de bij ministeriële regeling aangewezen categorieën behoort; -r. spoorweg: een spoorwegsysteem als bedoeld in richtlijn 2004/49/EG, voor zover dat systeem is aangewezen in het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen; +r. spoorweg: een spoorwegsysteem van de Europese Unie als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder 1, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn, voor zover dat systeem is aangewezen in het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen; s. ernstig ongeval in verband met een spoorweg: een botsing of ontsporing van treinen, waarbij ten minste één persoon omkomt of vijf of meer personen ernstig gewond raken of grote schade aan het rollend materieel, de infrastructuur of het milieu wordt veroorzaakt, dan wel een soortgelijk ongeval dat duidelijk consequenties heeft voor de regelgeving op het gebied van de veiligheid op het spoor of het veiligheidsbeheer, waarbij onder «grote schade» wordt verstaan schade waarvan de totale kosten onmiddellijk door de onderzoekende instantie op ten minste € 2 miljoen kunnen worden geraamd; -t. richtlijn 2004/49/EG: richtlijn nr. 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering («Spoorwegveiligheidsrichtlijn») (PbEG L 220); -u. Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie: de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen dienst, belast met de taken van de veiligheidsinstantie, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van richtlijn 2004/49/EG. +t. spoorwegveiligheidsrichtlijn: richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PbEU 2016, L 138); +u. Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie: de door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen dienst, belast met de taken van de nationale veiligheidsinstantie, bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn; +v. Europees Spoorwegbureau: het Spoorwegbureau van de Europese Unie, bedoeld in Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016, L 138). **2.** Onder een luchtvaartongeval wordt mede verstaan een gebeurtenis die samenhangt met het gebruik van een onbemand luchtvaartuig en plaatsvindt tijdens de periode vanaf de start tot en met de landing en waarbij de in het eerste lid onderdeel d onder 1 tot en met 3 genoemde gevolgen zich hebben voorgedaan. @@ -193,6 +194,8 @@ k. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig luchtvaartincident als bedo **2.** In geval internationale verdragen of regelingen Onze Minister wie het aangaat verplichten tot het melden van een voorval aan een andere staat, de Commissie van de Europese Gemeenschappen of een internationale organisatie, geeft de raad de ontvangen melding terstond door aan Onze Minister wie het aangaat. +**3.** Bij een melding in geval van een voorval in verband met een spoorweg of een andere railweg in Nederland, wordt alle beschikbare informatie over het voorval verstrekt. In voorkomend geval wordt de melding geactualiseerd zodra ontbrekende informatie beschikbaar wordt. + ### Paragraaf 5. Onderzoek ### Artikel 9a @@ -231,9 +234,19 @@ Bij het onderzoek naar een scheepvaartongeval, een ernstig scheepvaartongeval of ### Artikel 11d -**1.** Indien de raad naar aanleiding van een onderzoek naar een voorval in verband met een spoorweg een aanbeveling doet, richt hij deze tot de Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie, en, als de aard van de aanbeveling dat vereist, tot andere bestuursorganen of tot andere lidstaten. +**1.** De raad biedt in geval van een voorval in verband met een spoorweg of een andere railweg in Nederland aan de betrokken infrastructuurbeheerder en spoorwegondernemingen, de Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie, het Europees Spoorwegbureau, de slachtoffers en hun familieleden, de eigenaren van beschadigde eigendommen, fabrikanten, de betrokken noodhulpdiensten en vertegenwoordigers van het personeel en de gebruikers de mogelijkheid om relevante technische informatie te leveren om de kwaliteit van het onderzoeksrapport te verbeteren. -**2.** De Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie en de in het eerste lid bedoelde andere bestuursorganen alsmede andere lidstaten tot welke de aanbevelingen zijn gericht, laten de raad ten minste eenmaal per jaar weten welke maatregelen zij naar aanleiding van de aanbeveling hebben genomen of nog zullen nemen. +**2.** De raad neemt de redelijke behoeften van de slachtoffers en hun familieleden in aanmerking en houdt hen op de hoogte van de voortgang van het onderzoek. + +### Artikel 11e + +De raad publiceert in geval van een voorval in verband met een spoorweg of een andere railweg in Nederland ten minste eenmaal per jaar een tussentijdse verklaring over het onderzoek indien het eindrapport niet binnen twaalf maanden na het voorval kan worden uitgebracht. In de tussentijdse verklaring gaat de raad in op de voortgang van het onderzoek en eventuele veiligheidskwesties die aan het licht zijn gekomen. + +### Artikel 11f + +**1.** Indien de raad naar aanleiding van een onderzoek naar een voorval in verband met een spoorweg een aanbeveling doet, richt hij deze tot de Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie, en, als de aard van de aanbeveling dat vereist, tot andere bestuursorganen, andere lidstaten of het Europees Spoorwegbureau. + +**2.** De Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie en de in het eerste lid bedoelde andere bestuursorganen, andere lidstaten of het Europees Spoorwegbureau tot welke de aanbevelingen zijn gericht, laten de raad ten minste eenmaal per jaar weten welke maatregelen zij naar aanleiding van de aanbeveling hebben genomen of nog zullen nemen. ### Paragraaf 6. Informatiemateriaal @@ -245,7 +258,7 @@ Indien, in geval van een luchtvaartongeval, door de staat van registratie, de st ### Artikel 13 -Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het in daarbij aangewezen gevallen toezenden van het rapport, aan een buitenlandse staat, de Commissie van de Europese Gemeenschappen, het Europees Spoorwegbureau, genoemd in artikel 1 van verordening nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad van Europa van 29 april 2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau («Spoorwegbureauverordening») dan wel een internationale organisatie. +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het in daarbij aangewezen gevallen toezenden van het rapport, aan een buitenlandse staat, de Commissie van de Europese Gemeenschappen, het Europees Spoorwegbureau, een internationale organisatie of andere derden. ### Paragraaf 8. Onderzoek door een ander land