2002-06-01 | BWBR0003659 | Wet tot behoud van cultuurbezit
This commit is contained in:
parent
5ee3ab6e8a
commit
94e02c999e
1 changed files with 90 additions and 42 deletions
|
|
@ -18,9 +18,9 @@ citeertitel: Wet tot behoud van cultuurbezit
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. beschermd cultureel erfgoed: een beschermd voorwerp, een roerende zaak als bedoeld in artikel 14*a* of een cultuurgoed als bedoeld in artikel 14*b*.
|
||||
b. beschermd voorwerp: een roerende zaak van cultuur-historische of wetenschappelijke betekenis die zelfstandig of als onderdeel van een verzameling voor het Nederlands cultuurbezit behoort te worden behouden en daartoe is geplaatst op de ingevolge deze wet te houden lijst of deel uitmaakt van een op deze lijst geplaatste verzameling;
|
||||
c. verzameling: roerende zaken, die uit cultuur-historisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar behoren;
|
||||
a. beschermd voorwerp: een roerende zaak die op grond van artikel 2 is aangewezen als beschermd voorwerp, dan wel ingevolge artikel 3, derde lid, of artikel 3b, derde lid, beschermd voorwerp is;
|
||||
b. verzameling: roerende zaken, die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar behoren;
|
||||
c. beschermde verzameling: een verzameling die op grond van artikel 3 is aangewezen als beschermde verzameling;
|
||||
d. de Raad: de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2*a* van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
|
||||
e. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
|
||||
f. de inspecteur: de als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar.
|
||||
|
|
@ -31,48 +31,87 @@ f. de inspecteur: de als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambten
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst, de Raad gehoord, roerende zaken aan als beschermd voorwerp door deze of de verzameling waarvan zij onderdeel uitmaken, op een lijst van beschermde voorwerpen te plaatsen. In spoedgevallen kan Onze Minister een voorwerp of verzameling op de lijst plaatsen voordat het advies van de Raad is ingewonnen; tegelijkertijd wordt het advies van de Raad over de plaatsing gevraagd.
|
||||
**1.** Onze Minister kan, de Raad gehoord, roerende zaken van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als onvervangbaar en onmisbaar behoren te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit, aanwijzen als beschermd voorwerp.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt, gehoord de eigenaar en de Raad, vast welke voorwerpen tot een op de lijst geplaatste verzameling behoren. Deze beschrijving van de verzameling wordt bij de lijst gevoegd.
|
||||
**2.** Onvervangbaar als bedoeld in het eerste lid is een roerende zaak, waarvan geen of nagenoeg geen andere gelijke of gelijksoortige voorwerpen in goede staat in Nederland aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Bij elke plaatsing op de lijst wordt de reden van de plaatsing vermeld. Slechts met toestemming van de eigenaar mag deze vermelding of de ingevolge de tweede volzin van het tweede lid bij de lijst gevoegde beschrijving van een verzameling een aanduiding bevatten van de naam van de eigenaar of een zijner verwanten dan wel van de verblijfplaats van een voorwerp of een verzameling.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan, de Raad gehoord, een voorwerp of een verzameling van de lijst schrappen, omschrijving en aanduidingen wijzigen en voorwerpen aan de beschrijving van een verzameling toevoegen of daarvan schrappen.
|
||||
Onmisbaar als bedoeld in het eerste lid is een roerende zaak, die tenminste een van de volgende functies heeft:
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister maakt een adviesaanvrage aan de Raad inzake een voornemen tot schrapping van een voorwerp of verzameling van de lijst of tot wijziging in de vermelding daarvan op de lijst te voren bekend in de Nederlandse Staatscourant.
|
||||
a. een symboolfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als duidelijke herinnering aan personen of gebeurtenissen, die voor de Nederlandse geschiedenis van overtuigend belang zijn;
|
||||
b. een schakelfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als wezenlijk element in een ontwikkeling, die voor de wetenschapsbeoefening, met inbegrip van de beoefening der cultuurgeschiedenis, in Nederland van overtuigend belang is;
|
||||
c. een ijkfunctie, waaronder wordt verstaan de functie van een roerende zaak als wezenlijke bijdrage in het onderzoek of de kennis van andere belangrijke voorwerpen van kunst of wetenschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Indien in een spoedgeval de Raad nog niet is gehoord over de plaatsing van een voorwerp of verzameling op de lijst, wordt dat bij de bekendmaking van het desbetreffende besluit vermeld.
|
||||
**1.** Onze Minister kan, de eigenaar en de Raad gehoord, een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die hetzij als zodanig, hetzij door een of meer van de roerende zaken die er een wezenlijk onderdeel van uitmaken, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit, aanwijzen als beschermde verzameling. De aanwijzing gaat vergezeld van een algemene omschrijving van de beschermde verzameling en van een opsomming van de roerende zaken die tot de beschermde verzameling behoren.
|
||||
|
||||
**2.** Een afschrift van de lijst en van de daarbij gevoegde beschrijvingen, zonder vermelding van eigenaren en verblijfplaatsen van de beschermde voorwerpen en verzamelingen, ligt kosteloos voor een ieder ter inzage ten departemente van Onze Minister. Afschrift daarvan wordt tegen vergoeding van de kosten verstrekt.
|
||||
**2.** Artikel 2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur voorschriften vast over de inrichting van de lijst, over de beschrijving van verzamelingen en over de vorm en wijze, waarop de in deze wet genoemde kennisgevingen dienen te geschieden.
|
||||
**3.** Iedere roerende zaak die deel uitmaakt van een opsomming als bedoeld in het eerste lid is een beschermd voorwerp.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** In spoedgevallen kan Onze Minister roerende zaken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of een verzameling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, als beschermd voorwerp onderscheidenlijk als beschermde verzameling aanwijzen, voordat het advies van de Raad is ingewonnen. In dat geval wordt het advies van de Raad gevraagd tegelijkertijd met de aanwijzing.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de bekendmaking van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vermeldt Onze Minister dat de Raad nog niet is gehoord.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister op grond van artikel 3a een verzameling als beschermde verzameling aanwijst, kan hij, in afwijking van artikel 3, eerste lid, tweede volzin, bij de aanwijzing volstaan met een algemene omschrijving van die verzameling.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt zo spoedig mogelijk na een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, de eigenaar en de Raad gehoord, alsnog een opsomming vast van de tot de beschermde verzameling behorende roerende zaken.
|
||||
|
||||
**3.** Zolang nog geen opsomming van de beschermde verzameling is vastgesteld, is iedere roerende zaak die redelijkerwijs onder de algemene omschrijving van die beschermde verzameling valt, een beschermd voorwerp.
|
||||
|
||||
### Artikel 3c
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister houdt van de beschermde voorwerpen en beschermde verzamelingen een lijst van beschermde voorwerpen bij.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Op de lijst wordt in ieder geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. voorzover het betreft een beschermd voorwerp: een beschrijving van dat beschermd voorwerp en de reden tot aanwijzing daarvan, en
|
||||
b. voorzover het betreft een beschermde verzameling: een algemene omschrijving van die beschermde verzameling, een opsomming van de beschermde voorwerpen die tot die beschermde verzameling behoren, en de reden tot aanwijzing van die beschermde verzameling.
|
||||
|
||||
**3.** Een vermelding op de lijst mag slechts met toestemming van de eigenaar een aanduiding bevatten van de naam van de eigenaar of een zijner verwanten dan wel van de verblijfplaats van het beschermd voorwerp of de beschermde verzameling.
|
||||
|
||||
**4.** Een afschrift van de lijst, zonder vermelding van eigenaren en verblijfplaatsen van de beschermde voorwerpen en beschermde verzamelingen, ligt kosteloos voor een ieder ter inzage op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Afschrift daarvan wordt tegen vergoeding van de kosten verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3d
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan ambtshalve of op verzoek van de eigenaar wijzigingen aanbrengen in de beschrijving van een beschermd voorwerp dan wel in de algemene omschrijving of de opsomming van een beschermde verzameling, een en ander voorzover het betreft verbetering van gegevens van feitelijke aard.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan, de Raad gehoord, de aanwijzing als beschermd voorwerp of als beschermde verzameling beëindigen, de reden tot aanwijzing wijzigen en roerende zaken aan de opsomming van een beschermde verzameling toevoegen of in die opsomming schrappen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Plaatsing van een voorwerp op de lijst of op de beschrijving van een verzameling kan slechts met instemming van de eigenaar indien het
|
||||
Aanwijzing van een roerende zaak als beschermd voorwerp of opneming van een roerende zaak in de opsomming van een beschermde verzameling kan slechts met toestemming van de eigenaar, indien deze zaak:
|
||||
|
||||
a. eigendom is van zijn vervaardiger of van de erfgenaam van de vervaardiger;
|
||||
b. eigendom is van degene die het in Nederland heeft gebracht of degene die het binnen vijf jaar, nadat het in Nederland is gebracht, heeft verworven of hun erfgenaam.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde in het vorige lid is ook van toepassing op een erfgenaam, die het voorwerp anders dan door vererving heeft verkregen.
|
||||
**2.** Het bepaalde in het vorige lid is ook van toepassing op een erfgenaam, die de roerende zaak anders dan door vererving heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing op een erfgenaam tot dertig jaar of voorzover het archiefbescheiden betreft vijftig jaar na het overlijden van de erflater.
|
||||
|
||||
**4.** Het terugvoeren naar Nederland van een voorwerp dat tijdelijk buiten Nederland heeft verbleven, geldt niet als het in Nederland brengen in de zin van het eerste lid.
|
||||
**4.** Indien de eigendom, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, toebehoort aan of is verworven door een rechtspersoon, is het eerste lid slechts van toepassing tot dertig jaar of voorzover het archiefbescheiden betreft vijftig jaar nadat de rechtspersoon het voorwerp in Nederland heeft doen brengen onderscheidenlijk de eigendom van het voorwerp binnen vijf jaar, nadat het in Nederland is gebracht, heeft verworven.
|
||||
|
||||
**5.** Het terugvoeren naar Nederland van een roerende zaak die tijdelijk buiten Nederland heeft verbleven, geldt niet als het in Nederland brengen in de zin van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een voorwerp, een verzameling of een deel daarvan:
|
||||
Indien een roerende zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, een verzameling of een deel daarvan:
|
||||
|
||||
a. berust onder iemand die tijdelijk zijn woonplaats naar Nederland verplaatst;
|
||||
b. door een niet-ingezetene wordt uitgeleend voor tentoonstelling in Nederland;
|
||||
c. wegens hiermee vergelijkbare omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister, de Raad gehoord, niet in Nederland thuis behoort; zegt Onze Minister desgevraagd of eigener beweging toe, dat het niet op de lijst zal worden geplaatst.
|
||||
c. wegens hiermee vergelijkbare omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister, de Raad gehoord, niet in Nederland thuis behoort; zegt Onze Minister desgevraagd of eigener beweging toe, dat deze niet wordt aangewezen als beschermd voorwerp onderscheidenlijk beschermde verzameling.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister trekt de toezegging in, wanneer de omstandigheden, op grond waarvan zij is gedaan niet meer aanwezig zijn. In zulk een geval gaat Onze Minister niet over tot toepassing van deze wet binnen één jaar na de datum van intrekking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -80,29 +119,29 @@ c. wegens hiermee vergelijkbare omstandigheden naar het oordeel van Onze Ministe
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Plaatsing op de lijst geldt tevens als aanwijzing in de zin van artikel 1 van de op 17 november 1970 te Parijs tot stand gekomen overeenkomst (*Trb.* 1972, nr. 50) inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden.
|
||||
Aanwijzing als beschermd voorwerp geldt tevens als aanwijzing in de zin van artikel 1 van de op 17 november 1970 te Parijs tot stand gekomen overeenkomst (*Trb.* 1972, nr. 50) inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden een beschermd voorwerp ter veiling te brengen, te vervreemden, te bezwaren, te verhuren, in bruikleen te geven of bij boedelscheiding aan een niet-ingezetene toe te delen, alvorens de daartoe strekkende ontwerpovereenkomst aan de inspecteur is gemeld. Het is verboden de verblijfplaats van een beschermd voorwerp te wijzigen alvorens het voornemen daartoe aan de inspecteur is gemeld.
|
||||
**1.** Het is verboden een beschermd voorwerp ter veiling te brengen, te vervreemden, te bezwaren, te verhuren, in bruikleen te geven of bij boedelscheiding aan een niet-ingezetene toe te delen, alvorens het voornemen daartoe schriftelijk aan de inspecteur is gemeld. Het is verboden de verblijfplaats van een beschermd voorwerp te wijzigen alvorens het voornemen daartoe schriftelijk aan de inspecteur is gemeld.
|
||||
|
||||
**2.** Gedurende een maand na de datum van verzending van de melding is het verboden zonder toestemming van de inspecteur of van Onze Minister een in het eerste lid bedoelde handeling te verrichten. Tenzij na melding van het ter veiling brengen van een beschermd voorwerp door Onze Minister daartegen geen bedenkingen zijn aangevoerd of naar aanleiding van het ter veiling brengen van een voorwerp artikel 2, eerste lid, tweede volzin, toepassing heeft gevonden, kan Onze Minister deze termijn met ten hoogste drie maanden verlengen. Dit lid is niet van toepassing indien de melding slechts het voornemen tot verplaatsing binnen Nederland betreft.
|
||||
**2.** Gedurende vier weken na de datum van verzending van de melding is het verboden zonder toestemming van de inspecteur of van Onze Minister een in het eerste lid bedoelde handeling te verrichten. Tenzij na melding van het ter veiling brengen van een beschermd voorwerp door Onze Minister daartegen geen bedenkingen zijn aangevoerd of naar aanleiding van het ter veiling brengen van een roerende zaak artikel 3a, eerste lid, toepassing heeft gevonden, kan Onze Minister deze termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Dit lid is niet van toepassing indien de melding slechts het voornemen tot verplaatsing binnen Nederland betreft.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een in het eerste lid bedoelde handeling strekt tot het brengen van een beschermd voorwerp buiten Nederland, kan slechts Onze Minister toestemming geven, de Raad gehoord. Na verloop van de al dan niet verlengde termijn van het vorige lid zonder dat bedenkingen zijn aangevoerd, bevestigt Onze Minister binnen acht dagen na een verzoek daartoe schriftelijk dat geen bedenkingen bestaan tegen een handeling, mits verricht binnen een jaar na melding. In de bevestiging worden de handeling en de datum aangegeven.
|
||||
**3.** Indien een in het eerste lid bedoelde handeling strekt tot het brengen van een beschermd voorwerp buiten Nederland, kan slechts Onze Minister toestemming geven. Na verloop van de al dan niet verlengde termijn van het vorige lid zonder dat bedenkingen zijn aangevoerd, bevestigt Onze Minister binnen acht dagen na een verzoek daartoe schriftelijk dat geen bedenkingen bestaan tegen een handeling, mits verricht binnen een jaar na melding. In de bevestiging worden de handeling en de datum aangegeven.
|
||||
|
||||
**4.** Een in het eerste lid bedoelde handeling is eveneens verboden nadat Onze Minister hem die de melding heeft gedaan, binnen de al dan niet verlengde termijn van het tweede lid, schriftelijk in kennis heeft gesteld van zijn bedenkingen tegen de handeling. De bedenkingen kunnen slechts zijn gegrond op de overweging dat het teloorgaan van het voorwerp voor het in Nederland aanwezige cultuurbezit te duchten is.
|
||||
**4.** Een in het eerste lid bedoelde handeling is eveneens verboden nadat Onze Minister hem die de melding heeft gedaan, binnen de al dan niet verlengde termijn van het tweede lid, schriftelijk in kennis heeft gesteld van zijn bedenkingen tegen de handeling. De bedenkingen kunnen slechts zijn gegrond op de overweging dat het teloorgaan van het beschermd voorwerp voor het in Nederland aanwezige cultuurbezit te duchten is.
|
||||
|
||||
**5.** Alvorens bedenkingen aan te voeren hoort Onze Minister de Raad.
|
||||
**5.** Indien geen bedenkingen zijn aangevoerd, is een handeling als bedoeld in het eerste lid betreffende hetzelfde beschermd voorwerp opnieuw verboden, nadat een jaar is verstreken sinds de datum van de melding.
|
||||
|
||||
**6.** Een overeenkomstig het eerste lid bedoelde handeling is voorts, indien daartegen geen bedenkingen zijn aangevoerd, opnieuw verboden nadat een jaar sedert de datum van de melding is verstreken. Indien Onze Minister overeenkomstig artikel 13, eerste lid, heeft medegedeeld van het aanvoeren van bedenkingen af te zien, begint dit jaar te lopen op de dag waarop deze mededeling wordt verzonden.
|
||||
**6.** Indien bedenkingen zijn aangevoerd en Onze Minister deze intrekt, is een handeling als bedoeld in het eerste lid betreffende hetzelfde beschermd voorwerp opnieuw verboden, nadat een jaar is verstreken sinds de dag waarop die intrekking aan de eigenaar is meegedeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Onze Minister kan in de kennisgeving als bedoeld in het vierde lid van het vorige artikel meedelen dat het verbod niet geldt voor zover aan de gemelde handeling uitvoering wordt gegeven met inachtneming van de door hem in die kennisgeving vermelde voorschriften. Deze voorschriften mogen slechts strekken ter voorkoming van het teloorgaan van het beschermde voorwerp voor het in Nederland aanwezige cultuurbezit.
|
||||
Onze Minister kan in zijn in artikel 7, vierde lid, bedoelde kennisgeving meedelen dat het verbod niet geldt voorzover aan de gemelde handeling uitvoering wordt gegeven met inachtneming van de door hem in die kennisgeving vermelde voorschriften. Deze voorschriften mogen slechts strekken ter voorkoming van het teloorgaan van het beschermd voorwerp voor het in Nederland aanwezige cultuurbezit.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar van een beschermd voorwerp is verplicht degene aan wie hij het voorwerp vervreemdt of aan wie hij met betrekking tot het voorwerp rechten verleent te voren in te lichten over de plaatsing op de lijst.
|
||||
**1.** De eigenaar van een beschermd voorwerp is verplicht degene aan wie hij het voorwerp vervreemdt of aan wie hij met betrekking tot het voorwerp rechten verleent te voren in te lichten over dat dat voorwerp is aangewezen als beschermd voorwerp.
|
||||
|
||||
**2.** Hij die een beschermd voorwerp onder zich heeft is verplicht het aan de inspecteur op diens aanvraag te tonen en de vermissing of het teniet gaan ervan onverwijld aan hem te melden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -110,21 +149,30 @@ Onze Minister kan in de kennisgeving als bedoeld in het vierde lid van het vorig
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een kennisgeving van Onze Minister tot het aanvoeren van bedenkingen geldt gedurende acht maanden als aanbod van de Staat tot aankoop op de in de artikelen 11 en 12 geregelde wijze van het beschermde voorwerp door de Staat voorzover:
|
||||
Een kennisgeving van Onze Minister tot het aanvoeren van bedenkingen geldt gedurende drie maanden als aanbod van de Staat tot aankoop op de in artikel 12 geregelde wijze van het beschermd voorwerp door de Staat voorzover:
|
||||
|
||||
a. bedenkingen zijn aangevoerd tegen vervreemding daarvan of
|
||||
b. bedenkingen zijn aangevoerd tegen toedeling daarvan aan een niet-ingezetene of
|
||||
c. bedenkingen zijn aangevoerd tegen verplaatsing naar de - buiten Nederland gelegen - vaste woonplaats van de eigenaar.
|
||||
|
||||
**2.** Het aanvoeren van bedenkingen geldt niet als een aanbod tot aankoop, indien bij de kennisgeving daarvan een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 8.
|
||||
**2.** Onze Minister en de eigenaar van het beschermd voorwerp kunnen de in het eerste lid bedoelde termijn in onderling overleg verlengen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde termijn wordt opgeschort, zolang over een aanbod van de Staat tot aankoop van een beschermd voorwerp:
|
||||
|
||||
a. bij de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage een procedure als bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhangig is, of
|
||||
b. tussen de Staat en de eigenaar een overeenkomst tot arbitrage bestaat.
|
||||
|
||||
**4.** Het aanvoeren van bedenkingen geldt niet als een aanbod tot aankoop, indien bij de kennisgeving daarvan een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 8.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Indien bedenkingen zijn aangevoerd tegen verkoop kan overdracht aan de Staat slechts geschieden tegen hetzelfde geldsbedrag en onder dezelfde betalingsbedingen als in de aangemelde ontwerp-koopovereenkomst, mits de Raad in haar ingevolge artikel 7, vijfde lid, uitgebrachte advies dit eenstemmig heeft voorgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Indien artikel 11 niet van toepassing is, treedt Onze Minister onverwijld na de kennisgeving van bedenkingen als bedoeld in artikel 7, vierde lid, met de eigenaar in onderhandeling over de koopprijs en de overige verkoopvoorwaarden.
|
||||
**1.** Onze Minister treedt onverwijld na de kennisgeving van bedenkingen als bedoeld in artikel 7, vierde lid, met de eigenaar in onderhandeling over de koopprijs en de overige verkoopvoorwaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de onderhandelingen niet tot overeenstemming leiden, wordt de prijs op verzoek van de meest gerede partij vastgesteld door de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, tenzij de eigenaar te kennen geeft af te zien van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde handeling of Onze Minister de daartegen aangevoerde bedenkingen intrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -134,13 +182,13 @@ Indien bedenkingen zijn aangevoerd tegen verkoop kan overdracht aan de Staat sle
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Binnen één maand nadat de koopprijs ingevolge de artikelen 11 en 12 onherroepelijk is vastgesteld, kan Onze Minister aan de eigenaar meedelen van het aanvoeren van bedenkingen af te zien en kan de eigenaar mededelen van het verrichten van de gemelde handelingen af te zien.
|
||||
**1.** Binnen één maand nadat de koopprijs ingevolge artikel 12 onherroepelijk is vastgesteld, kan Onze Minister aan de eigenaar meedelen van het aanvoeren van bedenkingen af te zien en kan de eigenaar mededelen van het verrichten van de gemelde handelingen af te zien.
|
||||
|
||||
**2.** Indien aan het bepaalde in het vorige lid geen uitvoering wordt gegeven geldt de vastgestelde koopprijs als overeengekomen tussen partijen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover ingevolge artikel 7 aangevoerde bedenkingen die niet hebben geleid tot aankoop door de Staat en evenmin hebben geleid tot toepassing van artikel 11, het nut van bepaalde uitgaven van een belanghebbende teniet hebben gedaan, vergoedt de Staat deze uitgaven. De Staat vergoedt geen uitgaven die wegens de mogelijkheid dat bedenkingen zouden worden aangevoerd redelijkerwijs achterwege hadden moeten blijven. De aanvraag wordt gericht tot Onze Minister.
|
||||
**1.** Voorzover ingevolge artikel 7 aangevoerde bedenkingen die niet hebben geleid tot aankoop door de Staat, het nut van bepaalde uitgaven van een belanghebbende teniet hebben gedaan, vergoedt de Staat deze uitgaven. De Staat vergoedt geen uitgaven die wegens de mogelijkheid dat bedenkingen zouden worden aangevoerd redelijkerwijs achterwege hadden moeten blijven. De aanvraag wordt gericht tot Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Geschillen voortvloeiend uit dit artikel worden berecht door de rechter te 's-Gravenhage.
|
||||
|
||||
|
|
@ -156,7 +204,7 @@ Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt eveneens ten aanzien van een roeren
|
|||
|
||||
a. een inventarislijst van roerende zaken van cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis waarvan een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, of een ander genootschap op religieuze grondslag eigenaar is;
|
||||
b. een openbare collectie die vermeld staat in de inventarislijst van een museum, een archief of een vaste collectie van een bibliotheek, en waarvan de eigendom berust bij een privaatrechtelijke rechtspersoon die in overwegende mate wordt gefinancierd door subsidie, die door de Staat of een ander overheidslichaam wordt verstrekt en die door Onze Minister voor de toepassing van dit verbod is aangewezen;
|
||||
c. de inventarislijst die door de Rijksdienst beeldende kunst wordt bijgehouden van roerende zaken van cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis.
|
||||
c. de inventarislijst die door Onze Minister wordt bijgehouden van roerende zaken van cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -164,9 +212,9 @@ c. de inventarislijst die door de Rijksdienst beeldende kunst wordt bijgehouden
|
|||
|
||||
### Artikel 14b
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister of van een andere bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3911/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 december 1992 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen (*PbEG* L 395), cultuurgoederen die behoren tot een categorie, vermeld in de bijlage bij genoemde verordening, uit te voeren buiten het grondgebied van de lid-staten van de Europese Unie of van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister of van een andere bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3911/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 december 1992 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen (*PbEG* L 395), cultuurgoederen die behoren tot een categorie, vermeld in de bijlage bij genoemde verordening, uit te voeren buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan bepalen dat het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet geldt ten aanzien van oudheidkundige voorwerpen ouder dan honderd jaren, die afkomstig zijn van opgravingen en vondsten op het land en in de zee dan wel van oudheidkundige locaties, wanneer deze goederen van beperkt archeologisch of wetenschappelijk belang zijn en mits zij niet rechtstreeks afkomstig zijn van opgravingen, vondsten en archeologische locaties in een lid-staat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en zij zich legaal op de markt bevinden.
|
||||
**2.** Onze Minister kan bepalen dat het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet geldt ten aanzien van oudheidkundige voorwerpen ouder dan honderd jaren, die afkomstig zijn van opgravingen en vondsten op het land en in de zee dan wel van oudheidkundige locaties, wanneer deze goederen van beperkt archeologisch of wetenschappelijk belang zijn en mits zij niet rechtstreeks afkomstig zijn van opgravingen, vondsten en archeologische locaties in een lidstaat van de Europese Unie, en zij zich legaal op de markt bevinden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Handhaving
|
||||
|
||||
|
|
@ -174,7 +222,7 @@ c. de inventarislijst die door de Rijksdienst beeldende kunst wordt bijgehouden
|
|||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de inspecteur en de bij besluit van Onze Minister daartoe aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Met het toezicht op de naleving van het bij de artikelen 14*a* en 14*b* bepaalde zijn tevens belast de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
|
||||
**2.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 14*a* en 14*b* bepaalde zijn tevens belast de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
|
|
@ -184,13 +232,15 @@ c. de inventarislijst die door de Rijksdienst beeldende kunst wordt bijgehouden
|
|||
|
||||
Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast:
|
||||
|
||||
a. de inspecteur en de in artikel 15, eerste lid, bedoelde ambtenaren, voor zover zij daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie zijn aangewezen;
|
||||
a. de inspecteur en de in artikel 15, eerste lid, bedoelde ambtenaren, voorzover zij daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie zijn aangewezen;
|
||||
b. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
|
||||
Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voorzover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn belast met het op verzoek van een lid-staat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte opsporen van een door die staat in het verzoek omschreven roerende zaak die krachtens de nationale wetgeving van die staat een cultuurgoed is in de zin van artikel 1, onder 1, van richtlijn nr. 93/7/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1993 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lid-staat zijn gebracht (*PbEG* L 74), mits die zaak in de zin van die richtlijn op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van die staat is gebracht.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn belast met het op verzoek van een lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte opsporen van een door die staat in het verzoek omschreven roerende zaak die krachtens de nationale wetgeving van die staat een cultuurgoed is in de zin van artikel 1, onder 1, van richtlijn nr. 93/7/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1993 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht (*PbEG* L 74), mits die zaak in de zin van die richtlijn op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van die staat is gebracht.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
**3.** Een wijziging van de richtlijn nr. 93/7/EEG gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -198,7 +248,7 @@ De inspecteur en de in de artikelen 15, eerste lid, en 16 bedoelde ambtenaren zi
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
De inspecteur en de in artikel 15, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd te vorderen dat de bewoner hun beschermd cultureel erfgoed dat in de woning aanwezig is, toont.
|
||||
De inspecteur en de in artikel 15, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd te vorderen dat de bewoner hun een beschermd voorwerp, een roerende zaak als bedoeld in artikel 14a, of een cultuurgoed als bedoeld in artikel 14b, die in de woning aanwezig zijn, toont.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -216,6 +266,4 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden ges
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Deze wet kan worden aangehaald als "Wet tot behoud van cultuurbezit".
|
||||
|
||||
**2.** Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip dat voor elk van de artikelen verschillend kan zijn.
|
||||
Deze wet wordt aangehaald als: Wet tot behoud van cultuurbezit.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue