From 94e1017f81fdaa72703209fa3dce6f8e4e6e4fd0 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 13 Jun 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-06-13 | BWBR0011919 | Wet bevordering eigenwoningbezit --- .../BWBR0011919/README.md | 140 +++++++++++------- 1 file changed, 83 insertions(+), 57 deletions(-) diff --git a/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md b/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md index 0ec28f99e4c..c46b3ec6dab 100644 --- a/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md +++ b/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md @@ -29,16 +29,18 @@ f. financieringslast: te betalen bedrag aan rente over en aflossing van de hypot g. financieringslastnorm: gedeelte van de financieringslast dat per maand ten minste voor rekening van de eigenaar-bewoner blijft, uitgedrukt in een percentage van het toetsinkomen; h. fiscaal effect: naar een maandbedrag herrekend jaarlijks terugkerend belastingvoordeel dat een huishouden met een eigen woning heeft ten opzichte van andere huishoudens, gebaseerd op aftrekbaarheid van het blijkens de geldleningsovereenkomst te betalen bedrag aan rente over de hypothecaire lening enerzijds, en bijtelling van het eigenwoningforfait anderzijds; i. nieuwbouwwoning: woning die voor de eigendomsoverdracht nooit bewoond is geweest; -j. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; -k. peildatum: eerste dag van het vijfjaarstijdvak, respectievelijk in artikel 40, eerste dag die volgt op het derde vijfjaarstijdvak; -l. peiljaar: kalenderjaar dat voorafgaat aan het bijdragejaar, of, als dat kalenderjaar minder dan een half jaar voor het bijdragejaar eindigt, het kalenderjaar dat voorafgaat aan dat kalenderjaar; -m. primaire toekenning: toekenning van de eigenwoningbijdrage voor het eerste vijfjaarstijdvak; -n. toetsinkomen: toetsinkomen, bepaald volgens artikel 3; -o. toetsrente: rentetarief waartegen een hypothecaire lening kan worden afgesloten; -p. toetsvermogen: toetsvermogen, bedoeld in artikel 4; -q. vijfjaarstijdvak: aaneengesloten periode van vijf bijdragejaren. +j. Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie; +k. opslagpercentage: percentage waarmee de financieringslastnorm ten hoogste kan worden vermeerderd; +l. peildatum: eerste dag van het vijfjaarstijdvak, respectievelijk in artikel 40, eerste dag die volgt op het derde vijfjaarstijdvak; +m. peiljaar: kalenderjaar dat voorafgaat aan het bijdragejaar; +n. primaire toekenning: toekenning van de eigenwoningbijdrage voor het eerste vijfjaarstijdvak; +o. toetsinkomen: toetsinkomen, bepaald volgens artikel 3; +p. toetsrente: rentetarief waartegen een hypothecaire lening kan worden afgesloten; +q. toetsvermogen: toetsvermogen, bedoeld in artikel 4; +r. vijfjaarstijdvak: aaneengesloten periode van vijf bijdragejaren; +s. woning: gebouwde onroerende zaak voor zover deze bestemd is om als zelfstandige woonruimte te worden gebruikt alsmede de onroerende aanhorigheden. -**2.** In deze wet, behoudens de artikelen 17 en 20, en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestaande woning, nieuwbouwwoning en woning mede verstaan de daarbij behorende grond. +**2.** In deze wet, behoudens artikel 20, en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestaande woning, nieuwbouwwoning en woning mede verstaan de daarbij behorende grond. ### Artikel 1a @@ -61,28 +63,32 @@ b. degene die gezamenlijk met de eigenaar-bewoner de woning bewoont en daarin me In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. eenpersoonshuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner die jonger dan 65 jaar was op 1 januari van het peiljaar, en waartoe geen persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b; -b. tweepersoonshuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner waartoe een persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, als het aandeel in het toetsinkomen, afkomstig van degenen die op 1 januari van het peiljaar 65 jaar of ouder waren, de helft of minder bedraagt; -c. eenpersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner die 65 jaar of ouder was op 1 januari van het peiljaar, en waartoe geen persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b; -d. tweepersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner waartoe een persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, als het aandeel in het toetsinkomen, afkomstig van degenen die op 1 januari van het peiljaar 65 jaar of ouder waren, meer dan de helft bedraagt. +a. eenpersoonshuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner die jonger dan 65 jaar was op de datum van de offerte voor een hypothecaire lening ter verkrijging van de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie, en waartoe geen persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b; +b. tweepersoonshuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner waartoe een persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, als het aandeel in het toetsinkomen, afkomstig van degenen die op de datum van de offerte voor een hypothecaire lening ter verkrijging van de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie 65 jaar of ouder waren, de helft of minder bedraagt; +c. eenpersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner die 65 jaar of ouder was op de datum van de offerte voor een hypothecaire lening ter verkrijging van de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie, en waartoe geen persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b; +d. tweepersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner waartoe een persoon behoort als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, als het aandeel in het toetsinkomen, afkomstig van degenen die op de datum van de offerte voor een hypothecaire lening ter verkrijging van de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie 65 jaar of ouder waren, meer dan de helft bedraagt. ### Artikel 3 -**1.** +**1.** Het toetsinkomen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, is de ten aanzien van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner berekende som van de toetsinkomens in de zin van de voorwaarden en normen voor de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie, zoals deze jaarlijks in de Staatscourant worden gepubliceerd. -Het toetsinkomen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, is: +**2.** Bij de bepaling van de som volgens het eerste lid wordt elk toetsinkomen dat negatief is, op nul gesteld. -a. bij een primaire toekenning: de ten aanzien van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner berekende som van de toetsinkomens in de zin van de voorwaarden en normen voor de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie, zoals deze jaarlijks in de Staatscourant worden gepubliceerd, en -b. bij een andere toekenning dan een primaire: die som, vermeerderd met het naar een jaarbedrag herrekend fiscaal effect. +**3.** -**2.** Bij de bepaling van de som volgens het eerste lid wordt elk toetsinkomen als bedoeld onder a van dat lid dat negatief is, op nul gesteld. +De inspecteur, onder wie de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, verstrekt op verzoek van Onze Minister, van de desbetreffende eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort, aan Onze Minister: + +a. indien over het kalenderjaar waarin die eigenaar-bewoner de eigenwoningbijdrage heeft aangevraagd en de woning in eigendom heeft verkregen een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat in die aanslag is opgenomen of zoals dat bij beschikking is vastgesteld; +b. indien over het kalenderjaar waarin die eigenaar-bewoner de eigenwoningbijdrage heeft aangevraagd en de woning in eigendom heeft verkregen geen aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat blijkt uit de jaaropgaven over het jaar waarin de woning in eigendom is verkregen, vermeerderd met het belastbare loon waarover in dat jaar loonbelasting is nageheven. ### Artikel 4 -**1.** Het toetsvermogen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, is het gezamenlijk vermogen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner. +**1.** Het toetsvermogen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, is het gezamenlijk vermogen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner in het peiljaar. **2.** Onder vermogen wordt verstaan: de gemiddelde rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat die grondslag wordt bepaald zonder rekening te houden met de vrijstelling maatschappelijke beleggingen, bedoeld in afdeling 5.3 van die wet en de vrijstelling beleggingen in durfkapitaal, bedoeld in afdeling 5.3a van die wet. +**3.** De inspecteur, onder wie de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, verstrekt op verzoek van Onze Minister over het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin die eigenaar-bewoner de eigenwoningbijdrage heeft aangevraagd, het vermogen, bedoeld in het tweede lid, van de desbetreffende eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort, aan Onze Minister. + ### Artikel 5 Vervallen @@ -108,7 +114,15 @@ b. een maal een eigenwoningbijdrage toe over ten hoogste de 15 bijdragejaren die **5.** De hoofdstukken 2 en 3 van deze wet zijn uitsluitend van toepassing op eigenwoningbijdragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, tenzij hoofdstuk 5 van deze wet anders bepaalt. -**6.** Bij ministeriële regeling kan een bedrag worden vastgesteld, dat gedurende een kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van eigenwoningbijdragen krachtens deze wet, en kan worden bepaald dat, indien een zodanig bedrag in een kalenderjaar niet geheel aan die verstrekking wordt besteed, het niet bestede bedrag wordt toegevoegd aan het bedrag voor het direct daaropvolgende kalenderjaar. Onze Minister maakt het voor het einde van een kalenderjaar geheel aan die verstrekking besteed zijn van het bedrag voor dat kalenderjaar onverwijld bekend in de Staatscourant. +**6.** + +Bij ministeriële regeling: + +a. kan een bedrag worden vastgesteld, dat gedurende een kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van eigenwoningbijdragen krachtens deze wet, +b. kan worden bepaald dat, indien een zodanig bedrag in een kalenderjaar niet geheel aan die verstrekking wordt besteed, het niet bestede bedrag wordt toegevoegd aan het bedrag voor het direct daaropvolgende kalenderjaar, en +c. kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de loting van gelijktijdig ingediende aanvragen om toekenning van een eigenwoningbijdrage. + +Onze Minister maakt het voor het einde van een kalenderjaar geheel aan die verstrekking besteed zijn van het bedrag voor dat kalenderjaar onverwijld bekend in de Staatscourant. ### Paragraaf 2. Eisen die gelden voor elke toekenning @@ -132,7 +146,7 @@ Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het toetsvermogen voor een eenp **1.** Een eigenwoningbijdrage wordt slechts toegekend als, tot zekerheid van de nakoming door de eigenaar-bewoner van de verplichtingen uit hetzij de hypothecaire lening hetzij een daaropvolgende lening of daaropvolgend krediet in rekening-courant ter financiering van het in eigendom verkrijgen van een woning met als zekerheid hypotheek op die woning, voor die lening of dat krediet een garantie is afgegeven door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. -**2.** De af te geven garantie is de garantie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a. De in dat artikelonderdeel bedoelde voorwaarden en normen voor die garantie zijn van toepassing, tenzij deze wet anders bepaalt. +**2.** De af te geven garantie is de garantie, bedoeld in artikel 3, eerste lid. De in dat artikellid bedoelde voorwaarden en normen voor die garantie zijn van toepassing, tenzij deze wet anders bepaalt. ### Paragraaf 3. Eisen die slechts gelden voor primaire toekenningen @@ -173,7 +187,7 @@ Voor een primaire toekenning is vereist dat: a. de koopsom van de woning niet hoger is dan € 158 850, en b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan het bedrag, genoemd onder a, vermeerderd met 8 procent. -**2.** Het in het eerste lid, onder a, genoemde bedrag kan worden aangepast overeenkomstig artikel 41. +**2.** Het in het eerste lid, onder a, genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 41. ### Artikel 16 @@ -181,7 +195,7 @@ Vervallen ### Artikel 17 -Voor een primaire toekenning ten behoeve van een nieuwbouwwoning is vereist dat een garantiecertificaat is afgegeven door een door Onze Minister erkende, terzake deskundige instantie, tenzij de woning geheel of in belangrijke mate wordt gebouwd door de eigenaar-bewoner. +Vervallen ### Artikel 18 @@ -221,7 +235,7 @@ Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage na het tweede vijfjaarstijdvak is **1.** -Onze Minister kan, behalve bij een primaire toekenning, ambtshalve of op verzoek van de eigenaar-bewoner, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van de desbetreffende bepalingen, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden: +Onze Minister kan ambtshalve of op verzoek van de eigenaar-bewoner, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van de desbetreffende bepalingen, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden: a. bij de toepassing van de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b, buiten beschouwing laten; b. bij de toepassing van artikel 4, tweede lid, bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten. @@ -254,12 +268,12 @@ c. die woning blijft bewonen. Het fiscaal effect wordt verkregen door de tot een bedrag herleide financieringslastnorm te vermenigvuldigen met: -a. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het toetsinkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,29; -b. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het toetsinkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,33; -c. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het toetsinkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,13, en -d. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het toetsinkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,16. +a. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het toetsinkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,29; +b. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het toetsinkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,33; +c. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het toetsinkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,13, en +d. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het toetsinkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,16. -**2.** De in het eerste lid genoemde factoren kunnen worden aangepast overeenkomstig artikel 41. +**2.** De in het eerste lid genoemde factoren kunnen worden gewijzigd overeenkomstig artikel 41. ### Artikel 28 @@ -271,20 +285,20 @@ Vervallen **2.** -Bij ministeriële regeling wordt een percentage vastgesteld waarmee de financieringslastnorm ten hoogste kan worden vermeerderd. Dat percentage wordt: +Bij ministeriële regeling wordt een opslagpercentage vastgesteld. Dat percentage wordt: a. bij toetsinkomens van € 29 450 per 1 juli 2007: € 29 775 of meer zodanig vastgesteld dat met gebruikmaking daarvan een hypothecaire lening in de vorm van een annuïteitenhypotheek kan worden afgesloten ter hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder b, dan wel b. bij toetsinkomens van minder dan € 29 450 per 1 juli 2007: € 29 775 zodanig vastgesteld dat dit percentage overeenkomt met het ingevolge onderdeel a vastgestelde percentage dat geldt bij een toetsinkomen van € 29 450 per 1 juli 2007: € 29 775. **3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van het rentetarief, bedoeld in artikel 26, eerste lid. -**4.** Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41. +**4.** Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 41. **5.** Met het oog op de uitvoering van het eerste en tweede lid worden bij ministeriële regeling de toetsinkomens in inkomensklassen verdeeld, waarbij de toetsrente, de maximale hypothecaire lening, de daarbij behorende financieringslastnorm en het daarbij behorende percentage, bedoeld in het tweede lid, worden vermeld. **6.** De toetsinkomens in een zelfde inkomensklasse mogen ten hoogste € 500 van elkaar verschillen. -**7.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 juli, de indeling in inkomensklassen herzien. +**7.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, de indeling in inkomensklassen herzien. ### Artikel 30 @@ -298,13 +312,13 @@ in welke formule voorstelt: H: het bedrag van het toetsinkomen; -R_x: de uitkomst van de berekening van de financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, uitgedrukt in een percentage; +R_x: de uitkomst van de berekening van de financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uitgedrukt in een percentage; R_o: het percentage, bedoeld in artikel 29, eerste lid; f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in artikel 27, die geldt op de peildatum. -**3.** Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is en het verschil tussen R_x en R_o als bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het in artikel 29, tweede lid, eerste volzin, bedoelde percentage. +**3.** Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is en het verschil tussen R_x en R_o als bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het opslagpercentage. **4.** De overeenkomstig het tweede lid berekende tegemoetkoming wordt naar boven afgerond op hele eurocenten. @@ -363,13 +377,13 @@ b. een tegemoetkoming in verband met het financieel risico voor de eigenaar-bewo De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt berekend met gebruikmaking van de formule, bedoeld in artikel 30, tweede lid, met dien verstande dat in die formule wordt verstaan onder: -H: het bedrag van het toetsinkomen op de peildatum, aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens), zoals die naar redelijke verwachting zal plaatsvinden; +H: het bedrag van het toetsinkomen op de peildatum, gewijzigd met de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens), zoals die naar redelijke verwachting zal plaatsvinden; -R_x: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, uitgedrukt in een percentage; +R_x: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uitgedrukt in een percentage; R_o: het percentage, bedoeld in artikel 29, eerste lid, dat geldt op de peildatum. -**3.** Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, voor het 16e bijdragejaar een positief bedrag is en het verschil tussen R_x en R_o als bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het in artikel 29, tweede lid, eerste volzin, bedoelde percentage. +**3.** Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, voor het 16e bijdragejaar een positief bedrag is en het verschil tussen R_x en R_o als bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het opslagpercentage. **4.** @@ -379,7 +393,7 @@ in welke formule voorstelt: H: het bedrag van het toetsinkomen dat geldt op de peildatum; -R_x: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, uitgedrukt in een percentage; +R_x: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uitgedrukt in een percentage; R_o: het percentage, bedoeld in artikel 29, eerste lid; @@ -389,15 +403,15 @@ f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in artikel 27, die geldt op de peild **6.** De volgens het vijfde lid toe te kennen eigenwoningbijdrage wordt naar boven afgerond op hele eurocenten. -## Hoofdstuk 6. Aanpassing van bedragen en factoren +## Hoofdstuk 6. Wijziging van bedragen en factoren ### Artikel 41 -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt het bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, onder a (maximale koopsom), aangepast aan de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten. Het bedrag kan, in plaats van de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. +**1.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, het bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, onder a (maximale koopsom), gewijzigd met de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten. -**2.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 juli, het bedrag, genoemd in artikel 29, tweede lid, aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. +**2.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, het bedrag, genoemd in artikel 29, tweede lid, gewijzigd met de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het jaar voorafgaand aan het peiljaar, als in januari van dat peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen de factoren, bedoeld in artikel 27, eerste lid (fiscaal effect), worden aangepast als daartoe aanleiding bestaat vanwege wijziging van de belastingwetgeving. +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen de factoren, bedoeld in artikel 27, eerste lid (fiscaal effect), worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat vanwege wijziging van de belastingwetgeving. **4.** @@ -406,9 +420,9 @@ De bedragen en de factoren worden als volgt afgerond: a. de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25; b. de factoren, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op twee decimalen. -**5.** De overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid vastgestelde, vanaf 1 juli geldende bedragen en factoren worden elk jaar uiterlijk op 1 mei in de Staatscourant bekendgemaakt. +**5.** De overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende bedragen en factoren worden elk jaar uiterlijk op 1 november in de Staatscourant bekendgemaakt. -**6.** Bij een volgende aanpassing van deze bedragen en deze factoren wordt uitgegaan van de bedragen en factoren zoals die waren, voordat zij werden afgerond. +**6.** Bij een volgende wijziging van deze bedragen en deze factoren wordt uitgegaan van de bedragen en factoren zoals die waren, voordat zij werden afgerond. ## Hoofdstuk 7. Aanvraag, toekenning en betaling @@ -427,15 +441,25 @@ b. dat ermee wordt ingestemd dat de inspecteur der rijksbelastingen of Onze Mini **4.** -Bij de aanvraag voor een primaire toekenning worden ten minste afschriften van de navolgende stukken gevoegd, met dien verstande dat dit voor onderdeel c slechts geldt voorzover de desbetreffende eis van toepassing is: +De aanvraag voor een toekenning dient ten minste te vermelden: + +a. het huishouden, bedoeld in artikel 2, derde lid; +b. het toetsinkomen, bedoeld in artikel 3, eerste lid; +c. het toetsvermogen, bedoeld in artikel 4, eerste lid. + +**5.** + +Bij de aanvraag voor een primaire toekenning worden ten minste afschriften van de navolgende stukken gevoegd: a. de koopovereenkomst; b. de offerte, bedoeld in het eerste lid, waarin is aangegeven dat de hypothecaire lening wordt verstrekt onder de garantie, bedoeld in artikel 10; -c. het garantiecertificaat, bedoeld in artikel 17. +c. de gegevens betreffende het toetsinkomen in de zin van de voorwaarden en normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid. -**5.** De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister, bij een aanvraag voor een primaire toekenning mogelijk door tussenkomst van de financier, de personen of de instanties, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister stelt die financier, de personen of de instanties terstond in kennis van de ontvangst van de aanvraag. +**6.** Bij de aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire worden ten minste de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, gevoegd. -**6.** Een verzoek als bedoeld in artikel 24 maakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel. +**7.** De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister, bij een aanvraag voor een primaire toekenning mogelijk door tussenkomst van de financier, de personen of de instanties, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister stelt die financier, de personen of de instanties terstond in kennis van de ontvangst van de aanvraag. + +**8.** Een verzoek als bedoeld in artikel 24 maakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel. ### Artikel 43 @@ -446,18 +470,20 @@ Onze Minister neemt een beslissing over: a. een aanvraag voor een primaire toekenning: binnen twee weken na de indiening daarvan, en b. een aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire: binnen vier maanden na de indiening daarvan. -**2.** +**2.** Onze Minister beslist op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de datum waarop de aanvraag is aangevuld geldt als datum van ontvangst. + +**3.** Als de beslissing een primaire toekenning inhoudt, doet de eigenaar-bewoner zo spoedig mogelijk aan Onze Minister toekomen: a. een authentiek afschrift van de akte van levering van de woning, en b. een afschrift van de geldleningsovereenkomst. -**3.** Onze Minister stelt de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het tweede lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid. +**4.** Onze Minister stelt de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het derde lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid. ### Artikel 44 -**1.** De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het vijfjaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage, zo nodig in de vorm van een voorschot, uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste vijfjaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in artikel 43, tweede lid, niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt. +**1.** De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het vijfjaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage, zo nodig in de vorm van een voorschot, uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste vijfjaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in artikel 43, derde lid, niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt. **2.** De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, wordt ineens uitbetaald aan de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied. Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner hiervan schriftelijk in kennis. @@ -497,14 +523,14 @@ Onze Minister kan de toekenning herzien: a. als niet langer wordt voldaan aan een eis voor de primaire toekenning; b. als de toekenning heeft plaatsgevonden in afwijking van deze wet of de daarop berustende bepalingen, of -c. als artikel 43, tweede lid, of 46, tweede lid, niet wordt nageleefd. +c. als artikel 43, derde lid, of 46, tweede lid, niet wordt nageleefd. **2.** Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kan terugwerkende kracht worden verleend over ten hoogste vijf bijdragejaren, voorafgaande aan het lopende bijdragejaar: a. als gegevens die zijn verstrekt door degene die behoort tot het huishouden van de eigenaar-bewoner zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat een ander besluit zou zijn genomen indien de juiste of volledige gegevens bij Onze Minister bekend zouden zijn geweest; -b. als artikel 43, tweede lid, of 46, tweede lid, niet wordt nageleefd, of +b. als artikel 43, derde lid, of 46, tweede lid, niet wordt nageleefd, of c. als de eigenaar-bewoner redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de eigenwoningbijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is toegekend. **3.** Als het eerste lid toepassing vindt kan de ten onrechte of te veel uitbetaalde eigenwoningbijdrage van de eigenaar-bewoner worden teruggevorderd, of worden verrekend met aanspraken op eigenwoningbijdragen van de eigenaar-bewoner. Onze Minister stelt de hoogte van het terug te vorderen of te verrekenen bedrag en de wijze van terugvordering of verrekening vast. @@ -581,7 +607,7 @@ Vervallen ### Artikel 62 -De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 41, eerste lid, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging vier weken zijn verstreken. +Vervallen ### Artikel 63 @@ -603,10 +629,10 @@ Vervallen **2.** -Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet worden, als die dag 1 juli 2000 of een latere datum is, aangepast: +Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet worden, als die dag 1 juli 2000 of een latere datum is, gewijzigd: -a. de bedragen, genoemd in de artikelen 8, eerste lid, en 9, eerste lid, onderdelen a, c en d: overeenkomstig de aanpassingen die op 1 juli 2000 en nadien hebben plaatsgevonden of plaatsvinden ingevolge artikel 27 van de Huursubsidiewet, en -b. de bedragen, genoemd in de artikelen 15, eerste lid, 29, eerste lid, formule, en 31, eerste lid: overeenkomstig artikel 41, met als uitgangspunt dat de laatste aanpassing daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden. +a. de bedragen, genoemd in de artikelen 8, eerste lid, en 9, eerste lid, onderdelen a, c en d: overeenkomstig de wijzigingen die op 1 juli 2000 en nadien hebben plaatsgevonden of plaatsvinden ingevolge artikel 27 van de Huursubsidiewet, en +b. de bedragen, genoemd in de artikelen 15, eerste lid, 29, eerste lid, formule, en 31, eerste lid: overeenkomstig artikel 41, met als uitgangspunt dat de laatste wijziging daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden. ### Artikel 66