2017-09-01 | BWBR0032445 | Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepaste versie

This commit is contained in:
Coornhert 2017-09-01 12:00:00 +00:00
parent 036a8ceed2
commit 95171807df

View file

@ -4,7 +4,7 @@ titel: Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aang
bwb_id: BWBR0032445
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2017-09-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032445
citeertitel: Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling,
aangepaste versie
@ -12,31 +12,7 @@ citeertitel: Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling
# Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepaste versie
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt bekend, gehoord hebbende de Sociaal Economische Raad (verder: SER, 19 september 2012), De Nederlandsche Bank N.V. (verder: DNB, 25 oktober 2012) en de Pensioenfederatie (5 oktober 2012) de beleidsregels bij aanvragen, wijziging of intrekking van verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (verder ook verplichtstelling) op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) deels te herzien.
Deze beleidsregels (verder genoemd het Toetsingskader Wvb) treden in werking met ingang van 1 januari 2013. Hiermee vervalt de bekendmaking van het Toetsingskader Wvb van 19 december 2006, Stcr. 2006 nr. 253.
Het Toetsingskader Wvb is na de inwerkingtreding van de Wvb ingevoerd per 1 september 2006. Beroepsgenoten, belanghebbenden en derden krijgen via het Toetsingskader Wvb inzicht in de criteria waaraan aanvragen om verplichtstelling en ook om wijziging of intrekking ervan, worden getoetst evenals in de procedures die daarbij gevolgd worden. Hierdoor kan ook van die zijde een bijdrage worden geleverd aan een snellere afwikkeling van aanvragen op basis van de Wvb.
Het toetsingskader Wvb is met deze wijziging in lijn gebracht met het herziene Toetsingskader Wet Bpf 2000 (Stcr. 2011, 22535). Op grond van de Wet Bpf 2000 gaat het om een besluit van de overheid op verzoek van sociale partners waarmee deelname in een bedrijfstakpensioenfonds dwingend wordt opgelegd aan alle werkgevers in die bedrijfstak, ook de ongeorganiseerde werkgevers. In het geval van de Wvb gaat het om een besluit van de overheid op verzoek van een beroepspensioenvereniging waarmee deelname aan een beroepspensioenregeling dwingend
wordt opgelegd aan alle beroepsgenoten, ook degenen die geen lid zijn van de beroepspensioenvereniging.
## . Wijzigingen ten opzicht van de vorige versie
Met deze gedeeltelijk herziening van het Toetsingskader Wvb wordt invulling gegeven aan de wijziging van de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling.
Nieuw in relatie tot de opgave van de representativiteit is het volgende. Bij een aanvraag tot (wijziging/intrekking van de) verplichtstelling moet een nadere toelichting worden geleverd op de wijze waarop de representativiteitsgegevens zijn verzameld. Gebleken is dat de gegeven toelichting niet altijd afdoende is met als gevolg dat daardoor de procedure om verplichtstelling wordt vertraagd. Teneinde op een meer gestructureerde wijze de vereiste toelichting te leveren kan gebruik gemaakt worden van een daarvoor opgesteld formulier representativiteitsgegevens. Aan de hand van deze toelichting zal kunnen worden beoordeeld of de toegepaste onderzoeksmethode voldoet aan de vereisten van zorgvuldigheid en reproduceerbaarheid. Ook de specifieke omstandigheden in de beroepsgroep worden in de beoordeling meegenomen. Gebruik maken van het formulier is vereist ingeval van een percentage representativiteit onder de 60 en ingeval beargumenteerde zienswijzen tegen de representativiteit daartoe aanleiding geven. Naast een kostenreductie in verband met accountantskosten kan dit ook een versnelling in de procedures opleveren. Voor meer specifieke gevallen blijft het mogelijk om een nadere rapportage van een accountant te verlangen.
De invoering van termijnen bij de wijziging van het Toetsingskader per 1 september 2006 heeft geleid tot het terugbrengen van de gemiddelde doorlooptijd. Door het explicieter beschrijven van de termijnen wordt beoogd de procedure inzichtelijker te maken. Daarbij wordt ook zichtbaar wie op welk moment verantwoordelijk is voor de doorloop in de procedure.
Nieuw is de beschrijving van een dreigende overlapping waar het de verplichtgestelde werkingssfeer van een beroepspensioenregeling betreft met een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. Dit is mogelijk in situaties waarin, met betrekking tot een aanvraag in het kader van de Wvb, voor een bepaalde groep beroepsgenoten in loondienst de verplichte deelname op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (verder: Wet Bpf 2000) al geldt. Ook kan overlap bestaan bij twee aanvragen die gelijktijdig in behandeling zijn, de een in het kader van de Wvb, de ander in het kader van de Wet Bpf 2000. In dat geval wordt aan de SER en de Stichting van de Arbeid om een reactie gevraagd.
Zienswijzen worden aan de SER voorgelegd met een verzoek om reactie. In lijn met het Toetsingskader AVV en het Toetsingskader Wet Bpf 2000 wordt dit achterwege gelaten als de zienswijzen in het licht van staand beleid evident kansloos zijn.
Verder is geëxpliciteerd dat de ontheffing van verplichte deelname in een beroepspensioenregeling op grond van artikel 18 Wvb ook kan worden aangevraagd ingeval personen, anders dan via detachering, in een andere hoedanigheid slechts tijdelijk in Nederland werkzaam zijn.
Tot slot zijn in de afgelopen jaren een aantal onduidelijkheden in het Toetsingkader Wvb geconstateerd. Deze worden in deze herziene versie verhelderd.
20174913131-08-201718-08-20172017-000012475520174913131-08-201718-08-20172017-000012475501-09-2017
## 1. Doel van verplichtstelling
@ -56,9 +32,9 @@ De beoordeling van de representativiteit van de beroepspensioenvereniging die ee
Om de werkingssfeer van de verplichtstelling te omschrijven, geeft de beroepspensioenvereniging een beschrijving van het beroep dat wordt uitgeoefend in de tak van beroep waarvoor de verplichtstelling wordt gevraagd. Wanneer op voorhand al bekend is dat voor een bepaalde groep een overlap van de werkingssfeer zal ontstaan, kan deze groep beter worden uitgesloten van de werkingssfeer.
Daarom is het in ieder geval nodig aan te geven of de werkingssfeer zich uitstrekt over beroepsgenoten in loondienst. Verder moet, als er een minimumleeftijd voor toetreding is, worden aangegeven hoe hoog die is. Ook moet de maximum leeftijd voor beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling worden opgenomen.
Daarom is het in ieder geval nodig aan te geven of de werkingssfeer zich uitstrekt over beroepsgenoten in loondienst. Verder moet, als er een minimumleeftijd voor toetreding is, worden aangegeven hoe hoog die is. Ook moet de maximum leeftijd voor beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling worden opgenomen. Wanneer voor de maximumleeftijd wordt verwezen naar artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 of artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet zal de maximumleeftijd automatisch meebewegen met het tijdpad dat daarin is opgenomen.
Wanneer in een omschrijving van een werkingssfeer wordt verwezen naar een bepaalde wet, besluit of regeling, dan moet deze worden gefixeerd. Dit betekent dat moet worden aangegeven van welke datum de wet, het besluit of de regeling is waarnaar verwezen wordt en waar die is terug te vinden.
Wanneer in een omschrijving van een werkingssfeer wordt verwezen naar een bepaalde wet, besluit of regeling, dan moet deze worden gefixeerd. Dit betekent dat moet worden aangegeven van welke datum de wet, het besluit of de regeling is waarnaar verwezen wordt en waar die is terug te vinden. Bij verwijzing naar artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 of artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet is het opnemen van een fixatie niet vereist.
#### . Overlapping van werkingssferen