2020-12-04 | BWBR0009950 | Telecommunicatiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2020-12-04 12:00:00 +00:00
parent a69434539b
commit 95811fb7a8

View file

@ -3112,7 +3112,9 @@ b. waarop Onze Minister een voornemen om een verbod op te leggen voor een ziensw
**4.** De meldplicht op grond van het eerste lid geldt niet ten aanzien van degene die het voornemen heeft overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verkrijgen, maar wegens een geheimhoudingsplicht voor de telecommunicatiepartij niet kan weten dat deze zeggenschap leidt tot relevante invloed in de telecommunicatiesector als bedoeld in artikel 14a.4, derde lid, aanhef en onder c. De telecommunicatiepartij waarvoor deze geheimhoudingsplicht geldt meldt het ontstaan van overwegende zeggenschap of de voorbereidingen daartoe in dat geval aan Onze Minister zodra hij daar kennis van heeft.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld met betrekking tot de melding, bedoeld in het eerste en vierde lid.
**5.** Indien na een melding als bedoeld in het eerste lid blijkt dat er sprake is van een buitenlandse directe investering die valt binnen de reikwijdte van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PbEU 2019, L 79), kan de termijn, bedoeld in het derde lid, tweede volzin, met nog ten hoogste drie maanden verlengd worden.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld met betrekking tot de melding, bedoeld in het eerste en vierde lid.
### Artikel 14a.3