2005-07-01 | BWBR0008765 | Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden

This commit is contained in:
Coornhert 2005-07-01 12:00:00 +00:00
parent 31bf84e2c6
commit 95b6a65aac

View file

@ -99,7 +99,7 @@ g. personen, die op eigen verzoek:
**1.** Onze Minister wijst de inrichtingen aan welke bestemd zijn voor rijksinrichting.
**2.** Het opperbeheer van de rijksinrichtingen berust bij Onze Minister, die dienaangaande bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels stelt. Onze Minister kan mandaat verlenen inzake de uitvoering van het opperbeheer alsmede betreffende de hem bij of krachtens deze wet toegekende overige bevoegdheden aan het hoofd van de Dienst Justitiële lnrichtingen.
**2.** Het opperbeheer van de rijksinrichtingen berust bij Onze Minister. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende de uitvoering hiervan. Onze Minister kan mandaat verlenen betreffende de hem bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften aan het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen.
**3.** Het beheer van een rijksinrichting berust bij het hoofd van de inrichting, die als zodanig door Onze Minister wordt aangewezen.
@ -131,13 +131,19 @@ a. de voorlopige overplaatsing als bedoeld in artikel 14, tweede lid;
b. de beslissingen met betrekking tot het verlof en proefverlof als bedoeld in artikel 50, onderscheidenlijk artikel 51;
c. de hoorplicht als bedoeld in artikel 53 en de mededelingsplicht als bedoeld in artikel 54, voor zover het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden de desbetreffende beslissing zelf neemt onderscheidenlijk heeft genomen.
### Artikel 7a
**1.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden meldt ongeoorloofde afwezigheid en andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister.
**2.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding.
### Paragraaf 3. Toezicht
### Artikel 8
**1.** Onze Minister houdt toezicht op de verpleging van personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een particuliere inrichting plaatsvindt.
**2.** De door Onze Minister aangewezen ambtenaren hebben daartoe te allen tijde toegang tot die inrichtingen. Hun worden daarbij alle ter zake dienende inlichtingen verstrekt. Zij zijn, onder verplichting van geheimhouding tegenover derden en voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op personen als bedoeld in het eerste lid betrekking hebbende stukken in te zien.
**2.** De door Onze Minister aangewezen ambtenaren worden daartoe alle ter zake dienende inlichtingen verstrekt en hebben te allen tijde toegang tot een zodanige inrichting. Zij zijn, onder verplichting van geheimhouding tegenover derden en voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op personen als bedoeld in het eerste lid betrekking hebbende stukken in te zien.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het houden van aantekeningen als bedoeld in artikel 509*o*, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering en het aantekenen van andere belangrijke voorvallen in inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden in een register, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
@ -168,7 +174,7 @@ d. aan Onze Minister, de Raad en het bestuur advies en inlichtingen te geven omt
### Artikel 11
**1.** De plaatsing van ter beschikking gestelden in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geschiedt op last van Onze Minister.
**1.** De plaatsing van ter beschikking gestelden in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geschiedt op last van Onze Minister. De inrichting is verplicht de betrokkene op te nemen.
**2.**
@ -181,6 +187,8 @@ b. de eisen die de behandeling van de ter beschikking gestelde gezien de aard va
**4.** In verband met de in het tweede lid, onder *a*, genoemde eisen kan Onze Minister bij de plaatsing of overplaatsing voorwaarden stellen waaraan de verpleging van de ter beschikking gestelde dient te voldoen.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de plaatsing en overplaatsing, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk derde lid, en de wijze waarop het vervoer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde plaatsvindt.
### Artikel 12
**1.** De plaatsing van een ter beschikking gestelde geschiedt voordat de termijn van terbeschikkingstelling zes maanden heeft gelopen.
@ -311,11 +319,11 @@ g. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld i
### Artikel 26
**1.** Het hoofd van de inrichting kan een verpleegde verplichten te gedogen dat ten aanzien van hem een bepaalde geneeskundige handeling wordt verricht, indien die handeling naar het oordeel van een arts noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van de verpleegde of van anderen. De handeling wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige.
**1.** Het hoofd van de inrichting kan een verpleegde verplichten te gedogen dat ten aanzien van hem een bepaalde geneeskundige handeling wordt verricht, indien die handeling naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is ter afwending van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van de verpleegde of van anderen. De handeling wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige.
**2.** Artikel 25, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid. Deze regels betreffen in ieder geval de melding en de registratie van de geneeskundige handeling, alsmede de taak van de verantwoordelijke arts indien de geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voortvloeiend uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde. De algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid. Deze regels betreffen in ieder geval de melding en de registratie van de geneeskundige handeling, alsmede de taak van de verantwoordelijke arts indien de geneeskundige handeling volstrekt noodzakelijk is ter afwending van gevaar voortvloeiend uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde. De algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
### Artikel 27
@ -419,11 +427,15 @@ Indien de bewegingsvrijheid waarop de verpleegde op grond van de bij of krachten
**5.** Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat, ingeval de separatie langer dan vierentwintig uren duurt, een aan de inrichting verbonden arts en de commissie van toezicht onverwijld hiervan in kennis worden gesteld.
**6.** Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat de verpleegde, indien deze hierom verzoekt en een ongestoord verloop van de verpleging zich hiertegen niet verzet, wordt afgezonderd.
**6.** Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat in geval van afzondering of separatie het nodige contact tussen personeelsleden of medewerkers en verpleegde wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de verpleegde wordt afgestemd.
**7.** Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat in geval van afzondering of separatie het nodige contact tussen personeelsleden of medewerkers en verpleegde wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de verpleegde wordt afgestemd.
**7.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toepassing van de afzondering of separatie. Deze regels betreffen in elk geval de rechten die tijdens de afzondering of separatie aan de verpleegde toekomen.
**8.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toepassing van de afzondering of separatie. Deze regels betreffen in elk geval de rechten die tijdens de afzondering of separatie aan de verpleegde toekomen.
### Artikel 34a
**1.** Het hoofd van de inrichting kan, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de verpleegde noodzakelijk is, bepalen dat de verpleegde die in afzondering of separatie verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd.
**2.** Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies in van de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater onderscheidenlijk een aan de inrichting verbonden arts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint het hoofd van de inrichting het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.
## Hoofdstuk VII. CONTACT MET DE BUITENWERELD
@ -492,7 +504,7 @@ l. andere door Onze Minister of het hoofd van de inrichting aan te wijzen person
**1.** De verpleegde heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid te stellen beperkingen, het recht tenminste eenmaal per week gedurende tien minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de inrichting. In de huisregels worden de tijden en plaatsen alsmede het voor het gesprek of de gesprekken te gebruiken toestel aangewezen. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij het hoofd van de inrichting anders bepaalt, voor rekening van de verpleegde.
**2.** Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat op de door of met een verpleegde te voeren telefoongesprek of telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de verpleegde een telefoongesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in artikel 35, derde lid. Artikel 37, vierde lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat op de door of met een verpleegde te voeren telefoongesprek of telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de verpleegde een telefoongesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in artikel 35, derde lid. Artikel 37, vierde lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bewaren en verstrekken van opgenomen telefoongesprekken
**3.** Het hoofd van de inrichting kan het voeren van telefoongesprekken of een bepaald telefoongesprek telkens voor een periode van ten hoogste vier weken weigeren of een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 35, derde lid.
@ -676,17 +688,15 @@ e. uitsluiting van deelname aan een of meer gemeenschappelijke activiteiten of w
### Artikel 50
**1.** Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem tijdelijk de inrichting te doen verlaten, kan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde verlof verlenen zich al dan niet onder toezicht buiten de inrichting te begeven. Een verlof dat geheel buiten de inrichting wordt doorgebracht kan worden verleend voor een periode van ten hoogste drie maanden.
**1.** Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem tijdelijk de inrichting te doen verlaten, kan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde verlof verlenen zich al dan niet onder toezicht buiten de inrichting te begeven. Verlof kan omvatten een verblijf geheel buiten de inrichting.
**2.** Als algemene voorwaarde geldt dat de ter beschikking gestelde zich niet aan enig misdrijf zal schuldig maken. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan aan het verlof bijzondere voorwaarden, het gedrag van de ter beschikking gestelde betreffende, verbinden. Deze voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich dient te gedragen overeenkomstig de door de toezichthouder gegeven aanwijzingen.
**3.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan het verlof intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen of indien de ter beschikking gestelde een bepaalde voorwaarde niet nakomt.
**4.** Indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden van oordeel is dat een ter beschikking gestelde, aan wie een verlof als bedoeld in de laatste volzin van het eerste lid is verleend nog niet voor proefverlof als bedoeld in artikel 51 in aanmerking komt, kan hij de periode van dit verlof, met machtiging van Onze Minister, éénmaal met ten hoogste drie maanden verlengen.
**4.** Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verpleegden die niet ter beschikking zijn gesteld.
**5.** Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verpleegden die niet ter beschikking zijn gesteld.
**6.**
**5.**
Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:
@ -694,6 +704,8 @@ a. indien hij krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of b
b. indien hij terzake van een misdrijf moet terecht staan;
c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.
**6.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop het vervoer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde ten behoeve van het bijwonen van een gerechtelijke procedure, bedoeld in het vijfde lid, plaatsvindt.
**7.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat tijdens het verlaten van de inrichting toezicht wordt uitgeoefend.
### Artikel 51
@ -704,7 +716,7 @@ c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en
**3.** De ter beschikking gestelde aan wie proefverlof is verleend, geniet, behoudens de verplichtingen die voortvloeien uit hem opgelegde voorwaarden, vrijheid van beweging. Artikel 50, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het verlof en het proefverlof nadere regels gesteld.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het verlof en het proefverlof nadere regels gesteld.
## Hoofdstuk XII. INFORMATIE EN HOORPLICHT
@ -731,7 +743,8 @@ a. de plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling van intensieve
b. een beperking van de bewegingsvrijheid als bedoeld in de artikelen 33 of 34;
c. een beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam als bedoeld in artikelen 25 tot en met 27;
d. de beslissingen met betrekking tot de onderbrenging van een kind in de inrichting als bedoeld in artikel 47;
e. de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in artikel 49.
e. de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in artikel 49;
f. de observatie door middel van een camera, bedoeld in artikel 34a, eerste lid.
**2.**
@ -816,14 +829,16 @@ b. tegen de intrekking van het proefverlof als bedoeld in artikel 51, derde lid.
**1.** Tegen een beslissing tot beperking van de bewegingsvrijheid als bedoeld in artikel 33 staat beklag open nadat deze een week heeft geduurd.
**2.** Tegen een beslissing tot separatie staat beklag open nadat de separatie een dag heeft geduurd.
**2.** Tegen een beslissing tot separatie en de duur van de separatie staat beklag open nadat de separatie een dag heeft geduurd.
**3.** Tegen een beslissing tot afzondering staat beklag open, nadat de afzondering twee dagen heeft geduurd.
**3.** Tegen een beslissing tot afzondering en de duur van de afzondering staat beklag open, nadat de afzondering twee dagen heeft geduurd.
**4.** De dag waarop een beslissing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is genomen blijft buiten beschouwing.
**5.** Tegen de beslissing tot verlenging van de separatie of afzondering op de voet van het bepaalde in artikel 34, vierde lid, staat beklag open.
**6.** Tegen de beslissing tot het toepassen van cameraobservatie op grond van artikel 34a, eerste lid, staat beklag open.
### Artikel 58
**1.** De verpleegde doet beklag door de indiening van een klaagschrift bij de secretaris van de beklagcommissie van de inrichting waar de beslissing waarover hij klaagt is genomen.
@ -969,7 +984,7 @@ c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie.
**3.** Indien het bepaalde in het tweede lid, onder *c*, toepassing vindt, doet de beroepscommissie hetgeen de beklagcommissie had behoren te doen.
**4.** Ten aanzien van de uitspraak van de beroepscommissie zijn de artikelen 65, tweede, vierde en zevende lid, en 66, met uitzondering van het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
**4.** Ten aanzien van de uitspraak van de beroepscommissie zijn de artikelen 65, tweede lid, eerste en derde tot en met vijfde volzin, vierde en zevende lid, en 66, met uitzondering van het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk XVI. BEROEP TEGEN BESLISSINGEN WAARTEGEN GEEN BEKLAG OPENSTAAT