2008-02-01 | BWBR0002375 | Wet op de Ruimtelijke Ordening
This commit is contained in:
parent
4c9c576fef
commit
95c1eeff0a
1 changed files with 1 additions and 1 deletions
|
|
@ -1235,7 +1235,7 @@ g. voor een beroep tegen een rijksprojectbesluit dat de grondslag vormt voor een
|
|||
|
||||
**1.** Indien gedurende de beroepstermijn met betrekking tot een besluit inzake goedkeuring van een bestemmingsplan, de uitwerking of wijziging of de herziening of intrekking daarvan of met betrekking tot een besluit tot uitwerking of wijziging als bedoeld in artikel 11, zevende lid, bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, wordt de werking van het besluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist. Bij toewijzing van het verzoek geeft de voorzitter aan op welke onderdelen van het plan de voorlopige voorziening betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van samenloop van een aanwijzing ingevolge artikel 37 met een aanwijzing ingevolge artikel 26 van de Luchtvaartwet, artikel 15 van de Tracéwet of artikel 7e van de Ontgrondingenwet begint de termijn van een jaar na afloop van de in artikel 38, tweede lid, onder a, b of c, bedoelde termijn voor Onze Minister of voor gedeputeerde staten te lopen met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn voor de aanwijzing krachtens de Luchtvaartwet, de Tracéwet of de Ontgrondingenwet afloopt. Indien gedurende de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, wordt de werking van de aanwijzing ingevolge artikel 37 opgeschort totdat op het verzoek is beslist.
|
||||
**2.** In geval van samenloop van een aanwijzing ingevolge artikel 37 met een aanwijzing ingevolge artikel 26 van de Luchtvaartwet of artikel 15 van de Tracéwet begint de termijn van een jaar na afloop van de in artikel 38, tweede lid, onder a, b of c, bedoelde termijn voor Onze Minister of voor gedeputeerde staten te lopen met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn voor de aanwijzing krachtens de Luchtvaartwet, de Tracéwet of de Ontgrondingenwet afloopt. Indien gedurende de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, wordt de werking van de aanwijzing ingevolge artikel 37 opgeschort totdat op het verzoek is beslist.
|
||||
|
||||
**3.** Indien tegen het besluit tot het verlenen van vrijstelling ingevolge artikel 40 beroep is ingesteld en binnen de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, begint de in artikel 40a, eerste lid, bedoelde termijn te lopen zodra dat verzoek is afgewezen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue