2022-07-19 | BWBR0046932 | Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandachtsgroepen
This commit is contained in:
parent
c51cfbc07c
commit
95ce2066e6
1 changed files with 24 additions and 36 deletions
|
|
@ -14,10 +14,10 @@ citeertitel: Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandach
|
|||
|
||||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aandachtsgroepen:* dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, woonwagenbewoners en uitwonende studenten;
|
||||
- *aandachtsgroepen:* dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, uitwonende studenten en woonwagenbewoners;
|
||||
- *bijlage:* bijlage bij deze regeling;
|
||||
- *college:* college van burgemeester en wethouders;
|
||||
- *minister:* Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
|
||||
- *minister:* Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
|
||||
- *woonruimte:* ruimte die ter bewoning voor verhuur wordt aangeboden tegen een prijs:
|
||||
|
||||
– die niet hoger ligt dan de bedragen, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag;
|
||||
|
|
@ -31,8 +31,9 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
De minister kan op aanvraag van een college een specifieke uitkering verstrekken aan een gemeente voor een project:
|
||||
|
||||
a. waarbij woonruimten voor aandachtsgroepen gerealiseerd worden die aan de bestaande voorraad woonruimten worden toegevoegd en die gedurende ten minste tien jaar na voltooiing geheel voor aandachtsgroepen bestemd zijn;
|
||||
b. waarvan aannemelijk is gemaakt dat het binnen vijf jaar na de datum van toekenning van de uitkering gerealiseerd is; en
|
||||
c. waarbij de woonruimten verhuurd zullen worden op basis van een schriftelijk huurcontract tussen huurder en verhuurder.
|
||||
b. waarvan aannemelijk is gemaakt dat er binnen twee jaar na de datum van toekenning van de uitkering onomkeerbare stappen worden gezet ten behoeve van het in onderdeel a bedoelde doel;
|
||||
c. waarvan aannemelijk is gemaakt dat het binnen vijf jaar na de datum van toekenning van de uitkering gerealiseerd is; en
|
||||
d. waarbij de woonruimten verhuurd zullen worden op basis van een schriftelijk huurcontract tussen huurder en verhuurder.
|
||||
|
||||
**2.** De specifieke uitkering wordt slechts toegekend indien er sprake is van een financieel tekort bij het project en de bijdrage aantoonbaar bijdraagt en noodzakelijk is voor het realiseren van woonruimten voor aandachtsgroepen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -40,9 +41,11 @@ c. waarbij de woonruimten verhuurd zullen worden op basis van een schriftelijk h
|
|||
|
||||
**4.** Kosten mogen alleen opgevoerd worden indien deze voor minimaal 85% toerekenbaar zijn aan de bouw van woonruimten voor aandachtsgroepen.
|
||||
|
||||
**5.** Maximaal 5% van de gevraagde bijdrage mag opgevoerd worden voor noodzakelijke projectkosten en maximaal 10% van het gevraagde bedrag voor het financieren van sociaal beheer.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De plafonds voor het totaal van de aanvragen voor specifieke uitkeringen zijn de bedragen, genoemd in de bijlage.
|
||||
**1.** Het plafond voor het totaal van de aanvragen voor specifieke uitkeringen bedraagt het bedrag, genoemd in de bijlage.
|
||||
|
||||
**2.** De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor activiteiten voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
|
||||
|
||||
|
|
@ -56,8 +59,8 @@ Een aanvraag bevat:
|
|||
|
||||
a. een beschrijving van het project en de locatie waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en van de wijze waarop het project voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2;
|
||||
b. een beschrijving van de wijze waarop het project wordt uitgevoerd en welke partijen daarbij betrokken zijn, waarbij middels processtappen inzichtelijk wordt gemaakt hoe het project uitgevoerd zal worden;
|
||||
c. een overzicht van de aantallen te realiseren woonruimten voor aandachtsgroepen;
|
||||
d. een projectbegroting met een toelichting indien het een aanvraag betreft aangaande honderd woonruimten of meer, en enkel een toelichting indien het een aanvraag betreft aangaande minder dan honderd woonruimten, waaruit de benodigde bijdrage per woonruimte en het BTW-deel van het aangevraagde bedrag blijkt;
|
||||
c. een overzicht van de aantallen te realiseren woonruimten per beoogde aandachtsgroep;
|
||||
d. een projectbegroting met een toelichting waaruit de benodigde bijdrage per woonruimte en het BTW-deel van het aangevraagde bedrag blijkt;
|
||||
e. de verwachte begin- en einddatum van het project; en,
|
||||
f. een risicoanalyse die ingaat op de risico’s aangaande de planvorming, juridische procedures, draagvlak in de omgeving en afspraken met de markt, medeoverheden en corporaties;
|
||||
|
||||
|
|
@ -71,21 +74,11 @@ f. een risicoanalyse die ingaat op de risico’s aangaande de planvorming, jurid
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De minister stelt een rangschikking op van de binnengekomen volledige aanvragen voor woonruimten voor studentenhuisvesting en behandelt de aanvragen volgens die rangschikking.
|
||||
**1.** De minister behandelt de binnengekomen aanvragen op volgorde van binnenkomst. Een aanvraag geldt als binnengekomen op het moment dat de aanvraag volledig is binnengekomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Indien de minister op de dag dat het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
|
||||
De rangschikking van aanvragen voor uitwonende studenten vindt plaats aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van toekenning:
|
||||
|
||||
a. een aanvraag met uitsluitend onzelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesting;
|
||||
b. een aanvraag met onzelfstandige en zelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesting waarvan ten minste 25% van de woonruimten uit onzelfstandige woonruimten bestaat;
|
||||
c. een aanvraag met minder dan 25% en meer dan 0% onzelfstandige woonruimten voor studenten;
|
||||
d. een aanvraag met zelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesting waarvan ten minste 25% van de woonruimten toegang heeft tot een gemeenschappelijke ruimte;
|
||||
e. een aanvraag met uitsluitend zelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesting.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het plafond, bedoeld in artikel 3, is bereikt en meerdere aanvragen op basis van de criteria, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking komen voor de subsidie, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
|
||||
**4.** De minister behandelt de binnengekomen aanvragen voor woonruimten voor dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en woonwagenbewoners op volgorde van binnenkomst. Een aanvraag geldt als binnengekomen op het moment dat de aanvraag, bedoeld in artikel 4, volledig is binnengekomen. Indien de minister op het tijdstip dat het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
**3.** Indien het plafond niet is bereikt na toewijzing aan de binnengekomen aanvragen in de periode bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan de minister een andere periode vaststellen waarbinnen aanvragen kunnen worden gedaan. Die periode wordt uiterlijk zes weken voor aanvang ervan bekendgemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -93,17 +86,15 @@ e. een aanvraag met uitsluitend zelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesti
|
|||
|
||||
**2.** Woonruimten dienen te worden verhuurd op basis van een schriftelijk huurcontract tussen huurder en verhuurder.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen drie jaar na de datum van toekenning van de uitkering wordt gestart met de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de woningen.
|
||||
**3.** Het college besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december van het vijfde jaar nadat de uitkering verstrekt is aan de projecten waarvoor de uitkering is verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** Het college besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december van het vijfde jaar nadat de uitkering verstrekt is aan de projecten waarvoor de uitkering is verstrekt.
|
||||
**4.** Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor de datum, bedoelde in het vorige lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor de datum, bedoelde in het vorige lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
|
||||
**5.** Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
|
||||
|
||||
**6.** Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
|
||||
**6.** Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.
|
||||
|
||||
**7.** Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.
|
||||
|
||||
**8.** Aan een uitkering kunnen in de uitkeringsbeschikking nadere verplichtingen worden verbonden.
|
||||
**7.** Aan een uitkering kunnen in de uitkeringsbeschikking nadere verplichtingen worden verbonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -112,21 +103,18 @@ e. een aanvraag met uitsluitend zelfstandige woonruimten voor studentenhuisvesti
|
|||
De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien:
|
||||
|
||||
a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;
|
||||
b. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
|
||||
c. toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid; of
|
||||
d. toewijzing van de aanvragen volgens de rangschikking zou leiden tot een bovenmatige concentratie van de toewijzingen in een of enkele regio’s.
|
||||
b. de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van andere regelingen reeds een specifieke uitkering is verstrekt;
|
||||
c. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
|
||||
d. toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid; of
|
||||
e. toewijzing van de aanvragen volgens de rangschikking zou leiden tot een bovenmatige concentratie van de toewijzingen in een of enkele regio’s.
|
||||
|
||||
**2.** De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk afwijzen, voor zover de volledige toekenning zou leiden tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering afwijzen indien de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van andere regelingen reeds een specifieke uitkering is verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** De minister neemt binnen acht weken na de datum van ontvangst van een aanvraag een besluit over de verlening van de specifieke uitkering voor woonruimten voor dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en woonwagenbewoners. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van uiterlijk acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
**1.** De minister neemt binnen acht weken na de datum van ontvangst van een aanvraag een besluit over de verlening van de specifieke uitkering. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van uiterlijk acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
|
||||
**2.** De minister neemt binnen acht weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode voor woonruimten voor studentenhuisvesting een besluit over de verlening van de specifieke uitkering. De minister kan deze termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De verleningsbeschikking vermeldt:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue