diff --git a/wet/interimwet-stad-en-milieubenadering/BWBR0019466/README.md b/wet/interimwet-stad-en-milieubenadering/BWBR0019466/README.md index 3986559996c..3b580d89682 100644 --- a/wet/interimwet-stad-en-milieubenadering/BWBR0019466/README.md +++ b/wet/interimwet-stad-en-milieubenadering/BWBR0019466/README.md @@ -57,8 +57,9 @@ b. dat, in afwijking van artikel 6 van de Wet ammoniak en veehouderij, een vergu Van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, wordt geen gebruik gemaakt: a. met betrekking tot milieukwaliteitsnormen, gesteld bij of krachtens de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart; -b. met betrekking tot milieukwaliteitsnormen, gesteld krachtens artikel 108 van de Wet geluidhinder voorzover die normen betrekking hebben op luchtvaartterreinen, of -c. voorzover dat leidt tot een geluidsbelasting binnen een woning met gesloten ramen, die hoger is dan 33 dB. +b. met betrekking tot milieukwaliteitsnormen, gesteld bij of krachtens artikel 5.2b of titel 5.2 van de Wet milieubeheer; +c. met betrekking tot milieukwaliteitsnormen, gesteld krachtens artikel 108 van de Wet geluidhinder voorzover die normen betrekking hebben op luchtvaartterreinen, of +d. voorzover dat leidt tot een geluidsbelasting binnen een woning met gesloten ramen, die hoger is dan 33 dB. **2.** Van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 3, wordt geen gebruik gemaakt met betrekking tot een deel van een reconstructiegebied waarop artikel 27 van de Reconstructiewet concentratiegebieden van toepassing is. @@ -66,9 +67,8 @@ c. voorzover dat leidt tot een geluidsbelasting binnen een woning met gesloten r De gemeenteraad maakt van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 2 en 3, uitsluitend gebruik, indien: -a. hij tot het oordeel is gekomen dat het rekening houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming, het nemen van brongerelateerde maatregelen en het optimaal benutten van wettelijke voorschriften niet toereikend zijn om zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken; -b. een melding als bedoeld in artikel 11 is gedaan, en -c. hij een bestemmingsplan of herziening daarvan vaststelt overeenkomstig artikel 12. +a. hij tot het oordeel is gekomen dat het rekening houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming, het nemen van brongerelateerde maatregelen en het optimaal benutten van wettelijke voorschriften niet toereikend zijn om zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken, en +b. een melding als bedoeld in artikel 11 is gedaan. ### Artikel 5 @@ -135,7 +135,7 @@ b. dat, in afwijking van artikel 6 van de Wet ammoniak en veehouderij, een vergu **2.** -Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 4, derde lid, 5, eerste lid, 6, 7, 8, 11, 12, derde lid, onderdelen a tot en met d, 13, eerste en tweede lid, 14, 15 en 17, eerste tot en met derde lid, van deze wet en de artikelen 15, 16, eerste lid, en 28 van de Reconstructiewet concentratiegebieden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: +Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 4, derde lid, 5, eerste lid, 6, 7, 8, 11, 14 en 15 van deze wet en de artikelen 15, 16, eerste lid, en 28 van de Reconstructiewet concentratiegebieden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. onder «gemeenteraad» telkens wordt verstaan «provinciale staten van de provincie waarin het reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen»; b. onder «burgemeester en wethouders» telkens wordt verstaan «gedeputeerde staten van de provincie waarin het reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen»; @@ -171,37 +171,28 @@ e. een beschrijving op hoofdlijnen van de te verwachten gevolgen voor het milieu **1.** In dit artikel wordt onder bevoegd gezag verstaan: bestuursorgaan dat ten aanzien van een projectgebied belast is met toepassing van een milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift waarvan op grond van artikel 2 of 3 afwijking wordt overwogen. -**2.** De voorbereiding, het nemen en de terinzagelegging van het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3, vinden gelijktijdig plaats met de voorbereiding, het nemen en de terinzagelegging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan met betrekking tot het projectgebied. +**2.** -**3.** - -Artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en de krachtens die wet gestelde voorschriften omtrent totstandkoming en inhoud van het bestemmingsplan zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat +Op de voorbereiding, het nemen en de terinzagelegging van het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of 9, zijn artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en de krachtens die wet gestelde voorschriften omtrent totstandkoming en inhoud van het bestemmingsplan van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: a. burgemeester en wethouders gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbesluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3, het bevoegd gezag in de gelegenheid stellen advies uit te brengen over het ontwerpbesluit, tenzij een orgaan van de gemeente als bevoegd gezag of adviseur is aangewezen; -b. het bevoegd gezag bij de voorbereiding van zijn advies de bestuursorganen betrekt die ingevolge wettelijk voorschrift zijn aangewezen om hem terzake van advies te dienen; -c. naar voren gebrachte zienswijzen omtrent het ontwerp van het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3, zo spoedig mogelijk doch in elk geval daags na afloop van de terinzageligging van het ontwerpbesluit aan gedeputeerde staten worden gestuurd; -d. het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3, met het betrokken bestemmingsplan tevens daags na vaststelling langs elektronische weg naar gedeputeerde staten worden toegezonden; -e. in afwijking van genoemd artikel 3.8, derde lid, beide besluiten gelijktijdig zes weken na hun vaststelling bekend worden gemaakt. +b. gedeputeerde staten gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbesluit, bedoeld in artikel 9, het bevoegd gezag in de gelegenheid stellen advies uit te brengen over het ontwerpbesluit, tenzij een orgaan van de provincie als bevoegd gezag of adviseur is aangewezen; +c. het bevoegd gezag bij de voorbereiding van zijn advies de bestuursorganen betrekt, die ingevolge wettelijk voorschrift zijn aangewezen om hem terzake van advies te dienen; +d. naar voren gebrachte zienswijzen omtrent het ontwerpbesluit, bedoeld in artikel 9, zo spoedig mogelijk doch in elk geval daags na afloop van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit aan Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit worden gestuurd. ### Artikel 13 -**1.** Een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. +**1.** Een besluit als bedoeld in artikel 9 behoeft de goedkeuring van Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. **2.** Indien naar voren gebrachte zienswijzen daartoe aanleiding geven, kan goedkeuring als bedoeld in het eerste lid worden onthouden wegens strijd met het belang van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en met het belang van het bereiken van optimale leefomgevingskwaliteit. -**3.** Gedeputeerde staten maken hun besluit tot onthouding van goedkeuring binnen zes weken na het vaststellingsbesluit aan de gemeente bekend. Artikel 10.31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Een besluit tot goedkeuring wordt geacht te zijn genomen, indien binnen de in de eerste volzin genoemde termijn geen besluit tot onthouding van goedkeuring aan de gemeenteraad is bekendgemaakt. - -**4.** Indien gedeputeerde staten goedkeuring onthouden aan het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geven zij ten aanzien van het bestemmingsplan met betrekking tot het projectgebied gelijktijdig een aanwijzing als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, zo nodig in afwijking van het vierde lid van genoemd artikel 3.8. - -**5.** Voor zover ten aanzien van het bestemmingsplan dat betrekking heeft op het projectgebied toepassing is gegeven aan artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, wordt goedkeuring onthouden aan het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3. - -**6.** Indien goedkeuring aan het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3 is onthouden, wordt de termijn voor bekendmaking, genoemd in artikel 12, derde lid, onder e, met een week verlengd. +**3.** Op een besluit van provinciale staten tot wijziging of intrekking van een besluit als bedoeld in artikel 9 zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 14 -**1.** Op een besluit van de gemeenteraad tot wijziging van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 zijn de artikelen 5 tot en met 8, 11, 12, 13, 16 en 18 van overeenkomstige toepassing. +**1.** Op een besluit van de gemeenteraad tot wijziging van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 zijn de artikelen 5 tot en met 8, 11, 12, eerste en tweede lid, onderdelen a, c en d, 16 en 18 van overeenkomstige toepassing. -**2.** Op een besluit van de gemeenteraad tot intrekking van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 zijn de artikelen 11, eerste, derde en vierde lid, 12, 13, 16 en 18 van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op een besluit van de gemeenteraad tot intrekking van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 zijn de artikelen 11, eerste, derde en vierde lid, 12, eerste en tweede lid, onderdelen a, c en d, 16 en 18 van overeenkomstige toepassing. ### Paragraaf 5. Uitvoering van een besluit tot afwijking van wettelijke voorschriften @@ -236,32 +227,13 @@ b. het toepassen van de artikelen 8.22, tweede lid, 8.23, eerste lid, en 8.24, e ### Artikel 17 -**1.** Burgemeester en wethouders zenden gedeputeerde staten gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks een verslag over de voortgang en de bevindingen met betrekking tot de uitvoering van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3. - -**2.** De periode, genoemd in het eerste lid, vangt aan een jaar nadat gedeputeerde staten het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3, hebben goedgekeurd. - -**3.** Op verzoek van gedeputeerde staten zetten burgemeester en wethouders na afloop van de periode, genoemd in het eerste lid, de verslaglegging voort gedurende een door gedeputeerde staten te bepalen redelijke termijn van ten hoogste vijf jaar. - -**4.** Gedeputeerde staten zenden twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet en een jaar voor het tijdstip waarop deze wet vervalt aan Onze Minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. - -**5.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot het verslag, bedoeld in het eerste en vierde lid. +Vervallen ### Paragraaf 7. Beroep ### Artikel 18 -**1.** Tegen een besluit omtrent goedkeuring van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. - -**2.** - -Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als een besluit aangemerkt: - -a. het besluit tot onthouding van goedkeuring van het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3, en het aanwijzingsbesluit, bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening ten aanzien van het bestemmingsplan dat betrekking heeft op het projectgebied; -b. het besluit tot goedkeuring van het besluit, bedoeld in de artikelen 2 en 3, en het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan dat betrekking heeft op het projectgebied. - -**3.** Bij de toepassing van het tweede lid zijn de artikelen 8.2, derde lid, en 8.4, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. - -**4.** Het beroep tegen een besluit ter uitvoering van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 kan geen grond vinden in bedenkingen tegen het laatstbedoelde besluit. +Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ### Artikel 19 @@ -299,7 +271,7 @@ Vervallen ### Artikel 25 -**1.** Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt vijf jaar na dat tijdstip. +**1.** Deze wet vervalt met ingang van 1 januari 2014. **2.** Deze wet blijft van toepassing op besluiten als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 9 die voor het tijdstip waarop deze wet vervalt, genomen zijn.