diff --git a/beleidsregel/vennootschapsbelasting-innovatiebox/BWBR0035509/README.md b/beleidsregel/vennootschapsbelasting-innovatiebox/BWBR0035509/README.md index 058ec6f61fe..92d21fcbd9c 100644 --- a/beleidsregel/vennootschapsbelasting-innovatiebox/BWBR0035509/README.md +++ b/beleidsregel/vennootschapsbelasting-innovatiebox/BWBR0035509/README.md @@ -16,7 +16,9 @@ citeertitel: Vennootschapsbelasting, innovatiebox Innovatie is een bron voor duurzame economische groei en levert een belangrijke bijdrage aan de versterking van het concurrentievermogen. De innovatiebox speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de innovatiebox innovatieve bedrijven gericht aanzet tot het doen van meer onderzoek en ontwikkeling. Zonder voor te schrijven waar de focus op moet liggen, kan het bedrijfsleven zich richten op ontwikkelingen waar de markt behoefte aan heeft. Hiermee draagt de innovatiebox bij aan de innovatieve concurrentiekracht van Nederland, de Europese Unie en de EU-doelstellingen van de Europa 2020-strategie en Horizon 2020. -Dit besluit bevat een beschrijving van, een nadere toelichting op en waar nodig een verdere invulling van verschillende elementen voor de toepassing van de innovatiebox van artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. In dit artikel is bepaald dat als de belastingplichtige daarvoor kiest, de voordelen uit hoofde van octrooi- en S&O-activa voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Het toerekenen van deze voordelen aan de innovatiebox, moet worden onderscheiden van de toepassing van het arm’s-lengthbeginsel in gelieerde verhoudingen. Pas nadat de arm's-lengthbeloning is bepaald, kan worden bepaald welk deel van deze beloning als een voordeel voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt. Dat laat echter onverlet, dat de gehanteerde toerekeningsmethode voor het bepalen van het innovatieboxvoordeel niet los kan worden gezien van artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de daaruit voortvloeiende regelgeving. +Dit besluit bevat een beschrijving van, een nadere toelichting op en waar nodig een verdere invulling van verschillende elementen voor de toepassing van de innovatiebox van artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals dit gold tot en met 31 december 2016. Omdat de innovatiebox van de artikelen 12b tot en met 12bg van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals deze gelden vanaf 1 januari 2017, op wezenlijke onderdelen – zoals de toegangseisen, het te hanteren aggregatieniveau en de nexusbreuk – verschilt van de innovatiebox van artikel 12b (oud) van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, kan dit besluit daarop niet van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Dit betekent overigens niet dat de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan dit besluit, niet ook kunnen gelden voor de innovatiebox van de artikelen 12b tot en met 12bg van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals deze gelden vanaf 1 januari 2017. Waar in dit besluit aan artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt gerefereerd, wordt bedoeld artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals dit gold tot en met 31 december 2016. + +In artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is bepaald dat als de belastingplichtige daarvoor kiest, de voordelen uit hoofde van octrooi- en S&O-activa voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Het toerekenen van deze voordelen aan de innovatiebox moet worden onderscheiden van de toepassing van het arm’s-lengthbeginsel in gelieerde verhoudingen. Pas nadat de arm’s-lengthbeloning is bepaald, kan worden bepaald welk deel van deze beloning als een voordeel voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt. Dat laat echter onverlet, dat de gehanteerde toerekeningsmethode voor het bepalen van het innovatieboxvoordeel niet los kan worden gezien van artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de daaruit voortvloeiende regelgeving. De Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering is verantwoordelijk voor de coördinatie en ondersteuning van de uitvoering van het ontwikkelde beleid bij de toepassing van o.a. de innovatiebox (besluit van 14 oktober 2010, nr. DGB2010/6307M). De Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering verstrekt aan medewerkers van de Belastingdienst bindende adviezen over toepassing van de innovatiebox. Gevallen waarin een standpuntbepaling precedentwerking zou kunnen hebben, legt de inspecteur daarom voor aan de Coördinatiegroep Taxhavens en Concernfinanciering.