2002-01-01 | BWBR0006759 | Bekostigingsbesluit cultuuruitingen

This commit is contained in:
Coornhert 2002-01-01 12:00:00 +00:00
parent 436a806d26
commit 9674571917

View file

@ -18,23 +18,24 @@ citeertitel: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op het specifiek cultuurbeleid;
b. instelling: privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel publiekrechtelijke rechtspersoon;
c. aangewezen instelling: instelling die door Onze Minister is aangewezen als een instelling als bedoeld in artikel 4b van de wet;
d. project: activiteit op het terrein van cultuur met een incidenteel karakter;
e. jaarlijkse instellingssubsidie: subsidie aan een instelling gedurende een kalenderjaar voor het geheel of een deel van de activiteiten van die instelling;
f. vierjaarlijkse instellingssubsidie: subsidie krachtens artikel 4a van de wet aan een instelling gedurende in beginsel vier aaneengesloten kalenderjaren voor het geheel of een deel van de activiteiten van die instelling;
g. projectsubsidie: subsidie voor een project;
a. de wet: de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
b. instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel een publiekrechtelijke rechtspersoon;
c. project: een activiteit op het terrein van cultuur met een incidenteel karakter;
d. instellingssubsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 6;
e. projectsubsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 11;
f. beleidsplan: een plan als bedoeld in artikel 9;
g. cultuurnota: de cultuurnota, bedoeld in artikel 3 van de wet;
h. sectornota: een sectornota als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet.
**2.** Artikel 28 van het Besluit financiële verhouding 2001 is niet van toepassing op het verstrekken van specifieke uitkeringen als bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7 van de wet.
### Artikel 2
Onze Minister maakt openbaar welke activiteiten voor subsidie of voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 in aanmerking komen voor zover dit niet reeds blijkt uit notas die van belang zijn voor het cultuurbeleid of uit de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 4a van de wet, alsmede voor zover hij voornemens is af te wijken van het in die notas of ministeriële regeling gestelde onderscheidenlijk bepaalde.
Onze Minister maakt openbaar welke activiteiten voor subsidie of voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 in aanmerking komen voor zover dit niet reeds blijkt uit de cultuurnota of uit sectornotas, alsmede voor zover hij voornemens is af te wijken van het in die notas gestelde.
### Artikel 2a
Onze Minister verstrekt subsidie voor perioden van ten hoogste vier jaren.
Onze Minister kan subsidie verstrekken voor perioden van ten hoogste vier jaren, doch uitsluitend binnen de perioden waarvoor een cultuurnota geldt.
### Artikel 3
@ -44,11 +45,11 @@ Een subsidie of een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 ten laste van
**1.** Op de verlening van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 is artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
**2.** De subsidieverlening of de verlening van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 wordt geweigerd voor zover Onze Minister van oordeel is dat het verstrekken daarvan zijn beleid dat is neergelegd in de notas die van belang zijn voor het cultuurbeleid of in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 4a van de wet, of dat met toepassing van artikel 2 openbaar is gemaakt, mede gelet op de beschikbare financiële middelen, niet of onvoldoende ondersteunt.
**2.** De subsidieverlening of de verlening van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 wordt geweigerd indien Onze Minister van oordeel is dat het verstrekken daarvan zijn beleid dat is neergelegd in de cultuurnota, in een sectornota, of met toepassing van artikel 2 openbaar is gemaakt, mede gelet op de beschikbare financiële middelen, niet ondersteunt.
**3.**
De subsidieverlening wordt voorts geweigerd voor zover:
De subsidieverlening wordt voorts geweigerd indien:
a. naar het oordeel van Onze Minister mag worden verwacht dat de met de subsidieverlening beoogde doeleinden niet zullen worden bereikt;
b. de aanvrager naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie niet heeft aangetoond, tenzij de aanvrager een publiekrechtelijke rechtspersoon is;
@ -64,113 +65,128 @@ Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop het bedrag v
### Artikel 5a
Onze Minister kan ieder jaar subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende categorieën van activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt.
Onze Minister kan ieder jaar subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende categorieën van activiteiten waarvoor een instellings- of projectsubsidie kan worden verstrekt.
### Artikel 5b
**1.** Indien Onze Minister een subsidieplafond vaststelt in verband met verlening van vierjaarlijkse of jaarlijkse instellingssubsidie dan wel van projectsubsidie, voorziet hij in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke instellingen en soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, tenzij Onze Minister bij de vaststelling van een subsidieplafond bepaalt dat hij het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen verdeelt.
**1.** Indien Onze Minister een subsidieplafond vaststelt, voorziet hij in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke instellingen en soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, tenzij Onze Minister bij de vaststelling van een subsidieplafond bepaalt dat hij het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen verdeelt.
**2.** Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt in het geval, bedoeld in het eerste lid, laatste zinsdeel, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst.
**3.** Indien Onze Minister een subsidieplafond vaststelt in verband met subsidieverlening aan aangewezen instellingen of fondsen, voorziet hij in een gelijktijdige beslissing ten aanzien van die instellingen of fondsen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.
## Hoofdstuk II. Het aanvragen van subsidie
## Hoofdstuk II. Vereisten voorafgaand aan de subsidieverlening
### Paragraaf 1. Aanvraag van vierjaarlijkse of jaarlijkse instellingssubsidie dan wel van projectsubsidie
### Paragraaf 1. Aanvraag van een jaarlijks instellingssubsidie
### Artikel 6
Deze paragraaf is op aangewezen instellingen en fondsen slechts van toepassing voor zover het betreft projectsubsidies.
**1.** De instelling die voor zijn activiteiten of een gedeelte daarvan in een kalenderjaar subsidie verlangt, dient uiterlijk zes maanden vóór de aanvang van het desbetreffende jaar een subsidieaanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een activiteitenplan en een begroting van de instelling en gaat vergezeld van een liquiditeitsprognose, indien de liquiditeitsbehoefte van de instelling onregelmatig over het jaar is gespreid.
**2.** In het activiteitenplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de instelling met de activiteiten nastreeft, op welke wijze zij zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroep zij zijn bestemd.
**3.** De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten in dat jaar. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden op 1 januari van het jaar van indiening van de aanvraag. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Tevens bevat de begroting zowel de baten en lasten van de instelling als geheel als de baten en lasten van elk te onderscheiden onderdeel van de instelling.
**4.** De liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van de activiteiten per kalenderkwartaal.
**5.** Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde aanvraagtermijn.
### Artikel 7
**1.** Een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie verlangt, dient voor een door Onze Minister te bepalen tijdstip een subsidieaanvraag in. Dit tijdstip ligt ten minste zes maanden vóór de aanvang van de periode van vier jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
**1.**
**2.** Een instelling die een jaarlijkse instellingssubsidie verlangt, dient uiterlijk zes maanden vóór de aanvang van het betreffende jaar een subsidieaanvraag in.
Bij de aanvraag van een instellingssubsidie worden tevens overgelegd:
**3.** Een instelling of een natuurlijke persoon die een projectsubsidie verlangt, dient uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het project een subsidieaanvraag in.
a. een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten;
b. een afschrift waaruit de inschrijving van de instelling in het geldende openbaar register blijkt;
c. een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling op het tijdstip van de aanvraag.
**4.** De subsidieaanvraag voor een vierjaarlijkse of een jaarlijkse instellingssubsidie geeft mede aan of de aanvraag geschiedt voor het geheel of een gedeelte van de activiteiten van de instelling.
**2.** Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
**5.** Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraagtermijn;
**3.** Overlegging van de in het eerste lid, onder a, b of c, bedoelde bescheiden kan achterwege blijven indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat de in die bescheiden opgenomen gegevens aan Onze Minister bekend zijn. In de aanvraag wordt daarvan mededeling gedaan.
**6.**
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een publiekrechtelijke rechtspersoon een instellingssubsidie aanvraagt.
In afwijking van het derde lid kan Onze Minister:
a. bepalen dat aanvragen voor bepaalde categorieën projecten vóór een of meer door hem vastgestelde data dienen te worden ingediend; of
b. een andere aanvraagtermijn vaststellen.
### Paragraaf 2. Aanvraag van een meerjarig instellingssubsidie
### Artikel 8
**1.**
De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:
a. een activiteitenplan; en
b. een begroting.
**2.** Het activiteitenplan geeft het doel aan van en geeft inzicht in de voorgenomen activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
**3.** Het activiteitenplan van de aanvraag voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie is uitgesplitst per jaar.
**4.** De begroting geeft inzicht in de geschatte baten en lasten van de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil op 1 januari van het jaar van indiening van de aanvraag. De begroting is tevens voorzien van een postgewijze toelichting.
**5.** De begroting van de aanvraag voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie omvat tevens een prestatieoverzicht dat in kort bestek een inzichtelijk kwantitatief overzicht bevat van de te verrichten activiteiten in ieder van de vier jaren van de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
**6.** Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
Vervallen
### Artikel 9
**1.** De aanvraag voor een jaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie gaat vergezeld van een liquiditeitsprognose, indien de liquiditeitsbehoefte van de betreffende instelling of de betrokken natuurlijke persoon onregelmatig is gespreid over de duur van de activiteiten.
**1.** Een aanvraag voor een meerjarig instellingssubsidie wordt ingediend vóór een door Onze Minister te bepalen tijdstip, dat voor verschillende cultuuruitingen verschillend kan worden vastgesteld. Dit tijdstip ligt ten minste zes maanden vóór de aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd. De aanvraag gaat vergezeld van een beleidsplan voor de hele periode en een liquiditeitsprognose. Artikel 6, vierde lid, en artikel 7 zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** De liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van de activiteiten.
**2.**
Het beleidsplan geeft ten minste een duidelijk inzicht in:
a. de beleidsvoornemens voor de betrokken periode; en
b. de geschatte baten en lasten gedurende de betrokken periode.
Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden in het jaar van indiening van de aanvraag.
**3.** Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde aanvraagtermijn.
### Artikel 10
**1.**
Vervallen
Bij de aanvraag worden tevens overgelegd:
a. een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten;
b. een afschrift waaruit de inschrijving van de instelling in het geldende openbaar register blijkt; en
c. een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling op het tijdstip van de aanvraag, tenzij de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat de in die bescheiden opgenomen gegevens aan Onze Minister bekend zijn. Legt de aanvrager niet een of meer van deze bescheiden over dan doet hij daarvan mededeling in de aanvraag.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op publiekrechtelijke rechtspersonen.
### Paragraaf 2. Verplichtingen voorafgaand aan de vierjaarlijkse subsidieverlening voor aangewezen instellingen en fondsen
### Paragraaf 3. Aanvraag van een projectsubsidie
### Artikel 11
**1.** Aangewezen instellingen en fondsen dienen uiterlijk zes maanden voor de aanvang van iedere subsidieperiode van vier kalenderjaren een begroting in die betrekking heeft op de door die instellingen als zodanig te verrichten activiteiten in die periode. De begroting is uitgesplitst per jaar.
**1.** De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die subsidie voor een bepaald project verlangt, dient ten minste dertien weken vóór de aanvang van het project een aanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting en gaat vergezeld van een liquiditeitsprognose.
**2.** Artikel 8, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** In het projectplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de aanvrager met de activiteiten nastreeft en op welke wijze die zullen worden uitgevoerd.
**3.** De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van het project. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden op 1 januari van het jaar van indiening van de aanvraag.
**4.** De liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van de activiteiten per kalenderkwartaal. De liquiditeitsprognose kan achterwege blijven als de liquiditeitsbehoefte regelmatig gespreid is over de duur van het project; in de aanvraag wordt dit uitdrukkelijk vermeld.
**5.**
In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister:
a. bepalen dat aanvragen voor bepaalde categorieën projecten vóór een of meer door hem vastgestelde data dienen te worden ingediend;
b. een andere aanvraagtermijn vaststellen.
### Artikel 12
Indien aan een aangewezen instelling of een fonds voor de eerste maal een subsidie als bedoeld in artikel 11 wordt verleend, is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.
**1.**
Bij de aanvraag van de subsidie door een privaatrechtelijke rechtspersoon worden tevens overgelegd:
a. een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten; en
b. een afschrift waaruit de inschrijving van de instelling in het geldende openbaar register blijkt.
**2.** Onze Minister kan een aanvrager of een categorie aanvragers tevens verplichten tot het overleggen van een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling op het tijdstip van de aanvraag.
**3.** Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
**4.** Overlegging van in het eerste lid bedoelde afschriften kan achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze gegevens aan Onze Minister bekend zijn. In de aanvraag wordt daarvan mededeling gedaan.
**5.** Het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien een publiekrechtelijke rechtspersoon een projectsubsidie aanvraagt.
## Hoofdstuk III. Subsidieverlening en bevoorschotting
### Artikel 13
**1.** Op een aanvraag voor een vierjaarlijkse of jaarlijkse instellingssubsidie wordt beslist dertien weken voorafgaand aan het betrokken jaar.
**2.** Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor een bepaalde datum in een kalenderjaar, dan wel dat wordt beslist op of na een of meer data in een kalenderjaar.
Op een aanvraag voor een instellingssubsidie wordt beslist dertien weken voorafgaand aan het betrokken jaar. Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor een bepaalde datum in een kalenderjaar, dan wel dat wordt beslist op of na een of meer data in een kalenderjaar.
### Artikel 14
**1.** Onze Minister houdt bij het verlenen van voorschotten rekening met de liquiditeitsbehoefte.
**1.** Nadat een subsidieaanvraag is ingediend, kan Onze Minister voorschotten verlenen. Daarbij wordt rekening gehouden met de liquiditeitsbehoefte.
**2.** Ingeval van voorschotverlening aan instellingen met vierjaarlijkse instellingssubsidie, aan aangewezen instellingen of aan fondsen wordt in de beschikking tot voorschotverlening vermeld welk bedrag elk jaar van de betrokken periode als voorschot zal worden verstrekt.
**2.** Onze Minister kan met betrekking tot de bevoorschotting nadere regels stellen.
**3.** Indien een subsidieaanvraag voor een vierjaarlijkse of jaarlijkse instellingssubsidie of voor een projectsubsidie te laat wordt ingediend en Onze Minister de aanvraag desondanks in behandeling neemt, kan hij het verlenen van voorschotten evenredig later doen plaatsvinden.
**4.** Onze Minister kan met betrekking tot de bevoorschotting nadere regels stellen.
**3.** Indien de subsidieaanvraag te laat wordt ingediend en Onze Minister de aanvraag desondanks in behandeling neemt, kan hij het verlenen van voorschotten evenredig later doen plaatsvinden.
### Artikel 15
**1.** Bij de subsidieverlening aan instellingen met vierjaarlijkse instellingssubsidie, aan aangewezen instellingen of aan fondsen kan Onze Minister bepalen dat het subsidiebedrag jaarlijks door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
Ten aanzien van de verlening en bevoorschotting van een meerjarig instellingssubsidie zijn de artikelen 13 en 14 van toepassing, met dien verstande dat Onze Minister beslist dertien weken voorafgaand aan de betrokken periode en dat in een beslissing waarbij een meerjarig instellingssubsidie wordt verleend, wordt vermeld welk bedrag elk jaar van de betrokken periode als voorschot zal worden verstrekt.
### Artikel 16
**1.** Bij de verlening van een meerjarig instellingssubsidie kan Onze Minister bepalen dat het subsidiebedrag jaarlijks door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
**2.** Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister bij de verlening van de subsidie tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
@ -178,10 +194,6 @@ Indien aan een aangewezen instelling of een fonds voor de eerste maal een subsid
**4.** Jaarlijks vindt overleg plaats tussen Onze Minister en, naar het oordeel van Onze Minister, representatieve vertegenwoordigers van subsidieontvangers over de ontwikkeling van de kosten van de arbeidsvoorwaarden in het daarop volgende jaar in relatie tot de kwaliteit en de kwantiteit van de gesubsidieerde activiteiten. Een bijstelling van het subsidiebedrag met toepassing van het eerste lid vindt eerst plaats nadat dit overleg heeft plaatsgevonden.
### Artikel 16
Vervallen
### Artikel 17
Vervallen
@ -196,7 +208,7 @@ Vervallen
De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:
a. de doeleinden gesteld in het activiteitenplan of, in geval van subsidieverlening aan aangewezen instellingen of fondsen, het prestatieoverzicht op doelmatige wijze worden nagestreefd;
a. de doeleinden gesteld in het activiteitenplan en het beleidsplan dan wel het projectplan op doelmatige wijze worden nagestreefd;
b. dat de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd; en
c. dat de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor het wordt verleend.
@ -211,7 +223,7 @@ d. de administratie en de daarbij behorende bewijsstukken ten minste gedurende v
### Artikel 21
**1.** Bij instellingen met vierjaarlijkse of jaarlijkse instellingssubsidie, bij aangewezen instellingen en bij fondsen is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar.
**1.** Bij instellingen die een instellingssubsidie ontvangen, is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar.
**2.** Onze Minister kan van het eerste lid ontheffing verlenen.
@ -221,9 +233,9 @@ De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze M
### Artikel 23
**1.** Instellingen met vierjaarlijkse of jaarlijkse instellingssubsidie, aangewezen instellingen en fondsen verzekeren hun roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van diefstal en brand, alsmede tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.
**1.** De ontvanger van een instellingssubsidie verzekert zijn roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van diefstal en brand, alsmede tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.
**2.** Instellingen met een vierjaarlijkse of jaarlijkse instellingssubsidie, aangewezen instellingen en fondsen verzekeren voor vrijwilligers die werkzaamheden voor deze verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid.
**2.** De ontvanger van een instellingssubsidie verzekert voor vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op zaken van provincies en gemeenten en op collecties van musea.
@ -233,46 +245,35 @@ De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze M
### Artikel 23a
Vervallen
**1.** Tenzij bij ministeriële regeling of bij de subsidieverlening anders is bepaald, dient de ontvanger van een meerjarig instellingssubsidie jaarlijks bij Onze Minister een activiteitenplan en een begroting van de instelling in. Artikel 6, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor het eerste jaar van de meerjarige subsidieperiode worden de in het eerste lid genoemde bescheiden ingediend uiterlijk 13 weken nadat een meerjarig instellingssubsidie is verleend.
**3.** Voor de overige jaren van de meerjarige subsidieperiode worden de in het eerste lid bedoelde bescheiden ingediend uiterlijk 13 weken voorafgaand aan het betrokken jaar.
### Artikel 24
**1.** Instellingen met vierjaarlijkse instellingssubsidie, aangewezen instellingen en fondsen dienen binnen vier maanden na afloop van enig jaar waarvoor subsidie is verleend een bestuursverslag en een jaarrekening of financieel verslag in. De jaarrekening of het financieel verslag gaat vergezeld van een toelichting.
**1.** De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend een activiteitenverslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het beleidsplan, activiteitenplan, onderscheidenlijk projectplan voorgenomen activiteiten.
**2.** Op de jaarrekening zijn de artikelen 35 en 37 van toepassing.
**2.** De ontvanger van een meerjarig instellingssubsidie dient binnen vier maanden na afloop van enig jaar waarvoor subsidie is verleend, het activiteitenverslag, bedoeld in het eerste lid, en de jaarrekening in vergezeld van een toelichting; de artikelen 33, derde lid, 35 en 36 zijn van toepassing.
**3.** Op het financieel verslag zijn de artikelen 36 en 37 van toepassing.
**4.**
Het bestuursverslag geeft toelichting op:
a. het exploitatieresultaat van de instelling;
b. de financiële positie van de instelling;
c. het al dan niet realiseren van de voorgenomen activiteiten;
d. de zaken die nu of in de toekomst van invloed kunnen zijn op het functioneren van de instelling.
**5.** Het bestuursverslag bevat naast de toelichting, bedoeld in het vierde lid, in kort bestek een inzichtelijke kwalitatieve beschrijving van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar.
**6.** Het bestuursverslag dat betrekking heeft op het laatste jaar van een periode van vier kalenderjaren waarvoor subsidie is verleend, bevat tevens een beschouwing over die vier kalenderjaren gezamenlijk.
**7.** Het bestuur van de instelling ondertekent het bestuursverslag.
**8.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot tussentijdse verslaglegging bij projectsubsidies die zich over meer dan één kalenderjaar uitstrekken.
**3.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot tussentijdse verslaglegging bij projectsubsidies die zich over meer dan één kalenderjaar uitstrekken.
### Artikel 25
**1.** Indien een gesubsidieerd project leidt tot een publicatie, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest.
**1.** Indien een gesubsidieerd project leidt tot een publikatie, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat bij de publikatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest.
**2.** Indien een subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in artikel 10, onder 1°, van de Auteurswet, draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk.
**2.** Indien een subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in artikel 10, onder 1°, van de Auteurswet 1912, draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk.
**3.** De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties.
**3.** De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publikaties.
### Artikel 26
**1.** Voor zover na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit besluit het bedrag van een verleend instellingssubsidie niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, wordt het gereserveerd in een bestemmingsfonds OCW. De aldus gereserveerde bedragen kunnen uitsluitend worden besteed aan doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt.
**1.** Voor zover na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit besluit het bedrag van een verleend instellingssubsidie niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, kan het worden gereserveerd. De aldus gereserveerde bedragen kunnen uitsluitend worden besteed aan doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt.
**2.** Over de aanwending van het bedrag in het bestemmingsfonds OCW neemt Onze Minister na afloop van de subsidieperiode binnen tien maanden een besluit.
**2.** Het totaal van de gereserveerde bedragen, bedoeld in het eerste lid, gaat een door Onze Minister voor een subsidieontvanger of categorie subsidieontvangers te bepalen percentage van de verleende subsidie of bedrag niet te boven.
**3.** Bedragen die zijn bestemd voor reserveringen voor toekomstige uitgaven, die door Onze Minister zijn aangewezen, worden voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als bedragen die zijn besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt.
### Artikel 27
@ -304,20 +305,6 @@ Vervallen
**2.** Indien bij Onze Minister het vermoeden is gerezen dat artikel 28 niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.
### Artikel 31a
**1.** Tijdens iedere periode waarin aan de aangewezen instellingen of fondsen subsidie is verleend, wordt bij ieder van die instellingen een visitatie uitgevoerd die ten doel heeft de wijze waarop die instelling haar taken verricht te beoordelen.
**2.** Met de visitatie zijn visitatiecommissies belast.
**3.** Een visitatiecommissie wordt door Onze Minister ingesteld na overleg met de instelling of instellingen waarbij die visitatie wordt uitgevoerd. Onze Minister stelt daarbij vast over welke instelling of instellingen de visitatiecommissie haar bemoeienis uitstrekt.
**4.** De leden van de visitatiecommissie worden benoemd, ontslagen en geschorst door Onze Minister, gehoord de instelling of instellingen, waartoe de visitatiecommissie haar bemoeienis zal uitstrekken.
**5.** Na afloop van iedere visitatie stelt de visitatiecommissie een visitatierapport vast. Het visitatierapport is openbaar.
**6.** Op de visitatiecommissies is het Vacatiegeldenbesluit 1988 van toepassing. De visitatiecommissies worden als «algemeen» in de zin van dat besluit aangemerkt.
### Artikel 32
**1.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent aan de verlening van bepaalde categorieën subsidies te verbinden verplichtingen.
@ -328,54 +315,50 @@ Vervallen
### Artikel 33
Binnen vier maanden na afloop van de periode dan wel het project, waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger in ieder geval de volgende bescheiden in:
**1.**
a. een activiteitenverslag;
b. een jaarrekening of een financieel verslag.
Binnen vier maanden na afloop van de periode dan wel het project waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger de volgende bescheiden in:
### Artikel 34
a. het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 24;
b. een subsidiedeclaratie; en
c. de jaarrekening.
Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de voorgenomen activiteiten in het activiteitenplan of, ingeval van subsidieverlening aan aangewezen instellingen of fondsen, in het prestatieoverzicht.
**2.** Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
### Artikel 35
**1.** Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.
**2.** Onze Minister kan bepalen dat bepalingen van Titel 9 of onderdelen daarvan niet van toepassing zijn op bepaalde instellingen of categorieën instellingen.
**3.** De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening, en gaat vergezeld van een toelichting op beide.
**4.** De jaarrekening van instellingen met vierjaarlijkse instellingssubsidie, van aangewezen instellingen en van fondsen gaat tevens vergezeld van een prestatieverantwoording die in kort bestek een inzichtelijk kwantitatief overzicht bevat van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
**5.**
**3.**
De jaarrekening behoeft niet te worden ingezonden, indien het gaat om:
a. een subsidie waarvan de omvang kleiner is dan een door Onze Minister vast te stellen bedrag;
b. een projectsubsidie; of
c. een subsidie aan een publiekrechtelijke rechtspersoon.
a. een projectsubsidie; of
b. een subsidie aan een publiekrechtelijke rechtspersoon.
### Artikel 34
De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. Verschillen van meer dan 5% worden in ieder geval belangrijk geacht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.
### Artikel 35
**1.** Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winsten verliesrekening van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.
**2.** Onze Minister kan bepalen dat bepalingen van Titel 9 of onderdelen daarvan niet van toepassing zijn op bepaalde instellingen of categorieën instellingen.
### Artikel 36
**1.** Het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling. Het financieel verslag sluit aan op de indeling van de begroting die voorafgaand aan de subsidieverlening is overgelegd. Belangrijke verschillen tussen financieel verslag en begroting worden toegelicht.
**1.** De jaarrekening en de subsidiedeclaratie zijn ieder afzonderlijk voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**2.** Op het financieel verslag is artikel 35, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
**3.** Een financieel verslag kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
### Artikel 37
**1.** De jaarrekening en het financieel verslag zijn ieder afzonderlijk voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**2.** De jaarrekening of het financieel verslag gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen protocol.
**2.** De jaarrekening of de subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen protocol.
**3.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale accountantsdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.
**4.** Indien het totaal van de door Onze Minister verleende subsidies met betrekking tot het boekjaar minder bedraagt dan een door hem vast te stellen bedrag zijn het eerste en het tweede lid niet van toepassing.
**4.** Indien de voor het boekjaar begrote exploitatielasten minder dan € 230 000 bedragen en het totaal van de door het Rijk verleende subsidies met betrekking tot dat jaar minder dan € 115 000 bedraagt, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing. Voor projectsubsidies blijft het bedrag van de begrote exploitatielasten buiten beschouwing.
### Artikel 37
Na ontvangst van de gegevens, bedoeld in de artikelen 33 tot en met 36, stelt Onze Minister de subsidie binnen zes maanden vast.
### Artikel 38
Na ontvangst van de gegevens, bedoeld in de artikelen 33 tot en met 37, stelt Onze Minister de subsidie binnen zes maanden vast.
Vervallen
### Artikel 39
@ -389,23 +372,13 @@ Specifieke uitkeringen aan provincies en gemeenten ten behoeve van het door het
### Artikel 41
**1.** De aanvraag voor een specifieke uitkering wordt uiterlijk zes maanden vóór de aanvang van de desbetreffende uitkeringsperiode ingediend. Bij ministeriële regeling kan een andere termijn worden vastgesteld.
**1.** De aanvraag voor een specifieke uitkering wordt uiterlijk zes maanden vóór de aanvang van het desbetreffende kalenderjaar ingediend.
**2.**
In de aanvraag voor een specifieke uitkering geeft het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders aan welke:
a. doelen worden nagestreefd,
b. indicatoren de realisatie van deze doelen uitdrukken, en
c. kosten met het realiseren van deze doelen zullen zijn gemoeid.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen indicatoren worden vastgesteld.
**4.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders geen toepassing behoeft te geven aan het tweede lid, onderdeel b.
**2.** Bij de aanvraag wordt aangegeven welke activiteiten met behulp van de specifieke uitkering zullen worden gesubsidieerd, welke beleidsdoelen daarmee worden nagestreefd en welke kosten met de activiteiten zullen zijn gemoeid.
### Artikel 42
Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor een bepaalde datum in een kalenderjaar, dan wel op of na een of meer data in een kalenderjaar. Op een aanvraag wordt dertien weken voorafgaande aan de betrokken uitkeringsperiode beslist.
Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor een bepaalde datum in een kalenderjaar, dan wel op of na een of meer data in een kalenderjaar. Op een aanvraag wordt dertien weken voorafgaande aan het betrokken jaar beslist.
### Artikel 43
@ -415,25 +388,29 @@ Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen da
### Artikel 44
Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van een specifieke uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. Artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
De provincie of gemeente doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van een specifieke uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. Artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 45
Vervallen
Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarin een specifieke uitkering is verstrekt zendt de provincie of gemeente een schriftelijk verslag aan Onze Minister over de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt.
### Artikel 46
Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders werkt mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
De provincie of gemeente werkt mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
### Artikel 47
Voor zover niet uit de jaarrekening van de provincie of gemeente, alsmede uit de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, behorend bij die jaarrekening krachtens artikel 217 van de Provinciewet of artikel 213 van de Gemeentewet, blijkt dat een specifieke uitkering rechtmatig is besteed, kan het bedrag waarvan de rechtmatige besteding niet vaststaat, worden teruggevorderd.
**1.** Binnen tien maanden na afloop van het jaar waarin een specifieke uitkering is verstrekt, legt de provincie of gemeente aan Onze Minister een verklaring over, waaruit blijkt in hoeverre de verstrekte specifieke uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd. Deze verklaring gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de specifieke uitkering minder bedroeg dan € 115 000, kan worden volstaan met de in de eerste volzin bedoelde verklaring.
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens voldoende blijken uit de vastgestelde rekening van de provincie of gemeente, kan worden volstaan met de toezending van de rekening, voorzien van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.
**3.** Voor zover niet uit een verklaring als bedoeld in het eerste lid of uit de rekening, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd, wordt het desbetreffende bedrag teruggevorderd.
## Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
### Artikel 48
Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van de inrichting van aanvragen, het activiteitenplan de begroting, de liquiditeitsprognose, de administratie, de jaarrekening, bedoeld in de hoofdstukken IV en V, het financieel verslag, de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 36, eerste lid, het activiteitenverslag en het bestuursverslag.
Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van de inrichting van aanvragen, het beleidsplan, het activiteitenplan, het projectplan, de begroting, de liquiditeitsprognose, de administratie, de jaarrekening, de subsidiedeclaratie, de verklaring van de accountant en activiteitenverslagen.
### Artikel 49