2007-09-01 | BWBR0017779 | Besluit handel in emissierechten
This commit is contained in:
parent
26618bbfbe
commit
96fee1f501
1 changed files with 110 additions and 158 deletions
|
|
@ -18,27 +18,29 @@ citeertitel: Besluit handel in emissierechten
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
wet: Wet milieubeheer;
|
||||
|
||||
CO_2: kooldioxide;
|
||||
|
||||
CO_2-installatie: broeikasgasinstallatie waarin activiteiten worden verricht, die behoren tot een categorie van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
|
||||
|
||||
brandstof: gasvormige, vloeibare of vaste stof, met inbegrip van alle daaraan toegevoegde stoffen, dienende voor verbranding;
|
||||
|
||||
meetinstantie: rechtspersoon als bedoeld in artikel 9, derde lid;
|
||||
|
||||
CEN-norm: norm die door het CEN, het Europese Comité voor Standaardisatie, is vastgesteld;
|
||||
|
||||
CO_2-verbrandingsemissie: emissie van CO_2 die plaatsvindt bij de exotherme reactie van een brandstof met zuurstof;
|
||||
|
||||
CO_2-procesemissie: emissie van CO_2, niet zijnde een CO_2-verbrandingsemissie, die optreedt ten gevolge van bedoelde of onbedoelde reacties tussen stoffen of bij de transformatie daarvan, waaronder de chemische of elektrolytische reductie van metaalertsen, de thermische ontbinding van stoffen en de vorming van stoffen, bedoeld om te worden gebruikt als product of als grondstof;
|
||||
CO_2: kooldioxide;
|
||||
|
||||
CO_2-emissiefactor: factor die is gebaseerd op het koolstofgehalte, uitgedrukt als ton CO_2/TJ voor CO_2-verbrandingsemissies;
|
||||
|
||||
CO_2-installatie: broeikasgasinstallatie waarin activiteiten worden verricht, die behoren tot een categorie van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a;
|
||||
|
||||
CO_2-procesemissie: emissie van CO_2, niet zijnde een CO_2-verbrandingsemissie, die optreedt ten gevolge van bedoelde of onbedoelde reacties tussen stoffen of bij de transformatie daarvan, waaronder de chemische of elektrolytische reductie van metaalertsen, de thermische ontbinding van stoffen en de vorming van stoffen, bedoeld om te worden gebruikt als product of als grondstof;
|
||||
|
||||
CO_2-verbrandingsemissie: emissie van CO_2 die plaatsvindt bij de exotherme reactie van een brandstof met zuurstof;
|
||||
|
||||
N_2O: distikstofoxide (lachgas);
|
||||
|
||||
NO_x-procesinstallatie: NO_x-installatie die wordt gebruikt voor de vervaardiging van een product, waarbij een emissie van ten minste 1.000 kilogram stikstofoxiden per kalenderjaar in de lucht wordt veroorzaakt;
|
||||
|
||||
NO_x-verbrandingsinstallatie: NO_x-installatie, niet zijnde een NO_x-procesinstallatie, met een vermogen van één megawatt thermisch of meer, die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaakt als gevolg van het verstoken van brandstof, met inbegrip van de bij de installatie behorende voorzieningen voor de reiniging van het rookgas;
|
||||
|
||||
NO_x-procesinstallatie: NO_x-installatie die wordt gebruikt voor de vervaardiging van een product, waarbij een emissie van ten minste 1.000 kilogram stikstofoxiden per kalenderjaar in de lucht wordt veroorzaakt.
|
||||
verbrandingseenheid: eenheid als bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage I, onder A, categorie 5;
|
||||
|
||||
wet: Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van hoofdstuk 2 en de daarop berustende bepalingen wordt onder vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet mede verstaan: vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -48,130 +50,99 @@ NO_x-procesinstallatie: NO_x-installatie die wordt gebruikt voor de vervaardigin
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Als categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de wet worden aangewezen de categorieën van activiteiten die een emissie van CO_2 in de lucht veroorzaken en die in de bij dit besluit behorende bijlage I zijn genoemd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de aanwijzing, bedoeld in dat lid, geen betrekking op activiteiten voorzover de CO_2-installaties waarin zij worden verricht, uitsluitend worden gebruikt voor onderzoek, ontwikkeling en beproeving van nieuwe producten en processen als bedoeld in bijlage I, onderdeel 1, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
|
||||
|
||||
**3.** Voorzover de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 27 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft bepaald dat een inrichting tijdelijk buiten de reikwijdte van die richtlijn blijft, heeft de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, tot en met 31 december 2007 geen betrekking op activiteiten die in de CO_2-installaties binnen die inrichting worden verricht. Onze Minister doet hiervan mededeling in de Staatscourant onder vermelding van de naam en het adres van de inrichting en de dag met ingang waarvan bedoelde uitzondering geldt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet wordt gedaan door of namens degene die de inrichting drijft, waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt in tweevoud bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag geschiedt door indiening van een monitoringsprotocol dat voldoet aan de vereisten die zijn gesteld in de artikelen 4 en 5.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In gevallen waarin de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet betrekking heeft op het in werking hebben van een inrichting als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet, vermeldt de aanvrager in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, in elk geval:
|
||||
Als categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de wet worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres van de aanvrager en beoogde houder van de vergunning, onder overlegging van een uittreksel uit het handelsregister, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Handelsregisterwet 1996;
|
||||
b. de naam en het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van de inrichting;
|
||||
c. de naam van de contactpersoon van het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van de wet voor de inrichting te verlenen;
|
||||
d. de indeling, de activiteiten en de processen in de inrichting, voorzover die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de emissies van CO_2 in de lucht, die daardoor kunnen worden veroorzaakt;
|
||||
e. de CO_2-installaties die zich in de inrichting bevinden;
|
||||
f. de brandstoffen die in de inrichting worden verbruikt, en voor elke brandstof de hoeveelheid die bij de maximale capaciteit van de inrichting wordt verbruikt;
|
||||
g. de wijze waarop in het emissieverslag verslag wordt gedaan van de jaarvracht en de gegevens betreffende het brandstofverbruik, het grondstofgebruik en de productie en de wijze waarop deze gegevens worden verkregen;
|
||||
h. de beschikbaarheid en de vakbekwaamheid van de personen die met de uitvoering van het monitoringsprotocol en de controle op de naleving daarvan worden belast en de wijze waarop taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen deze personen;
|
||||
i. de wijze waarop de werkzaamheden, bedoeld in artikel 9, eerste lid, door een meetinstantie moeten worden verricht.
|
||||
a. de categorieën van activiteiten die een emissie van CO_2 in de lucht veroorzaken en die zijn genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage I, onder A;
|
||||
b. met ingang van 1 januari 2008 of een bij koninklijk besluit te bepalen later tijdstip: de categorieën van activiteiten die een emissie van N_2O in de lucht veroorzaken en die zijn genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage I, onder B.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In het monitoringsprotocol vermeldt de aanvrager tevens afzonderlijk voor elke CO_2-installatie die zich in de inrichting bevindt, waarop de aanvraag betrekking heeft:
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, heeft met betrekking tot de tweede planperiode, welke loopt van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012, tevens betrekking op verbrandingseenheden:
|
||||
|
||||
a. de soort brandstoffen en grondstoffen die in de CO_2-installatie worden verbruikt, onderscheidenlijk gebruikt, en die emissies van CO_2 in de lucht kunnen veroorzaken;
|
||||
b. voor elke brandstof of grondstof de hoeveelheid die bij de maximale capaciteit van de CO_2-installatie wordt verbruikt, onderscheidenlijk gebruikt;
|
||||
c. de wijze waarop de hoeveelheid te verbruiken brandstoffen en te gebruiken grondstoffen alsmede de productie wordt bepaald;
|
||||
d. de productiecapaciteit;
|
||||
e. de bronnen van emissies van CO_2 in de lucht;
|
||||
f. de wijze waarop met behulp van een berekening of een meting de CO_2-jaarvracht wordt bepaald;
|
||||
g. de wijze waarop de onder c en f bedoelde gegevens worden verkregen, geregistreerd en bewaard;
|
||||
h. een niet-technische samenvatting van de in dit lid en het eerste lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, onder a, van de wet een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet, aanvraagt, bevat het monitoringsprotocol dat bij de aanvraag om laatstbedoelde vergunning moet worden ingediend, tevens de gegevens, bedoeld in artikel 16.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het uitbreiden of veranderen van de inrichting of het veranderen van de werking daarvan dan wel op het veranderen van het voor de inrichting geldende monitoringsprotocol als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, onder b, c en d, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing en vermeldt de aanvrager in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, tevens:
|
||||
|
||||
a. de de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet krachtens welke de inrichting in werking is;
|
||||
b. de beoogde uitbreiding, verandering of verandering van de werking van de inrichting, onderscheidenlijk verandering van het monitoringsprotocol;
|
||||
c. het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen uitbreiding of verandering te verwezenlijken.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels met betrekking tot de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag, met inbegrip van het monitoringsprotocol, moeten worden verstrekt en de wijze waarop dit dient te geschieden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat in daarbij aangegeven gevallen en met inachtneming van bij die regeling te stellen eisen:
|
||||
|
||||
a. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting tevens rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
b. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting geen rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
c. in afwijking van hoogste niveau van nauwkeurigheid kan worden volstaan met een lager niveau van nauwkeurigheid indien:
|
||||
|
||||
1°. het hoogste niveau van nauwkeurigheid technisch niet haalbaar is of tot buitensporig hoge kosten leidt, of
|
||||
2°. het kleine bronnen van emissies van CO_2 in de lucht betreft en in het monitoringsprotocol ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit een beschrijving is opgenomen van de toe te passen lagere niveaus voor de variabelen die worden gebruikt om de CO_2-emissies uit deze kleine bronnen te berekenen of de door de inrichting te hanteren eigen ramingsmethode om de CO_2-emissies in die gevallen te berekenen;
|
||||
d. nadat de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet is verleend, tijdelijk kan worden afgeweken van het in het monitoringsprotocol voorgeschreven niveau van nauwkeurigheid indien:
|
||||
|
||||
1°. dit om technische redenen noodzakelijk is,
|
||||
2°. de afwijking onverwijld aan het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemeld en
|
||||
3°. maatregelen worden genomen teneinde te verzekeren dat de afwijking zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.
|
||||
|
||||
**3.** Het monitoringsprotocol wordt opgesteld met gebruikmaking van het model dat door Onze Minister bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Van het model, bedoeld in het derde lid, mag uitsluitend worden afgeweken indien de reden daarvoor ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemotiveerd.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels met betrekking tot de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de personen die met de uitvoering van het monitoringsprotocol en de controle op de naleving daarvan zijn belast.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
De aanvrager behoeft de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 4 en 5, niet te verstrekken voorzover het bestuur van de emissieautoriteit op zijn verzoek heeft beslist dat verstrekking van die gegevens voor het nemen van de beslissing op de aanvraag niet nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels inhoudende een verplichting aan het bestuur van de emissieautoriteit de daarbij aangegeven voorschriften aan de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet te verbinden inzake:
|
||||
|
||||
a. de inhoud van het emissieverslag en de wijze waarop dit verslag moet worden ingediend;
|
||||
b. het melden van veranderingen van de inrichting of veranderingen van de werking daarvan als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder e, onder 1°, van de wet, die geen significante gevolgen hebben voor de emissie van CO_2 in de lucht dan wel voor het monitoringsprotocol, waaronder de termijn waarbinnen die melding dient plaats te vinden;
|
||||
c. het melden van veranderingen van het monitoringsprotocol als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder e, onder 2°, van de wet, waaronder de termijn waarbinnen die melding dient plaats te vinden en de gevallen waarin die verandering de goedkeuring behoeft van het bestuur van de emissieautoriteit;
|
||||
d. het melden van afwijkingen van het monitoringsprotocol als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder f, van de wet, waaronder de termijn waarbinnen en de wijze waarop die melding dient plaats te vinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen voor de bepaling en registratie van de CO_2-jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder a, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst bij ministeriële regeling de werkzaamheden aan, die in opdracht van degene die de inrichting drijft, door een meetinstantie ten behoeve van de inrichting moeten worden verricht.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over de kwaliteitsborging door de inrichting, indien degene die de inrichting drijft, werkzaamheden uitbesteedt aan een meetinstantie en deze uitbesteding van invloed is op de procedures voor kwaliteitsborging.
|
||||
a. waarvan, bij toepassing van de rekenregel, bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage I, onder A, categorie 5, het gezamenlijke vermogen per inrichting minder dan 20 megawatt thermisch bedraagt,
|
||||
b. waarvan, indien die rekenregel buiten toepassing blijft, het gezamenlijke vermogen per inrichting meer dan 20 megawatt thermisch bedraagt, en
|
||||
c. ten aanzien waarvan Onze Minister een verzoek als bedoeld in artikel 3 om voor de tweede planperiode binnen de bedoelde aanwijzing te vallen heeft toegewezen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid mogen uitsluitend worden verricht door een rechtspersoon die:
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in het eerste en tweede lid, heeft geen betrekking op activiteiten, indien:
|
||||
|
||||
a. voor een of meer van de in dat lid bedoelde verrichtingen geaccrediteerd is door een algemeen aanvaarde nationale accreditatie-instelling of een vergelijkbare buitenlandse instelling die erkend is door een staat, aangesloten bij de Multilateral Agreement on European Accreditation of Certification, of
|
||||
b. voor een of meer van deze verrichtingen de CEN-normen inzake de onafhankelijkheid en de competentie van laboratoria aantoonbaar tot uitvoering brengt.
|
||||
a. de betreffende drempelwaarde, genoemd in bijlage I, onder A, categorieën 2 tot en met 4, niet wordt overschreden;
|
||||
b. de CO_2-installatie waarin de activiteiten worden verricht, zich bevindt in een inrichting bestemd voor het verbranden van gevaarlijke of huishoudelijke afvalstoffen of bestemd voor onderzoek, ontwikkeling of beproeving van nieuwe processen of producten;
|
||||
c. de CO_2-installatie waarin de activiteiten worden verricht, bestemd is voor onderzoek, ontwikkeling of beproeving van nieuwe processen of producten.
|
||||
|
||||
**4.** Een in het derde lid, onder b, bedoelde CEN-norm heeft betrekking op de laatst uitgegeven norm met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven norm, aanvulling, onderscheidenlijk correctieblad, wordt eerst van toepassing één jaar na de datum van uitgifte.
|
||||
**4.** Voorzover de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 27 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft bepaald dat een inrichting tijdelijk buiten de reikwijdte van die richtlijn blijft, heeft de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, tot en met 31 december 2007 geen betrekking op activiteiten die in de CO_2-installaties binnen die inrichting worden verricht. Onze Minister doet hiervan mededeling in de Staatscourant onder vermelding van de naam en het adres van de inrichting en de dag met ingang waarvan bedoelde uitzondering geldt.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister doet van de uitgifte van CEN-normen als bedoeld in het vierde lid alsmede van de uitgifte van aanvullingen en correctiebladen voor deze normen zo spoedig mogelijk na de uitgifte mededeling door kennisgeving in de Staatscourant.
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Degene die de inrichting drijft, kan Onze Minister verzoeken om met betrekking tot de tweede planperiode binnen de aanwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, te vallen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst het verzoek toe indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, is voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 3 wordt ingediend uiterlijk drie weken na de dag waarop het vastgestelde nationale toewijzingsplan met betrekking tot de tweede planperiode is bekendgemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a en b:
|
||||
|
||||
a. een afschrift van de krachtens artikel 8.1 van de wet voor de betrokken inrichting verleende vergunning of van een deel daarvan,
|
||||
b. een ondertekende verklaring van het krachtens artikel 8.2 van de wet voor de betrokken inrichting bevoegde bestuursorgaan, of
|
||||
c. andere gegevens dan bedoeld onder a en b, vergezeld van een door de aanvrager ondertekende verklaring.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, en de aanvraag krachtens artikel 16.20a, eerste lid, van de wet moeten geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen. Bij de aanvraag om een vergunning wordt een monitoringsplan ingediend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven gevallen en met inachtneming van bij die regeling te stellen eisen:
|
||||
|
||||
a. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting tevens rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
b. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting geen rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid, aanhef en onder a en b, is van overeenkomstige toepassing op emissies van N_2O in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die behoren tot de categorie genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage I, onder B.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de personen die met de uitvoering van het monitoringsplan en de controle op de naleving daarvan zijn belast.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inhoudende een verplichting aan het bestuur van de emissieautoriteit de daarbij aangegeven voorschriften aan de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet te verbinden inzake:
|
||||
|
||||
a. de inhoud van het emissieverslag en de wijze waarop dit verslag moet worden ingediend;
|
||||
b. het melden van een verandering of afwijking als bedoeld in artikel 16.12, vierde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de bepaling en registratie van de CO_2-jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder a, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. eisen aan meetinstanties, overeenkomstig de beschikking die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, en
|
||||
b. de werkzaamheden die in opdracht van degene die de inrichting drijft, door een meetinstantie als bedoeld onder a ten behoeve van de inrichting worden verricht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de kwaliteitsborging door de inrichting, indien degene die de inrichting drijft, werkzaamheden uitbesteedt aan een meetinstantie en deze uitbesteding van invloed is op de procedures voor kwaliteitsborging.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Een meetinstantie die in opdracht van de houder van een krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet verleende vergunning werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 9, derde lid, voert haar taken uit overeenkomstig het monitoringsprotocol dat deel uitmaakt van de betrokken vergunning.
|
||||
**1.** Een meetinstantie die in opdracht van de houder van een krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet verleende vergunning werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, en voert de werkzaamheden uit overeenkomstig het monitoringsplan dat deel uitmaakt van de betrokken vergunning.
|
||||
|
||||
**2.** Het is voor een meetinstantie verboden de in artikel 9, derde lid, bedoelde werkzaamheden te verrichten, indien niet wordt voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in het eerste lid, dan wel te handelen in strijd met de op die werkzaamheden betrekking hebbende onderdelen van de voor de betrokken inrichting krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet verleende vergunning.
|
||||
**2.** Het is voor een meetinstantie verboden de in artikel 9, eerste lid, onder b, bedoelde werkzaamheden te verrichten, indien niet wordt voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in het eerste lid, dan wel te handelen in strijd met de op die werkzaamheden betrekking hebbende onderdelen van de voor de betrokken inrichting krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet verleende vergunning.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Het emissieverslag voldoet aan de daarop betrekking hebbende onderdelen van de krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet, voor de betrokken inrichting verleende vergunning waaronder de aan die vergunning verbonden voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Het emissieverslag wordt opgesteld met gebruikmaking van het model dat door Onze Minister bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het emissieverslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -179,35 +150,16 @@ b. voor een of meer van deze verrichtingen de CEN-normen inzake de onafhankelijk
|
|||
|
||||
Het afgeven van een verklaring als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c, van de wet geschiedt door een verificateur die werkzaam is bij een verificatie-instelling die is geaccrediteerd door:
|
||||
|
||||
a. de Raad van Accreditatie, of
|
||||
a. de Raad voor Accreditatie, of
|
||||
b. een vergelijkbare buitenlandse instelling die erkend is door een staat, aangesloten bij de Multilateral Agreement on European Accreditation of Certification.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt een verificatie-instelling in 2006 tevens als geaccrediteerd beschouwd indien die instelling een verzoek om accreditatie heeft ingediend bij de Raad van Accreditatie en dat verzoek door de Raad van Accreditatie ontvankelijk is verklaard.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan een dergelijke verklaring tevens worden afgegeven door een verificatie-instelling ten aanzien waarvan de Raad voor Accreditatie het vooronderzoek heeft afgerond, en ten aanzien waarvan het accreditatieproces nog niet is geëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in artikel 16.32, tweede lid, van de wet, wordt ingediend met gebruikmaking van een bij ministeriële regeling vastgesteld modelformulier.
|
||||
|
||||
In het verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 16.32, tweede lid, van de wet, vermeldt degene die de inrichting drijft, waarop het verzoek betrekking heeft:
|
||||
|
||||
a. zijn naam en adres;
|
||||
b. de naam en het adres van de inrichting;
|
||||
c. de CO_2-installaties die in het lopende kalenderjaar in de inrichting in werking worden gesteld en uitbreidingen van CO_2-installaties die in het lopende kalenderjaar in de inrichting in werking worden gesteld, onder vermelding van:
|
||||
|
||||
1°. de datum waarop daarvoor krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, vergunning is verleend;
|
||||
2°. de datum van ingebruikname van de CO_2-installatie;
|
||||
3°. de verwachte toename van de emissies van CO_2;
|
||||
d. de verwachte CO_2-verbrandingsemissies van de onder c bedoelde CO_2-installaties, onder vermelding per brandstof of energiedrager van:
|
||||
|
||||
1°. de stookwaarde;
|
||||
2°. de CO_2-emissiefactor;
|
||||
3°. het verwachte verbruik per jaar gedurende de resterende jaren van de betrokken planperiode;
|
||||
e. de verwachte CO_2-procesemissies van de onder c bedoelde CO_2-installaties, aangegeven per jaar gedurende de resterende jaren van de betrokken planperiode;
|
||||
f. de verwachte niet-eenduidig classificeerbare emissies van de onder c bedoelde CO_2-installaties.
|
||||
|
||||
**2.** De verzoeker verstrekt aan Onze Ministers voor de inrichting waarop het verzoek betrekking heeft, bij zijn verzoek een verklaring dat hij Onze Ministers machtigt om op zijn inrichting betrekking hebbende gegevens over het energieverbruik en de emissies van CO_2, die bij SenterNovem of het Verificatiebureau Benchmarking Energie-efficiency berusten, met uitzondering van gegevens die zijn verkregen in het kader van de verificatie van een op de inrichting betrekking hebbend emissieverslag, op te vragen om deze te gebruiken ter verificatie van de gegevens die hij in het kader van zijn verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers stellen het model vast van de formulieren voor het verzoek, bedoeld in het eerste lid, en de verklaring, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
**2.** De verzoeker verstrekt aan Onze Ministers voor de inrichting waarop het verzoek betrekking heeft, bij zijn verzoek een verklaring dat hij Onze Ministers machtigt om op zijn inrichting betrekking hebbende gegevens over het energieverbruik en de emissies van CO_2, die bij SenterNovem of het Verificatiebureau Benchmarking Energie-efficiency berusten, met uitzondering van gegevens die zijn verkregen in het kader van de verificatie van een op de inrichting betrekking hebbend emissieverslag, op te vragen om deze te gebruiken ter verificatie van de gegevens die hij in het kader van zijn verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten heeft verstrekt. De verklaring wordt opgesteld met gebruikmaking van een bij ministeriële regeling vastgesteld model.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Emissies van stikstofoxiden en NO
|
||||
|
||||
|
|
@ -217,7 +169,7 @@ f. de verwachte niet-eenduidig classificeerbare emissies van de onder c bedoelde
|
|||
|
||||
Als categorieën van NO_x-installaties als bedoeld in artikel 16.1, derde lid, van de wet worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. NO_x-verbrandingsinstallaties, voorzover het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de betrokken inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties 20 of meer bedraagt;
|
||||
a. NO_x-verbrandingsinstallaties, voorzover het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de betrokken inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties 20 of meer bedraagt;
|
||||
b. NO_x-procesinstallaties;
|
||||
c. indien zich in de betrokken inrichting NO_x-procesinstallaties bevinden: NO_x-verbrandingsinstallaties.
|
||||
|
||||
|
|
@ -225,9 +177,9 @@ c. indien zich in de betrokken inrichting NO_x-procesinstallaties bevinden: NO_x
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, heeft tot en met 31 december 2007 geen betrekking op NO_x-verbrandingsinstallaties die zich bevinden in een inrichting:
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, heeft tot en met 31 december 2008 geen betrekking op NO_x-verbrandingsinstallaties die zich bevinden in een inrichting:
|
||||
|
||||
a. waarin het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van die installaties minder dan 30 bedraagt,
|
||||
a. waarin het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van die installaties minder dan 30 bedraagt,
|
||||
b. waarin zich geen NO_x-procesinstallaties bevinden, en
|
||||
c. ten aanzien waarvan Onze Minister een verzoek als bedoeld in artikel 14, eerste lid, om tijdelijk buiten bedoelde aanwijzing te blijven, op grond van artikel 14, tweede lid, heeft toegewezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -237,9 +189,16 @@ c. ten aanzien waarvan Onze Minister een verzoek als bedoeld in artikel 14, eers
|
|||
|
||||
**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing op NO_x-procesinstallaties waarbij na 1 januari 1994 in het kader van een grote ovenrevisie maatregelen zijn genomen om overeenkomstig de stand der techniek de emissie van NO_x voor de betrokken installatie te verminderen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid heeft de aanwijzing geen betrekking op NO_x-installaties die:
|
||||
|
||||
a. zich bevinden in een inrichting, uitsluitend bestemd voor onderzoek, ontwikkeling of beproeving van nieuwe processen of producten, of
|
||||
b. uitsluitend zijn opgesteld om onderzocht, beproefd of gedemonstreerd te worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin zich NO_x-verbrandingsinstallaties bevinden, kan Onze Minister verzoeken om tot en met 31 december 2007 buiten de aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, te blijven.
|
||||
**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin zich NO_x-verbrandingsinstallaties bevinden, kan Onze Minister verzoeken om tot en met 31 december 2008 buiten de aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, te blijven.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst het verzoek toe indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b, is voldaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -250,12 +209,14 @@ c. ten aanzien waarvan Onze Minister een verzoek als bedoeld in artikel 14, eers
|
|||
De verzoeker verstrekt bij zijn verzoek voor de inrichting waarop het verzoek betrekking heeft:
|
||||
|
||||
a. een afschrift van het gedeelte van de vergunning krachtens artikel 8.1 van de wet waaruit blijkt dat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b, wordt voldaan, of
|
||||
b. een ondertekende verklaring van het bevoegd gezag krachtens 8.1 van de wet waarin het bevoegd gezag verklaart dat de inrichting voldoet aan de onder a bedoelde voorwaarden.
|
||||
b. een ondertekende verklaring van het bevoegd gezag krachtens artikel 8.1 van de wet waarin het bevoegd gezag verklaart dat de inrichting voldoet aan de onder a bedoelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de verzoeker niet kan voldoen aan het vierde lid, verstrekt hij andere gegevens waaruit ten genoegen van Onze Minister blijkt dat de inrichting voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste lid is niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**7.** Indien Onze Minister op grond van het tweede lid heeft besloten dat een inrichting tot en met 31 december 2007 buiten de aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, blijft, geldt dit besluit van rechtswege tot en met 31 december 2008.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin zich NO_x-procesinstallaties bevinden die betrekking hebben op de productie van vlakglas, speciaal glas of verpakkingsglas, meldt het voornemen tot het uitvoeren van een grote ovenrevisie als bedoeld in artikel 13, vijfde lid, schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit. Bij de melding wordt tevens aangegeven op welke datum de oven naar verwachting na de ovenrevisie wordt opgestart.
|
||||
|
|
@ -264,18 +225,9 @@ b. een ondertekende verklaring van het bevoegd gezag krachtens 8.1 van de wet wa
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, onder a, of artikel 16.5, eerste lid, onder a, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet, zijn de artikelen 3 tot en met 12, met uitzondering van de artikelen 4, eerste lid, onder d, tweede lid, onder d, en 5, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Met betrekking tot een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet zijn de artikelen 5 tot en met 12 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het eerste lid vermeldt de aanvrager tevens in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft:
|
||||
|
||||
a. het vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van elke zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallatie;
|
||||
b. het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties;
|
||||
c. de verwachte NO_x-jaarvracht van elke zich in de inrichting bevindende NO_x-procesinstallatie;
|
||||
d. de productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-procesinstallaties.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de houder van een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet, aanvraagt, bevat het monitoringsprotocol dat bij de aanvraag om laatstbedoelde vergunning moet worden ingediend, tevens de gegevens, bedoeld in artikel 4.
|
||||
**2.** Met betrekking tot een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, van de wet zijn de artikelen 5 tot en met 12, met uitzondering van artikel 5, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -313,10 +265,10 @@ c. voor NO_x-procesinstallaties als bedoeld in artikel 13, vijfde lid: het in de
|
|||
|
||||
Het verkoopplafond voor een inrichting wordt bepaald door bij elkaar op te tellen:
|
||||
|
||||
a. het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder b, vermenigvuldigd met 8.000, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 in de bij dit besluit behorende bijlage II opgenomen getal;
|
||||
b. de productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-procesinstallaties, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder d, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 voor dat product in de bij dit besluit behorende bijlage III opgenomen getal.
|
||||
a. het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties, vermenigvuldigd met 8.000, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 in de bij dit besluit behorende bijlage II opgenomen getal, vermenigvuldigd met 3.6 x 10^–3;
|
||||
b. de gezamenlijke productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-procesinstallaties, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 voor dat product in de bij dit besluit behorende bijlage III opgenomen getal, gedeeld door 1.000.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt het verkoopplafond voor een inrichting die niet meer dan 3.000 uren per kalenderjaar in bedrijf is, bepaald door het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder b, vermenigvuldigd met 3.000, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 in de bij dit besluit behorende bijlage II opgenomen getal.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt het verkoopplafond voor een inrichting die niet meer dan 3.000 uren per kalenderjaar in bedrijf is, bepaald door het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties, vermenigvuldigd met 3.000, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 in de bij dit besluit behorende bijlage II opgenomen getal, vermenigvuldigd met 3.6 x 10^–3.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue