diff --git a/beleidsregel/overdrachtsbelasting-vrijstelling-diverse-onderwerpens/BWBR0025943/README.md b/beleidsregel/overdrachtsbelasting-vrijstelling-diverse-onderwerpens/BWBR0025943/README.md index 5024a9da114..d02dd4c4f27 100644 --- a/beleidsregel/overdrachtsbelasting-vrijstelling-diverse-onderwerpens/BWBR0025943/README.md +++ b/beleidsregel/overdrachtsbelasting-vrijstelling-diverse-onderwerpens/BWBR0025943/README.md @@ -10,14 +10,102 @@ citeertitel: Overdrachtsbelasting, vrijstelling; diverse onderwerpens # Overdrachtsbelasting, vrijstelling; diverse onderwerpens -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit besluit bevat het beleid over diverse vrijstellingen van overdrachtsbelasting. Het beleid betreffende de toepassing van de monumentenvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel p, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer is in dit besluit aangepast. Voor het overige wordt met dit besluit geen beleidswijziging beoogd. Het besluit van 11 september 2008, nr. CPP2008/355M wordt ingetrokken. ## 1. Inleiding +Artikel 15, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer bevat de vrijstellingen van overdrachtsbelasting. In dit besluit is het beleid opgenomen over diverse onderwerpen die in het genoemde artikel zijn geregeld. Daarbij behoren enkele goedkeuringen op grond van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De inspecteur van de Belastingdienst kan de goedkeuringen toepassen. + +Onderdeel 4 van het besluit behandelt het beleid betreffende de toepassing van de monumentenvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel p, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Dit beleid is aangepast naar aanleiding van de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage van 1 mei 2009 (Bk-07/00421). Het betreft een voorlopige uitbreiding van de toepassing van de vrijstelling. In verband met deze aanpassing is een goedkeuring in dit besluit opgenomen. + +### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen + +- *AWR:* + Algemene wet inzake rijksbelastingen +- *Monument:* Onroerende zaak ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde monumenten +- *Monumentenrechtspersoon:* Rechtspersoon die naar het oordeel van de Minister van Financiën hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel heeft +- *Registers:* De ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde monumenten +- *Samenwoners:* Personen die een duurzame samenwoning beogen en een gemeenschappelijke huishouding voeren +- *WBR:* + Wet op belastingen van rechtsverkeer +- *UBBR:* + Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer + ## 2. Verdeling gemeenschap tussen samenwoners +De verkrijging bij een verdeling van een gemeenschap tussen samenwoners is onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting (artikel 15, eerste lid, onderdeel g, van de WBR). Als voorwaarde geldt onder meer dat de gerechtigdheid tot de gemeenschap moet zijn ontstaan door een gezamenlijke verkrijging, waarbij de ene samenwoner is gerechtigd tot ten minste 40% en de andere tot ten hoogste 60%. Aan deze bandbreedte-eis moet direct bij de eerste gezamenlijke verkrijging zijn voldaan. + +De vrijstelling geldt niet alleen voor de verkrijging bij een verdeling van het gezamenlijk verkregen woonhuis, maar ook voor andere gezamenlijk verkregen onroerende zaken of beperkte rechten daarop. + +Het feit dat meer dan twee samenwoners in de onroerende zaak zijn gerechtigd, is geen belemmering voor de toepassing van de vrijstelling. + +### . Voorbeeld + +A, B en C zijn vanaf de aanvang samenwoners. A en B zijn elk voor 40% gerechtigd tot de woning en C voor 20%. Bij het verbreken van de samenwoning delen B en C hun aandeel toe aan A. De verkrijging door A van het aandeel van B valt onder de vrijstelling. Immers zowel A als B voldeed bij aanvang van de samenwoning aan de bandbreedte-eis van 40%–60%. Over het aandeel dat A van C verkrijgt is wel overdrachtsbelasting verschuldigd. + +### 2.1. Tijdstip van gezamenlijke verkrijging + +De vrijstelling geldt uitsluitend voor de verkrijging bij verdeling van onroerende zaken die tijdens de samenwoning gezamenlijk zijn verkregen. Het is mogelijk dat een onroerende zaak of beperkt recht daarop wordt verkregen in het zicht van de samenwoning. Ik acht het niet altijd gewenst dat in die situatie overdrachtsbelasting wordt geheven. Daarom keur ik het volgende goed. + +#### . Goedkeuring + +Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR goed dat de vrijstelling ook geldt voor de verkrijging bij verdeling van onroerende zaken of beperkte rechten daarop, die verkregen zijn in het zicht van de samenwoning. + +#### . Voorwaarden + +Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: + +– De onroerende zaak of het beperkte recht daarop is door de latere samenwoners uiterlijk één jaar voor aanvang van de samenwoning gezamenlijk verkregen. +– De samenwoning is daadwerkelijk tot stand gekomen. +– Aan de overige vereisten van de vrijstelling is voldaan. + +Aan het bovenstaande voeg ik het volgende toe. Als een woning in aanbouw wordt verkregen geldt de in de eerste voorwaarde genoemde termijn van uiterlijk één jaar niet, mits de woning na oplevering hoofdverblijf van de samenwoners is geworden. + +### 2.2. Verdeling tussen niet-samenwoners + +Het is mogelijk dat een relatie tussen twee personen wordt verbroken en een verdeling plaatsvindt. Dit terwijl de betrokken personen door omstandigheden niet daadwerkelijk tot een samenwoning zijn gekomen. Hiervan kan sprake zijn bij de aankoop van een woning in aanbouw of van een woning die eerst ingrijpend moet worden verbouwd. Ik acht het niet altijd gewenst dat in die situaties overdrachtsbelasting wordt geheven. Daarom keur ik het volgende goed. + +#### . Goedkeuring + +Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR goed dat de vrijstelling ook geldt voor de verkrijging bij verdeling van onroerende zaken of beperkte rechten daarop, zonder dat de deelgerechtigden hebben samengewoond. + +#### . Voorwaarden + +Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: + +– Bewoning en samenwoning waren redelijkerwijs niet mogelijk. In geval van een verbouwing moet aannemelijk worden gemaakt dat deze dusdanig ingrijpend was, dat bewoning redelijkerwijs gesproken niet mogelijk was. +– De relatie wordt verbroken voordat de woning wordt opgeleverd of de verbouwing gereed is. +– De woning wordt aan één van de betrokken personen toegedeeld. +– Er wordt aannemelijk gemaakt dat men de intentie had te gaan samenwonen. In geval van een verbouwing moet aannemelijk worden gemaakt dat men de intentie had binnen een jaar na aankoop van de woning te gaan samenwonen. +– Aan de overige vereisten van de vrijstelling is voldaan. + +Over de eerstgenoemde voorwaarde merk ik nog het volgende op. In geval van een minder ingrijpende verbouwing heeft men het zelf in de hand om te gaan samenwonen. Als men in dat geval ervoor kiest om niet te gaan samenwonen, is er geen sprake van een onbillijkheid van overwegende aard. + +### 2.3. Tijdstip van verdeling + +De vrijstelling geldt voor de verkrijging bij verdeling tijdens de samenwoning. Veelal echter zal de verdeling plaatsvinden nadat de samenwoning is beëindigd. Ik acht het niet altijd gewenst dat in die situatie overdrachtsbelasting wordt geheven. Daarom keur ik het volgende goed + +#### . Goedkeuring + +Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR goed dat de vrijstelling ook geldt voor de verkrijging bij verdeling van onroerende zaken of beperkte rechten daarop, nadat de samenwoning is beëindigd. + +#### . Voorwaarden + +Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: + +– De verkrijging vloeit voort uit de verdeling bij de financiële afwikkeling van de samenwoning of echtscheiding. Dit overeenkomstig de gemaakte afspraken over de verdeling van de gemeenschappelijke goederen. +– Aan de overige vereisten van de vrijstelling is voldaan. + ## 3. Aanbrengen van zaken +De verkrijging van een zaak die is aangebracht door of in opdracht en voor rekening van de verkrijger of zijn rechtsopvolger onder algemene titel is vrijgesteld van overdrachtsbelasting (artikel 15, eerste lid, onderdeel i, van de WBR). + +Bij de toepassing van deze vrijstelling wordt het begrip ‘aanbrengen’ ruim opgevat. Het begrip omvat naast bouw ook verbouwing, verbetering, beplanting, het bouwrijp maken van grond en ander uitgevoerd werk. + +### 3.1. Aanbrengen door naamloze- of besloten vennootschap in oprichting + +Het ontmoet bij mij geen bezwaar de vrijstelling toe te passen als een naamloze of besloten vennootschap in oprichting de zaken heeft aangebracht en deze vervolgens verkrijgt. Als voorwaarde geldt dat de hiermee verband houdende rechtshandelingen na de oprichting worden bekrachtigd overeenkomstig artikel 2:93 of 2:203 van het Burgerlijk Wetboek. + ## 4. Verkrijging van monumenten De verkrijging van monumenten door monumentenrechtspersonen is onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting (artikel 15, eerste lid, onderdeel p, van de WBR). De monumentenvrijstelling geldt als de onroerende zaak op het moment van de verkrijging is ingeschreven in één van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde monumenten. De vrijstelling geldt ook voor de verkrijging van een onverdeeld aandeel of een appartementsrecht in een monument. @@ -69,6 +157,16 @@ Over de in de bovengenoemde tweede voorwaarde genoemde termijn van tien maanden, ## 5. Voorbehoud aan goedkeuringen +De in dit besluit opgenomen goedkeuringen worden verleend als volgens de wettelijke bepalingen overdrachtsbelasting verschuldigd is. Door deze wettelijke verschuldigdheid kan de verkrijger bij een volgende overdracht van de verkregen onroerende zaken, onder omstandigheden, formeel gezien aanspraak maken op een vermindering van overdrachtsbelasting op grond van artikel 9, vierde lid, of artikel 13 van de WBR. Voor zover een toekomstige verkrijger een beroep doet op één van de genoemde bepalingen, vervalt de verleende goedkeuring. + ## 6. Ingetrokken regelingen +Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit: + +– besluit van 11 september 2008, nr. CPP2008/355M + ## 7. Inwerkingtreding + +Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit. + +In afwijking hiervan treedt onderdeel 4 in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 mei 2009.