2006-03-01 | BWBR0006743 | Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994
This commit is contained in:
parent
17f6c9440f
commit
971abfb7cd
1 changed files with 32 additions and 48 deletions
|
|
@ -17,7 +17,7 @@ citeertitel: Rechtspositiebesluit burgemeesters
|
|||
In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
|
||||
b. bezoldiging: het bedrag per maand, waarop een burgemeester met inachtneming van de artikelen 5 tot en met 14 van dit besluit aanspraak kan maken;
|
||||
b. bezoldiging: het bedrag per maand, waarop een burgemeester met inachtneming van de artikelen 5 tot en met 14b en 17 van dit besluit aanspraak kan maken;
|
||||
c. het aantal inwoners van een gemeente: het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari;
|
||||
d. de commissaris: de commissaris van de Koning in de provincie waarin de gemeente is gelegen;
|
||||
e. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie waarin de gemeente is gelegen;
|
||||
|
|
@ -90,7 +90,7 @@ b. de dag voorafgaande aan een wijziging van de gemeentelijke indeling waarbij z
|
|||
|
||||
**2.** De bezoldiging van de burgemeester van meer dan één gemeente wordt bepaald overeenkomstig de tabel in bijlage I bij dit besluit met dien verstande dat wordt uitgegaan van de bezoldigingsschaal van de eerstvolgende hogere inwonersklasse.
|
||||
|
||||
**3.** Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen genoemd in de bijlage bij ministeriële regeling regeling "regeling regeling" moet zijn "regeling"overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
**3.** Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen genoemd in de bijlage bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangt de burgemeester een uitkering op gelijke voet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -191,28 +191,30 @@ De burgemeester ontvangt een ambtstoelage voor de aan de uitoefening van het amb
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Degene die gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast geweest, geniet voor die tijd, ten laste van de gemeente, een vergoeding ten bedrage van de voor het ambt vastgestelde minimum- of vaste bezoldiging. De artikelen 15 en 32 zijn van overeenkomstige toepassing. Indien de waarneming geschiedt door een wethouder wordt de vergoeding verminderd met hetgeen als wethouder wegens wedde wordt ontvangen.
|
||||
**1.** De wethouder die op grond van artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet het ambt van burgemeester waarneemt en die zijn wethouderschap in deeltijd uitoefent, ontvangt een bezoldiging verbonden aan een voltijds-wethouderschap. Op deze bezoldiging wordt de bezoldiging verbonden aan zijn wethouderschap in deeltijd in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Het raadslid dat op grond van artikel 77, tweede lid, van de Gemeentewet gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken het ambt van burgemeester waarneemt, ontvangt voor die tijd de voor dat ambt vastgestelde minimumbezoldiging. Op deze bezoldiging wordt de vergoeding als raadslid in mindering gebracht. Tijdens de waarneming zijn de artikelen 15 en 32 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De waarnemend burgemeester die naar verwachting voor een periode korter dan één jaar als zodanig is aangewezen, geniet een bezoldiging overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 14.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet als waarnemend burgemeester is aangewezen voor een periode van naar verwachting korter dan een jaar, ontvangt een bezoldiging als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 15a.
|
||||
|
||||
Daarnaast heeft hij aanspraak op de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 15, de helft van de ambtstoelage, bedoeld in artikel 16, de voorzieningen voor computer- en communicatieapparatuur, bedoeld in artikel 30, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en voor reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 32.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de waarnemend burgemeester die naar verwachting voor een periode langer dan één jaar als zodanig is aangewezen, zijn de bepalingen van dit besluit van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 36, 39 tot en met 41, de artikelen 43 tot en met 46c en de artikelen 48 tot en met 65.
|
||||
**4.** Degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet als waarnemend burgemeester is aangewezen voor een periode van naar verwachting een jaar of langer, is dit besluit van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 36, 39 tot en met 41, de artikelen 43 tot en met 46c en de artikelen 48 tot en met 65.
|
||||
|
||||
**4.** Zodra een waarnemend burgemeester ten aanzien van wie het tweede lid van dit artikel is toegepast, zonder onderbreking één jaar het ambt van burgemeester heeft waargenomen, wordt met terugwerkende kracht tot en met de ingangsdatum van de waarneming in die gemeente, alsnog het derde lid van dit artikel toegepast.
|
||||
**5.** Zodra een waarnemend burgemeester ten aanzien van wie het derde lid van dit artikel is toegepast, zonder onderbreking één jaar het ambt van burgemeester heeft waargenomen, wordt met terugwerkende kracht tot en met de ingangsdatum van de waarneming in die gemeente, alsnog het vierde lid van dit artikel toegepast.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een waarnemend burgemeester tevens burgemeester van een andere gemeente is en de beide gemeenten met overeenkomstige toepassing van artikel 5, tweede lid, worden ingedeeld in een hogere inwonersklasse dan klasse 4, wordt de bezoldiging bepaald op het bedrag dat in bijlage I in de desbetreffende bezoldigingsschaal met het zelfde volgnummer is aangeduid als het nummer waarmee het voor de burgemeester geldende bezoldigingsbedrag is aangeduid in de bezoldigsschaal van die andere gemeente.
|
||||
**6.** Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester van een andere gemeente is en de beide gemeenten met overeenkomstige toepassing van artikel 5, tweede lid, worden ingedeeld in een hogere inwonersklasse dan klasse 4, wordt de bezoldiging bepaald op het bedrag dat in bijlage I in de desbetreffende bezoldigingsschaal met het zelfde volgnummer is aangeduid als het nummer waarmee het voor de burgemeester geldende bezoldigingsbedrag is aangeduid in de bezoldigsschaal van die andere gemeente.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een waarnemend burgemeester tevens burgemeester van een andere gemeente is, kan in afwijking van artikel 14, de verhouding waarin de bezoldiging en de aanspraken, bedoeld in dat artikel, ten laste van de gemeenten komen, door Onze Minister worden vastgesteld.
|
||||
**7.** Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester van een andere gemeente is, kan in afwijking van artikel 14, de verhouding waarin de bezoldiging en de aanspraken, bedoeld in dat artikel, ten laste van de gemeenten komen, door Onze Minister worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan in bijzondere gevallen, de commissaris gehoord:
|
||||
|
||||
a. de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, zo nodig met inachtneming van de laatste volzin van het eerste lid, op een hoger bedrag bepalen, tot ten hoogste de voor het ambt vastgestelde maximum- of vaste bezoldiging, vermeerderd met de bijdrage, bedoeld in artikel 16;
|
||||
b. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 31, alsmede een vaste vergoeding als bedoeld in artikel 33, tweede lid, toekennen.
|
||||
a. de vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, zo nodig met inachtneming van de laatste volzin van het eerste lid, op een hoger bedrag bepalen, tot ten hoogste de voor het ambt vastgestelde maximum- of vaste bezoldiging, vermeerderd met de bijdrage, bedoeld in artikel 16;
|
||||
b. een vergoeding als bedoeld in de artikelen 31 en 32 toekennen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
|
|
@ -291,7 +293,7 @@ De burgemeester geniet bedrijfsgeneeskundige begeleiding overeenkomstig hoofdstu
|
|||
|
||||
**1.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister aan de burgemeester ten laste van de gemeente een tegemoetkoming toekennen in noodzakelijk gemaakte kosten, verband houdende met ziekte, welke de burgemeester voor zichzelf en voor zijn medebelanghebbenden heeft gemaakt, indien hierin niet ingevolge een andere regeling kan worden voorzien en deze kosten redelijkerwijs niet ten laste van de burgemeester kunnen blijven.
|
||||
|
||||
**2.** De door Onze Minister krachtens artikel 43 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde nadere voorschriften zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De door Onze Minister krachtens artikel 40a, eerste lid, de onderdelen a tot en met h en de onderdelen j tot en met p, en het tweede tot en met vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde nadere voorschriften zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Vergoeding ziektekosten bij dienstongeval
|
||||
|
||||
|
|
@ -306,7 +308,7 @@ b. de ziekte niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, en
|
|||
c. de kosten ten laste van de burgemeester blijven, en
|
||||
d. de kosten naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk waren.
|
||||
|
||||
**2.** De door Onze Minister krachtens artikel 44 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde nadere voorschriften zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De door Onze Minister krachtens artikel 40a, eerste lid, de onderdelen i, j, s en t, het tweede tot en met vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde nadere voorschriften zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Uitkering wegens ziekte aan de gewezen burgemeester
|
||||
|
||||
|
|
@ -364,16 +366,22 @@ De burgemeester ontvangt ten laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kost
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De gemeente stelt aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt benodigde computer- en communicatieapparatuur ter beschikking. Het ter beschikking stellen van computerapparatuur kan geschieden door het bieden van een mogelijkheid tot deelname aan een voor het gemeentepersoneel geldende pc-privéregeling.
|
||||
**1.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan.
|
||||
|
||||
**2.** Voorzover de burgemeester voor de uitoefening van het ambt gebruik maakt van de privé-telefoon heeft hij aanspraak op een vergoeding van kosten.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
Indien geen computer en bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door het college van burgemeester en wethouders aan de burgemeester op aanvraag voor de uitoefening van het ambt, een tegemoetkoming verleend voor de
|
||||
|
||||
Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over:
|
||||
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of,
|
||||
b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
|
||||
|
||||
a. het ter beschikking stellen van de in het eerste lid bedoelde computer- en communicatieapparatuur.
|
||||
b. de hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
**3.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan.
|
||||
|
||||
**4.** Voorzover de burgemeester voor de uitoefening van het ambt gebruik maakt van de privé-telefoon wordt ten laste van de gemeente op aanvraag een tegemoetkoming in de kosten verleend.
|
||||
|
||||
**5.** Op aanvraag wordt door het college van burgemeester en wethouders een vergoeding aan de burgemeester verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde computerapparatuur.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computer- en communicatieapparatuur en de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid en de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Verplaatsingskosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -403,10 +411,6 @@ b. een vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoef
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraak.
|
||||
|
||||
### Artikel 32a
|
||||
|
||||
Indien aan de burgemeester een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat deze belastingheffing door de gemeente aan de burgemeester wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de gebruteerde verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Reis- en verblijfkosten
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
|
@ -421,27 +425,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 34a
|
||||
|
||||
**1.** Indien aan de burgemeester een dienstauto ter beschikking is gesteld, ontvangt de burgemeester een vergoeding ter compensatie van de belastingheffing voor het gebruik van de dienstauto voor woon-werkverkeer op grond van de artikelen 3.20 en 3.145 Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend aan de hand van de formule:
|
||||
|
||||
C x V x T x 100 / (100 – T) = vergoeding
|
||||
|
||||
In deze formule is:
|
||||
|
||||
C de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van omzetbelasting en belasting van personenauto's en motorrijwielen;
|
||||
|
||||
V het percentage van de cataloguswaarde van de dienstauto dat, op grond van artikel 3.20 van de Wet inkomstenbelasting 2001, bij het belastbaar inkomen geteld moet worden wegens als privé aangemerkte kilometers woon-werkverkeer;
|
||||
|
||||
T het voor de burgemeester geldende inkomstenbelastingpercentage volgens artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de bepaling van de vergoeding worden de met de dienstauto gemaakte reizen en de daarbij afgelegde kilometers geregistreerd.
|
||||
|
||||
**4.** Op 1 januari van elk jaar wordt aan de hand van de kilometerregistratie de vergoeding voor het voorgaande jaar vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de burgemeester voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van meer dan één dienstauto wordt bij de berekening van de vergoeding uitgegaan van een gewogen gemiddelde van de catalogusprijzen van de gebruikte dienstauto's.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Ambtswoning
|
||||
|
||||
|
|
@ -621,7 +605,7 @@ a. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat aanspraken niet worden opgenomen me
|
|||
b. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat het bedrag van de aanspraak wordt verminderd in verband met inkomsten naast de FPU-uitkering;
|
||||
c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullende regeling.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de FPU-uitkering en de extra uitkering tezamen minder bedragen dan het bedrag dat de burgemeester zou ontvangen bij een aanspraak op de uitkeringen, bedoeld in artikel 46a, vijfde lid, kan de minister op verzoek van de burgemeester ten laste van de gemeente een aanvulling toekennen ter hoogte van het beëindiging van het ambt. Het bedrag van de aanvulling wordt steeds aangepast aan de procentuele ontwikkeling van de extra uitkering bij FPU.
|
||||
**4.** Indien de FPU-uitkering en de extra uitkering tezamen minder bedragen dan het bedrag dat de burgemeester zou ontvangen bij een aanspraak op de uitkeringen, bedoeld in artikel 46a, vijfde lid, kan de minister op verzoek van de burgemeester ten laste van de gemeente een aanvulling toekennen. Deze aanvulling is gelijk aan het verschil tussen de uitkeringen, bedoeld in artikel 46a, vijfde lid en het geheel van FPU-uitkeringen op het moment van de ambtsbeëindiging. Het bedrag van de aanvulling wordt steeds aangepast aan de procentuele ontwikkeling van de extra uitkering bij FPU.
|
||||
|
||||
### Artikel 46f
|
||||
|
||||
|
|
@ -651,11 +635,11 @@ Indien de gewezen burgemeester die de extra uitkering, bedoeld in artikel 46e, o
|
|||
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de burgemeester wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden burgemeester niet duurzaam gescheiden leefde ten laste van de gemeente een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering, over drie maanden, berekend naar het tijdstip van overlijden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar van wie de overleden burgemeester niet duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of gedeeltelijk afhankelijk waren van de bezoldiging van de burgemeester.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de nabestaande levenspartner met wie de overleden niet-gehuwde burgemeester samenwoonde en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het gemeentebestuur kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden burgemeester ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet.
|
||||
|
||||
**3.** Op het bedrag van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht een uitkering overeenkomstig artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 102*a* en 102*b* van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De artikelen 102a en 102b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue