diff --git a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md index 49fc221e92a..cb451e94dd8 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md @@ -72,7 +72,8 @@ mm. specifieke functionaliteit: een verbijzondering van een vakgebied door – d nn. vervallen; oo. OVW punten: Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden punten, zoals deze met toepassing van het functiewaarderingssysteem op grond van artikel 6, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie, worden vastgesteld; pp. beroepsincident: een dienstongeval of beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de taakuitoefening van de ambtenaar en waaraan hij zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken; -qq. consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar en beschikbaar houden teneinde bij oproep dienst te gaan verrichten. +qq. consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar en beschikbaar houden teneinde bij oproep dienst te gaan verrichten; +rr. *levensfase-uren:* verlofuren die op grond van hoofdstuk V.A. worden toegekend. **2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. @@ -370,7 +371,7 @@ Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken ure a. het aantal zaterdagen en zondagen, en b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, en 5 mei, voor zover deze dagen niet vallen op een zaterdag of een zondag, vermenigvuldigd met 7,2. -**5.** Het in het vierde lid berekende product wordt verhoogd met 1%. +**5.** Het in het vierde lid berekende product wordt verhoogd met 1%, onverminderd artikel 30e, vierde lid. **6.** Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar een evenredig deel van het aantal te werken uren volgens de systematiek van de in het vierde en vijfde lid opgenomen berekeningswijze. @@ -453,7 +454,7 @@ Het bevoegd gezag verdeelt de te werken zondagen zo evenredig mogelijk over de a **1.** -Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet, wordt op aanvraag van de ambtenaar +Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet en onverminderd artikel 30e, vierde lid, wordt op aanvraag van de ambtenaar a. van 55 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 11,1% verminderd; b. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd. @@ -504,13 +505,10 @@ De ambtenaar heeft aanspraak op 172,8 uren vakantie met behoud van bezoldiging p **1.** -De volgens artikel 17 vastgestelde aanspraak op vakantie wordt, afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt, verhoogd overeenkomstig de hierna volgende tabel: +Onverminderd artikel 30e, vierde lid, wordt de volgens artikel 17 vastgestelde aanspraak op vakantie, afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt, verhoogd overeenkomstig de hierna volgende tabel: | leeftijd | verhoging | | --- | --- | -| 18 jaar en jonger | 21,6 uren | -| 19 jaar | 14,4 uren | -| 20 jaar | 7,2 uren | | van 45 tot en met 49 jaar | 7,2 uren | | van 50 tot en met 54 jaar | 14,4 uren | | van 55 tot en met 59 jaar | 21,6 uren | @@ -524,9 +522,9 @@ De volgens artikel 17 vastgestelde aanspraak op vakantie wordt, afhankelijk van **1.** Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt de ingevolge de artikelen 17 en 18 geldende aanspraak op vakantie vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige betrekking. -**2.** Indien de diensttijd van de ambtenaar in de loop van een kalenderjaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op vakantie over het resterend gedeelte van het jaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe diensttijd. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de diensttijd verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd. +**2.** Indien de betrekkingsomvang van de ambtenaar in de loop van een kalenderjaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op vakantie over het resterend gedeelte van het jaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe betrekkingsomvang. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de betrekkingsomvang verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd. -**3.** Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar, wordt de aanspraak op vakantie als bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, en 18 vastgesteld naar evenredigheid van de dienst, die de ambtenaar in dat jaar verricht heeft of zal verrichten. +**3.** Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar wordt de aanspraak op vakantie als bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, en 18 vastgesteld naar evenredigheid van de duur van het dienstverband in dat jaar. **4.** Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in het geheel geen dienst verricht, met uitzondering van de eerste kalendermaand, heeft hij geen aanspraak op vakantie. Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij slechts aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van het aantal uren waarop hij feitelijk dienst verricht. @@ -536,7 +534,7 @@ Het vierde lid is niet van toepassing indien: a. geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens: -1°. teveel gewerkte uren; +1°. opname teveel gewerkte uren; 2°. verleende vakantie; 3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte; 4°. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; @@ -546,6 +544,7 @@ a. geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens: 8°. adoptieverlof als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; 9°. partieel uittreden als bedoeld in artikel 13a; 10°. minder werken als bedoeld in artikel 28b; +11°. opname van levensfase-uren; b. het bevoegd gezag daartoe aanleiding aanwezig acht. ### Artikel 20 @@ -589,7 +588,7 @@ In dat geval komt een dag, waarop de ambtenaar dientengevolge slechts gedeelteli **1.** Indien de ambtenaar op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. -**2.** Indien op de dag van zijn ontslag blijkt dat de ambtenaar teveel vakantie heeft genoten, is hij voor ieder uur teveel genoten vakantie een bedrag schuldig ten bedrage van het salaris per uur. +**2.** Indien op de dag van zijn ontslag blijkt dat de ambtenaar teveel vakantie heeft genoten, is hij voor ieder uur teveel genoten vakantie een bedrag schuldig ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. ### Artikel 27 @@ -665,37 +664,131 @@ c. de ambtenaar die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te ver ### Artikel 30 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij ten minste een volledige betrekking of deelbetrekkingen met een gezamenlijke omvang van ten minste 36 uur per week heeft de ambtenaar aanspraak op 53,8 levensfase-uren per kalenderjaar. + +**2.** Bij een deelbetrekking wordt de aanspraak op levensfase-uren van de ambtenaar vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige betrekking. + +**3.** Indien de betrekkingsomvang in de loop van een kalenderjaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op levensfase-uren over het resterend gedeelte van het jaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe betrekkingsomvang. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de betrekkingsomvang verworven aanspraak op levensfase-uren blijft ongewijzigd. + +**4.** Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar wordt de aanspraak op levensfase-uren vastgesteld naar evenredigheid van de duur van het dienstverband in dat kalenderjaar. + +**5.** Over kalendermaanden gedurende welke in het geheel geen dienst wordt verricht, met uitzondering van de eerste kalendermaand, bestaat geen aanspraak op levensfase-uren. Over kalendermaanden gedurende welke gedeeltelijk dienst wordt verricht, bestaat slechts aanspraak op levensfase-uren naar evenredigheid van het aantal uren waarop feitelijk dienst wordt verricht. + +**6.** + +Het vijfde lid is niet van toepassing indien: + +a. geheel geen of gedeeltelijk dienst wordt verricht wegens: + +1°. opname teveel gewerkte uren; +2°. verleende vakantie; +3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte; +4°. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; +5°. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; +6°. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen; +7°. verlof van korte duur verleend op basis van de artikelen 35, 36 of 37 of artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; +8°. adoptieverlof als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; +9°. minder werken als bedoeld in artikel 28b; +10°. opname van levensfase-uren; +b. het bevoegd gezag daartoe aanleiding aanwezig acht. + +**7.** Artikel 20 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 30a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Levensfase-uren kunnen worden opgenomen in het kalenderjaar waarin de aanspraak hierop is ontstaan of in daaropvolgende kalenderjaren. + +**2.** In afwijking van het eerste lid kan de aspirant geen levensfase-uren opnemen. + +**3.** Het recht om levensfase-uren op te nemen verjaart niet. ### Artikel 30b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Levensfase-uren kunnen uitsluitend worden opgenomen in de vorm van verlof. + +**2.** Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek tot opname van levensfase-uren, mits de ambtenaar het verzoek indient met inachtneming van een redelijke termijn voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van de opname en gewichtige redenen van dienstbelang zich niet tegen de opname verzetten. + +**3.** Het verleende verlof kan worden ingetrokken, wanneer gewichtige redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken. In dat geval komt een dag, waarop de ambtenaar dientengevolge slechts gedeeltelijk verlof heeft genoten, niet in aanmerking bij het berekenen van het aantal genoten levensfase-uren. + +**4.** Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van het verlof geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed. + +**5.** In het kalenderjaar waarin de ambtenaar meer uren als bedoeld in artikel 28a, eerste lid, werkt, kunnen geen levensfase-uren worden opgenomen. + +**6.** Bij opname van levensfase-uren voor een aaneengesloten periode direct voorafgaande aan een ontslag op grond van artikel 88d of 94, eerste lid, onderdeel h, worden de vakantie-uren en levensfase-uren die over die periode worden opgebouwd, alsmede overige, nog niet opgenomen vakantie-uren, direct voorafgaand aan die periode opgenomen. + +**7.** Ziekte van de ambtenaar schort de opname van levensfase-uren op, tenzij het betreft ziekte in de periode, bedoeld in het zesde lid. ### Artikel 30c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De totale aanspraak van de ambtenaar op levensfase-uren, vakantie-uren op grond van hoofdstuk IV en verlofuren op grond van artikel 12f van het Besluit bezoldiging politie mag, op 31 december van enig kalenderjaar, het maximum, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel r, onder 1°, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet te boven gaan. + +**2.** Indien het maximum, bedoeld in het eerste lid, op 31 december van enig kalenderjaar wordt overschreden, vervalt per die datum, zonder financiële compensatie, het aantal levensfase-uren dat nodig is om op dat maximum te komen. ### Artikel 30d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij ontslag, anders dan ontslag op grond van artikel 88d, eerste lid, of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of h, wordt de helft van het aantal levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, uitbetaald. + +**2.** Bij ontslag op grond van artikel 88d, eerste lid, of artikel 94, eerste lid, onderdeel h, worden levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, niet uitbetaald. + +**3.** Bij ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel e of f, dan wel overlijden van de ambtenaar worden de levensfase-uren, waarop hij op de ontslagdatum aanspraak heeft dan wel op de dag van overlijden aanspraak had, uitbetaald. + +**4.** Voor ieder uit te betalen levensfase-uur wordt een vergoeding toegekend ter hoogte van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. + +**5.** Indien op de dag van zijn ontslag blijkt dat de ambtenaar teveel levensfase-uren heeft opgenomen, is hij voor ieder teveel opgenomen uur een bedrag verschuldigd ter hoogte van het salaris per uur, dat hij direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. ### Artikel 30e -**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**1.** + +De artikelen 30 tot en met 30d zijn van toepassing op de ambtenaar die: + +a. op of na 1 juli 2019 in dienst treedt; +b. op 30 juni 2019 in dienst is en: + +1. op of na 1 juli 2018 in dienst is getreden; +2. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 jonger was dan 46 jaar; of +3. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 46 jaar of ouder was, maar nog geen 55 jaar. **2.** De artikelen 30 tot en met 30d zijn niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 3, die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt geen aanspraak te maken op levensfase-uren. De ambtenaar kan daarop niet terugkomen. -**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**3.** De artikelen 30 tot en met 30d zijn niet van toepassing op de ambtenaar die op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 55 jaar of ouder was en de ambtenaar op wie op 1 juli 2018 artikel 88a van toepassing was. -**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**4.** De artikelen 12, vijfde lid, 13a en 18 zijn niet van toepassing op de ambtenaar die aanspraak heeft op levensfase-uren als bedoeld in artikel 30. ### Artikel 30f -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 30e, eerste lid, onderdeel b, ontvangt op 1 juli 2019 een beginaantal levensfase-uren, tenzij de ambtenaar gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 30e, tweede lid. + +**2.** + +Het aantal, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door middel van de volgende formule, met inachtneming van de daarbij vermelde begrenzingen en het derde en vierde lid: + +{(A1 x 53,8) – (A1 x 14) – (A2 x 25,032) – (B1 x 7,2) – (B2 x 14,4)} x C/36, afgerond op 1 decimaal, + +waarbij: + +A1 = de op grond van het derde en vierde lid berekende diensttijd; + +A2 = de diensttijd gelijk aan A1, tenzij deze meer bedraagt dan 25 jaar. In dat geval bedraagt A2: 25; + +B1 = de diensttijd die het leeftijdscohort 45 tot en met 49 jaar omvat; + +B2 = de diensttijd die het leeftijdscohort 50 tot en met 54 jaar omvat, waarbij voor zowel B1 als B2 de op grond van het derde en vierde lid berekende diensttijd wordt geacht direct voorafgaand aan 1 juli 2019 onafgebroken te zijn volbracht, en + +C = de betrekkingsomvang in uren per week per 1 juli 2019, waarbij geldt dat C niet groter kan zijn dan 36. + +**3.** De diensttijd wordt vastgesteld op basis van het aantal door de ambtenaar tot 1 juli 2019 al dan niet in een aaneengesloten periode in politiedienst doorgebrachte jaren, op een hele maand nauwkeurig berekend. Hierbij geldt dat ingeval de aanstelling in politiedienst is aangevangen na de eerste dag van een maand, het aantal in politiedienst doorgebrachte jaren wordt berekend met ingang van de eerste dag van de daaropvolgende maand. + +**4.** + +Als diensttijd in politiedienst doorgebracht worden mede aangemerkt die jaren waarin de ambtenaar: + +a. was aangesteld als algemeen of bijzonder opsporingsambtenaar van de Koninklijke Marechaussee; +b. was aangesteld als algemeen of bijzonder opsporingsambtenaar van de Douane, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst-ECD of de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst; +c. als algemeen of bijzonder opsporingsambtenaar in dienst was van het Korps Spoorwegpolitie van de Nederlandse Spoorwegen voor zover het principeakkoord van 14 oktober 1999, gesloten tussen de vakorganisaties, FNV-bondgenoten, FSV, CNV-Bedrijvenbond, VHS en het Ministerie van Justitie, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Nederlandse Spoorwegen, op de ambtenaar van toepassing was en deze een AFUP- garantieregeling toegekend heeft gekregen voor de jaren dat hij bij de spoorwegpolitie heeft gewerkt; +d. was aangesteld als onbezoldigd algemeen of bijzonder opsporingsambtenaar van het Korps Rijkspolitie, werkzaam voor een krachtens de Wet op de weerkorpsen toegestane particuliere beveiligingsorganisaties van de luchthaven Schiphol in de periode van 15 februari 1974 tot en met 31 december 1992; +e. was aangesteld als ambtenaar van politie in dienst bij de politie in Suriname tot en met 24 november 1975; of +f. anderszins een schriftelijk besluit kan overleggen waaruit volgt dat de tijd die deze ambtenaar in een bepaalde functie was aangesteld door het bevoegd gezag voor inwerkingtreding van de Politiewet 2012 is aangemerkt als politiedienstjaar. ### Artikel 31 @@ -2077,9 +2170,11 @@ De vermelding van de aanstelling, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c **1.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid, 15 tot en met 22, 24, 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat de artikelen 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming. -**2.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, vierde tot en achttiende lid, 12a, 25, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 64a, 71 en 72 zijn op de ambtenaar in opleiding niet van toepassing. +**2.** De artikelen 30 tot en met 30e zijn gedurende het eerste leerjaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet van toepassing op de aspirant, tenzij de aspirant voorafgaand aan dat leerjaar al aanspraak had op levensfase-uren. -**3.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 13, 15 tot en met 28, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing. +**3.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, vierde tot en achttiende lid, 12a, 25, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 64a, 71 en 72 zijn op de ambtenaar in opleiding niet van toepassing. + +**4.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 13, 15 tot en met 28, 30 tot en met 30e, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing. ### Artikel 101