From 971ed2db2adf9b6da79e747362954aefa6efd62c Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-01-01 | BWBR0036752 | Wet windenergie op zee --- .../BWBR0036752/README.md | 55 +++++++++---------- 1 file changed, 27 insertions(+), 28 deletions(-) diff --git a/wet/wet-windenergie-op-zee/BWBR0036752/README.md b/wet/wet-windenergie-op-zee/BWBR0036752/README.md index 0e8e982579f..6618b2a4985 100644 --- a/wet/wet-windenergie-op-zee/BWBR0036752/README.md +++ b/wet/wet-windenergie-op-zee/BWBR0036752/README.md @@ -18,7 +18,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *kavel:* locatie voor een windpark; - *kavelbesluit:* besluit waarin een kavel en een tracé voor een aansluitverbinding zijn aangewezen; -- *net:* een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998; +- *net:* een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998; - *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken; - *vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 12; - *windpark:* een samenstel van voorzieningen waarmee elektriciteit met behulp van wind wordt geproduceerd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van elektriciteit met behulp van wind. @@ -33,7 +33,7 @@ Deze wet is mede van toepassing in de Nederlandse exclusieve economische zone. **1.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, een kavelbesluit nemen. -**2.** Een kavel kan slechts worden aangewezen binnen gebieden die in het nationaal waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet, zijn aangewezen als voor windenergie geschikte gebieden. Het tracé voor de aansluitverbinding tussen het windpark en het aansluitpunt op een net wordt niet verder aangewezen dan tot de laagwaterlijn, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee. +**2.** Een kavel kan slechts worden aangewezen binnen gebieden die in het nationaal waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet, zijn aangewezen als voor windenergie geschikte gebieden. Het tracé voor de aansluitverbinding tussen het windpark en het aansluitpunt op een net wordt niet verder aangewezen dan tot de laagwaterlijn, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee. **3.** @@ -41,7 +41,7 @@ Onze Minister betrekt bij de afweging tot het nemen van een kavelbesluit: a. de vervulling van maatschappelijke functies van de zee, waaronder het belang van een doelmatig ruimtegebruik van de zee; b. de gevolgen van een aanwijzing voor derden; -c. het milieu belang, waaronder het ecologisch belang met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5, 6 en 7; +c. het milieu belang, waaronder het ecologisch belang met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5 en 7; d. de kosten om een windpark in het gebied te realiseren; e. het belang van een doelmatige aansluiting van een windpark op een net. @@ -55,11 +55,11 @@ Onze Minister verbindt aan een kavelbesluit regels en voorschriften die in ieder a. de rechten en andere belangen van derden met betrekking tot de kavel; b. de voorwaarden waaronder het milieu wordt beschermd; -c. de voorwaarden en beperkingen waaronder is verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast en, in voorkomend geval, het voorschrift inhoudende de verplichting compenserende maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 19h, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998; -d. de voorwaarden en beperkingen waaronder Onze Minister een vrijstelling als bedoeld in artikel 7 verleent; +c. de voorwaarden en beperkingen waaronder is verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast en, in voorkomend geval, het voorschrift inhoudende de verplichting compenserende maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 2.8, zevende lid, van de Wet natuurbescherming; +d. de voorwaarden en beperkingen waaronder Onze Minister een vrijstelling als bedoeld in artikel 7 verleent; e. het belang van een doelmatig ruimtegebruik van een windpark; f. de termijn waarvoor de vergunning wordt verleend; -g. financiële voorwaarden als bedoeld in de artikelen 10 en 28. +g. financiële voorwaarden als bedoeld in de artikelen 10 en 28. **2.** @@ -71,30 +71,29 @@ c. de aanduiding op een of meer topografische of geografische kaarten van de geo d. de uitkomsten van het onderzoek naar meteorologische omstandigheden, bodemgesteldheid, stromingen en golfhoogtes, milieukundig bodemonderzoek, archeologisch onderzoek en overig milieukundig onderzoek; e. de termijn waarbinnen Onze Minister de gevolgen van de ingebruikneming van een kavel onderzoekt en een opgave van de daarbij te onderzoeken milieuaspecten. -**3.** Bij kavelbesluit kan worden afgeweken van de op grond van artikel 6.6 van de Waterwet gestelde regels met betrekking tot het gebruik van het waterstaatswerk Noordzee door het plaatsen van installaties of kabels. +**3.** Bij kavelbesluit kan worden afgeweken van de op grond van artikel 6.6 van de Waterwet gestelde regels met betrekking tot het gebruik van het waterstaatswerk Noordzee door het plaatsen van installaties of kabels. **4.** Het is verboden te handelen in strijd met het kavelbesluit en de daaraan verbonden regels en voorschriften. ### Artikel 5 -De artikelen 19d en 19kc van de Natuurbeschermingswet 1998 zijn niet van toepassing op projecten of andere handelingen waarop het kavelbesluit betrekking heeft. Indien die projecten of andere handelingen de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied als bedoeld in die wet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied, is artikel 19j, eerste tot en met derde lid en vijfde lid, van die wet en het krachtens artikel 19kb, eerste lid, van die wet bepaalde, van overeenkomstige toepassing op het vaststellen van een kavelbesluit. +Artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing op projecten of andere handelingen waarop het kavelbesluit betrekking heeft. Indien die projecten of andere handelingen de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied als bedoeld in die wet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied, is artikel 2.8 van die wet en het krachtens artikel 2.9, zevende lid, van die wet bepaalde, van overeenkomstige toepassing op het vaststellen van een kavelbesluit. ### Artikel 6 -De artikelen 9 en 10 van de Flora- en faunawet zijn niet van toepassing op handelingen, waarop het kavelbesluit betrekking heeft, voor zover deze betreffen: - -a. het niet-opzettelijk doden, verwonden, vangen of bemachtigen van dieren, behorende tot beschermde inheemse diersoorten, als bedoeld in artikel 4 van de Flora- en faunawet; -b. het opzettelijk verontrusten van vogels, behorende tot soorten genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Flora- en faunawet, voor zover een dergelijke verstoring niet van wezenlijke invloed is. +Vervallen ### Artikel 7 -**1.** Onze Minister kan in het kavelbesluit vrijstelling verlenen van het bepaalde in artikel 9 tot en met 12 en 13 van de Flora- en faunawet. +**1.** Onze Minister kan in het kavelbesluit vrijstelling verlenen van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste, tweede, derde en vierde lid, 3.2, eerste en zesde lid, 3.5, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 3.6, eerste en tweede lid, en 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. -**2.** Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend indien geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de desbetreffende soort. +**2.** Een vrijstelling van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste, tweede, derde of vierde lid, of 3.2, eerste of zesde lid, van de Wet natuurbescherming wordt slechts verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, van die wet en aan het kavelbesluit de voorschriften, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van die wet, worden verbonden. -**3.** Artikel 75, zesde lid, van de Flora- en faunawet is van overeenkomstige toepassing op een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid. +**3.** Een vrijstelling van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, of 3.6, eerste of tweede lid, van de Wet natuurbescherming wordt slechts verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.8, vijfde lid, van die wet. -**4.** Aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid kunnen in het kavelbesluit voorschriften worden verbonden. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend. +**4.** Een vrijstelling van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming wordt slechts verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, vijfde lid, van die wet. + +**5.** Aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid kunnen in het kavelbesluit voorschriften worden verbonden, onverminderd het tweede lid. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend. ### Artikel 8 @@ -117,7 +116,7 @@ b. het gebruik van werken te wijzigen. ### Artikel 10 -**1.** Kosten die samenhangen met het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, en 7 kunnen ten laste komen van degene aan wie de vergunning wordt verleend. +**1.** Kosten die samenhangen met het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, en 7 kunnen ten laste komen van degene aan wie de vergunning wordt verleend. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de verhaalbare kostensoorten. @@ -130,10 +129,10 @@ b. het gebruik van werken te wijzigen. Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, kan een kavelbesluit wijzigen of geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a. gedurende drie achtereenvolgende jaren na het onherroepelijk worden van een kavelbesluit geen vergunning voor de kavel wordt verleend; -b. indien zich omstandigheden of feiten voordoen waardoor de handeling of handelingen waarvoor het kavelbesluit is genomen niet langer toelaatbaar worden geacht met het oog op de in artikel 3 bedoelde doelstellingen en belangen; +b. indien zich omstandigheden of feiten voordoen waardoor de handeling of handelingen waarvoor het kavelbesluit is genomen niet langer toelaatbaar worden geacht met het oog op de in artikel 3 bedoelde doelstellingen en belangen; c. indien een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie dan wel een wettelijk voorschrift ter uitvoering daarvan daartoe verplicht. -**2.** De artikelen 3, vierde lid, 4, eerste lid, 5, 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van een kavelbesluit. +**2.** De artikelen 3, vierde lid, 4, eerste lid, 5 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van een kavelbesluit. **3.** Tot intrekking van een kavelbesluit wordt niet overgegaan voor zover kan worden volstaan met wijziging of aanvulling van de aan het kavelbesluit verbonden regels en voorschriften. @@ -149,7 +148,7 @@ Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een windpark te bouwen of te Onze Minister verleent geen vergunning voor: -a. een gebied dat is gelegen buiten een kavel en het tracé voor de aansluitverbinding dat is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid, of +a. een gebied dat is gelegen buiten een kavel en het tracé voor de aansluitverbinding dat is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid, of b. een kavel waarvoor reeds een vergunning is verleend. ### Artikel 14 @@ -181,7 +180,7 @@ c. binnen welke tijdvakken nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de in **3.** Onze Minister kan aan een vergunning voorwaarden en voorschriften verbinden. -**4.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid, onderdeel c. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. +**4.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid, onderdeel c. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. **5.** Het is verboden te handelen in strijd met de vergunning, de daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften, alsmede de ontheffing, bedoeld in het vierde lid, en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen. @@ -237,7 +236,7 @@ b. als de houder een rechtspersoon is, met ingang van de dag na die waarop de re ### Artikel 19 -Deze paragraaf is van toepassing indien subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies kan worden verleend. +Deze paragraaf is van toepassing indien subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies kan worden verleend. ### Artikel 20 @@ -249,7 +248,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing indien subsidie op grond van een algemene maatr ### Artikel 21 -**1.** Indien meerdere aanvragen voldoen aan de artikelen 14 en 20, verleent Onze Minister de vergunning aan de aanvrager aan wie subsidie wordt verleend. +**1.** Indien meerdere aanvragen voldoen aan de artikelen 14 en 20, verleent Onze Minister de vergunning aan de aanvrager aan wie subsidie wordt verleend. **2.** Onze Minister beslist op aanvragen gelijktijdig met de beslissing op de aanvragen voor subsidie. @@ -257,7 +256,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing indien subsidie op grond van een algemene maatr ### Artikel 22 -Deze paragraaf is van toepassing indien geen subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies wordt verleend. +Deze paragraaf is van toepassing indien geen subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies wordt verleend. ### Artikel 23 @@ -282,7 +281,7 @@ h. een beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen. ### Artikel 24 -**1.** Indien meerdere aanvragen voldoen aan de artikelen 14 en 23, verleent Onze Minister de vergunning aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt. +**1.** Indien meerdere aanvragen voldoen aan de artikelen 14 en 23, verleent Onze Minister de vergunning aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt. **2.** @@ -299,7 +298,7 @@ f. de kwaliteit van de maatregelen ter borging van kostenefficiëntie. ### Artikel 25 -Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 23, eerste lid, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen. +Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 23, eerste lid, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen. ## Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving @@ -347,9 +346,9 @@ Wijzigt de Wet op de economische delicten. ### Artikel 34 -**1.** Artikel 12 is niet van toepassing op windparken waarvoor voor de datum waarop deze wet in werking treedt een vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of op grond van artikel 6.5 van de Waterwet en subsidie op grond een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidie of op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2008, is verleend. +**1.** Artikel 12 is niet van toepassing op windparken waarvoor voor de datum waarop deze wet in werking treedt een vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of op grond van artikel 6.5 van de Waterwet en subsidie op grond een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidie of op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde op 31 december 2008, is verleend. -**2.** Een vergunning voor een windpark die is verleend op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of op grond van artikel 6.5 van de Waterwet, vervalt op de datum waarop deze wet in werking treedt indien voor het windpark geen subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies is verleend. +**2.** Een vergunning voor een windpark die is verleend op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of op grond van artikel 6.5 van de Waterwet, vervalt op de datum waarop deze wet in werking treedt indien voor het windpark geen subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies is verleend. ### Artikel 35