diff --git a/amvb/besluit-samenwerking-vo-bve/BWBR0019143/README.md b/amvb/besluit-samenwerking-vo-bve/BWBR0019143/README.md index 6c3d8c7b9c5..fc595d26cd5 100644 --- a/amvb/besluit-samenwerking-vo-bve/BWBR0019143/README.md +++ b/amvb/besluit-samenwerking-vo-bve/BWBR0019143/README.md @@ -39,9 +39,18 @@ a. voor het in artikel 25a, tweede lid onder a, van de WVO bedoelde doel, leerli b. voor het in artikel 25a, tweede lid, onderdeel b, van de WVO bedoelde doel, leerlingen die naar het oordeel van het bevoegd gezag een grotere kans hebben om vervolgonderwijs met gunstig resultaat te volgen door extra verrijking, verdieping en oriëntatie naast hun reguliere opleiding, of door onderdelen van beroepsopleidingen of opleidingen educatie als bedoeld in de WEB te volgen, naast hun opleiding in het voortgezet onderwijs; c. voor het in artikel 25a, tweede lid, onderdeel c, van de WVO bedoelde doel, iedere leerling. -**2.** Een leerling als bedoeld in het eerste lid volgt per leerjaar voor ten hoogste de helft van het aantal klokuren per schooljaar die blijkens het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de WVO, worden besteed aan het volgen van lessen of stages, aan de andere school of aan de instelling. Toepassing van het eerste lid leidt er niet toe dat het bevoegd gezag zelf uitsluitend nog de stage van die leerling verzorgt. +**2.** Een leerling als bedoeld in het eerste lid volgt voor ten hoogste de helft van het aantal klokuren van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de WVO, lessen of stages aan de andere school of aan een instelling. -**3.** Indien het betreft het verzorgen van vakken of programma-onderdelen als bedoeld in artikel 10b, zesde of zevende lid, of artikel 10d, zesde of zevende lid, van de WVO, kan het bevoegd gezag van de school op grond van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 25a, derde lid, van de WVO of een regeling als bedoeld in artikel 25a, vijfde lid, van de WVO afwijken van het tweede lid. +**3.** + +Bij de toepassing van het eerste lid dient op elke school die betrokken is bij de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 25a, derde lid, van de WVO, ten minste een deel van het onderwijs in de bovenbouw op de eigen school te worden verzorgd. Voor de verschillende schoolsoorten gelden de volgende voorschriften: + +a. indien het betreft een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, dient op de eigen school het onderwijs te worden verzorgd in ten minste één van de profielen bedoeld in artikel 12, derde lid, van de WVO; +b. indien het betreft een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, dient op de eigen school het onderwijs te worden verzorgd in ten minste één van de sectoren bedoeld in artikel 10, derde lid, van de WVO; +c. indien het betreft een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dient op de eigen school het onderwijs te worden verzorgd in ten minste één van de afdelingen bedoeld in artikel 10c van de WVO, dan wel één intrasectoraal dan wel intersectoraal programma als bedoeld in artikel 10b, vierde lid van die wet; +d. indien het betreft onderwijs in de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de WVO aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dient op de eigen school het onderwijs te worden verzorgd in ten minste één van de afdelingen bedoeld in artikel 10c van de WVO, dan wel één intrasectoraal dan wel intersectoraal programma als bedoeld artikel 10d, vierde lid van die wet. + +**4.** In de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 25a van de WVO, worden afspraken gemaakt over de wijze waarop de school geregeld contact onderhoudt met de leerlingen die aan die school zijn ingeschreven. ### Artikel 3