2006-10-13 | BWBR0002063 | Wet op de economische delicten

This commit is contained in:
Coornhert 2006-10-13 12:00:00 +00:00
parent 6b0e3b3c88
commit 9744d40112

View file

@ -134,7 +134,7 @@ de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, de artikelen 39, 40, 41, 42, 46, 48, derde li
de Arbeidstijdenwet, artikel 8:3, eerste lid, en een niet naleven als bedoeld in artikel 11:3, eerste tot en met derde lid;
de Prijzenwet, de artikelen 2, 2*b*, 3, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 11;
de Prijzenwet, de artikelen 2, 2b, 3, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 11;
de Warenwet, artikel 21, tweede lid;
@ -171,7 +171,7 @@ de Landbouwuitvoerwet 1938, de artikelen 2, 4 en 7;
de Luchtvaartwet, de artikelen 37ab, 37ae, eerste lid, 37f, derde lid, 37g, derde lid, of 37r;
de Plantenziektenwet, de artikelen 2, 3, 3*a*, 6, en 13;
de Plantenziektenwet, de artikelen 2, 3, 3a, 6, en 13;
de Reconstructiewet concentratiegebieden, de artikelen 36, eerste en derde lid, en 47, eerste lid;
@ -183,6 +183,8 @@ de Telecommunicatiewet, de artikelen 2.3, derde lid, 3.4, tweede lid, 4.11, derd
de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens, de artikelen 4 tot en met 8;
de Verordening (EG) Nr. 1435/2003 van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) (PbEU L 207), artikel 11, vierde lid;
de Verordening nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (PbEG L 199/1), artikel 7, tweede alinea, onder i, en artikel 25, eerste alinea, letters a, c, d en e, en tweede alinea;
de Verordening (EG) Nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG L 294), artikel 12, vierde lid;
@ -193,7 +195,7 @@ de Vestigingswet Bedrijven 1954, de artikelen 4, 15, tweede lid, 16, 18, tweede
de Visserijwet 1963, de artikelen 3, 3a, 4, 5 en 9;
de Waarborgwet 1986, de artikelen 7*a*, 12, 30, 31, 35, 36, 37, 39, 44, 46, 57, 58 en 58a;
de Waarborgwet 1986, de artikelen 7a, 12, 30, 31, 35, 36, 37, 39, 44, 46, 57, 58 en 58a;
de Warenwet, de artikelen 1a, 4 tot en met 11a, 13 tot en met 20, 21, eerste lid, 21b, 22, 26, tweede lid, 27, eerste lid, laatste volzin, 31, 32 en 32k;
@ -289,7 +291,7 @@ de Wet van 28 juni 1989, *Stb*. 245, tot uitvoering van de Verordening nr. 2137/
de Wet van 19 december 1991, *Stb*. 710, tot aanpassing van de wetgeving aan de twaalfde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht, artikel IV, eerste en tweede lid, eerste en tweede volzin;
het Burgerlijk Wetboek, Boek 2 (Rechtspersonen), voor zover van toepassing of van overeenkomstige toepassing op stichtingen en verenigingen als bedoeld in artikel 360, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, Europese naamloze vennootschappen, Europese economische samenwerkingsverbanden of formeel buitenlandse vennootschappen als bedoeld in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen de artikelen 19, vijfde lid, tweede volzin, 56, tweede lid, 61, onder b en d, 63b, 75, 76a, tweede lid, 85, 91a, 94b, vierde lid, 94c, vijfde lid, 96, derde en vierde lid, 96a, zevende lid, tweede volzin, 103, 105, vierde lid, laatste zin, 120, vierde lid, 153, 154, derde lid, 186, 194, 204b, vierde lid, 204c, vijfde lid, 230, vierde lid, 263, 264, derde lid, 362, zesde lid, laatste zin, 393, eerste lid, 394, derde lid, en 395;
het Burgerlijk Wetboek, Boek 2 (Rechtspersonen), voor zover van toepassing of van overeenkomstige toepassing op stichtingen en verenigingen als bedoeld in artikel 360, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, Europese naamloze vennootschappen, Europese economische samenwerkingsverbanden, Europese coöperatieve vennootschappen of formeel buitenlandse vennootschappen als bedoeld in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen de artikelen 19, vijfde lid, tweede volzin, 56, tweede lid, 61, onder b en d, 63b, 75, 76a, tweede lid, 85, 91a, 94b, vierde lid, 94c, vijfde lid, 96, derde en vierde lid, 96a, zevende lid, tweede volzin, 103, 105, vierde lid, laatste zin, 120, vierde lid, 153, 154, derde lid, 186, 194, 204b, vierde lid, 204c, vijfde lid, 230, vierde lid, 263, 264, derde lid, 362, zesde lid, laatste zin, 393, eerste lid, 394, derde lid, en 395;
Boek 3 (Vermogensrecht) van het Burgerlijk Wetboek, artikel 15d, eerste en tweede lid, en artikel 15e, eerste en tweede lid;
@ -299,7 +301,7 @@ de Winkeltijdenwet, de artikelen 2, 3, vijfde lid, 4, derde lid, 5, derde lid, 6
de Wijzigingswet 1988 Warenwet, artikel II, tweede en vijfde lid;
de IJkwet, de artikelen 5, eerste lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste en derde lid, 9, eerste en tweede lid, 11*a*, tweede lid, tweede volzin, 14, vijfde lid, onder *a*, *c* en *d*, 19, 20, eerste en derde lid, 21, 21*a*, eerste lid, 21*b*, derde lid, laatste volzin, 26*b*, tweede lid, eerste volzin, 26*c*, 27 en 29*h*, tweede lid;
de IJkwet, de artikelen 5, eerste lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste en derde lid, 9, eerste en tweede lid, 11a, tweede lid, tweede volzin, 14, vijfde lid, onder a, c en d, 19, 20, eerste en derde lid, 21, 21a, eerste lid, 21b, derde lid, laatste volzin, 26b, tweede lid, eerste volzin, 26c, 27 en 29h, tweede lid;
de Zeevaartbemanningswet, artikelen 56, 57, 58, 59 en 60;
5°. de delicten, genoemd in de artikelen 26, 33 en 34.