2024-10-26 | BWBR0047689 | Subsidieregeling JTF 2021–2027

This commit is contained in:
Coornhert 2024-10-26 12:00:00 +00:00
parent f7578f0aad
commit 9813ffd7f3

View file

@ -166,8 +166,9 @@ a. loonkosten inclusief overheadkosten;
b. loonverletkosten;
c. kosten van door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid;
d. bijdragen in natura als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de GB-verordening;
e. afschrijvingskosten als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van de GB-verordening; en
f. andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
e. afschrijvingskosten als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van de GB-verordening;
f. andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd; en
g. fondskapitaal.
**2.** De loonverletkosten worden berekend door het aantal aan opleiding te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 23,91.
@ -197,9 +198,13 @@ c. door de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen d,
Indien een vast uurtarief wordt gehanteerd, kan het totale aantal voor een bepaald jaar te subsidiëren uren:
a. indien gebruik wordt gemaakt een vast uurtarief als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, per werknemer niet meer bedragen dan 1.720 uren bij een voltijd dienstverband of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband;
a. indien gebruik wordt gemaakt een vast uurtarief als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en het zevende lid, per werknemer niet meer bedragen dan 1.720 uren bij een voltijd dienstverband of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband;
b. indien gebruik wordt gemaakt van een vast uurtarief als bedoeld in het vierde lid voor eigen arbeid, niet meer bedragen dan 1.720 uren.
**7.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het vaste uurtarief voor medewerkers die op basis van het minimumloon werken, € 20,90.
**8.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt bij een voltijd dienstverband het vaste percentage berekend over een maandtarief van € 2.891 per werknemer die op basis van het minimumloon werkt, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project werkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
### Artikel 1.13
**1.**
@ -461,7 +466,7 @@ e. de planning of looptijd.
**3.** Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot het verlenen van een voorschot in.
**4.** Een voorschot vooruitlopend op te maken kosten kan maximaal 20 procent van de oorspronkelijk verleende subsidie bedragen.
**4.** Een voorschot vooruitlopend op te maken kosten kan maximaal 40 procent van de oorspronkelijk verleende subsidie bedragen.
**5.** De Minister van SZW beslist binnen 26 weken op een verzoek om een voorschot vooruitlopend op te maken kosten.
@ -692,22 +697,30 @@ b. voor aanvragen voor projecten van MKB-ondernemingen € 29.000.000.
**1.**
De subsidie bedraagt voor een:
Indien het project valt onder het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 20222027, bedoeld in artikelen 13 en 14 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, bedraagt de subsidie voor een:
a. kleine onderneming maximaal 30% van de subsidiabele kosten;
b. middelgrote onderneming maximaal 20% van de subsidiabele kosten;
c. grote onderneming maximaal 10% van de subsidiabele kosten.
a. kleine onderneming maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten;
b. middelgrote onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
c. grote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
**2.** De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
**2.**
**3.** De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 7.500.000 per project.
Indien het project niet valt onder het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 20222027 bedraagt de subsidie voor een:
**4.**
a. kleine onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
b. middelgrote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
**3.** De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
**4.** De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 7.500.000 per project.
**5.**
De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, te berekenen op basis van de volgende artikelen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening:
a. artikelen 13 en 14 inzake regionale investeringssteun voor investeringskosten;
b. artikel 31 inzake opleidingssteun inzake kosten voor om-of bijscholing.
b. artikel 17 inzake investeringssteun voor kmos;
c. artikel 31 inzake opleidingssteun inzake kosten voor om-of bijscholing.
### Artikel 2.1.8
@ -809,7 +822,7 @@ b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het SNN aangel
### Artikel 2.1.14
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 13, 14 en 31 van de Algemene roepsvrijstellingsverordening.
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 13, 14, 17 en 31 van de Algemene roepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 2.1.15
@ -1949,7 +1962,150 @@ b. de bij het aanvraagformulier genoemde documenten als bijlagen.
Deze titel vervalt met ingang van 1 februari 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 2.11
### Titel 2.11. Steun aan langdurig werkzoekenden
### Artikel 2.11.1
In deze titel wordt verstaan onder:
*langdurig werkzoekende:* een persoon die valt onder de Participatiewet met een vergrote afstand tot de arbeidsmarkt, die niet in staat is op eigen kracht aan de arbeidsmarkt deel te nemen, niet zijnde leerlingen van scholen en opleidingen;
*loonwaarde:* de waarde, uitgedrukt in euro's, van de arbeid die iemand nog kan uitvoeren. Voor de berekening van de loonwaarde wordt bepaald wat de actuele inzetbaarheid van de werknemer is ten opzichte van de normfunctie;
*professional:* een persoon met hbo werk- of denkniveau die binnen het project is aangesteld om een langdurig werkzoekende te begeleiden;
*RIS3 transities:* de transities, zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 20212027;
*RIS3 20212027:* Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 20212027 is uiteengezet;
*SOB:* sociaal ontwikkelbedrijf, een bedrijf dat langdurig werkzoekenden aan het werk helpt;
*sociaaleconomisch traject:* SOB's stellen in samenspraak met een of meerdere bedrijven een traject op om langdurig werkzoekenden in staat te stellen om op termijn deel te nemen aan de arbeidsmarkt;
*TJTP:* Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 20212027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 20212027;
*werkingsgebied:* de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
### Artikel 2.11.2
**1.** Het doel van de openstelling op grond van deze titel is om sociaaleconomische trajecten uit te voeren die passen binnen de RIS3 transities.
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 3 van het TJTP voor het toekomstbestendig maken van de beroepsbevolking en het versterken van menselijk kapitaal en maatschappelijk perspectief.
**3.** Trajecten waar langdurig werkzoekenden op worden ingezet moeten bijdragen aan minimaal één van de vier transities die zijn opgenomen in de RIS3 20212027.
**4.**
Projecten hebben als doel dat de deelnemende langdurig werkzoekende gedurende een traject van maximaal achttien maanden een duurzame aansluiting kan vinden op de arbeidsmarkt ten einde:
a. de positie van de langdurig werkzoekenden te versterken op de arbeidsmarkt, zodat het risico dat zij definitief de aansluiting met de arbeidsmarkt verliezen wordt voorkomen of beperkt; en
b. het ondersteunen en ontzorgen van werkgevers voor de invulling dan wel toekomstige invulling van vacatures door langdurig werkzoekenden uit het onbenut arbeidspotentieel in de vorm van het aanbieden van passende werkgelegenheid, aansluitend op de RIS3-transities.
### Artikel 2.11.3
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
a. een SOB;
b. een samenwerkingsverband van SOBs; of
c. een gemeente.
### Artikel 2.11.4
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
a. het aanbieden van passende werkgelegenheid door publieke- en private partijen, die bijdraagt aan de arbeidsmarktpositie van langdurig werkzoekenden;
b. het stimuleren en aanbieden van begeleiding en scholing en ontwikkeling van vaardigheden voor langdurig werkzoekenden, met daarbij in begrepen de kosten voor randvoorwaardelijke activiteiten die daarvoor noodzakelijk zijn;
c. het begeleiden van langdurig werkzoekenden om te integreren in de bedrijfsomgeving indien zij een baan hebben gevonden;
d. het begeleiden van de langdurig werkzoekende waardoor de arbeidsvaardigheden toenemen en de positie van de langdurig werkzoekenden op de door transitie veranderende arbeidsmarkt wordt versterkt; of
e. loonwaardemeting uitgevoerd door een professional, als (eind)onderdeel van het traject passende werkgelegenheid binnen dit project.
### Artikel 2.11.5
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 15.000.000.
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
**3.** Aanvragen worden beoordeeld door de deskundigencommissie overeenkomstig artikel 1.21.
### Artikel 2.11.6
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 1 november 2024 09.00 uur tot en met 14 februari 2025 17.00 uur.
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
### Artikel 2.11.7
**1.**
De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste:
a. 50 procent van de in aanmerking komende subsidiabele kosten voor in dienst genomen langdurig werkzoekenden, bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel b; of
b. 100 procent voor de loonkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden, bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel a, en overige kosten als bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel c.
### Artikel 2.11.8
**1.**
In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
a. loonkosten inclusief overheadkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden;
b. loonkosten van in dienst genomen langdurig werkzoekenden tegen maximaal het minimumloon, bedoeld in artikel 1.12, zevende en achtste lid, voor een maximale termijn van 18 maanden; of
c. overige kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
**2.** Artikel 1.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 2.11.9
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
**2.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen bedoeld in het eerste of tweede lid verlengen.
### Artikel 2.11.10
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied, tenzij de resultaten overwegend en aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied tijdens of na de te subsidiëren activiteiten;
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 2.000.000 per project;
c. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is; of
d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 31 december 2028 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
### Artikel 2.11.11
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, d, e en f van het eerste lid van dat artikel.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het maximaal aantal punten per onderdeel van het eerste lid:
a. voor criterium a maximaal 40 punten;
b. voor criterium d maximaal 30 punten;
c. voor criterium e maximaal 15 punten; en
d. voor criterium f maximaal 15 punten.
### Artikel 2.11.12
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
### Artikel 2.11.13
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
### Artikel 2.11.14
Onverminderd artikel 1.26 is de subsidieontvanger verplicht:
a. de resultaten van de samenwerking met bedrijven in Noord-Nederland in overwegende mate ten goede te laten komen aan het werkingsgebied;
b. een deelnemersadministratie te voeren op een door de Minister van SZW voorgeschreven wijze; en
c. op basis van in de verleningsbeschikking aangewezen indicatoren te rapporteren.
### Artikel 2.11.15
De subsidie, bedoeld in artikel 2.11.3, bevat geen staatssteun.
### Artikel 2.11.16
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 2.12. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering digitalisering en robotisering
@ -2385,8 +2541,7 @@ d. voor kosten van bij- en omscholing:
Onverminderd artikel 1.15 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft gekregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
c. immateriële vaste activa als bedoeld in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
b. immateriële vaste activa als bedoeld in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 3.2.9
@ -2447,6 +2602,10 @@ b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het Kansen voo
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 13, 14, 31, 36, 36bis, 38, 38bis, 41, 47 en 56ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 3.2.14a
Onverminderd artikel 1.26, vierde lid, kan de Minister van SZW op verzoek van de subsidieaanvrager of subsidieontvanger een wijzigingsverzoek in behandeling nemen voor een reeds ingediende aanvraag, toestemming verlenen voor de wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, of toestemming verlenen voor afwijking van de subsidieverleningsbeschikking, indien de wijziging of afwijking verband houdt met een wijziging in deze subsidietitel die plaatsvond na indiening van de subsidieaanvraag.
### Artikel 3.2.15
Deze titel vervalt met ingang van 1 september 2025, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.