2017-07-01 | BWBR0002326 | Rijkswachtgeldbesluit 1959

This commit is contained in:
Coornhert 2017-07-01 12:00:00 +00:00
parent ccf2e1f087
commit 982518d789

View file

@ -258,7 +258,7 @@ b. voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel *a* of
**1.** Het bedrag van het vervolgwachtgeld is gelijk aan het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of, indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of, indien het een betrokkene jonger dan 22 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
### Paragraaf . Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf
@ -316,7 +316,7 @@ Vervallen
Het recht op wachtgeld eindigt:
a. met ingang van de dag waarop betrokkene de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bereikt,
a. met ingang van de dag waarop betrokkene de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bereikt,
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden;
c. indien het recht op wachtgeld geheel wordt afgekocht;
e. op aanvraag van betrokkene.