diff --git a/beleidsregel/beleidsregel-investeren-met-publieke-middelen-in-private-activiteiten/BWBR0045046/README.md b/beleidsregel/beleidsregel-investeren-met-publieke-middelen-in-private-activiteiten/BWBR0045046/README.md index 983c60eab37..b1fef0c5ab9 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregel-investeren-met-publieke-middelen-in-private-activiteiten/BWBR0045046/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregel-investeren-met-publieke-middelen-in-private-activiteiten/BWBR0045046/README.md @@ -14,9 +14,9 @@ citeertitel: Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteit In deze beleidsregel wordt verstaan onder: -a. *Bekostigde onderwijsinstelling:* een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.1De zogenoemde werkplaatsfunctie van academische ziekenhuizen wordt beschouwd als onderdeel van de universiteit waaraan dat academische ziekenhuis is verbonden. +a. *Bekostigde onderwijsinstelling:* een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.1De zogenoemde werkplaatsfunctie van academische ziekenhuizen wordt beschouwd als onderdeel van de universiteit waaraan dat academische ziekenhuis is verbonden. b. *Bekostigde wettelijke taak:* de taak waarvoor de onderwijsinstelling op grond van de onderwijswetgeving wordt bekostigd.2Zie bijvoorbeeld Hoofdstuk I, Titel 3, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1.9, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Overigens kunnen ook niet bij of krachtens de wet voorgeschreven activiteiten of voorzieningen die de toegankelijkheid en de kwaliteit van het bekostigde onderwijs bevorderen, tot de bekostigde wettelijke taak worden gerekend. Dan moeten die activiteiten of voorzieningen wel zijn gericht op de studenten die aan het bekostigd onderwijs deelnemen. En die studenten moeten vrijwillig, kosteloos of tegen een geringe niet-kostendekkende vergoeding, van die activiteiten of voorzieningen gebruik kunnen maken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om honours-programma’s, studium generale, of een bibliotheekvoorziening. -c. *Bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1.1 onder w van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onder j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. +c. *Bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onder j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. d. *Integrale kostprijs:* de integrale kostprijs als bedoeld in artikel 25i, eerste lid, van de Mededingingswet. Bij de vaststelling van de integrale kostprijs gaat het om álle kosten die samenhangen met de private activiteit. Dat zijn in ieder geval, maar niet uitsluitend:3Verwezen wordt naar het Besluit markt en overheid dat meer inzicht geeft in de wijze waarop integrale kosten in rekening moeten worden gebracht. Hoewel de instellingen voor het beroepsonderwijs en voor het hoger onderwijs zijn uitgezonderd van het toepassingsbereik van de Wet markt en overheid en het Besluit markt en overheid, wordt in deze beleidsregel voor wat betreft de uitleg van het begrip integrale kosten wel aansluiting gezocht bij deze wetgeving. • ontwikkelkosten van de private activiteit, zoals de ontwikkelkosten van een niet-bekostigde opleiding, of van daarvan afgeleide varianten, al dan niet in modules;