2009-12-22 | BWBR0022910 | Besluit lozing afvalwater huishoudens
This commit is contained in:
parent
abc8c4dedb
commit
9864f0ab30
1 changed files with 40 additions and 30 deletions
|
|
@ -10,7 +10,7 @@ citeertitel: Besluit lozing afvalwater huishoudens
|
|||
|
||||
# Besluit lozing afvalwater huishoudens
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
|
||||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
|
|
@ -18,32 +18,30 @@ citeertitel: Besluit lozing afvalwater huishoudens
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. bevoegd gezag: burgemeester en wethouders van de gemeente waar het lozen plaatsvindt of de waterkwaliteitsbeheerder indien het lozen betreft als bedoeld in artikel 1, eerste tot en met derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de uitzondering, bedoeld in artikel 1, tweede lid, eerste zin, van die wet niet van toepassing is;
|
||||
a. bevoegd gezag: burgemeester en wethouders van de gemeente waar het lozen plaatsvindt of de beheerder indien het lozen betreft als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
|
||||
b. gebouw: een bouwwerk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Woningwet, waaronder mede wordt verstaan een woonschip dat uit hoofde van zijn feitelijke bestemming plaatsgebonden is;
|
||||
c. lozen: het brengen van:
|
||||
|
||||
1°. afvalwater of andere afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in het oppervlaktewater, met behulp van een werk dat niet op een ander werk is aangesloten, of op een andere wijze dan met behulp van een werk;
|
||||
1°. afvalwater of andere afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam;
|
||||
2°. afvalwater of overige vloeistoffen op of in de bodem;
|
||||
3°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar hemelwaterstelsel;
|
||||
4°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar ontwateringsstelsel;
|
||||
5°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar vuilwaterriool;
|
||||
6°. afvalwater of andere afvalstoffen in een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, of
|
||||
7°. afvalwater of andere afvalstoffen met behulp van een werk niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater op een zuiveringstechnisch werk;
|
||||
d. maatwerkvoorschrift: voorschrift als bedoeld in de artikelen 17, tweede lid, en 65 van de Wet bodembescherming en 2c, tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, inhoudende:
|
||||
7°. afvalwater of andere afvalstoffen met behulp van een werk niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater op een zuiveringtechnisch werk;
|
||||
d. maatwerkvoorschrift: voorschrift als bedoeld in de artikelen 17, tweede lid, en 65 van de Wet bodembescherming en 6.6, tweede lid, van de Waterwet, inhoudende:
|
||||
|
||||
1°. een beschikking waarbij het bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel
|
||||
2°. een ontheffing waarbij het bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden;
|
||||
e. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
f. voorziening voor het beheer van afvalwater: openbaar vuilwaterriool, openbaar hemelwaterstelsel, openbaar ontwateringsstelsel, andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, zuiveringstechnisch werk of zuiveringsvoorziening;
|
||||
f. voorziening voor het beheer van afvalwater: openbaar vuilwaterriool, openbaar hemelwaterstelsel, openbaar ontwateringsstelsel, andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, zuiveringtechnisch werk of zuiveringsvoorziening;
|
||||
g. vuilwaterriool:
|
||||
|
||||
1°. openbaar vuilwaterriool;
|
||||
2°. andere voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, aangesloten op een zuiveringsvoorziening, die blijkens een vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren mede voor het zuiveren van stedelijk afvalwater is bedoeld, of aangesloten op een zuiveringstechnisch werk; of
|
||||
3°. werk, niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, aangesloten op een zuiveringstechnisch werk;
|
||||
h. waterkwaliteitsbeheerder: bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 3 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is of zou zijn een vergunning te verlenen;
|
||||
i. woonruimte: ruimte die blijkens haar inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik te worden gegeven;
|
||||
j. zuiveringstechnisch werk: werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in beheer bij een waterschap of gemeente of in exploitatie bij een rechtspersoon die door het bestuur van een waterschap of een gemeente met de zuivering van stedelijk afvalwater is belast; en
|
||||
k. zuiveringsvoorziening: werk voor het zuiveren van afvalwater, dat geen zuiveringstechnisch werk is.
|
||||
2°. andere voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, aangesloten op een zuiveringsvoorziening, die blijkens een vergunning als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van de Waterwet mede voor het zuiveren van stedelijk afvalwater is bedoeld, of aangesloten op een zuiveringtechnisch werk; of
|
||||
3°. werk, niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, aangesloten op een zuiveringtechnisch werk;
|
||||
h. woonruimte: ruimte die blijkens haar inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik te worden gegeven;
|
||||
i. zuiveringsvoorziening: werk voor het zuiveren van afvalwater, dat geen zuiveringtechnisch werk is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -52,13 +50,17 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder een particulier hu
|
|||
a. een woonschip dat uit hoofde van zijn feitelijke bestemming plaatsgebonden is, en
|
||||
b. een voor recreatiedoeleinden bestemde woonruimte die geen onderdeel uitmaakt van een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Dit besluit berust mede op de artikelen 6.2, eerst lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, 6.6 en 6.7 van de Waterwet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen ten aanzien van het lozen vanuit particuliere huishoudens
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, wordt verleend voor het lozen vanuit een particulier huishouden op of in de bodem.
|
||||
|
||||
**2.** De verboden, bedoeld in artikel 1, eerste tot en met derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, gelden niet voor het lozen vanuit een particulier huishouden in het oppervlaktewater.
|
||||
**2.** De verboden, bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet, gelden niet voor het lozen vanuit een particulier huishouden in een oppervlaktewaterlichaam.
|
||||
|
||||
**3.** Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 10.30, eerste lid, van de Wet milieubeheer, wordt verleend voor het lozen vanuit een particulier huishouden in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, met uitzondering van het lozen van afvalwater als bedoeld in artikel 10.30, tweede lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -69,7 +71,7 @@ b. een voor recreatiedoeleinden bestemde woonruimte die geen onderdeel uitmaakt
|
|||
Dit besluit is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. het lozen vanuit een inrichting;
|
||||
b. het in het oppervlaktewater:
|
||||
b. het in een oppervlaktewaterlichaam:
|
||||
|
||||
1°. in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen;
|
||||
2°. aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie alsmede het houden van die aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie;
|
||||
|
|
@ -90,15 +92,15 @@ a. de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van het te lozen afvalwater;
|
|||
b. de voorafgaand aan het lozen van het afvalwater te treffen maatregelen, en
|
||||
c. de plaats van het lozingspunt.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op lozen in de bodem waaraan in een vergunning op grond van artikel 14 van de Grondwaterwet voorschriften zijn gesteld.
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op lozen in de bodem waaraan in een vergunning op grond van artikel 6.4 of artikel 6.5, onderdeel b, van de Waterwet, dan wel een vergunning op grond van een verordening van het waterschap voorschriften zijn gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het bij of krachtens hoofdstuk 3 bepaalde wordt vanuit een particulier huishouden uitsluitend geloosd, indien door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van de lozing de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van de bodem en het oppervlaktewater zoveel mogelijk worden beperkt en de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater niet wordt belemmerd.
|
||||
**1.** Onverminderd het bij of krachtens hoofdstuk 3 bepaalde wordt vanuit een particulier huishouden uitsluitend geloosd, indien door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van de lozing de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van de bodem en een oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk worden beperkt en de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater niet wordt belemmerd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 11, derde lid, kan het bevoegd gezag met het oog op de bescherming van de kwaliteit van de bodem en het oppervlaktewater maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot:
|
||||
Onverminderd artikel 11, derde lid, kan het bevoegd gezag met het oog op de bescherming van de kwaliteit van de bodem en een oppervlaktewaterlichaam maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van het te lozen afvalwater;
|
||||
b. de voorafgaand aan het lozen van het afvalwater te treffen maatregelen, en
|
||||
|
|
@ -120,7 +122,7 @@ Huishoudelijk afvalwater, afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daa
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Huishoudelijk afvalwater wordt niet op of in de bodem geloosd, indien de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringstechnisch werk waarop aansluiting kan plaatsvinden, 40 meter of minder bedraagt.
|
||||
**1.** Huishoudelijk afvalwater wordt niet op of in de bodem geloosd, indien de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop aansluiting kan plaatsvinden, 40 meter of minder bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -129,7 +131,7 @@ Voor de toepassing van het eerste lid wordt de afstand berekend:
|
|||
a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en
|
||||
b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van de bodem zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag bij maatwerkvoorschrift het lozen op of in de bodem toestaan voor een door hem vast te stellen termijn, gebaseerd op het nog niet verstreken deel van een afschrijvingstermijn van de voor de aanleg van het vuilwaterriool of het zuiveringstechnisch werk reeds bestaande zuiveringsvoorziening.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van de bodem zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag bij maatwerkvoorschrift het lozen op of in de bodem toestaan voor een door hem vast te stellen termijn, gebaseerd op het nog niet verstreken deel van een afschrijvingstermijn van de voor de aanleg van het vuilwaterriool of het zuiveringtechnisch werk reeds bestaande zuiveringsvoorziening.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -143,11 +145,11 @@ b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezware
|
|||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de infiltratievoorziening, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewater
|
||||
### Paragraaf 3. Lozen van huishoudelijk afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Huishoudelijk afvalwater wordt niet in het oppervlaktewater geloosd, indien de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringstechnisch werk waarop aansluiting kan plaatsvinden, 40 meter of minder bedraagt.
|
||||
**1.** Huishoudelijk afvalwater wordt niet in een oppervlaktewaterlichaam geloosd, indien de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop aansluiting kan plaatsvinden, 40 meter of minder bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -156,24 +158,32 @@ Voor de toepassing van het eerste lid wordt de afstand berekend:
|
|||
a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en
|
||||
b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van het oppervlaktewater zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag bij maatwerkvoorschrift het lozen in het oppervlaktewater toestaan voor een door hem vast te stellen termijn, gebaseerd op het nog niet verstreken deel van een afschrijvingstermijn van de voor de aanleg van het vuilwaterriool of het zuiveringstechnisch werk reeds bestaande zuiveringsvoorziening.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van een oppervlaktewaterlichaam zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag bij maatwerkvoorschrift het lozen in een oppervlaktewaterlichaam toestaan voor een door hem vast te stellen termijn, gebaseerd op het nog niet verstreken deel van een afschrijvingstermijn van de voor de aanleg van het vuilwaterriool of het zuiveringtechnisch werk reeds bestaande zuiveringsvoorziening.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** Het lozen van huishoudelijk afvalwater vanaf pleziervaartuigen, bedoeld in de Wet pleziervaartuigen, is toegestaan.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is het verboden toiletwater afkomstig van pleziervaartuigen te lozen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid is het lozen van toiletwater na passage van een zuiveringsvoorziening toegestaan. De zuiveringsvoorziening voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Voorafgaand aan het lozen in het oppervlaktewater wordt huishoudelijk afvalwater door een zuiveringsvoorziening geleid.
|
||||
**1.** Voorafgaand aan het lozen in een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater door een zuiveringsvoorziening geleid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld met betrekking tot de zuiveringsvoorziening, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag kan, bij lozen in andere oppervlaktewateren dan oppervlaktewateren die op grond van artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer zijn aangewezen, indien het belang van de bescherming van het milieu daartoe noodzaakt in afwijking van de regels bedoeld in het tweede lid bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het huishoudelijk afvalwater door een aangegeven zuiveringsvoorziening dient te worden geleid.
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag kan, bij lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer is aangewezen, indien het belang van de bescherming van het milieu daartoe noodzaakt in afwijking van de regels bedoeld in het tweede lid bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het huishoudelijk afvalwater door een aangegeven zuiveringsvoorziening dient te worden geleid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van de regels, bedoeld in het tweede lid, kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van het oppervlaktewater zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag voor een door hem vast te stellen termijn bij maatwerkvoorschrift het lozen toestaan:
|
||||
In afwijking van de regels, bedoeld in het tweede lid, kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van een oppervlaktewaterlichaam zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag voor een door hem vast te stellen termijn bij maatwerkvoorschrift het lozen toestaan:
|
||||
|
||||
a. door middel van een minder vergaande zuiveringsvoorziening; of
|
||||
b. zonder een zuiveringsvoorziening.
|
||||
|
||||
**5.** Een toestemming als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, blijft achterwege, indien niet binnen een afzienbare periode alsnog op het vuilwaterriool of een zuiveringstechnisch werk wordt aangesloten.
|
||||
**5.** Een toestemming als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, blijft achterwege, indien niet binnen een afzienbare periode alsnog op het vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk wordt aangesloten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Lozen van zwembadwater
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,7 +197,7 @@ Afvalwater afkomstig uit een zwembad waaraan desinfectiemiddelen of andere chemi
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Degene die voornemens is huishoudelijk afvalwater vanuit een particulier huishouden op of in de bodem of in het oppervlaktewater te lozen, meldt dat voornemen ten minste zes weken voorafgaand aan het plaatsen van een zuiveringsvoorziening aan het bevoegd gezag.
|
||||
**1.** Degene die voornemens is huishoudelijk afvalwater vanuit een particulier huishouden op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam te lozen, meldt dat voornemen ten minste zes weken voorafgaand aan het plaatsen van een zuiveringsvoorziening aan het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -195,7 +205,7 @@ Een melding als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk gedaan en omvat in
|
|||
|
||||
a. de naam en het adres van degene die voornemens is huishoudelijk afvalwater te lozen;
|
||||
b. het adres van het gebouw waaruit het lozen zal gaan plaatsvinden;
|
||||
c. gegevens waaruit kan worden afgeleid hoeveel meter de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of het zuiveringstechnisch werk bedraagt, en
|
||||
c. gegevens waaruit kan worden afgeleid hoeveel meter de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of het zuiveringtechnisch werk bedraagt, en
|
||||
d. gegevens met betrekking tot de zuiveringsvoorziening waardoor het huishoudelijk afvalwater voorafgaand aan het lozen wordt geleid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Wijziging van andere regelgeving
|
||||
|
|
@ -238,9 +248,9 @@ Voor het lozen vanuit een particulier huishouden waarvoor onmiddellijk voorafgaa
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 7, tweede lid, onderdeel a, wordt bij lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem dat voor 1 juli 1990 regelmatig plaatsvond de afstand berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringstechnisch werk bevindt.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 7, tweede lid, onderdeel a, wordt bij lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem dat voor 1 juli 1990 regelmatig plaatsvond de afstand berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 10, tweede lid, onderdeel a, wordt bij lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewater dat voor 1 maart 1997 plaatsvond de afstand berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringstechnisch werk bevindt.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 10, tweede lid, onderdeel a, wordt bij lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewater dat voor 1 maart 1997 plaatsvond de afstand berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue