2006-08-02 | BWBR0007816 | Inkomstenbesluit militairen

This commit is contained in:
Coornhert 2006-08-02 12:00:00 +00:00
parent 7ffedc27eb
commit 98650fd48c

View file

@ -19,26 +19,34 @@ citeertitel: Inkomstenbesluit militairen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
b. «Bevelhebber» de bevelhebber van het desbetreffende krijgsmachtdeel of de commandant van het wapen der Koninklijke marechaussee;
c. commandant: een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris;
d. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931;
e. werkelijke dienst: de tijd gedurende welke de militair:
b. de commandant operationeel commando
de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten en de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
c. hoofd defensieonderdeel
1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
2°. de commandant operationeel commando voor het desbetreffende commando;
3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
4°. de commandant van het Commando Dienstencentra, voor zover het betreft het Commando Dienstencentra;
d. commandant: een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris;
e. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931;
f. werkelijke dienst: de tijd gedurende welke de militair:
1°. is aangesteld bij het beroepspersoneel en hij niet op nonactiviteit is gesteld en hem geen buitengewoon verlof van lange duur zonder behoud van inkomsten is verleend;
2°. behoort tot het reserve-personeel en als zodanig feitelijk onder de wapenen is;
f. rang: een militaire rang en stand of klasse, voor zover niet titulair toegekend;
g. officier: de militair met de rang van luitenant ter zee der derde klasse, tweede luitenant of met een hogere rang;
h. gezin en gezinsleden: de echtgenote van de militair en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote;
i. salaris: het bedrag dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de militair is vastgesteld op grond van artikel 5;
j. salarisschaal: een reeks van salarissen, behorende bij een bepaalde rang;
k. bezoldiging: het salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de overbruggingstoelage, bedoeld in artikel 9, en de garantietoelage minimumloon, bedoeld in artikel 10;
l. inkomsten: alle bedragen waarop de militair aanspraak kan maken bij of krachtens dit besluit;
m. *salarisnummer:*
g. rang: een militaire rang en stand of klasse, voor zover niet titulair toegekend;
h. officier: de militair met de rang van luitenant ter zee der derde klasse, tweede luitenant of met een hogere rang;
i. gezin en gezinsleden: de echtgenote van de militair en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de militair of van zijn echtgenote;
j. salaris: het bedrag dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de militair is vastgesteld op grond van artikel 5;
k. salarisschaal: een reeks van salarissen, behorende bij een bepaalde rang;
l. bezoldiging: het salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de overbruggingstoelage, bedoeld in artikel 9, en de garantietoelage minimumloon, bedoeld in artikel 10;
m. inkomsten: alle bedragen waarop de militair aanspraak kan maken bij of krachtens dit besluit;
n. *salarisnummer:*
het getal dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld;
n. maand: een kalendermaand;
o. werknemersverzekering: Werkloosheidswet, Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel de Ziektewet;
p. arbodienst: een voor de militair aangewezen arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
o. maand: een kalendermaand;
p. werknemersverzekering: Werkloosheidswet, Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel de Ziektewet;
q. arbodienst: een voor de militair aangewezen arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
q. deskundige persoon: een voor de militair aangewezen deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet.
**2.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder militair: degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger werkzaam te zijn.
@ -99,9 +107,7 @@ c. zijn salarisnummer.
### Artikel 5a
Voor de militair van 18 tot en met 23 jaar met de stand van matroos der derde klasse, matroos der tweede klasse, soldaat en soldaat der eerste klasse, voor wie op 31 maart 1998 een salaris gold als vermeld in de bijlagen A en B van dit besluit, zoals deze luidden op bedoelde dag, geldt, in afwijking van artikel 5, eerste lid, het hieronder vermelde salaris:
Vervallen
### Artikel 6
@ -113,7 +119,7 @@ Voor de militair van 18 tot en met 23 jaar met de stand van matroos der derde kl
### Artikel 7
**1.** De bevelhebber kent de militair bij aanstelling een salarisnummer binnen de bij zijn rang behorende salarisschaal toe op basis van kennis en ervaring van de militair.
**1.** De commandant operationeel commando kent de militair bij aanstelling een salarisnummer binnen de bij zijn rang behorende salarisschaal toe op basis van kennis en ervaring van de militair.
**2.** Aan de militair van 20, 21, 22 of 23 jaar en ouder wordt bij aanstelling respectievelijk ten minste salarisnummer 1, 2, 3 of 4 toegekend.
@ -121,15 +127,15 @@ Voor de militair van 18 tot en met 23 jaar met de stand van matroos der derde kl
**4.** De in het derde lid bedoelde verhoging van het salarisnummer vindt plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin één jaar is verstreken sedert de dag waarop zijn salarisnummer voor de laatste maal is toegekend.
**5.** De bevelhebber kan een hoger salarisnummer toekennen aan een militair, indien deze naar het oordeel van de bevelhebber daarvoor in aanmerking komt.
**5.** Het hoofd defensieonderdeel kan een hoger salarisnummer toekennen aan een militair, indien deze naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel daarvoor in aanmerking komt.
**6.** De bevelhebber kan een verhoging van het salarisnummer achterwege laten, indien de militair niet naar behoren functioneert.
**6.** Het hoofd defensieonderdeel kan een verhoging van het salarisnummer achterwege laten, indien de militair niet naar behoren functioneert.
### Artikel 8
**1.** De militair behoudt zijn salarisnummer indien hij wordt bevorderd.
**2.** Indien het salarisnummer van een militair, na bevordering, lager is dan het laagste salarisnummer waarvoor bij zijn nieuwe salarisschaal een bedrag is opgenomen, wordt de militair door de bevelhebber een hoger salarisnummer toegekend, zodanig dat de militair aanspraak verkrijgt op het laagste bedrag behorende bij zijn nieuwe salarisschaal.
**2.** Indien het salarisnummer van een militair, na bevordering, lager is dan het laagste salarisnummer waarvoor bij zijn nieuwe salarisschaal een bedrag is opgenomen, wordt de militair door de commandant operationeel commando een hoger salarisnummer toegekend, zodanig dat de militair aanspraak verkrijgt op het laagste bedrag behorende bij zijn nieuwe salarisschaal.
**3.** Indien de in het tweede lid bedoelde militair tijdelijk is bevorderd en de rang herkrijgt die hij had voordat hij tijdelijk werd bevorderd, vervalt de in het vorige lid bedoelde verhoging van het salarisnummer.
@ -192,25 +198,23 @@ De militair wiens salaris - in voorkomend geval verhoogd met een overbruggingsto
### Artikel 12
**1.** De bevelhebber kan aan een militair, die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, een premie toekennen, indien hij na afloop van een voor hem uit artikel 7, eerste lid, dan wel artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement voortvloeiende verplichting nog gedurende een bepaalde periode onafgebroken deel heeft uitgemaakt van het beroepspersoneel voor onbepaalde tijd. De toekenning geschiedt naar bij ministeriële regeling te stellen regels.
**1.** De commandant operationeel commando kan aan een militair, die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, een premie toekennen, indien hij na afloop van een voor hem uit artikel 7, eerste lid, dan wel artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement voortvloeiende verplichting nog gedurende een bepaalde periode onafgebroken deel heeft uitgemaakt van het beroepspersoneel voor onbepaalde tijd. De toekenning geschiedt naar bij ministeriële regeling te stellen regels.
**2.** Uitbetaling van de premie vindt plaats binnen twee maanden nadat de militair de in het eerste lid bedoelde periode heeft voltooid.
### Artikel 12a
**1.** Onze Minister kan een functioneringstoelage toekennen aan de militair met een rang van luitenant-generaal, vice-admiraal of hoger, of aan de commandant van het wapen der Koninklijke marechaussee.
**1.** Het hoofd defensieonderdeel kan aan een militair, die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en het voor hem geldende maximumsalaris heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen, indien de wijze van functioneren van die militair daartoe naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel aanleiding geeft.
**2.** De bevelhebber kan aan een militair, niet bedoeld in het eerste lid, die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en het voor hem geldende maximumsalaris heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen, indien de wijze van functioneren van die militair daartoe naar het oordeel van de bevelhebber aanleiding geeft.
**2.** De functioneringstoelage wordt toegekend voor een periode van tenminste één jaar.
**3.** De functioneringstoelage wordt toegekend voor een periode van tenminste één jaar.
**3.** De functioneringstoelage bedraagt ten hoogste 10 procent van het voor de militair geldende salaris.
**4.** De functioneringstoelage bedraagt ten hoogste 10 procent van het voor de militair geldende salaris.
**4.** Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet, wordt bevorderd, niet zijnde een tijdelijke bevordering, komt de functioneringstoelage met ingang van de datum van de bevordering te vervallen.
**5.** Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet, wordt bevorderd, niet zijnde een tijdelijke bevordering, komt de functioneringstoelage met ingang van de datum van de bevordering te vervallen.
**5.** Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet, tijdelijk wordt bevorderd, wordt het bedrag van de functioneringstoelage gedurende de tijd dat hij de tijdelijke rang bekleedt, op nul gesteld.
**6.** Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet, tijdelijk wordt bevorderd, wordt het bedrag van de functioneringstoelage gedurende de tijd dat hij de tijdelijke rang bekleedt, op nul gesteld.
**7.**
**6.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt het maximumsalaris bereikt voor:
@ -221,17 +225,13 @@ b. de korporaal, de korporaal der 1e klasse van de Koninklijke Landmacht en de K
**1.**
Aan een militair die zich tijdens het verblijf in werkelijke dienst bijzonder heeft onderscheiden door optreden of gedragingen dan wel door buitengewone toewijding of bijzondere loffelijke dienstverrichtingen, kunnen, naar bij ministeriële regeling te stellen regels één of meer van de onderstaande beloningen worden toegekend:
De commandant kan aan de militair die zich tijdens het verblijf in werkelijke dienst bijzonder heeft onderscheiden door optreden of gedragingen dan wel door buitengewone toewijding of bijzondere loffelijke dienstverrichtingen, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, één of meer van de onderstaande beloningen toekennen:
a. geschenk;
b. geldelijke beloning;
c. functioneringsgratificatie.
**2.** Onze minister kan de beloningen, genoemd in het eerste lid, toekennen aan een militair met de rang van luitenant-generaal, vice-admiraal, generaal of luitenant-admiraal, of aan de commandant van het wapen der Koninklijke marechaussee.
**3.** De commandant kan de beloningen, genoemd in het eerste lid, toekennen aan een militair niet bedoeld in het tweede lid.
**4.** Het maximumbedrag van de beloningen, genoemd in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
**2.** Het maximumbedrag van de beloningen wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
### Artikel 14
@ -267,9 +267,7 @@ De militair respectievelijk de gewezen militair met een lagere rang dan vice-adm
### Artikel 15a
**1.** De militair respectievelijk de gewezen militair met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,4% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld of uitkering als bedoeld in artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
**2.** Bij ministeriële regeling kan de eindejaarsuitkering, bedoeld in het eerste lid, worden verhoogd met een nominaal bedrag overeenkomstig de desbetreffende vaststelling bij overige overheidssectoren.
Vervallen
### Artikel 16
@ -285,7 +283,7 @@ e. een diensttijdgratificatie bij een - naar het oordeel van Onze Minister - eer
f. een toelage dan wel een toeslag, uitsluitend indien de militair is aangesteld bij het reserve-personeel, in verband met het handhaven van zijn beschikbaarheid en inzetbaarheid;
g. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie.
**2.** Tenzij de bevelhebber om redenen van billijkheid anders bepaalt, is de militair die is aangesteld bij het reserve-personeel en de verplichting op zich heeft genomen om zich gedurende een bepaalde tijd beschikbaar te houden voor inzet in het kader van een door Onze Minister als zodanig aangemerkte vredes- of humanitaire operatie of andere vorm van daadwerkelijke inzet buiten Nederland, verplicht tot terugbetaling van de hem daartoe verstrekte toelage, indien hij deze verplichting niet nakomt.
**2.** Tenzij de commandant operationeel commando om redenen van billijkheid anders bepaalt, is de militair die is aangesteld bij het reserve-personeel en de verplichting op zich heeft genomen om zich gedurende een bepaalde tijd beschikbaar te houden voor inzet in het kader van een door Onze Minister als zodanig aangemerkte vredes- of humanitaire operatie of andere vorm van daadwerkelijke inzet buiten Nederland, verplicht tot terugbetaling van de hem daartoe verstrekte toelage, indien hij deze verplichting niet nakomt.
## Hoofdstuk 4. Inkomsten tijdens bijzondere situaties
@ -302,12 +300,12 @@ g. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie.
In afwijking van het eerste lid heeft de militair ook na afloop van de in dat lid genoemde termijn - in voorkomend geval verlengd ingevolge het tweede lid - aanspraak op de inkomsten waarop hij aanspraak zou hebben, indien die verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden:
a. zolang hij voor ten minste 45 procent van de voor hem normaal geldende arbeidsduur dienst verricht;
b. als de ziekte waardoor hij verhinderd is dienst te verrichten naar het oordeel van de bevelhebber in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of diensten of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moeten worden verricht, en - rekening houdend met die werkzaamheden of diensten en omstandigheden - niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
b. als de ziekte waardoor hij verhinderd is dienst te verrichten naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of diensten of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moeten worden verricht, en - rekening houdend met die werkzaamheden of diensten en omstandigheden - niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
c. gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.
**5.**
De militair die wegens ziekte verhinderd is dienst te verrichten, heeft geen aanspraak op inkomsten, indien hij naar het oordeel van de bevelhebber:
De militair die wegens ziekte verhinderd is dienst te verrichten, heeft geen aanspraak op inkomsten, indien hij naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel:
a. de ziekte heeft voorgewend, althans zodanig overdreven heeft voorgesteld, dat verhindering tot dienstverrichting niet kan worden aangenomen;
b. de verhindering tot dienstverrichting opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
@ -322,9 +320,9 @@ j. weigert gevolg te geven aan door de commandant of een door deze aangewezen de
k. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO;
l. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
**6.** De aanspraak op doorbetaling van inkomsten ingevolge dit artikel vervalt, indien de militair zonder deugdelijke grond weigert de hem door de bevelhebber aangeboden passende, dan wel gangbare arbeid, waartoe de militair geneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
**6.** De aanspraak op doorbetaling van inkomsten ingevolge dit artikel vervalt, indien de militair zonder deugdelijke grond weigert de hem door het hoofd defensieonderdeel aangeboden passende, dan wel gangbare arbeid, waartoe de militair geneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
**7.** In bijzondere gevallen kan de bevelhebber in de situaties, genoemd in het vijfde en zesde lid, bepalen dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist.
**7.** In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel in de situaties, genoemd in het vijfde en zesde lid, bepalen dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist.
**8.** Het vijfde tot en met zevende lid is niet van toepassing indien sprake is van samenloop, bedoeld in artikel 17a, met een uitkering op grond van en werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg.
@ -334,9 +332,9 @@ l. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van d
**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de militair de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die onverminderd is genoten. Indien het een uitkering betreft op grond van de WAO die in het geheel niet wordt toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering op grond van de WAO zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
**3.** Indien ten aanzien van de wettelijke uitkering een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door de bevelhebber zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd, dan wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het bedrag aan inkomsten waarop de militair ingevolge het eerste lid aanspraak heeft.
**3.** Indien ten aanzien van de wettelijke uitkering een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het hoofd defensieonderdeel zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd, dan wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het bedrag aan inkomsten waarop de militair ingevolge het eerste lid aanspraak heeft.
**4.** In bijzondere gevallen kan de bevelhebber bepalen dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist.
**4.** In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel bepalen dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 102 van het Algemeen militair ambtenarenreglement in zijn voordeel is beslist.
**5.** Het in het derde lid bedoelde verplichtingen- en sanctieregime is van overeenkomstige toepassing indien de militair bij doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid de in dat lid bedoelde aanspraak niet had kunnen hebben.
@ -346,7 +344,7 @@ l. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van d
**2.** De commandant draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke militair door tussenkomst van de commandant een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof onderscheidenlijk de datum waarop de vrouwelijke militair het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
**3.** Indien de vrouwelijke militair aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door de bevelhebber gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling als bedoeld in het vierde lid toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
**3.** Indien de vrouwelijke militair aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het hoofd defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling als bedoeld in het vierde lid toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het tweede lid is voldaan maar geen uitkering is toegekend omdat de vrouwelijke militair geen aanvraag heeft ingediend, wordt het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast.
@ -356,7 +354,7 @@ l. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van d
**2.** De commandant draagt ervoor zorg dat de militair door tussenkomst van de commandant een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de militair het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
**3.** Indien de militair aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door de bevelhebber gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
**3.** Indien de militair aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het hoofd defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het derde lid is voldaan maar geen uitkering is toegekend omdat de militair geen aanvraag heeft ingediend, wordt het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast.
@ -366,7 +364,7 @@ l. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van d
**2.**
Indien de militair gedurende het verlof, bedoeld in eerste lid, of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg, wordt door de bevelhebber gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van die inkomsten toegepast.
Indien de militair gedurende het verlof, bedoeld in eerste lid, of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg, wordt door het hoofd defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van die inkomsten toegepast.
De inhouding bedraagt maximaal het bedrag van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming en voor zover in totaal door de samenloop 100% van de inkomsten wordt overschreden.
@ -378,13 +376,13 @@ Voor elke volledige dag dat de militair zich aan zijn dienstverplichtingen onttr
### Artikel 19
**1.** Bij de militair die ingevolge artikel 34, eerste lid, dan wel ingevolge artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement is geschorst, wordt door de commandant voor de duur van die schorsing eenderde gedeelte ingehouden van de inkomsten, tenzij de bevelhebber bepaalt dat geen inhouding zal plaatsvinden.
**1.** Bij de militair die ingevolge artikel 34, eerste lid, dan wel ingevolge artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement is geschorst, wordt door de commandant voor de duur van die schorsing eenderde gedeelte ingehouden van de inkomsten, tenzij het hoofd defensieonderdeel bepaalt dat geen inhouding zal plaatsvinden.
**2.** In geval een schorsing als bedoeld in het eerste lid, langer duurt dan zes weken, kan de bevelhebber bepalen dat gedurende die verdere duur van die schorsing een verdere inhouding plaatsvindt tot het volle bedrag der inkomsten. Bij de afweging omtrent de hoogte van de inhouding wordt de financiële positie van de militair in de beschouwing betrokken.
**2.** In geval een schorsing als bedoeld in het eerste lid, langer duurt dan zes weken, kan het hoofd defensieonderdeel bepalen dat gedurende die verdere duur van die schorsing een verdere inhouding plaatsvindt tot het volle bedrag der inkomsten. Bij de afweging omtrent de hoogte van de inhouding wordt de financiële positie van de militair in de beschouwing betrokken.
**3.** Bij de militair die ingevolge artikel 34, tweede lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement is geschorst, vindt geen inhouding van inkomsten plaats.
**4.** De ingehouden inkomsten kunnen alsnog geheel of gedeeltelijk aan de militair worden uitbetaald, indien een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement niet wordt gevolgd door een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een vrijheidsbenemende maatregel of ontslag uit de militaire dienst. Op de aldus uit te keren inkomsten worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de militair sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid, die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks, naar het oordeel van de bevelhebber, onredelijk of onbillijk is.
**4.** De ingehouden inkomsten kunnen alsnog geheel of gedeeltelijk aan de militair worden uitbetaald, indien een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement niet wordt gevolgd door een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een vrijheidsbenemende maatregel of ontslag uit de militaire dienst. Op de aldus uit te keren inkomsten worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de militair sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid, die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, onredelijk of onbillijk is.
### Artikel 20
@ -402,7 +400,7 @@ De militair die zich in krijgsgevangenschap bevindt of door een vreemde mogendhe
**3.**
Indien blijkt dat een op grond van het eerste of tweede lid gemaakte veronderstelling onjuist is geweest, stelt de bevelhebber de aanspraak op inkomsten met betrekking tot het tijdvak waarin de militair vermist is geweest vast in overeenstemming met de overige bepalingen van dit besluit. Daarbij geldt dat enerzijds kan worden bepaald dat eventueel te veel betaalde bedragen niet worden teruggevorderd, maar dat anderzijds rekening kan worden gehouden met:
Indien blijkt dat een op grond van het eerste of tweede lid gemaakte veronderstelling onjuist is geweest, stelt het hoofd defensieonderdeel de aanspraak op inkomsten met betrekking tot het tijdvak waarin de militair vermist is geweest vast in overeenstemming met de overige bepalingen van dit besluit. Daarbij geldt dat enerzijds kan worden bepaald dat eventueel te veel betaalde bedragen niet worden teruggevorderd, maar dat anderzijds rekening kan worden gehouden met:
a. een eventueel aan de gezinsleden van de militair toegekend tijdelijk pensioen;
b. een eventueel aan nabestaanden van de militair toegekende uitkering op grond van artikel 16, derde lid;
@ -410,7 +408,7 @@ c. eventuele andere inkomsten of baten die door de militair of zijn gezinsleden
### Artikel 23
**1.** Onverminderd het tweede lid kan de bevelhebber het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, verminderen met het gehele of gedeeltelijke bedrag van de geldelijke inkomsten waarop die militair over hetzelfde tijdvak aanspraak heeft uit of in verband met arbeid of bedrijf anders dan als militair. Dit geldt uitsluitend, indien laatstbedoelde geldelijke inkomsten zijn verkregen uit of in verband met werkzaamheden, verricht gedurende de voor de militair geldende werktijd, bedoeld in artikel 54a, onder d, van het Algemeen militair ambtenarenreglement. De vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair.
**1.** Onverminderd het tweede lid kan het hoofd defensieonderdeel het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, verminderen met het gehele of gedeeltelijke bedrag van de geldelijke inkomsten waarop die militair over hetzelfde tijdvak aanspraak heeft uit of in verband met arbeid of bedrijf anders dan als militair. Dit geldt uitsluitend, indien laatstbedoelde geldelijke inkomsten zijn verkregen uit of in verband met werkzaamheden, verricht gedurende de voor de militair geldende werktijd, bedoeld in artikel 54a, onder d, van het Algemeen militair ambtenarenreglement. De vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair.
**2.** Indien de militair, bedoeld in artikel 17, eerste lid, tijdens verhindering tot dienstverrichting in het belang van zijn genezing door de militair geneeskundige dienst wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden - in afwijking van het eerste lid - de geldelijke inkomsten uit die arbeid slechts op zijn inkomsten als militair in mindering gebracht, voor zover de inkomsten uit die arbeid 20 procent van zijn inkomsten als militair te boven gaan.
@ -420,9 +418,9 @@ c. eventuele andere inkomsten of baten die door de militair of zijn gezinsleden
**5.** Het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, wordt verminderd met het bedrag van de geldelijke uitkeringen waarop hij met betrekking tot hetzelfde tijdvak krachtens een sociale verzekeringswet aanspraak heeft. Dit geldt uitsluitend, indien die geldelijke uitkeringen in de plaats zijn getreden van geldelijke inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, die met toepassing van het eerste lid in mindering zijn of zouden zijn gebracht tot ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair.
**6.** De bevelhebber kan het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, verminderen met het gehele of gedeeltelijke bedrag van de vaste vergoeding waarop de militair over hetzelfde tijdvak aanspraak heeft in verband met een functie in een publiekrechtelijk college waarvoor hem over dat tijdvak het in artikel 12*c*, tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931 bedoelde verlof is verleend. De vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair.
**6.** Het hoofd defensieonderdeel kan het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, verminderen met het gehele of gedeeltelijke bedrag van de vaste vergoeding waarop de militair over hetzelfde tijdvak aanspraak heeft in verband met een functie in een publiekrechtelijk college waarvoor hem over dat tijdvak het in artikel 12*c*, tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931 bedoelde verlof is verleend. De vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair.
**7.** De militair, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is gehouden de geldelijke inkomsten of uitkeringen uit of in verband met arbeid of bedrijf, dan wel de vaste vergoedingen in verband met een functie in een publiekrechtelijk college te melden aan de bevelhebber onder overlegging van een gespecificeerde opgave van die inkomsten, uitkeringen of vergoedingen.
**7.** De militair, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is gehouden de geldelijke inkomsten of uitkeringen uit of in verband met arbeid of bedrijf, dan wel de vaste vergoedingen in verband met een functie in een publiekrechtelijk college te melden aan het hoofd defensieonderdeel onder overlegging van een gespecificeerde opgave van die inkomsten, uitkeringen of vergoedingen.
## Hoofdstuk 4a. Inhoudingen en berekeningsgrondslagen pensioenen
@ -489,13 +487,7 @@ n. de vaste vergoeding voor extra beslaglegging van de militair die voor onbepaa
### Artikel 24
In bijlage C van dit besluit is in tabel 3 een verlengde salarisschaal opgenomen voor de militair van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht met de rang van tweede luitenant, eerste luitenant of kapitein. De bevelhebber kan bedoelde militair aanspraak verlenen op het bij zijn salarisnummer in de verlengde salarisschaal opgenomen salaris, indien de desbetreffende militair op 31 december 1989 behoorde tot:
a. het dienstvak van officieren van fortificatiën;
b. het dienstvak van officieren-technisch-opzichter der genie;
c. het dienstvak van officieren-technisch-opzichter van de verbindingsdienst;
d. het dienstvak van officieren-technisch-opzichter van de technische dienst of
e. de dienstgroep van de officieren voor speciale diensten van de Koninklijke luchtmacht, voor zover hij althans laatstelijk vóór zijn benoeming tot officier, technisch opzichter van de Koninklijke luchtmacht is geweest.
Vervallen
### Artikel 24a
@ -521,8 +513,10 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. Indien het *Staatsb
Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomstenbesluit militairen.
## Bijlage A. (IBM, artikel 4, eerste lid)
## Bijlage A. (IBM,
## Bijlage B. (IBM, artikel 4, eerste lid)
## Bijlage B. (IBM,
## Bijlage C. (IBM, artikel 24)
Vervallen