2006-07-19 | BWBR0013800 | Wet op het onderwijstoezicht

This commit is contained in:
Coornhert 2006-07-19 12:00:00 +00:00
parent 52a8f10845
commit 98ee274584

View file

@ -17,10 +17,9 @@ citeertitel: Wet op het onderwijstoezicht
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voorzover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
b. de inspectie: de Inspectie van het onderwijs en, voorzover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Inspectie van het landbouwonderwijs,
b. de inspectie: de Inspectie van het onderwijs,
c. de inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van het onderwijs,
d. het hoofd inspectie: het hoofd van de Inspectie landbouwonderwijs,
e. onderwijswet:
d. onderwijswet:
Leerplichtwet 1969,
Wet op het primair onderwijs,
@ -30,23 +29,21 @@ e. onderwijswet:
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
Wet op de erkende onderwijsinstellingen, of
Experimentenwet onderwijs,
f. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs,
g. instelling: school, instelling, exameninstelling of agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling,
h. exameninstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
i. vervallen,
j. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling,
k. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, student of extraneus in de zin van een onderwijswet,
l. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers,
m. maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 1d van de Leerplichtwet 1969, artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 104a en 261a van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 6.1.5a en 6.2.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
n. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt.
e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs,
f. instelling: school, instelling, exameninstelling of agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling,
g. exameninstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
h. vervallen,
i. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling,
j. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, student of extraneus in de zin van een onderwijswet,
k. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers,
l. maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 1d van de Leerplichtwet 1969, artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 104a en 261a van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 6.1.5a en 6.2.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
m. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt.
### Artikel 2
**1.** Er is een Inspectie van het onderwijs, die onder Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ressorteert. Aan het hoofd van de inspectie staat de inspecteur-generaal.
**2.** Er is een Inspectie van het landbouwonderwijs, die onder Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ressorteert. Aan het hoofd van de inspectie staat het hoofd inspectie.
**3.** Onze Minister geeft met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan de inspectie toegekende bevoegdheden uitsluitend in schriftelijke vorm zijn aanwijzingen, onder mededeling daarvan aan de Staten-Generaal.
**2.** Onze Minister geeft met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan de inspectie toegekende bevoegdheden uitsluitend in schriftelijke vorm zijn aanwijzingen, onder mededeling daarvan aan de Staten-Generaal.
## Hoofdstuk 2. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
@ -81,9 +78,9 @@ Bij de uitoefening van het toezicht op opleidingen, gericht op een beroep waarvo
Bij de inspectie zijn vertrouwensinspecteurs werkzaam voor:
a. onderwijsdeelnemers die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik of seksuele intimidatie dan wel van fysiek geweld of psychisch geweld, gepleegd door een ten behoeve van de instelling met taken belast persoon of een onderwijsdeelnemer van de instelling,
b. ten behoeve van een instelling met taken belaste personen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik of seksuele intimidatie dan wel van fysiek geweld of psychisch geweld, gepleegd door een ten behoeve van de instelling met taken belast persoon of een onderwijsdeelnemer van de instelling, en
c. onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik of seksuele intimidatie dan wel van fysiek geweld of psychisch geweld als bedoeld onder a of b.
a. onderwijsdeelnemers die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering, gepleegd door een ten behoeve van de instelling met taken belast persoon of een onderwijsdeelnemer van de instelling,
b. ten behoeve van een instelling met taken belaste personen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering, gepleegd door een ten behoeve van de instelling met taken belast persoon of een onderwijsdeelnemer van de instelling, en
c. onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering als bedoeld onder a of b.
**2.**
@ -98,9 +95,21 @@ d. het desgevraagd begeleiden bij het indienen van een klacht of het doen van aa
**4.** De vertrouwensinspecteur is voorzover het betreft een geval van seksueel misbruik of seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in de uitoefening van zijn functie is toevertrouwd door een onderwijsdeelnemer, de ouders van een onderwijsdeelnemer of een ten behoeve van een instelling met taken belast persoon.
**5.** De vertrouwensinspecteur is bevoegd zonder toestemming van degene die het betreft bijzondere gegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens te verwerken met betrekking tot de personen, bedoeld in het eerste lid, indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering kan worden afgeleid.
**6.** De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
**7.**
In afwijking van het zesde lid is de vertrouwensinspecteur bevoegd rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie vallende instanties in kennis te stellen van een geval of vermoeden van een geval van psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering:
a. in het belang van de onderwijsdeelnemers,
b. in het belang van ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, of
c. indien de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft.
### Artikel 7
**1.** De inspectie stelt jaarlijks uiterlijk in de eerste week van augustus een jaarwerkplan vast. Het jaarwerkplan behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
**1.** De inspectie stelt jaarlijks een jaarwerkplan vast. Het jaarwerkplan behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
**2.** Onze Minister zendt het jaarwerkplan van de inspectie aan de Staten-Generaal.
@ -108,7 +117,7 @@ d. het desgevraagd begeleiden bij het indienen van een klacht of het doen van aa
**1.** De inspectie rapporteert desgevraagd en uit eigen beweging aan Onze Minister over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs en doet op grond daarvan voorstellen die zij in het belang van het onderwijs nodig acht.
**2.** De inspectie stelt jaarlijks uiterlijk in de eerste week van mei het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in artikel 23, achtste lid, van de Grondwet vast. Onze Minister zendt het verslag, vergezeld van een reactie, namens de regering onverwijld aan de Staten-Generaal.
**2.** De inspectie stelt jaarlijks uiterlijk de derde woensdag van mei het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in artikel 23, achtste lid, van de Grondwet vast. Onze Minister zendt het verslag, vergezeld van een reactie, namens de regering onverwijld aan de Staten-Generaal.
**3.** Onze Minister geeft geen aanwijzingen met betrekking tot de in de rapportages neergelegde oordelen van de inspectie over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs.
@ -281,7 +290,7 @@ De inspectie draagt zorg voor een verantwoorde uitoefening van het toezicht.
**1.** Er is een klachtadviescommissie belast met de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van de inspectie. Op de behandeling van en advisering over klachten is de in afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
**2.** De klachtadviescommissie bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de inspectie. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
**2.** De klachtadviescommissie bestaat uit ten minste drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de inspectie. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
**3.** De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, in het bijzonder op het gebied van de vrijheid van richting en inrichting, toezicht en klachtbehandeling.