From 9922a53528314697f800cfe41ca6eb42637598a1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-07-01 | BWBR0039936 | Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk --- .../BWBR0039936/README.md | 50 +++++++++++++++---- 1 file changed, 40 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-kwaliteit-kinderopvang-en-peuterspeelzaalwerk/BWBR0039936/README.md b/amvb/besluit-kwaliteit-kinderopvang-en-peuterspeelzaalwerk/BWBR0039936/README.md index 0d6f03e1a94..e65fe6e4b97 100644 --- a/amvb/besluit-kwaliteit-kinderopvang-en-peuterspeelzaalwerk/BWBR0039936/README.md +++ b/amvb/besluit-kwaliteit-kinderopvang-en-peuterspeelzaalwerk/BWBR0039936/README.md @@ -16,9 +16,11 @@ citeertitel: Besluit kwaliteit kinderopvang In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: +- *andersgekwalificeerde beroepskracht:* degene die als beroepskracht werkzaam is en belast is met het leveren van een bijdrage aan het activiteitenaanbod van het kindercentrum en die voldoet aan de opleidingseisen en scholingseisen voor een andersgekwalificeerde beroepskracht, gesteld krachtens artikel 15, tweede lid; - *basisgroep:* vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang; - *dagopvang:* kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs gaan volgen; - *huiselijk geweld:* huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; +- *kindercentrum-overstijgende opvang:* opvang van het kind op een ander geregistreerd kindercentrum van dezelfde houder; - *kindermishandeling:* kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; - *meldcode:* meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; - *melding:* melding aan Veilig Thuis van huiselijk geweld of kindermishandeling of van een vermoeden daarvan; @@ -155,6 +157,10 @@ e. het beslissen over: **10.** De pedagogisch beleidsmedewerker kan worden meegeteld bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van dit artikel voor zover deze in het kader van het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden tevens op de stamgroep bezig is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. +**11.** Op een stamgroep waar een of meerdere beroepskrachten in opleiding worden ingezet, wordt ten minste een beroepskracht per dag ingezet. + +**12.** Andersgekwalificeerde beroepskrachten worden niet ingezet als beroepskracht in de dagopvang. + ### Artikel 7a De houder toont door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van aankomst- en vertrektijden, aan: @@ -203,6 +209,14 @@ b. er ten hoogste drie vaste beroepskrachten aan het kind zijn toegewezen; c. de houder de andere aan het kind toegewezen vaste beroepskrachten heeft benaderd ter vervanging, zonder resultaat; en d. artikel 3, derde lid, onderdeel e, in acht is genomen. +### Artikel 9b + +In afwijking van artikel 9, vierde en vijfde lid, kan een beroepskracht in opleiding als vaste beroepskracht aan een kind worden toegewezen, indien: + +a. de beroepskracht in opleiding meegeteld wordt bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van artikel 7; +b. de beroepskracht in opleiding het eerste leerjaar van de kwalificerende opleiding aantoonbaar heeft afgerond, en +c. de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider schriftelijk ingestemd hebben met een door hen opgesteld begeleidingsplan en er conform het opgestelde begeleidingsplan wordt gehandeld. + ### Artikel 9c **1.** @@ -248,8 +262,9 @@ Een pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van: a. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de aspecten van verantwoorde buitenschoolse opvang, bedoeld in artikel 11; b. de wijze waarop de mentor, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, de verkregen informatie over de ontwikkeling van het kind met de ouders bespreekt en de wijze waarop aan de ouders en het kind bekend wordt gemaakt welke beroepskracht de mentor is van het kind; c. de wijze waarop bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of problemen worden gesignaleerd en ouders worden doorverwezen naar passende instanties voor verdere ondersteuning; -d. de werkwijze, maximale omvang, leeftijdsopbouw van de basisgroepen, alsmede de wijze waarop, in ieder geval door middel van de personele inzet, wordt voldaan aan artikel 16, tweede lid, en -e. de wijze waarop kinderen kunnen wennen aan een nieuwe basisgroep waarin zij zullen worden opgevangen. +d. de werkwijze, maximale omvang, leeftijdsopbouw van de basisgroepen, alsmede de wijze waarop, in ieder geval door middel van de personele inzet, wordt voldaan aan artikel 16, tweede lid; +e. de wijze waarop kinderen kunnen wennen aan een nieuwe basisgroep waarin zij zullen worden opgevangen, en +f. de overwegingen van de houder met betrekking tot de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in het kindercentrum, waarbij in ieder geval ingegaan wordt op de verdeling van het aantal beroepskrachten over de verschillende basisgroepen, de behoeften van het kind, de vormgeving van de basisgroepen en de stabiliteit van de opvang. **3.** @@ -259,12 +274,21 @@ a. de kaders waarbinnen met inachtneming van artikel 16, vierde lid, tweede zin, b. de aard en de organisatie van de activiteiten waarbij kinderen de basisgroep kunnen verlaten; c. het beleid ten aanzien van het gebruik kunnen maken van buitenschoolse opvang gedurende extra dagdelen; d. de omgang met de basisgroep bij activiteiten in groepen groter dan dertig kinderen; -e. de taken die beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de buitenschoolse opvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid, en +e. de taken die andersgekwalificeerde beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de buitenschoolse opvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid; f. de wijze waarop meertalige kinderopvang in het kindercentrum wordt vormgegeven, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: 1°. het percentage van de openingstijd per dag dat de Duitse, Engelse of Franse en de Nederlandse taal als voertaal worden gebruikt op een basisgroep, de wijze waarop invulling wordt gegeven aan die percentages en hoe hiermee de taalontwikkeling die het kindercentrum beoogt te bereiken wordt nagestreefd; 2°. het borgen van de emotionele veiligheid van en de stabiliteit voor het kind; -3°. de wijze waarop de houder het personeelsbestand vormgeeft om te kunnen voldoen aan de percentages, bedoeld in subonderdeel 1°, en de wijze waarop vervanging is geregeld bij afwezigheid van de beroepskrachten meertalige kinderopvang. +3°. de wijze waarop de houder het personeelsbestand vormgeeft om te kunnen voldoen aan de percentages, bedoeld in subonderdeel 1°, en de wijze waarop vervanging is geregeld bij afwezigheid van de beroepskrachten meertalige kinderopvang; +g. de wijze waarop kindercentrum-overstijgende opvang op schoolvrije dagen wordt vormgegeven, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: + +1°. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan verantwoorde kinderopvang; +2°. de geregistreerde voorzieningen van de houder waar deze opvang plaats kan vinden; +3°. de wijze waarop dit van toegevoegde waarde is voor de ontwikkeling van het kind, en +4°. de wijze waarop kinderen worden toegewezen aan een basisgroep, en +h. de wijze waarop deskundigheid van andersgekwalificeerde beroepskrachten bijdraagt aan het activiteitenaanbod van het kindercentrum en de ontwikkeling van het kind. + +**4.** De houder informeert de ouders over de schoolvrije dagen waarop kindercentrum-overstijgende opvang plaats zal vinden en de vormgeving hiervan, bedoeld in het derde lid, onderdeel g. ### Artikel 13 @@ -326,11 +350,11 @@ e. het beslissen over: ### Artikel 16 -**1.** Het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op een basisgroep wordt afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in de basisgroep, waarbij naarmate de kinderen ouder zijn, minder beroepskrachten hoeven te worden ingezet. +**1.** Het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op een kindercentrum wordt afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in het kindercentrum, waarbij naarmate de kinderen ouder zijn, minder beroepskrachten hoeven te worden ingezet. -**2.** De verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een basisgroep wordt bepaald op grond van tabel 2 in bijlage 1, onderdeel b, bij dit besluit. Onze Minister stelt een online rekentool ter beschikking met behulp waarvan de in de eerste zin bedoelde verhouding kan worden berekend. +**2.** De verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen op een kindercentrum wordt bepaald op grond van de rekenregels in bijlage 1, onderdeel b, bij dit besluit. Onze Minister stelt een online rekentool ter beschikking met behulp waarvan de in de eerste zin bedoelde verhouding kan worden berekend. -**3.** Indien kinderen bij een activiteit als bedoeld in artikel 12, derde lid, onder b, de basisgroep verlaten, leidt dit niet tot een verlaging van het totaal aantal minimaal op of, indien de activiteit buiten het kindercentrum plaatsvindt, vanuit het kindercentrum in te zetten beroepskrachten ten opzichte van de situatie direct voorafgaand aan de activiteit. +**3.** Indien kinderen bij een activiteit als bedoeld in artikel 12, derde lid, onder b, het kindercentrum verlaten, leidt dit niet tot een verlaging van het totaal aantal minimaal op of, indien de activiteit buiten het kindercentrum plaatsvindt, vanuit het kindercentrum in te zetten beroepskrachten ten opzichte van de situatie direct voorafgaand aan de activiteit. **4.** In afwijking van het tweede lid kunnen voor en na de dagelijkse schooltijd alsmede gedurende vrije middagen van de basisschool voor ten hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten worden ingezet, met dien verstande dat ten minste de helft van het aantal beroepskrachten wordt ingezet. Op vrije dagen van de basisschool of tijdens de schoolvakanties kan, met inachtneming van de kaders, bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel a, indien per dag ten minste tien aaneengesloten uren buitenschoolse opvang wordt geboden, de in de eerste zin bedoelde afwijkende inzet van beroepskrachten ten hoogste drie uur bedragen, met dien verstande dat gedurende de uren dat minder beroepskrachten worden ingezet ten minste de helft van het aantal beroepskrachten, vereist op grond van het tweede lid, wordt ingezet. @@ -340,10 +364,12 @@ e. het beslissen over: **7.** Bij de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs wordt rekening gehouden met de opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden. -**8.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires waarbij kan worden bepaald dat en onder welke voorwaarden beroepskrachten in opleiding en stagiairs kunnen worden meegeteld bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van dit artikel. +**8.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inzet van andersgekwalificeerde beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding en stagiaires waarbij kan worden bepaald dat en onder welke voorwaarden andersgekwalificeerde beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding en stagiaires kunnen worden meegeteld bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van dit artikel. **9.** De pedagogisch beleidsmedewerker kan worden meegeteld bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van dit artikel voor zover deze in het kader van het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden tevens op de basisgroep bezig is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. +**10.** Bij de inzet van een andersgekwalificeerde beroepskracht is ter ondersteuning van deze andersgekwalificeerde beroepskracht ten minste een andere beroepskracht op het kindercentrum of op de locatie van een activiteit aanwezig. + ### Artikel 16a De houder toont door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van de aankomst- en vertrektijden aan: @@ -361,9 +387,9 @@ b. indien van toepassing de afwijking daarvan, bedoeld in artikel 16, vierde lid ### Artikel 18 -**1.** Bij buitenschoolse opvang vindt de opvang plaats in basisgroepen. Een kind wordt opgevangen in één basisgroep. De maximale grootte van de basisgroep wordt afgestemd op de leeftijd van de kinderen in de basisgroep, waarbij naarmate de kinderen in de basisgroep ouder zijn, de basisgroep uit meer kinderen mag bestaan. +**1.** Bij buitenschoolse opvang vindt de opvang plaats in basisgroepen. Een kind wordt opgevangen in één basisgroep. -**2.** De maximale grootte van de basisgroep wordt bepaald op grond van tabel 2 in bijlage 1, onderdeel b, bij dit besluit. +**2.** De maximale grootte van de basisgroep is 30 kinderen. **3.** Indien kinderen bij activiteiten als bedoeld in artikel 12, derde lid, onder b, de basisgroep verlaten, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing. @@ -371,6 +397,10 @@ b. indien van toepassing de afwijking daarvan, bedoeld in artikel 16, vierde lid **5.** Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor is een beroepskracht van het kind en bespreekt, indien wenselijk, de ontwikkeling van het kind met de ouders. Daarnaast is de mentor voor de ouders en het kind aanspreekpunt bij vragen over de ontwikkeling en het welbevinden van het kind. +**6.** Gedurende schoolvrije dagen kan kindercentrum-overstijgende opvang op een voorziening voor buitenschoolse opvang plaatsvinden zonder dat daarover iets is overeengekomen in de in artikel 1.52, eerste lid, van de wet, bedoelde overeenkomst. + +**7.** Het eerste lid, tweede zin, en het vierde lid zijn niet van toepassing op kindercentrum-overstijgende opvang gedurende schoolvrije dagen. + ### Artikel 18a **1.**