2009-07-15 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
b4fc01915b
commit
995c993814
1 changed files with 19 additions and 17 deletions
|
|
@ -66,7 +66,7 @@ EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling: richtlijn nr. 85/337/EEG van de Raad van
|
|||
|
||||
de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten: richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275);
|
||||
|
||||
EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging: richtlijn (EG) nr. 96/61 van de Raad van de Europese Unie van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEG L 257), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;
|
||||
EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging: richtlijn nr. 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEU L 24);
|
||||
|
||||
EG-verordening overbrenging van afvalstoffen: verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190);
|
||||
|
||||
|
|
@ -102,7 +102,7 @@ inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
|
|||
|
||||
inwonerequivalent: biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal;
|
||||
|
||||
de kaderrichtlijn water: richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327), zoals deze is gewijzigd bij beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG (PbEG L 331) en met inbegrip van wijzigingen uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, doch voor het overige naar de tekst zoals deze bij de richtlijn is vastgesteld.
|
||||
de kaderrichtlijn water: richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327), zoals deze is gewijzigd bij beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG (PbEG L 331) en met inbegrip van wijzigingen uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, doch voor het overige naar de tekst zoals deze bij de richtlijn is vastgesteld;
|
||||
|
||||
nationaal milieubeleidsplan: het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.3;
|
||||
|
||||
|
|
@ -2094,7 +2094,7 @@ d. aanwijzingen die met betrekking tot de beslissing op de aanvraag krachtens ar
|
|||
|
||||
### Artikel 8.9
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat er geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens deze wet, bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij of krachtens de in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wetten.
|
||||
Het bevoegd gezag draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat er geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens deze wet dan wel bij of krachtens de in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wetten.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -2108,11 +2108,11 @@ a. door verlening daarvan niet kan worden bereikt dat in de inrichting ten minst
|
|||
b. verlening daarvan niet in overeenstemming zou zijn met hetgeen overeenkomstig artikel 8.8, derde lid, door het bevoegd gezag in acht moet worden genomen;
|
||||
c. door verlening daarvan strijd zou ontstaan met regels als bedoeld in artikel 8.9.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan de vergunning tevens worden geweigerd ingeval door verlening daarvan strijd zou ontstaan met een bestemmings- of inpassingsplan, een beheersverordening of regels gesteld bij of krachtens een provinciale verordening of een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, onderscheidenlijk artikel 4.3, derde lid, van de de Wet ruimtelijke ordening.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan de vergunning tevens worden geweigerd ingeval door verlening daarvan strijd zou ontstaan met een bestemmings- of inpassingsplan, een projectbesluit daaronder begrepen een beheersverordening of regels gesteld bij of krachtens een provinciale verordening of een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, onderscheidenlijk artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid kan de vergunning tevens worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
|
||||
|
||||
**5.** Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
|
||||
**5.** Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -2138,13 +2138,15 @@ c. door verlening daarvan strijd zou ontstaan met regels als bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Voor zover aan een vergunning voorschriften worden verbonden als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden daaraan in ieder geval ook voorschriften verbonden, inhoudende dat:
|
||||
Voor zover aan een vergunning voor een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort, voor zover het die gpbv-installatie betreft, voorschriften worden verbonden als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden daaraan in ieder geval ook voorschriften verbonden, inhoudende dat:
|
||||
|
||||
a. moet worden bepaald of aan de eerstbedoelde voorschriften wordt voldaan, waarbij de wijze van bepaling wordt aangegeven, die ten minste betrekking heeft op de methode en de frequentie van de bepaling en de procedure voor de beoordeling van de bij die bepaling verkregen gegevens en die tevens betrekking kan hebben op de organisatie van die bepalingen en beoordelingen en op de registratie van die gegevens en de resultaten van die beoordelingen;
|
||||
b. de bij die bepaling verkregen gegevens aan het bevoegd gezag moeten worden gemeld of ter inzage gegeven of anderszins ter beschikking moeten worden gesteld van het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid, onder b, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het ter beschikking stellen van gegevens als bedoeld in dat onderdeel, voor zover die gegevens krachtens titel 12.3 moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of daardoor anderszins strijd ontstaat met het gestelde bij of krachtens die titel.
|
||||
|
||||
**6.** Voor inrichtingen waartoe geen gpbv-installatie behoort en voor inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort voor zover het andere activiteiten dan die gpbv-installatie betreft, kunnen voorschriften als bedoeld in het vierde lid, onder a en b, aan een vergunning worden verbonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.12a
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden, inhoudende de verplichting tot het treffen van technische maatregelen. Voor zover die voorschriften betrekking hebben op gpbv-installaties wordt daarbij niet het gebruik van bepaalde technieken of technologieën voorgeschreven.
|
||||
|
|
@ -2281,7 +2283,7 @@ b. indien de inrichting een stortplaats is, als bedoeld in artikel 8.47: indien
|
|||
Een voor een inrichting verleende vergunning geldt tevens voor veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan die niet in overeenstemming zijn met de voor de inrichting verleende vergunning of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften, maar die niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die de inrichting ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken, onder voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. deze veranderingen niet leiden tot een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend;
|
||||
b. het voornemen tot het uitvoeren van de verandering door de vergunninghouder schriftelijk overeenkomstig de krachtens het zevende lid, onder a, gestelde regels aan het bevoegd gezag is gemeld, en
|
||||
b. het voornemen tot het uitvoeren van de verandering door de vergunninghouder schriftelijk overeenkomstig de krachtens het zesde lid, onder a, gestelde regels aan het bevoegd gezag is gemeld, en
|
||||
c. het bevoegd gezag aan de vergunninghouder schriftelijk heeft verklaard dat de voorgenomen verandering voldoet aan de aanhef en onderdeel a en de verandering naar zijn oordeel geen aanleiding geeft tot toepassing van de artikelen 8.22, 8.23 of 8.25.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op veranderingen ten aanzien waarvan, indien zij vergunningplichtig zouden zijn geweest, bij de voorbereiding van de besluiten terzake, een milieu-effectrapport had moeten worden gemaakt.
|
||||
|
|
@ -3305,7 +3307,7 @@ De artikelen 10.21 tot en met 10.29 en titel 10.6 zijn niet van toepassing op he
|
|||
|
||||
### Artikel 10.32
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, anders dan vanuit een inrichting.
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, anders dan vanuit een inrichting. Artikel 8.42 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.32a
|
||||
|
||||
|
|
@ -4475,7 +4477,7 @@ f. de artikelen 30 of 31 van de Wet bodembescherming,
|
|||
|
||||
zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven, kent het gezag dat de beschikking in eerste aanleg heeft gegeven, hem, voor zover op andere wijze in een redelijke vergoeding niet is of kan worden voorzien, op zijn verzoek dan wel uit eigen beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in artikel 17.6 zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in artikel 17.19 zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid op aanvraag wordt gegeven, kan een verzoek om vergoeding worden ingediend na de toezending van een exemplaar van het ontwerp van die beschikking aan de aanvrager.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5924,10 +5926,6 @@ Bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in de artikelen 18.2 tot en met 18.2d, w
|
|||
|
||||
De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 16 gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.2g*
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid, draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.2g
|
||||
|
||||
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.
|
||||
|
|
@ -5936,6 +5934,10 @@ Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voe
|
|||
|
||||
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 17.5a, eerste lid, draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de krachtens de artikelen 17.5a tot en met 17.5d gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.2i
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid, draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.3
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatige handhaving regels gesteld.
|
||||
|
|
@ -6085,7 +6087,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 18.10
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan dat een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, van het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.6, of van artikel 13 van de Wet bodembescherming, zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen.
|
||||
Het bestuursorgaan dat een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, van het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.19, of van artikel 13 van de Wet bodembescherming, zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -6111,7 +6113,7 @@ Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot oplegging van e
|
|||
|
||||
### Artikel 18.14a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een overeenkomstig artikel 18.14 gedaan verzoek betrekking heeft op de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, op het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.6, of op artikel 13 van de Wet bodembescherming, geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek.
|
||||
**1.** Indien een overeenkomstig artikel 18.14 gedaan verzoek betrekking heeft op de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, op het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.19, of op artikel 13 van de Wet bodembescherming, geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -6545,7 +6547,7 @@ b. afzonderlijk de wijze waarop zij de in het eerste lid genoemde hoofdstukken v
|
|||
|
||||
### Artikel 21.2a
|
||||
|
||||
Een bestuursorgaan verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in artikel 16 van de EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging opgelegde verplichting tot informatieverstrekking. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
|
||||
Een bestuursorgaan verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in artikel 17 van de richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging opgelegde verplichting tot informatieverstrekking. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 21.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -6619,7 +6621,7 @@ behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt.
|
|||
|
||||
Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:
|
||||
|
||||
de Bestrijdingsmiddelenwet 1962,
|
||||
de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden,
|
||||
|
||||
de Wet voorkoming verontreiniging door schepen,
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue