2017-09-08 | BWBR0020762 | Besluit voorkoming verontreiniging door schepen

This commit is contained in:
Coornhert 2017-09-08 12:00:00 +00:00
parent cddcdc0fbd
commit 99d84b8a61

View file

@ -34,7 +34,9 @@ m. IMO: de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties;
n. Mariene Milieucommissie: de gelijknamige commissie van de IMO;
o. BCH-Code: de bij resolutie MEPC.20(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*Bulk Chemical Code*);
p. IBC-Code: de bij resolutie MEPC.19(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*International Bulk Chemical Code*);
q. NO_x-Code: de Technische Code inzake de beheersing van de emissie van stikstofoxiden door scheepsdieselmotoren (*Technical Code on Control of Emission of Nitrogen Oxides from Marine Diesel Engines*, Trb. 2005, 30), aangenomen als bijlage bij resolutie 2 bij het Protocol van 1997 tot wijziging van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978, met Bijlage (Trb. 1999, 169).
q. NO_x-Code: de Technische Code inzake de beheersing van de emissie van stikstofoxiden door scheepsdieselmotoren (*Technical Code on Control of Emission of Nitrogen Oxides from Marine Diesel Engines*, Trb. 2005, 30), aangenomen als bijlage bij resolutie 2 bij het Protocol van 1997 tot wijziging van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978, met Bijlage (Trb. 1999, 169);
q. *Ballastwaterverdrag:* het op 13 februari 2004 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (Trb. 2005, 44);
r. *ballastwater:* water dat aan boord genomen wordt teneinde de trim, helling, diepgang, stabiliteit van of krachten op het schip te beheersen.
**2.** Voor de toepassing van de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen en Codes wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen, tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, verstaan onder Administratie: Onze Minister.
@ -57,11 +59,12 @@ b. schadelijke vloeistoffen, inclusief restanten daarvan, of ballastwater, waswa
c. vloeistoffen die op grond van Bijlage II niet zijn gecategoriseerd, noch voorlopig ingedeeld of geëvalueerd, of ballastwater, waswater van tanks of andere mengsels die dergelijke restanten bevatten;
d. schadelijke stoffen in verpakte vorm;
e. sanitair afval;
f. vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V van het Verdrag.
f. vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V van het Verdrag;
g. ballastwater en sediment afkomstig uit een ballastwatertank van een schip.
### Artikel 3
Als een ander verdrag als bedoeld in de artikelen 8, eerste en derde lid, 8a, 21 en 23 van de wet wordt aangewezen het AFS-verdrag.
Als een ander verdrag als bedoeld in de artikelen 8, eerste en derde lid, 8a, 21 en 23 van de wet wordt aangewezen het AFS-verdrag en het Ballastwaterverdrag.
### Artikel 4
@ -108,23 +111,31 @@ Aan boord van elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt zijn één of
### Artikel 7a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Elk schip dat internationale reizen maakt, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van voorschrift B-3 en voorschrift B-5, lid 2, van de bijlage van het Ballastwaterverdrag, tenzij er sprake is van een uitzondering als bedoeld in voorschrift A-3 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag.
**2.** Elk schip dat internationale reizen maakt, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van voorschrift B-1 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voor het hebben van een ballastwaterbeheerplan.
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde eisen gelden niet voor schepen die niet ontworpen of gebouwd zijn voor het vervoer van ballastwater en voor schepen die ballastwater vervoeren in permanent verzegelde tanks en dit ballastwater niet lozen.
**4.** In afwijking van het eerste lid is voor een schip waarop een ballastwaterbeheersysteem in gebruik is dat voldoet aan een bij ministeriële regeling vastgesteld programma voor het testen en beoordelen van technieken voor ballastwaterbehandeling, de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag niet van toepassing gedurende een in de bij die ministeriële regeling vastgestelde periode.
### Artikel 8
**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden vastgesteld waaraan schepen in verband met een krachtens artikel 15 vereist certificaat moeten voldoen.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen voor schepen aanvullende eisen worden vastgesteld, alsmede nadere regels met betrekking tot de in de artikelen 5 tot en met 7 bedoelde eisen.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen voor schepen aanvullende eisen worden vastgesteld, alsmede nadere regels met betrekking tot de in de artikelen 5 tot en met 7a, waarbij kan worden bepaald dat de eisen en regels alleen gelden in daarbij aangewezen gebieden bedoelde eisen.
### Artikel 9
**1.** Onze Minister kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het desbetreffende verdrag of de desbetreffende Code is bepaald, afwijking toestaan van de in artikel 5 bedoelde eisen en de in artikel 31, eerste en tweede lid, bedoelde eisen en voorschriften waaronder de in deze artikelleden bedoelde handelingen mogen worden verricht, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening.
**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.** Onze Minister kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande is bepaald in voorschrift A-5 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, afwijkingen toestaan van de voorschriften van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen of een maatregel wordt genomen die naar zijn oordeel tenminste gelijkwaardig is aan het voorschrift waarvan wordt afgeweken.
### Artikel 10
Van een ontheffing als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde eisen wordt, indien deze wordt verleend voor een schip waaraan een certificaat wordt afgegeven als bedoeld in artikel 12, aantekening gemaakt op het certificaat.
**1.** Van een ontheffing als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde eisen wordt, indien deze wordt verleend voor een schip waaraan een certificaat wordt afgegeven als bedoeld in artikel 12, aantekening gemaakt op het certificaat.
**2.** Van een ontheffing als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet, van de in artikel 7a bedoelde eisen wordt aantekening gemaakt in het ballastwaterjournaal van het desbetreffende schip.
### Artikel 11
@ -162,17 +173,19 @@ c. voor schepen die schadelijke vloeistoffen in bulk vervoeren en niet behoren t
### Artikel 13a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Voor een schip van 400 GT of meer dat internationale reizen maakt, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 7a en de met dat artikel samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, wordt een Internationaal ballastwaterbeheercertificaat als bedoeld in voorschrift E-4 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag afgegeven.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op drijvende platforms, drijvende opslageenheden en drijvende productie-, opslag-, en overslageenheden.
### Artikel 14
De in de artikelen 12 en 13 bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende rapporten, aanhangsels en overzichten, alsmede van de in de desbetreffende verdragen of Codes voorgeschreven gegevens met betrekking tot schip of lading.
De in de artikelen 12, 13 en 13a bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende rapporten, aanhangsels en overzichten, alsmede van de in de desbetreffende verdragen of Codes voorgeschreven gegevens met betrekking tot schip of lading.
### Artikel 15
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor bepaalde schepen, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de op die schepen van toepassing zijnde eisen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een bijzonder certificaat wordt afgegeven.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor bepaalde schepen waarop de artikelen 12 en 13 niet van toepassing zijn, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de op die schepen van toepassing zijnde eisen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 7 en de met die artikelen samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, op verzoek van de reder een verklaring kan worden afgegeven.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor bepaalde schepen waarop de artikelen 12, 13 en 13a niet van toepassing zijn, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de op die schepen van toepassing zijnde eisen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 7a en de met die artikelen samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, op verzoek van de reder een verklaring kan worden afgegeven.
### Paragraaf 2. Onderzoeken
@ -196,15 +209,15 @@ Ter verkrijging van een Internationaal certificaat betreffende het aangroeiweren
### Artikel 17a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Ter verkrijging van een Internationaal ballastwaterbeheercertificaat en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt een schip onderworpen aan de in voorschrift E-1 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voorgeschreven onderzoeken.
### Artikel 18
De in de artikelen 16 en 17 bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende verdragen en Codes voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat.
De in de artikelen 16, 17 en 17a bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende verdragen en Codes voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat.
### Artikel 19
Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 16 en 17 tijdens de geldigheidsduur van een certificaat wordt onderworpen, wordt door degene die het onderzoek heeft verricht, aantekening geplaatst op het certificaat.
Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 16, 17 en 17a tijdens de geldigheidsduur van een certificaat wordt onderworpen, wordt door degene die het onderzoek heeft verricht, aantekening geplaatst op het certificaat.
### Artikel 20
@ -213,13 +226,13 @@ Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 16 en 17 tijdens de
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de onderzoeken waaraan schepen in verband met een certificaat als bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden onderworpen;
b. de onderzoeken waaraan schepen worden onderworpen waarop de artikelen 12 en 13 niet van toepassing zijn.
b. de onderzoeken waaraan schepen worden onderworpen waarop de artikelen 12, 13 en 13a niet van toepassing zijn.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderzoeken waaraan schepen ter verkrijging van de certificaten, bedoeld in de artikelen 16 en 17, en tijdens de geldigheidsduur daarvan worden onderworpen.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderzoeken waaraan schepen ter verkrijging van de certificaten, bedoeld in de artikelen 16, 17 en 17a, en tijdens de geldigheidsduur daarvan worden onderworpen.
### Artikel 21
Een ingevolge artikel 8, derde lid, van de wet, aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon is, indien bij een onderzoek als bedoeld in de artikelen 16 en 17 gebreken aan het schip of zijn uitrusting worden geconstateerd, bevoegd om herstel van deze gebreken te vorderen.
Een ingevolge artikel 8, derde lid, van de wet, aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon is, indien bij een onderzoek als bedoeld in de artikelen 16, 17 en 17a gebreken aan het schip of zijn uitrusting worden geconstateerd, bevoegd om herstel van deze gebreken te vorderen.
### Artikel 22
@ -233,7 +246,9 @@ Nadat een bij of krachtens dit besluit voorgeschreven onderzoek, met uitzonderin
**2.** Het Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie en het Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem zijn, behoudens het bepaalde in artikel 9 van de wet, onbeperkt geldig.
**3.** Onze Minister kan certificaten afgeven met een kortere geldigheidsduur dan in het eerste lid bepaald, indien nog niet alle onderzoeken naar zijn genoegen zijn voltooid, of indien hij nog niet over alle door hem gevraagde gegevens over het schip beschikt.
**3.** Het ballastwaterbeheercertificaat heeft een geldigheidsduur van vijf jaren.
**4.** Onze Minister kan certificaten afgeven met een kortere geldigheidsduur dan in het eerste en het derde lid bepaald, indien nog niet alle onderzoeken naar zijn genoegen zijn voltooid, of indien hij nog niet over alle door hem gevraagde gegevens over het schip beschikt.
### Artikel 24
@ -249,7 +264,12 @@ Na voltooiing van een hernieuwd onderzoek in verband met de vernieuwing van een
**4.** Indien na de voltooiing van een hernieuwd onderzoek het nieuwe certificaat niet voor de vervaldatum van het bestaande certificaat kan worden afgegeven of aan het schip kan worden verstrekt, kan degene die het onderzoek heeft uitgevoerd daarvan een aantekening plaatsen op het bestaande certificaat. In dat geval wordt het bestaande certificaat nog als geldig aangemerkt voor een tijdvak van ten hoogste vijf maanden na zijn vervaldatum.
**5.** Onze Minister kan de geldigheidsduur van een certificaat, bedoeld in artikel 23, derde lid, verlengen tot een datum die is gelegen vijf jaren na de afgiftedatum van het certificaat, met dien verstande dat de geldigheidsduur van een certificaat als bedoeld in artikel 12, eerste, tweede en vierde lid, alleen kan worden verlengd na voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek als bedoeld in Bijlage I, II en VI van het Verdrag.
**5.**
Onze Minister kan de geldigheidsduur van een certificaat, bedoeld in artikel 23, vierde lid, verlengen tot een datum die is gelegen vijf jaren na de afgiftedatum van het certificaat, met dien verstande dat:
a. de geldigheidsduur van een certificaat als bedoeld in artikel 12, eerste, tweede en vierde lid, alleen kan worden verlengd na voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek als bedoeld in Bijlage I, II en VI van het Verdrag; en
b. de geldigheidsduur van een certificaat als bedoeld in artikel 13a alleen kan worden verlengd na voltooiing van een tussentijds onderzoek als bedoeld in de Bijlage bij het Ballastwaterverdrag.
### Artikel 26
@ -339,11 +359,18 @@ b. afval en andere stoffen als bedoeld in voorschrift 16 van Bijlage VI van het
### Artikel 31a
Vervallen
**1.**
Het is verboden met een schip ballastwater of sediment uit ballastwater in te nemen of te lozen, tenzij:
a. deze inname of lozing in overeenstemming is met het bepaalde in de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, de krachtens artikel 8, tweede lid, gestelde voorschriften, of op grond van artikel 9, tweede lid toegestane afwijkingen van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag;
b. deze inname of lozing in overeenstemming is met de krachtens artikel 38, tweede lid, gestelde voorschriften;
c. deze inname of lozing plaatsvindt om ballastwater te wisselen in een krachtens artikel 33a, tweede lid, aangewezen gebied, in overeenstemming met de krachtens dat artikel gestelde voorschriften; of
d. voor het desbetreffende schip in overeenstemming met het Ballastwaterverdrag een vrijstellig of ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 35 van de wet.
### Artikel 32
**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 29, 30 en 31 bedoelde verboden, voorschriften en eisen.
**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 29, 30, 31 en 31a bedoelde verboden, voorschriften en eisen.
**2.** De krachtens het eerste lid gestelde regels kunnen ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren.
@ -361,7 +388,9 @@ Vervallen
### Artikel 33a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Een schip waarvoor op grond van voorschrift B-3 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag de normen van voorschrift D-1 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag van toepassing zijn, wisselt ballastwater in overeenstemming met het bepaalde in voorschrift B-4 van de bijlage van het Ballastwaterverdrag.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen gebieden worden aangewezen als bedoeld in voorschrift B-4, lid 2, van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag, waar ballastwater wordt gewisseld overeenkomstig de daarbij gestelde regels.
### Artikel 34
@ -369,6 +398,8 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**2.** De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip in het Antarctisch gebied geen stoffen als bedoeld in voorschrift 43 van Bijlage I van het Verdrag als brandstof worden gebruikt anders dan met inachtneming van dit voorschrift.
**3.** De kapitein draagt er zorg voor dat aan boord van een schip de in de bijlage van het Ballastwaterverdrag opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd.
### Artikel 34a
**1.** De kapitein van een schip dat een haven aandoet die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet voert een voorwas uit van zijn tank voor zover deze voorwas verplicht is ingevolge de in Bijlage II van het Verdrag gegeven voorschriften.
@ -410,7 +441,7 @@ draagt er zorg voor dat aan boord het vuilnisjournaal, bedoeld in voorschrift 9
### Artikel 36a
Vervallen
De kapitein van een schip waarop de in artikel 7a bedoelde eisen van toepassing zijn, houdt een ballastwaterjournaal bij overeenkomstig het bepaalde in voorschrift B-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag.
### Artikel 37
@ -422,7 +453,9 @@ Vervallen
**1.** Bij regeling van onze minister kunnen voor het vervoer van schadelijke stoffen, bedoeld in artikel 33, aanvullende voorschriften worden vastgesteld, alsmede nadere regels met betrekking tot de in de artikelen 33 tot en met 36 bedoelde voorschriften en verplichtingen.
**2.** De krachtens het eerste lid gestelde regels kunnen ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen aanvullende voorschriften worden gegeven over het beheer van ballastwater die gelden in bij deze regeling aangewezen gebieden.
**3.** De krachtens het eerste en tweede lid gestelde regels kunnen ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren.
## Hoofdstuk 6. Losplaatsvoorzieningen
@ -470,6 +503,8 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekkin
**6.** Voor schepen, gebouwd voor 18 juli 1982, waarvan de bruto-inhoud is vastgesteld overeenkomstig het op 10 juni 1947 te Oslo totstandgekomen Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen (Stb. 1949, J 370; Trb. 1955, 52), wordt voor de toepassing van dit besluit de eenheid bruto-registerton gelijkgesteld met de eenheid GT.
**7.** Voor een schip dat voorafgaand aan de datum waarop de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag voor het desbetreffende schip van toepassing wordt, een ballastwaterbeheersysteem in gebruik heeft genomen dat voldoet aan een bij ministeriële regeling vastgesteld programma voor het testen en beoordelen van technieken voor ballastwaterbehandeling, is de norm van voorschrift D-2 van de bijlage bij het Ballastwaterverdrag niet van toepassing gedurende een in de bij die ministeriële regeling vastgestelde periode.
### Artikel 44
Wijzigt het Besluit havenontvangstvoorzieningen.