2007-10-10 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
This commit is contained in:
parent
5ce39ad952
commit
9a2a5ddda5
1 changed files with 20 additions and 38 deletions
|
|
@ -52,7 +52,7 @@ d. door Onze Minister als gezinslid beschouwde meerderjarige studerende of inval
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Tenzij anders is bepaald, wordt in dit reglement onder salaris en bezoldiging verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het BBRA 1984.
|
||||
**1.** Tenzij anders is bepaald, wordt in dit reglement onder salaris, bezoldiging, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het BBRA 1984.
|
||||
|
||||
**2.** In gevallen waarin niet is bepaald wie bevoegd is tot het nemen van besluiten of het doen van voordrachten krachtens dit reglement, is Onze Minister bevoegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1007,11 +1007,11 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki
|
|||
|
||||
### Artikel 45aa
|
||||
|
||||
**1.** De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier tijdstip van ingang van haar ontslag is gelegen in de periode, bedoeld in artikel 45a, eerste lid, behoudt haar aanspraak op haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering. De aanspraak eindigt na 16 weken, te rekenen vanaf de eerste dag waarop haar zwangerschapsverlof als bedoeld in artikel 45a, eerste lid, een aanvang heeft genomen.
|
||||
**1.** De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier tijdstip van ingang van haar ontslag is gelegen in de periode, bedoeld in artikel 45a, eerste lid, behoudt haar aanspraak op haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. De aanspraak eindigt na 16 weken, te rekenen vanaf de eerste dag waarop haar zwangerschapsverlof als bedoeld in artikel 45a, eerste lid, een aanvang heeft genomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering gedurende de periode die:
|
||||
De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering gedurende de periode die:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling; en
|
||||
b. eindigt op de 70e dag na de datum van bevalling.
|
||||
|
|
@ -1020,7 +1020,7 @@ b. eindigt op de 70e dag na de datum van bevalling.
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die periode bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering gedurende de periode die:
|
||||
De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die periode bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering gedurende de periode die:
|
||||
|
||||
a. aanvangt op de datum van bevalling; en
|
||||
b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
|
@ -1318,15 +1318,15 @@ d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
|||
|
||||
De ambtenaar die op grond van het eerste lid is herplaatst voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 104, derde lid, onderdeel a, is verstreken, heeft tot het eind van genoemde termijn recht op een aanvullende uitkering ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 54 recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing.
|
||||
a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 54 recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de ziekte uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een beroepsincident, heeft de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, tevens recht op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar is verstreken ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering en vermeerderd met een uit de oorspronkelijke functie voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage.
|
||||
a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering en vermeerderd met een uit de oorspronkelijke functie voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1349,38 +1349,18 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
|||
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 54ab
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar, bedoeld in artikel 54a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De uitkering eindigt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
||||
b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering grond van artikel 54a, derde of vierde lid, vervalt laatstbedoelde recht.
|
||||
|
||||
### Artikel 54b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, na zijn ontslag anders dan op grond van artikel 104, eerste lid, onderdeel e, nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft:
|
||||
|
||||
a. zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, maar niet langer dan een tijdvak van 52 weken, recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering;
|
||||
b. zolang hij na afloop van het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, nog ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, gedurende maximaal 26 weken recht op doorbetaling van 70% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering.
|
||||
a. zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, maar niet langer dan een tijdvak van 52 weken, recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering;
|
||||
b. zolang hij na afloop van het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, nog ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, gedurende maximaal 26 weken recht op doorbetaling van 70% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag wegens ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft, zolang hij ongeschikt is tot werken wegens ziekte, gedurende maximaal 52 weken recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest.
|
||||
|
||||
**3.** De gewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben gedurende een tijdvak van 104 weken als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, recht op doorbetaling van hun laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering indien hun arbeidsongeschiktheid wordt veroorzaakt door een beroepsincident.
|
||||
**3.** De gewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben gedurende een tijdvak van 104 weken als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, recht op doorbetaling van hun laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering indien hun arbeidsongeschiktheid wordt veroorzaakt door een beroepsincident.
|
||||
|
||||
**4.** Het tijdvak gedurende welke de gewezen ambtenaar recht heeft op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vangt aan op de eerste dag waarop wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is of zou zijn gewerkt of het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is of zou zijn gestaakt. Indien de gewezen ambtenaar onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging genoot, vangt het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan op de dag waarop het ontslag is ingegaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1399,7 +1379,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overlede
|
|||
|
||||
De aanvullende uitkering, bedoeld in het zevende lid, is gelijk aan het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag; en
|
||||
a. een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag; en
|
||||
b. de aan de ambtenaar toegekende WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekend invaliditeitspensioen en een hem toegekende herplaatsingstoelage.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
|
@ -1503,7 +1483,7 @@ t. zonder deugdelijke grond weigert meer te werken aan de doelmatige uitvoering
|
|||
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar recht heeft op een ZW-uitkering of een WAO-uitkering, is het verplichtingen- en sanctieregime van de ZW of de WAO van overeenkomstige toepassing op zijn recht krachtens dit hoofdstuk op grond van dezelfde dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
**4.** De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging of de WAO-uitkering, vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, de bezoldiging te boven gaan.
|
||||
**4.** De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering of de WAO-uitkering, vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering te boven gaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1541,7 +1521,7 @@ b. deze kosten redelijkerwijs niet voor zijn rekening kunnen blijven.
|
|||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.** Het bedrag van de bezoldiging of de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 54, 54b en 54d, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging.
|
||||
**1.** Het bedrag van de bezoldiging of de laatstgenoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 54, 54a, derde lid, en 54b, en het bedrag van de eindejaarsuitkering, bedoeld in de genoemde artikelen, worden in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris respectievelijk de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1895,9 +1875,11 @@ Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artik
|
|||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen omtrent de schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Lijdt een ambtenaar die voldaan heeft aan het derde lid van artikel 13, buiten Nederland schade als gevolg van een normaliter niet verzekerbaar molest, dan wordt indien dat molest samenhangt met de functie of de plaatsing van betrokkene, die schade volgens bij ministeriële regeling te stellen regels vergoed, voor zover betrokkene vorderingen terzake aan het Rijk heeft gecedeerd.
|
||||
**4.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 69, vierde lid, van het ARAR gestelde regels omtrent de schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister andere regels stellen in verband met het verrichten van arbeid buiten Nederland.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister bepaalt de muntsoort of muntsoorten waarin de bedoelde schadeloosstelling, vergoedingen en tegemoetkomingen bij plaatsing buiten Nederland worden uitbetaald.
|
||||
**5.** Lijdt een ambtenaar die voldaan heeft aan het derde lid van artikel 13, buiten Nederland schade als gevolg van een normaliter niet verzekerbaar molest, dan wordt indien dat molest samenhangt met de functie of de plaatsing van betrokkene, die schade volgens bij ministeriële regeling te stellen regels vergoed, voor zover betrokkene vorderingen terzake aan het Rijk heeft gecedeerd.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister bepaalt de muntsoort of muntsoorten waarin de bedoelde schadeloosstelling, vergoedingen en tegemoetkomingen bij plaatsing buiten Nederland worden uitbetaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
|
|
@ -2159,7 +2141,7 @@ c. een maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk korter
|
|||
|
||||
**7.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar is geplaatst op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de ondernemingsraden, noch wegens het lidmaatschap of het korter dan twee jaren geleden beëindigde lidmaatschap van de ambtenaar van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad.
|
||||
|
||||
**8.** Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan voor de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd, welke aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering, berekend op grond van het BBRA 1984.
|
||||
**8.** Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan voor de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd, welke aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
|
|
@ -2280,7 +2262,7 @@ c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren of bijstellen van e
|
|||
|
||||
**1.** De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van overlijden. Artikel 41b, eerste lid, wordt voorts overeenkomstig toegepast.
|
||||
|
||||
**2.** Met inachtneming van het vijfde lid wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden aan de weduwe of weduwnaar, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd gelijkaan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden. Als maatstaf bij de berekening van het in de eerste volzin bedoelde bedrag geldt, behoudens het hierna bepaalde, de bezoldiging, welke de ambtenaar op de dag van het overlijden genoot of, indien hij op die dag aanspraak maakt op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in hoofdstuk X, zou hebben genoten indien hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest. De uitkering wordt vermeerderd met een bedrag gelijk aan drie maal dat van de vakantie-uitkering over een maand berekend op de voet van het BBRA 1984, naar de bezoldiging die de ambtenaar in de maand van het overlijden zou hebben genoten. Indien de ambtenaar in het genot was van een toelage als bedoeld in artikel 17 dan wel artikel 18a van het BBRA 1984, wordt het gedeelte van de in de eerste volzin bedoelde uitkering dat betrekking heeft op bovenbedoelde toelagen gesteld op het bedrag dat de overleden ambtenaar in de drie kalendermaanden voorafgaand aan de dag van het overlijden aan zodanige toelagen is toegekend. Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de ambtenaar.
|
||||
**2.** Met inachtneming van het vijfde lid wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden aan de weduwe of weduwnaar, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd gelijkaan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden. Als maatstaf bij de berekening van het in de eerste volzin bedoelde bedrag geldt, behoudens het hierna bepaalde, de bezoldiging, welke de ambtenaar op de dag van het overlijden genoot of, indien hij op die dag aanspraak maakt op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in hoofdstuk X, zou hebben genoten indien hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest. De uitkering wordt vermeerderd met een bedrag gelijk aan drie maal dat van de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering over een maand berekend naar de bezoldiging die de ambtenaar in de maand van het overlijden zou hebben genoten. Indien de ambtenaar in het genot was van een toelage als bedoeld in artikel 17 dan wel artikel 18a van het BBRA 1984, wordt het gedeelte van de in de eerste volzin bedoelde uitkering dat betrekking heeft op bovenbedoelde toelagen gesteld op het bedrag dat de overleden ambtenaar in de drie kalendermaanden voorafgaand aan de dag van het overlijden aan zodanige toelagen is toegekend. Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de ambtenaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het tweede lid nalaat, kan het daarbedoelde bedrag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue