2004-07-01 | BWBR0001830 | Wet op de rechterlijke organisatie
This commit is contained in:
parent
85d2528141
commit
9a3e3862b5
1 changed files with 86 additions and 42 deletions
|
|
@ -19,14 +19,14 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
a. gerechten: de gerechten, genoemd in artikel 2;
|
||||
b. rechterlijke ambtenaren:
|
||||
|
||||
1°. de coördinerend vice-presidenten van, de vice-presidenten van, de raadsheren in, de raadsheren in buitengewone dienst van, de raadsheren-plaatsvervangers in, de rechters in en de rechters-plaatsvervangers in de gerechten;
|
||||
2°. de president van de Hoge Raad;
|
||||
1°. de president van de Hoge Raad;
|
||||
2°. de coördinerend vice-presidenten van, de vice-presidenten van, de raadsheren in, de raadsheren in buitengewone dienst bij, de raadsheren-plaatsvervangers in, de rechters in en de rechters-plaatsvervangers in de gerechten;
|
||||
3°. de procureur-generaal bij de Hoge Raad, alsmede de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal en de advocaten-generaal in buitengewone dienst;
|
||||
4°. de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal vormen, bedoeld in artikel 130;
|
||||
5°. de advocaten-generaal en de plaatsvervangende advocaten-generaal bij de ressortsparketten;
|
||||
6°. de officieren van justitie en de plaatsvervangende officieren van justitie bij de arrondissementsparketten en het landelijk parket;
|
||||
7°. de gerechtsauditeurs bij de gerechten;
|
||||
8°. de griffier en substituut-griffiers bij de Hoge Raad;
|
||||
8°. de griffier en substituut-griffiers van de Hoge Raad;
|
||||
c. rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast: de rechterlijke ambtenaren, genoemd in onderdeel b, onder 1° en 2°;
|
||||
d. gerechtsambtenaren: burgerlijke rijksambtenaren op basis van een aanstelling werkzaam bij een gerecht;
|
||||
e. Hoge Raad: Hoge Raad der Nederlanden;
|
||||
|
|
@ -73,7 +73,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van een gerecht vormt voor het behandelen en beslissen van zaken enkelvoudige en meervoudige kamers en bepaalt de bezetting daarvan.
|
||||
**1.** Het bestuur van een gerecht vormt voor het behandelen en beslissen van zaken en het beëdigen van de daartoe bij de wet aangewezen functionarissen enkelvoudige en meervoudige kamers en bepaalt de bezetting daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij in deze wet anders is bepaald, bestaan de meervoudige kamers uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, van wie een als voorzitter optreedt. Indien ook anderen dan rechterlijke ambtenaren deel uitmaken van een meervoudige kamer, treedt een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast op als voorzitter.
|
||||
|
||||
|
|
@ -103,7 +103,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Ieder lid is verplicht aan de besluitvorming deel te nemen.
|
||||
|
||||
**3.** De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffiers en waarnemend griffiers bij de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit.
|
||||
**3.** De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffiers en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
|
|
@ -153,7 +153,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding en de griffier en substituut-griffiers bij de Hoge Raad mogen zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun advocaten, procureurs of gemachtigden over enige voor hen aanhangige geschillen of geschillen waarvan zij weten of vermoeden dat die voor hen aanhangig zullen worden.
|
||||
De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding en de griffier en substituut-griffiers van de Hoge Raad mogen zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun advocaten, procureurs of gemachtigden over enige voor hen aanhangige geschillen of geschillen waarvan zij weten of vermoeden dat die voor hen aanhangig zullen worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
|
|
@ -161,7 +161,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffiers en waarnemend griffiers bij de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
|
||||
De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffiers en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
|
|
@ -186,11 +186,21 @@ b. gerechtsambtenaren.
|
|||
|
||||
**2.** Bij een gerecht kunnen gerechtsauditeurs en rechterlijke ambtenaren in opleiding werkzaam zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De daartoe door het bestuur van een gerecht aangewezen gerechtsambtenaren, rechterlijke ambtenaren in opleiding en gerechtsauditeurs verrichten de werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen.
|
||||
**3.** De daartoe door het bestuur van een gerecht aangewezen gerechtsambtenaren, rechterlijke ambtenaren in opleiding en gerechtsauditeurs verrichten de werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen. Zij zijn bevoegd deze werkzaamheden ook voor andere gerechten uit te voeren. De aanwijzing geschiedt schriftelijk.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van een gerecht kan personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, gerechtsambtenaar, rechterlijk ambtenaar in opleiding of gerechtsauditeur, benoemen tot buitengriffier. Zij kunnen in die hoedanigheid door het bestuur worden opgeroepen voor het verrichten van werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen. Alvorens voor de eerste keer te worden opgeroepen leggen zij voor het gerecht de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld over hun beëdiging. Zij ontvangen een vergoeding volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
**4.** Het bestuur van een gerecht kan personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, gerechtsambtenaar, rechterlijk ambtenaar in opleiding of gerechtsauditeur, benoemen tot buitengriffier. Zij kunnen in die hoedanigheid door het bestuur worden opgeroepen voor het verrichten van werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen. Het derde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. Alvorens voor de eerste keer te worden opgeroepen leggen zij ten overstaan van het bestuur de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld over hun beëdiging. Zij ontvangen een vergoeding volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een gerechtsambtenaar, rechterlijk ambtenaar in opleiding, gerechtsauditeur of buitengriffier griffierswerkzaamheden verricht ter ondersteuning van een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, is hij verplicht te voldoen aan de aanwijzingen van die rechterlijk ambtenaar.
|
||||
**5.** Een buitengriffier wordt op eigen verzoek door het bestuur van het gerecht ontslagen.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van het gerecht kan een buitengriffier ontslaan:
|
||||
|
||||
a. indien hij gedurende een periode van ten minste drie jaar geen griffierswerkzaamheden heeft verricht;
|
||||
b. op grond van ongeschiktheid anders dan wegens ziekte; of
|
||||
c. wegens het doen of nalaten van hetgeen een persoon, werkzaam ten behoeve van een gerecht, behoort na te laten of te doen.
|
||||
|
||||
**7.** Indien een gerechtsambtenaar, rechterlijk ambtenaar in opleiding, gerechtsauditeur of buitengriffier griffierswerkzaamheden verricht ter ondersteuning van een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast of een deskundig lid, is hij verplicht te voldoen aan de aanwijzingen van die rechterlijk ambtenaar of dat deskundig lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
|
|
@ -256,10 +266,10 @@ Een lid van het bestuur kan niet tevens zijn:
|
|||
a. lid van de Staten-Generaal;
|
||||
b. minister;
|
||||
c. staatssecretaris;
|
||||
d. lid van de Raad van State;
|
||||
e. lid van de Algemene Rekenkamer;
|
||||
d. vice-president van de Raad van State of staatsraad;
|
||||
e. president of lid van de Algemene Rekenkamer;
|
||||
f. Nationale ombudsman of substituut-ombudsman;
|
||||
g. advocaat, procureur of notaris, dan wel anderszins van het verlenen van rechtskundige bijstand een beroep maken;
|
||||
g. advocaat, procureur of notaris, dan wel anderszins van het verlenen van rechtskundige bijstand het beroep maken;
|
||||
h. ambtenaar bij een ministerie, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven.
|
||||
|
||||
**9.** De voorzitter en de sectorvoorzitters zijn rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Zij kunnen niet tevens rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1, onder b, onder 2° tot en met 8°, vice-president van de Hoge Raad, raadsheer in de Hoge Raad of raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad zijn.
|
||||
|
|
@ -485,6 +495,12 @@ c. een meerjarenraming voor ten minste vier op het begrotingsjaar volgende jaren
|
|||
|
||||
**9.** De Raad kan omtrent de inrichting van het verslag algemene aanwijzingen geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 35a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 32, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001, verricht het bestuur namens de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen voorzover die voortvloeien uit het door hem beheerde deel van de begroting van het Ministerie van Justitie, tenzij bij of krachtens de wet is bepaald dat een andere minister dan Onze Minister de rechtshandeling verricht.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 32, vierde lid, en 39 van de Comptabiliteitswet 2001 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Toezicht
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
|
@ -499,7 +515,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Een beslissing van het bestuur ter uitvoering van de in artikel 23, eerste lid, genoemde taken kan door de Raad worden vernietigd indien de beslissing kennelijk in strijd is met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht. De artikelen 10:36, 10:37, 10:38, 10:40, 10:41, 10:42, eerste en tweede lid, 10:43, 10:44 en 10:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Een beslissing van het bestuur ter uitvoering van de in artikel 23, eerste lid, genoemde taken kan door de Raad worden vernietigd indien de beslissing kennelijk in strijd is met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht. De artikelen 10:36, 10:37, 10:38 tot en met 10:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -797,17 +813,29 @@ Het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam vormt voor het behandelen van en be
|
|||
|
||||
**1.** Het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam vormt voor het behandelen en beslissen van zaken als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de artikelen 6c en 23m van de Pensioen- en spaarfondsenwet, artikel 5 van de Wet op de Europese ondernemingsraden, artikel 26 van de Wet op de ondernemingsraden en de artikelen 997 en 1000 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een meervoudige kamer onder de benaming van ondernemingskamer en bepaalt de bezetting daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemingskamer bestaat uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c tot en met 46q van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De ondernemingskamer bestaat uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c, 46d, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van het gerechtshof te 's-Gravenhage vormt voor het behandelen en beslissen van zaken als bedoeld in artikel 46d, onderdeel i, van de Wet op de ondernemingsraden een meervoudige kamer en bepaalt de bezetting daarvan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd.
|
||||
|
||||
**5.** De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerecht waarbij zij zijn benoemd.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze van eedaflegging, het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van het gerechtshof te Arnhem vormt een meervoudige kamer die is belast met het behandelen van en beslissen op vorderingen als bedoeld in de artikelen 15a en 15c van het Wetboek van Strafrecht en het behandelen en beslissen van zaken in beroep als bedoeld in de artikelen 502 en 509v van het Wetboek van Strafvordering. Het bestuur bepaalt de bezetting van deze kamer.
|
||||
**1.** Het bestuur van het gerechtshof te Arnhem vormt een meervoudige kamer die is belast met het behandelen van en beslissen op vorderingen als bedoeld in de artikelen 15a en 15c van het Wetboek van Strafrecht en het behandelen en beslissen van zaken in beroep als bedoeld in de artikelen 502, 509v en 509ff van het Wetboek van Strafvordering. Het bestuur bepaalt de bezetting van deze kamer.
|
||||
|
||||
**2.** Deze kamer is voorts belast met het verstrekken van adviezen ingevolge artikel 43, derde lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen.
|
||||
|
||||
**3.** Deze kamer wordt voor de behandeling van vorderingen ingevolge artikel 15a, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht en de beslissing in zaken in beroep als bedoeld in de artikelen 502 en 509v van het Wetboek van Strafvordering aangevuld met twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. In de overige zaken kan de voorzitter van de kamer deze leden toevoegen. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c tot en met 46q van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Deze kamer wordt voor de behandeling van vorderingen ingevolge artikel 15a, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht en de beslissing in zaken in beroep als bedoeld in de artikelen 502, 509v en 509ff van het Wetboek van Strafvordering aangevuld met twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. In de overige zaken kan de voorzitter van de kamer deze leden toevoegen. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c, 46d, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd.
|
||||
|
||||
**5.** De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerecht waarbij zij zijn benoemd.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze van eedaflegging, het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
|
|
@ -855,7 +883,17 @@ Het bestuur van het gerechtshof te Leeuwarden vormt enkelvoudige en meervoudige
|
|||
|
||||
**2.** In geval van ziekte of andere verhindering van de griffier wordt hij, bij gebreke van een substituut-griffier, vervangen door een waarnemend griffier.
|
||||
|
||||
**3.** De waarnemend griffiers worden door Onze Minister benoemd op aanbeveling van de Hoge Raad. Alvorens in dienst te treden, leggen zij voor de Hoge Raad de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld over hun beëdiging. Zij ontvangen een vergoeding volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
**3.** De waarnemend griffiers worden door Onze Minister benoemd op aanbeveling van de Hoge Raad. Alvorens in dienst te treden, leggen zij ten overstaan van de president van de Hoge Raad de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld over hun beëdiging. Zij ontvangen een vergoeding volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
|
||||
**4.** Een waarnemend griffier wordt op eigen verzoek door Onze Minister ontslagen. Onze Minister stelt de president van de Hoge Raad hiervan op de hoogte.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een waarnemend griffier ontslaan:
|
||||
|
||||
a. indien hij gedurende een periode van ten minste drie jaar geen griffierswerkzaamheden heeft verricht;
|
||||
b. op grond van ongeschiktheid anders dan wegens ziekte; of
|
||||
c. wegens het doen of nalaten van iets wat een persoon, werkzaam ten behoeve van de Hoge Raad, behoort na te laten of te doen.
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
|
|
@ -985,13 +1023,13 @@ De leden kunnen niet tevens zijn:
|
|||
a. lid van de Staten-Generaal;
|
||||
b. minister;
|
||||
c. staatssecretaris;
|
||||
d. lid van de Raad van State;
|
||||
e. lid van de Algemene Rekenkamer;
|
||||
d. vice-president van de Raad van State of staatsraad;
|
||||
e. president of lid van de Algemene Rekenkamer;
|
||||
f. Nationale ombudsman of substituut-ombudsman;
|
||||
g. ambtenaar bij een ministerie, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven;
|
||||
h. rechterlijk ambtenaar, als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° tot en met 8°;
|
||||
i. vice-president van, raadsheer in of raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad;
|
||||
j. lid van het College van afgevaardigden, bedoeld in artikel 90.
|
||||
j. lid van het College van Afgevaardigden, bedoeld in artikel 90.
|
||||
|
||||
### Artikel 84a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1005,7 +1043,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** De commissie stelt uit de lijst een aanbeveling op van maximaal drie personen. Zij zendt deze uiterlijk acht weken na vaststelling van de lijst aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de procedure, bedoeld in dit artikel.
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de procedure, bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 86
|
||||
|
||||
|
|
@ -1019,9 +1057,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**5.** Een niet-rechterlijk lid van de Raad wordt disciplinair gestraft, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**6.** Ten aanzien van een niet-rechterlijk lid van de Raad worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden door de Raad ten aanzien van een niet-rechterlijk lid.
|
||||
**6.** Ten aanzien van een niet-rechterlijk lid van de Raad worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad, uitgezonderd het niet-rechterlijk lid van de Raad. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden door de Raad ten aanzien van een niet-rechterlijk lid.
|
||||
|
||||
**7.** Ten aanzien van een rechterlijk lid van de Raad worden de in de artikelen 21, 27a tot en met 30, 34, 35, 37 tot en met 39, 45en“45en” moet zijn “45 en”.46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan de functionele autoriteit toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden door de Raad ten aanzien van een rechterlijk lid.
|
||||
**7.** Ten aanzien van een rechterlijk lid van de Raad worden de in de artikelen 21, 27a tot en met 30, 34, 35, 37 tot en met 39, 45 en 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan de functionele autoriteit toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad, uitgezonderd dat rechterlijk lid van de Raad. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden door de Raad ten aanzien van een rechterlijk lid.
|
||||
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de rechtspositie van de leden van de Raad, waaronder in ieder geval regels betreffende de in het eerste lid bedoelde toelage van de rechterlijke leden alsmede de bezoldiging van een niet-rechterlijk lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1154,11 +1192,11 @@ e. het door de Raad en de gerechten toe te passen begrotingsstelsel.
|
|||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
**1.** Het voorstel van wet, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Comptabiliteitswet, wordt door Onze Minister opgesteld in overeenstemming met het begrotingsvoorstel van de Raad, tenzij zich het geval voordoet, bedoeld in het derde lid.
|
||||
**1.** De ontwerp-begroting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001, wordt door Onze Minister opgesteld in overeenstemming met het begrotingsvoorstel van de Raad, tenzij zich het geval voordoet, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister zich met het oog op een rechtmatig en doelmatig beheer van 's Rijks gelden niet kan verenigen met het begrotingsvoorstel van de Raad of een onderdeel daarvan, deelt hij dit mede aan de Raad en voert hij hierover met de Raad overleg.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot overeenstemming leidt en Onze Minister overwegende bezwaren houdt, wordt het begrotingsvoorstel van de Raad of het desbetreffende onderdeel daarvan in gewijzigde vorm opgenomen in het voorstel van wet, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Comptabiliteitswet.
|
||||
**3.** Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot overeenstemming leidt en Onze Minister overwegende bezwaren houdt, wordt het begrotingsvoorstel van de Raad of het desbetreffende onderdeel daarvan in gewijzigde vorm opgenomen in de ontwerp-begroting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001.
|
||||
|
||||
**4.** In de toelichting op het voorstel van wet geeft Onze Minister aan welke voorschriften hij voornemens is aan het krachtens artikel 100 toe te kennen budget te verbinden. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1168,7 +1206,7 @@ Met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 97, eerste lid, kent Onze Min
|
|||
|
||||
### Artikel 101
|
||||
|
||||
Onze Minister deelt zo spoedig mogelijk na de aanhangigmaking van het voorstel van wet tot vaststelling van hoofdstuk VI van de rijksbegroting bij de Raad van State, aan de Raad mede welk budget, met inbegrip van de daaraan te verbinden voorschriften, voor het komende begrotingsjaar voorlopig kan worden verwacht. Hij deelt daarbij mede op welke wijze het geraamde budget is berekend.
|
||||
Onze Minister deelt zo spoedig mogelijk na de aanhangigmaking van het voorstel van wet tot vaststelling van de begroting van het Ministerie van Justitie bij de Raad van State, aan de Raad mede welk budget, met inbegrip van de daaraan te verbinden voorschriften, voor het komende begrotingsjaar voorlopig kan worden verwacht. Hij deelt daarbij mede op welke wijze het geraamde budget is berekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 101a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1191,7 +1229,7 @@ b. een begroting voor het komende begrotingsjaar.
|
|||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan de Raad zo spoedig mogelijk na de vaststelling van hoofdstuk VI van de rijksbegroting bekend, welk budget hij toekent aan de Raad en de gerechten gezamenlijk. Indien het budget afwijkt van het geraamde budget, bedoeld in artikel 101, is de tweede volzin van dat artikel van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan de Raad zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de begroting van het Ministerie van Justitie bekend, welk budget hij toekent aan de Raad en de gerechten gezamenlijk. Indien het budget afwijkt van het geraamde budget, bedoeld in artikel 101, is de tweede volzin van dat artikel van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het budget afwijkt van het geraamde budget, bedoeld in artikel 101, wijzigt de Raad de begroting.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1215,6 +1253,12 @@ b. een begroting voor het komende begrotingsjaar.
|
|||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van het verslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 104a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 32, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001, verricht de Raad namens de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen voorzover die voortvloeien uit het door hem beheerde deel van de begroting van het Ministerie van Justitie, tenzij bij of krachtens de wet is bepaald dat een andere minister dan Onze Minister de rechtshandeling verricht.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 32, vierde lid, en 39 van de Comptabiliteitswet 2001 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Toezicht
|
||||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
|
@ -1223,7 +1267,7 @@ De Raad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn
|
|||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
**1.** Een beslissing van de Raad ter uitvoering van de in artikel 91 genoemde taken kan op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden vernietigd indien de beslissing kennelijk in strijd is met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie. De artikelen 10:36, 10:37, 10:38, 10:40, 10:41, 10:42, eerste en tweede lid, 10:43, 10:44 en 10:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Een beslissing van de Raad ter uitvoering van de in artikel 91 genoemde taken kan op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden vernietigd indien de beslissing kennelijk in strijd is met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie. De artikelen 10:36, 10:37, 10:38 tot en met 10:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 8:4, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1316,7 +1360,7 @@ Onze Minister van Justitie kan de plaatsvervangend procureur-generaal of een adv
|
|||
|
||||
**4.** Artikel 12 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is niet van toepassing op de plaatsvervangende advocaten-generaal.
|
||||
|
||||
**5.** De president van de Hoge Raad kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als waarnemend advocaat-generaal bij de Hoge Raad aanwijzen een lid of lid in buitengewone dienst van de Hoge Raad, die daarmee heeft ingestemd. Een waarnemend advocaat-generaal neemt, op de voet van een advocaat-generaal, conclusies voor zover zij daartoe door de procureur-generaal worden opgeroepen. Hij neemt in zodanig geval, wanneer de Hoge Raad ten principale recht doet, de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 125, waar.
|
||||
**5.** De president van de Hoge Raad kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als waarnemend advocaat-generaal bij de Hoge Raad aanwijzen een lid of lid in buitengewone dienst van de Hoge Raad, die daarmee heeft ingestemd. Een waarnemend advocaat-generaal neemt, op de voet van een advocaat-generaal, conclusies voorzover hij daartoe door de procureur-generaal wordt geroepen. Hij neemt in zodanig geval, wanneer de Hoge Raad ten principale recht doet, de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 125, waar.
|
||||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
|
|
@ -1396,7 +1440,7 @@ Onze Minister van Justitie kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreff
|
|||
|
||||
**2.** Het College staat aan het hoofd van het openbaar ministerie.
|
||||
|
||||
**3.** Het College bestaat uit een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal van ten minste drie en ten hoogste vijf procureurs-generaal. Bij koninklijk besluit wordt een van de procureurs-generaal benoemd tot voorzitter van het College voor een periode van ten hoogste drie jaar. Hij kan eenmaal worden herbenoemd.
|
||||
**3.** Het College bestaat uit een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal van ten minste drie en ten hoogste vijf procureurs-generaal. Bij koninklijk besluit wordt een van de procureurs-generaal benoemd tot voorzitter van het College voor een periode van ten hoogste drie jaar. Hij kan eenmaal worden herbenoemd. De voorzitter ontvangt in verband met het verrichten van werkzaamheden als voorzitter een toelage op het salaris dat hij als procureur-generaal geniet, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
|
||||
**4.** Het College kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1437,7 +1481,7 @@ b. de arrondissementsparketten;
|
|||
c. het landelijk parket;
|
||||
d. de ressortsparketten.
|
||||
|
||||
**2.** De arrondissementsparketten en de ressortsparketten zijn gevestigd in de plaatsen van vestiging van de rechtbanken respectievelijk van de gerechtshoven.
|
||||
**2.** De arrondissementsparketten en de ressortsparketten zijn gevestigd in de hoofdplaatsen van de rechtbanken respectievelijk van de gerechtshoven.
|
||||
|
||||
### Artikel 135
|
||||
|
||||
|
|
@ -1466,17 +1510,19 @@ c. officieren enkelvoudige zittingen;
|
|||
d. plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen;
|
||||
e. andere ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Aan het hoofd van een arrondissementsparket staat een officier van justitie in de rang van hoofdofficier en met de titel hoofd van het arrondissementsparket. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket.
|
||||
**2.** Bij een arrondissementsparket kunnen rechterlijke ambtenaren in opleiding werkzaam zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Bij een arrondissementsparket wordt tevens een officier van justitie benoemd hetzij – indien in het arrondissement twee politieregio's gelegen zijn – in de rang van fungerend hoofdofficier, hetzij – indien dat niet het geval is – in de rang van plaatsvervangend hoofdofficier. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het arrondissementsparket wordt hij vervangen door de fungerend onderscheidenlijk door de plaatsvervangend hoofdofficier.
|
||||
**3.** Aan het hoofd van een arrondissementsparket staat een officier van justitie in de rang van hoofdofficier en met de titel hoofd van het arrondissementsparket. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket.
|
||||
|
||||
**4.** De overige officieren van justitie worden benoemd in de rang van officier eerste klasse, officier of substituut-officier.
|
||||
**4.** Bij een arrondissementsparket wordt tevens een officier van justitie benoemd hetzij – indien in het arrondissement twee politieregio's gelegen zijn – in de rang van fungerend hoofdofficier, hetzij – indien dat niet het geval is – in de rang van plaatsvervangend hoofdofficier. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het arrondissementsparket wordt hij vervangen door de fungerend onderscheidenlijk door de plaatsvervangend hoofdofficier.
|
||||
|
||||
**5.** De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij een arrondissementsparket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de overige arrondissementsparketten en bij het landelijk parket.
|
||||
**5.** De overige officieren van justitie worden benoemd in de rang van officier eerste klasse, officier of substituut-officier.
|
||||
|
||||
**6.** Het College van procureurs-generaal kan een officier van justitie bij een arrondissementsparket benoemen tot plaatsvervangend advocaat-generaal.
|
||||
**6.** De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij een arrondissementsparket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de overige arrondissementsparketten en bij het landelijk parket.
|
||||
|
||||
**7.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de arrondissementsrechtbank.
|
||||
**7.** Het College van procureurs-generaal kan een officier van justitie bij een arrondissementsparket benoemen tot plaatsvervangend advocaat-generaal.
|
||||
|
||||
**8.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de arrondissementsrechtbank.
|
||||
|
||||
### Artikel 137
|
||||
|
||||
|
|
@ -1500,7 +1546,7 @@ e. andere ambtenaren.
|
|||
|
||||
**6.** Het College van procureurs-generaal kan een officier van justitie bij het landelijk parket benoemen tot plaatsvervangend advocaat-generaal.
|
||||
|
||||
**7.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de arrondissementsrechtbank.
|
||||
**7.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de rechtbank.
|
||||
|
||||
### Artikel 138
|
||||
|
||||
|
|
@ -1546,9 +1592,7 @@ Onze Minister van Justitie kan een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 143
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 142 bedoelde rechterlijke ambtenaren zijn verplicht tot het geven van inlichtingen wanneer de procureur-generaal bij de Hoge Raad op grond van artikel 122, tweede lid, daarom vraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 25 is op de in artikel 142 bedoelde rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De rechterlijke ambtenaren, bedoeld in artikel 142, zijn verplicht tot het verstrekken van inlichtingen wanneer de procureur-generaal bij de Hoge Raad op grond van artikel 122, tweede lid, daarom vraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 144
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue