2016-01-01 | BWBR0003630 | Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
This commit is contained in:
parent
0cf7f56906
commit
9a83b1acbc
1 changed files with 8 additions and 8 deletions
|
|
@ -140,11 +140,11 @@ Bij een salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid wordt het salaris:
|
|||
a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 17 van de bijlage B geldt, vastgesteld op een bedrag vermeld in de naasthogere salarisschaal, met dien verstande dat het maximum van die schaal niet wordt overschreden;
|
||||
b. voor de ambtenaar, voor wie salarisschaal 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen:
|
||||
|
||||
€ 8726,88;
|
||||
€ 8726,88;
|
||||
|
||||
€ 8912,07;
|
||||
€ 8912,07;
|
||||
|
||||
€ 9098,26.
|
||||
€ 9098,26.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -333,13 +333,13 @@ met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het
|
|||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar wiens bezoldiging in een periode van twee jaar door het één of meer keer beëindigen of verminderen van één of meer toelagen of toeslagen, als genoemd in artikel 2, onder f, als gevolg van een reorganisatie een blijvende verlaging ondergaat, welke ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en een periodieke toeslag, wordt een aflopende toelage toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** De berekeningsbasis voor de aflopende toelage is het bedrag dat de ambtenaar over de 36 kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de eerste verlaging van zijn bezoldiging intreedt, gemiddeld per maand aan toelagen of toeslagen, als genoemd in artikel 2, onder f, heeft genoten, verminderd met hetgeen de ambtenaar daadwerkelijk aan toelagen of toeslagen, als genoemd in artikel 2, onder f, na de bedoelde verlagingen geniet. De in de vorige zin genoemde periode van 36 kalendermaanden wordt verkort voor zover de betrokken ambtenaar korter in dienst is geweest.
|
||||
**2.** De berekeningsbasis voor de aflopende toelage is het bedrag dat de ambtenaar over de 36 kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de eerste verlaging van zijn bezoldiging intreedt, gemiddeld per maand aan toelagen of toeslagen, als genoemd in artikel 2, onder f, heeft genoten, verminderd met hetgeen de ambtenaar daadwerkelijk aan toelagen of toeslagen, als genoemd in artikel 2, onder f, na de bedoelde verlagingen geniet. De in de vorige zin genoemde periode van 36 kalendermaanden wordt verkort voor zover de betrokken ambtenaar korter in dienst is geweest.
|
||||
|
||||
**3.** De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt gedurende het eerste jaar 100%, het tweede jaar 75%, het derde jaar 50% en het vierde jaar 25% van de berekeningsbasis.
|
||||
|
||||
**4.** De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend indien de beëindigde of verminderde toelagen of toeslagen, genoemd in artikel 2, onder f, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste twee jaren zonder onderbreking van langer dan twaalf maanden zijn genoten.
|
||||
|
||||
**5.** Indien aanspraak bestaat op de aflopende toelage, bedoeld in dit artikel, bestaat geen aanspraak op de aflopende toelage, bedoeld in artikel 18.
|
||||
**5.** Indien aanspraak bestaat op de aflopende toelage, bedoeld in dit artikel, bestaat geen aanspraak op de aflopende toelage, bedoeld in artikel 18.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan voor de toepassing van dit artikel nadere regels stellen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -411,7 +411,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 22e
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar aan wie een toelage is toegekend op grond van artikel 17 of op grond van artikel 7 van het Besluit personenchauffeurs Rijksdienst ontvangt een nominale toeslag van € 37,50 per maand. Bedraagt de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor minder dan 1, dan wordt het bedrag van de toeslag vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
|
||||
**1.** De ambtenaar aan wie een toelage is toegekend op grond van artikel 17 of op grond van artikel 7 van het Besluit personenchauffeurs Rijksdienst ontvangt een nominale toeslag van € 37,50 per maand. Bedraagt de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor minder dan 1, dan wordt het bedrag van de toeslag vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
|
||||
|
||||
**2.** Geen recht op de in het eerste lid genoemde toeslag bestaat vanaf het tijdstip dat de ambtenaar langer dan vier weken geen dienst verricht als bedoeld in artikel 17.
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,7 +501,7 @@ c. *CAO:* Collectieve Arbeidsovereenkomst Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 20
|
|||
|
||||
**6.** Artikel 5, eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing op de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage C van dit besluit.
|
||||
|
||||
**7.** De ambtenaar die voor de overkomst op grond van artikel 38, derde lid, van de CAO vóór 31 december 2007 aanspraak had op een van de CAO afwijkende reiskostenvergoeding, heeft na de overkomst overeenkomstig deze afspraken recht op deze reiskostenvergoeding. De tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen per openbaar vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt op deze reiskostenvergoeding in mindering gebracht. Het recht op deze reiskostenvergoeding vervalt op het moment dat de ambtenaar gebruik maakt van de Rijksmobiliteitkaart.
|
||||
**7.** De ambtenaar die voor de overkomst op grond van artikel 38, derde lid, van de CAO vóór 31 december 2007 aanspraak had op een van de CAO afwijkende reiskostenvergoeding, heeft na de overkomst overeenkomstig deze afspraken recht op deze reiskostenvergoeding. De tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen per openbaar vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt op deze reiskostenvergoeding in mindering gebracht. Het recht op deze reiskostenvergoeding vervalt op het moment dat de ambtenaar gebruik maakt van de Rijksmobiliteitkaart.
|
||||
|
||||
**8.** De ambtenaar die voor de overkomst recht had op een vereenvoudigingstoeslag op basis van artikel 38, derde lid, van de CAO, heeft na de overkomst recht op een vereenvoudigingstoeslag overeenkomstig hetgeen daarover in de CAO is bepaald. Deze vereenvoudigingstoeslag is een periodieke toeslag als bedoeld in artikel 22a van het BBRA 1984.
|
||||
|
||||
|
|
@ -537,4 +537,4 @@ Bij algemene maatregel van bestuur, regelende het overgangsrecht, wordt het tijd
|
|||
|
||||
## Bijlage B. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende de indelingsstructuur (hoofd- en niveaugroepen) waarbinnen de zwaarte van de functies wordt bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren
|
||||
|
||||
## Bijlage C. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende een aantal functies in de Rijksschoonmaakorganisatie en het daaraan verbonden salaris (maandbedragen in euro) per 1 januari 2016
|
||||
## Bijlage C. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende een aantal functies in de Rijksschoonmaakorganisatie en het daaraan verbonden salaris (maandbedragen in euro) per 1 januari 2016
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue