2013-07-01 | BWBR0020229 | Besluit externe klachtencommissie raad voor de kinderbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2013-07-01 12:00:00 +00:00
parent 96e6018a7f
commit 9af52cd599

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Besluit externe klachtencommissie raad voor de kinderbescherming
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. algemeen directeur: de algemeen directeur, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming 2006;
c. raad: de raad voor de kinderbescherming, bedoeld in artikel 238, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
@ -109,7 +109,7 @@ Indien de klachtencommissie op grond van de artikelen 6 of 7 de klacht niet in b
**1.** De klachtencommissie stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht en haar oordeel daarover. De kennisgeving vermeldt tevens binnen welke termijn de klager een verzoekschrift bij de Nationale ombudsman kan indienen.
**2.** Een afschrift van haar bevindingen en oordeel zendt de klachtencommissie aan Onze Minister en aan de raad.
**2.** Een afschrift van haar bevindingen en oordeel zendt de klachtencommissie aan de raad.
**3.** Indien de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is bevonden, deelt de raad binnen vier weken na ontvangst van de bevindingen en het oordeel van de klachtencommissie schriftelijk aan klager mee of en zo ja, welke gevolgen de raad hieraan binnen de organisatie verbindt. Een afschrift van deze mededeling wordt gezonden aan de klachtencommissie.
@ -117,7 +117,7 @@ Indien de klachtencommissie op grond van de artikelen 6 of 7 de klacht niet in b
### Artikel 14
De raad draagt zorg voor registratie van de bij de klachtencommissie ingediende schriftelijke klachten en van de bevindingen en het oordeel van de klachtencommissie. De geregistreerde klachten en de gevolgen, bedoeld in artikel 13, derde lid, die daaraan door de raad worden verbonden, worden jaarlijks in geanonimiseerde vorm gepubliceerd.
De raad draagt zorg voor registratie van de bij de klachtencommissie ingediende schriftelijke klachten en van de bevindingen en het oordeel van de klachtencommissie. Een analyse van de klachten wordt jaarlijks gepubliceerd.
## Hoofdstuk 3. De klachtencommissies
@ -137,20 +137,23 @@ e. regio Oost-Brabant, regio Midden- en West-Brabant en regio Limburg.
**3.**
Van de klachtencommissie mogen geen lid worden:
Van de klachtencommissie kan geen lid worden:
a. medewerkers van de raad en
b. personen die werkzaam zijn geweest voor de raad indien minder dan drie jaar is verstreken nadat hun dienstverband bij de raad is beëindigd.
a. een persoon die werkzaam is bij de raad of waarvan het dienstverband bij de raad minder dan drie jaar geleden is beëindigd, of
b. een persoon wiens onafhankelijkheid of onpartijdigheid om een andere reden in het geding is.
**4.**
De klachtencommissie bestaat uit de volgende leden:
De klachtencommissie bestaat uit een voorzitter, een of meer plaatsvervangende voorzitters en maximaal acht leden. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter zijn:
a. een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters, zijnde rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, door Onze Minister benoemd, op voordracht van de Raad voor de rechtspraak, gehoord de rechtbank waar de voorzitter of plaatsvervangende voorzitter werkzaam is;
b. een lid en een of meer plaatsvervangende leden, deskundig op het terrein van jeugdzorg of jeugdwelzijn en betrokken bij de maatschappelijke ontwikkelingen binnen de jeugdbescherming, door Onze Minister benoemd op voordracht van het provinciebestuur of op gemeenschappelijke voordracht van de provinciebesturen van de provincies waarin het betreffende regiogebied is gelegen;
c. een lid en een of meer plaatsvervangende leden, deskundig op het terrein van jeugdzorg of jeugdwelzijn en betrokken bij de maatschappelijke ontwikkelingen binnen de jeugdbescherming, benoemd door Onze Minister.
a. rechterlijke ambtenaren werkzaam bij een gerecht,
b. leden, staatsraden en staatsraden in buitengewone dienst werkzaam bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State,
c. leden met rechtspraak belast werkzaam bij het College van beroep voor het bedrijfsleven, of
d. leden met rechtspraak belast werkzaam bij het Centrale Raad van Beroep.
**5.** De voorzitter en de leden van de klachtencommissie worden benoemd voor de tijd van zes jaar. Zij kunnen aansluitend op die termijn éénmaal voor een gelijke termijn worden herbenoemd. Zij zijn bevoegd als plaatsvervangend lid van de klachtencommissie in een ander regiogebied op te treden.
Zij worden door Onze Minister benoemd op voordracht van de Raad voor de rechtspraak, gehoord het gerecht of het bestuursrechtelijke college waar de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter werkzaam is. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de leden hebben affiniteit met jeugdzorg of jeugdbescherming.
**5.** De voorzitter en de leden van de klachtencommissie worden benoemd voor de tijd van ten hoogste zes jaar. Zij kunnen aansluitend op die termijn éénmaal voor een gelijke termijn worden herbenoemd. Zij zijn bevoegd als plaatsvervangend lid van de klachtencommissie in een ander regiogebied op te treden.
**6.** Aan de voorzitter en aan een lid wordt op eigen verzoek tussentijds ontslag verleend.
@ -162,6 +165,8 @@ c. een lid en een of meer plaatsvervangende leden, deskundig op het terrein van
**2.** Onze Minister voegt aan elke klachtencommissie een secretaris toe. De secretaris is bevoegd als plaatsvervangend secretaris in een ander regiogebied op te treden.
**3.** De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de klachtencommissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de klachtencommissie.
### Artikel 17
**1.** De voorzitter van de klachtencommissie bepaalt in overleg met de secretaris plaats, dag en uur van de zittingen.
@ -170,9 +175,7 @@ c. een lid en een of meer plaatsvervangende leden, deskundig op het terrein van
### Artikel 18
**1.** De leden van de klachtencommissie ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten. Voor het deelnemen aan een zitting ter behandeling van klachten ontvangen zij een vacatiegeld overeenkomstig de door Onze Minister te stellen regels.
**2.** Aan de secretaris wordt voor zijn werkzaamheden een afzonderlijke vergoeding toegekend tot een nader door Onze Minister te bepalen bedrag.
Vervallen
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen