2018-04-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
fdb64c7927
commit
9b33ecc5aa
1 changed files with 48 additions and 31 deletions
|
|
@ -200,7 +200,15 @@ Als de mvv-aanvraag in het kader van nareis niet voldoet aan de vereisten om dez
|
|||
|
||||
##### 3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
|
||||
|
||||
De referent moet bij de indiening van de aanvraag alle daarvoor benodigde gegevens verstrekken en op grond van artikel 2 l Vw de verschuldigde leges betalen. Wanneer de referent in gebreke is, stelt de IND hem één keer in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving alsnog de gevraagde gegevens over te leggen en de leges te betalen.
|
||||
De referent moet bij de indiening van de aanvraag alle daarvoor benodigde gegevens verstrekken en op grond van artikel 2 l Vw de verschuldigde leges betalen. Wanneer de referent heeft nagelaten alle daarvoor benodigde gegevens te verstrekken, stelt de IND hem één keer in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving alsnog de gevraagde gegevens over te leggen. Indien de referent heeft nagelaten de leges te voldoen, ondanks dat de IND hem heeft bericht omtrent de hoogte van de leges, de betaalwijze en de termijn waarbinnen betaald moet worden, wordt de aanvraag, conform artikel 2n, eerste lid aanhef en onder d, buiten behandeling gesteld, zonder de aanvrager in de gelegenheid te stellen het verzuim te herstellen.
|
||||
|
||||
Als wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het betreffende verblijfsdoel, machtigt de IND onder voorbehoud de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om de mvv af te geven en stelt de IND de referent hiervan in kennis. Dit voorbehoud houdt in:
|
||||
|
||||
• dat nader onderzoek de authenticiteit van de originele buitenlandse bewijsmiddelen betreffende de staat van personen en van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling bevestigt;
|
||||
• dat de vreemdeling voor het vaststellen van zijn identiteit tien digitale vingerafdrukken heeft laten afnemen en een pasfoto heeft ingeleverd (artikel 106a, eerste lid, Vw junctis artikel 54 Vw en artikel 1.31 Vb); en
|
||||
• dat zich geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten.
|
||||
|
||||
Uitsluitend als is voldaan aan deze voorwaarden gaat de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging over tot afgifte van de mvv.
|
||||
|
||||
##### 3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
|
||||
|
||||
|
|
@ -530,7 +538,6 @@ De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning wegens gevaar voor de open
|
|||
• een transactieaanbod heeft aanvaard;
|
||||
• een strafbeschikking is opgelegd; of
|
||||
• is veroordeeld tot:
|
||||
|
||||
• een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een vrijheidsontnemende maatregel, onvoorwaardelijke jeugddetentie, een onvoorwaardelijke maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige, onvoorwaardelijke TBS, onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders of een onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
|
||||
• een taakstraf; of
|
||||
• een onvoorwaardelijke geldboete.
|
||||
|
|
@ -588,6 +595,12 @@ De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tij
|
|||
|
||||
Toepassing van deze grond is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling.
|
||||
|
||||
Een gevaar voor de nationale veiligheid kan ook blijken uit de omstandigheid dat de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• is veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf, als bedoeld in artikel 83, 134a en 205 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht; of
|
||||
• is veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf in het buitenland;
|
||||
• bijzonder ernstige gedragingen (heeft) verricht met een terroristisch oogmerk.
|
||||
|
||||
#### 4.5. Medisch onderzoek
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e, Vw wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af of verleent de IND niet ambtshalve een verblijfsvergunning als de vreemdeling:
|
||||
|
|
@ -1487,7 +1500,7 @@ De IND neemt aan dat aan artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder b, Vb wordt v
|
|||
• de onderwijsinstelling waaraan de vreemdeling gaat studeren is aangesloten bij de Gedragscode ‘Inkomende mobiliteit mbo4’ en opgenomen in het bijbehorende register;
|
||||
• de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de vreemdeling valt binnen de criteria voor de pilot zoals opgenomen in artikel 8.1 van de Gedragscode ‘Inkomende mobiliteit mbo4’;
|
||||
• de vreemdeling is 18 jaar of ouder; en
|
||||
• de vreemdeling heeft een minimale score behaald van 5.0 bij het International English Language Testing System (IELTS) of heeft de vooropleiding in het Engels genoten.
|
||||
• de vreemdeling heeft een minimale score behaald van 4.5 bij het International English Language Testing System (IELTS) of heeft de vooropleiding in het Engels genoten.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Middelen van bestaan
|
||||
|
||||
|
|
@ -2012,13 +2025,6 @@ In aanvulling op artikel 3.42, tweede lid, Vb geldt dat een tweede verblijfsverg
|
|||
|
||||
Voor de hoogte van het looncriterium wordt verwezen naar artikel 1d, eerste en derde lid, BuWav.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ niet af op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb als sprake is van alle volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling voldoet niet aan het looncriterium als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, BuWav;
|
||||
|
||||
• voor de vreemdeling gold bij de eerste verlening van de verblijfsvergunning als kennismigrant het looncriterium voor afgestudeerde buitenlandse studenten, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder a, sub 2, BuWav; en
|
||||
• de vreemdeling voldoet nog aan dat looncriterium.
|
||||
|
||||
De vereisten zoals opgenomen in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb, zijn van toepassing op aanvragen om een verblijfsvergunning als de vreemdeling conform artikel 1d, eerste lid, aanhef en onder b of c, BuWav wordt aangemerkt als:
|
||||
|
||||
• een wetenschappelijk onderzoeker; of
|
||||
|
|
@ -2046,8 +2052,8 @@ De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden.
|
|||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid als kennismigrant’ in:
|
||||
|
||||
– nadat de zoekperiode van drie maanden is verstreken; en
|
||||
– de vreemdeling geen nieuwe functie als kennismigrant heeft gevonden.
|
||||
− nadat de zoekperiode van drie maanden is verstreken; en
|
||||
− de vreemdeling geen nieuwe functie als kennismigrant heeft gevonden.
|
||||
|
||||
De IND trekt deze verblijfsvergunning in per datum einde zoekperiode.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2150,10 +2156,17 @@ In aanvulling op artikel 3.30b Vb moet een gereglementeerd beroep erkend zijn en
|
|||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.30b Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend aan een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 4.43 Vb verleent de IND de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als houder van een Europese blauwe kaart houder te vinden als de werkgever de arbeidsovereenkomst of de aanstelling van de vreemdeling voortijdig, dat wil zeggen tijdens de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, ontbindt.
|
||||
In aanvulling op de artikelen 4.43 en 3.89b Vb geeft de IND de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning als houder van een Europese blauwe kaart een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als houder van een Europese blauwe kaart houder te vinden als de vreemdeling werkloos raakt.
|
||||
|
||||
De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘verblijf als houder van de Europese blauwe kaart’ in:
|
||||
|
||||
− nadat de zoekperiode van drie maanden is verstreken; en
|
||||
− de vreemdeling geen nieuwe functie als houder van een Europese blauwe kaart heeft gevonden.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning niet in als de vreemdeling binnen drie maanden een nieuwe functie als houder van een Europese blauwe kaart vindt, mits wordt voldaan aan alle voorwaarden waaronder de verblijfsvergunning is verleend.
|
||||
|
||||
#### 2.7. Overplaatsing binnen een onderneming
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.30d, vierde lid, Vb vraagt de IND advies aan het UWV indien de referent erkend is en:
|
||||
|
|
@ -2489,7 +2502,13 @@ De IND willigt de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van een verbli
|
|||
|
||||
• de vreemdeling heeft voor het bereiken van het dertigste levensjaar verblijf gekregen als kennismigrant;
|
||||
• de vreemdeling wijzigt niet van werkgever; en
|
||||
• de vreemdeling voldoet nog aan het looncriterium voor vreemdelingen jonger dan dertig jaar zoals is vastgelegd in artikel 1d, Buwav.
|
||||
• de vreemdeling voldoet nog aan het looncriterium voor vreemdelingen jonger dan dertig jaar zoals is vastgelegd in artikel 1d, BuWav.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ niet af, op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb, als sprake is van alle volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling voldoet niet aan het looncriterium als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, BuWav;
|
||||
• voor de vreemdeling gold bij de eerste verlening van de verblijfsvergunning als kennismigrant het looncriterium voor afgestudeerde buitenlandse studenten, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder a, sub 2, BuWav; en
|
||||
• de vreemdeling voldoet nog aan dit looncriterium.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af op grond van artikel 18 Vw en trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in op grond van artikel 19 Vw, juncto artikel 18, eerste lid, aanhef en onder f, Vw als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend en:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2535,7 +2554,7 @@ De persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, de referent, moet zelfstandig
|
|||
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet af omdat de referent niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt, als de referent voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de referent heeft de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet bereikt;
|
||||
• de referent heeft de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, AOW bereikt;
|
||||
• de referent is naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt; of
|
||||
• de referent is blijvend niet in staat aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2574,9 +2593,9 @@ De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
Met toepassing van artikel 3.13, tweede lid, Vb wijst de IND de verblijfsvergunning niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, Vw als de referent blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen.
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat de blijvend niet in staat is om aan de wettelijke verplichting tot arbeidsinschakeling conform artikel 9 Participatiewet te voldoen als de referent voldoet aan de twee volgende voorwaarden:
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat de referent blijvend niet in staat is om aan de wettelijke verplichting tot arbeidsinschakeling conform artikel 9 Pw te voldoen als de referent voldoet aan de twee volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de referent is vijf jaar door het college van Burgemeester en Wethouders op grond van artikel 9, tweede lid, Participatiewet volledig ontheven van de verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, Participatiewet (plicht tot arbeidsinschakeling); en
|
||||
• de referent is vijf jaar door B&W op grond van artikel 9, tweede lid, Pw volledig ontheven van de verplichting bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, Pw (plicht tot arbeidsinschakeling); en
|
||||
• gedeeltelijke of volledige arbeidsinschakeling van de referent is niet binnen één jaar te voorzien.
|
||||
|
||||
Als de referent een verblijfsvergunning heeft op tijdelijke humanitaire gronden, verband houdend met mensenhandel of eergerelateerd geweld of huiselijk geweld, dan wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning met toepassing van artikel 3.13, tweede lid, Vb niet af op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, Vw als de referent niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
|
@ -2798,8 +2817,8 @@ De IND toetst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde ti
|
|||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier onder de beperking familie- of gezinslid als aan alle volgende vereisten van de Wobka als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, Vb is voldaan:
|
||||
|
||||
• de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft een beginseltoestemming afgegeven (artikel 2 Wobka);
|
||||
• de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft ingestemd met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders;
|
||||
• de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een beginseltoestemming afgegeven (artikel 2 Wobka);
|
||||
• de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft ingestemd met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders;
|
||||
• er is een medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse adoptiekind (artikel 8, aanhef en onder b, Wobka) overgelegd waaruit blijkt dat het kind niet lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er niet toe leiden dat een gehandicapt kind nooit zou kunnen worden opgenomen. Als uit de medische verklaring blijkt dat het kind al op tbc is getest, hoeft het kind niet alsnog (hier te lande) een onderzoek naar tbc te ondergaan, voor zover dit onderzoek op grond van zijn nationaliteit vereist is;
|
||||
• de afstand door de biologische ouder(s) van het buitenlandse adoptiekind is naar behoren geregeld (artikel 8, aanhef onder d, Wobka); en
|
||||
• de autoriteiten in het land van herkomst stemmen in met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders (artikel 8, aanhef en onder e, Wobka).
|
||||
|
|
@ -3018,13 +3037,11 @@ De IND beschouwt bescheiden met betrekking tot de familierechtelijke relatie, zo
|
|||
|
||||
a. *De vreemdeling is nog niet geadopteerd of de buitenlandse adoptiebeslissing moet nog worden erkend door de Nederlandse rechter. De vreemdeling zal ter adoptie worden opgenomen in het gezin van de referent.*
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een beginseltoestemming van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent geschikt is bevonden om een buitenlands kind op te nemen ter adoptie.
|
||||
De IND beschouwt een beginseltoestemming van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Justitie en Veiligheid als bewijsmiddel dat de referent geschikt is bevonden om een buitenlands kind op te nemen ter adoptie.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt het Statement of approval van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent het buitenlandse kind in zijn gezin mag opnemen ter adoptie, als het gaat om een Verdragsadoptie (Haags Adoptieverdrag).
|
||||
De IND beschouwt het Statement of approval van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Justitie en Veiligheid als bewijsmiddel dat de referent het buitenlandse kind in zijn gezin mag opnemen ter adoptie, als het gaat om een Verdragsadoptie (Haags Adoptieverdrag).
|
||||
|
||||
De IND beschouwt de beginseltoestemming op naam van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent het buitenlandse kind in zijn gezin mag opnemen ter adoptie, als het gaat om een
|
||||
|
||||
niet-Verdragsadoptie.
|
||||
De IND beschouwt de beginseltoestemming op naam van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Justitie en Veiligheid als bewijsmiddel dat de referent het buitenlandse kind in zijn gezin mag opnemen ter adoptie, als het gaat om een niet-Verdragsadoptie.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de autoriteiten van het land van herkomst hebben ingestemd met de opneming van de vreemdeling door de referent ter adoptie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3041,8 +3058,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat een adoptiebeslissing
|
|||
• een door de bevoegde instantie afgegeven buitenlandse adoptiebeslissing en een uitspraak van de Nederlandse rechter (als de adoptiebeslissing op grond van artikel 10:109 BW door de Nederlandse rechter moet zijn erkend);
|
||||
• een door de bevoegde instantie afgegeven buitenlandse adoptiebeslissing en een onherroepelijke uitspraak van de rechter (als de rechtsgeldigheid van de adoptiebeslissing door de Nederlandse rechter bij een niet meer voor hogere voorziening vatbare beslissing moet zijn erkend, in de situatie dat de adoptiefouders die hun woon- en verblijfplaats in Nederland hebben, de procedure op grond van de Wobka niet hebben gevolgd); of
|
||||
• een adoptie-uitspraak waaruit blijkt dat het kind in Nederland is geadopteerd.
|
||||
b. *Verblijf gedurende het afwachten van het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders als bedoeld in*
|
||||
artikel 11 Wobka
|
||||
b. *Verblijf gedurende het afwachten van het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders als bedoeld in artikel 11 Wobka*
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling is opgenomen in het gezin van de aspirant-adoptiefouders in de periode dat de aspirant-adoptiefouders hun gewone verblijfplaats in het buitenland hadden, bescheiden waaruit het vorenstaande blijkt, bijvoorbeeld een afschrift uit de openbare registers uit het desbetreffende land.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3350,7 +3366,7 @@ Van de vreemdeling wordt verwacht dat hij:
|
|||
|
||||
Indien het de vreemdeling buiten zijn schuld gedurende het terugkeertraject niet mogelijk is gebleken om de identiteit of nationaliteit middels documenten te onderbouwen, zal dit niet worden tegengeworpen in het kader van de vergunningverlening als de identiteit en nationaliteit tijdens eerdere toelatingsprocedures niet ongeloofwaardig zijn geacht en ook later in het vertrekproces, met name bij zijn diplomatieke vertegenwoordiging, geen redenen tot twijfel zijn opgekomen.
|
||||
|
||||
De DT&V verwijst tijdens de bemiddeling naar de diplomatieke vertegenwoordiging van het land en naar de niet-limitatieve lijst op de website van de DT&V. De DT&V zal door middel van een ambtsbericht aangeven aan de IND of al dan niet sprake is van buitenschuld.
|
||||
De DT&V verwijst tijdens de bemiddeling naar de diplomatieke vertegenwoordiging van het land en naar de niet-limitatieve lijst op de website van de DT&V. De DT&V zal door middel van een ambtsbericht aangeven aan de IND als sprake is van buitenschuld.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning aan het gezinslid van de vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken als de gezinsband al bestond vóórdat de gezinsleden Nederland binnenreisden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4310,7 +4326,7 @@ Als de IND verblijfsrecht van de oud-Nederlander niet beëindigt, dan beëindigt
|
|||
|
||||
#### 18.1. Algemene bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
De IND beschouwt het inburgeringsdiploma of bewijsstukken waaruit moet blijken dat de vreemdeling is vrijgesteld of ontheven van het inburgeringsexamen als bewijsmiddel dat de vreemdeling voldoet aan het inburgeringsvereiste.
|
||||
De IND beschouwt het inburgeringsdiploma of bewijsstukken waaruit blijkt dat de vreemdeling is vrijgesteld of ontheven van het inburgeringsexamen als bewijsmiddel dat de vreemdeling voldoet aan het inburgeringsvereiste.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt conform het Besluit inburgering en de Wi één van onderstaande bescheiden als bewijsmiddel dat de vreemdeling is vrijgesteld van het afleggen van het inburgeringsexamen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4321,14 +4337,15 @@ De IND beschouwt conform het Besluit inburgering en de Wi één van onderstaande
|
|||
• het getuigschrift International Baccalaureate Middle Years certificate, International General Certificate of Secondary Education of Internationaal Baccalaureaat, als een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor dat vak een voldoende is behaald;
|
||||
• een certificaat Naturalisatietoets zoals dit luidde voor 1 april 2007 waaruit blijkt dat aanvrager is geslaagd voor de volgende vijf onderdelen: kennis van staatsinrichting en maatschappij; spreek-, luister-, schrijf- en leesvaardigheid;
|
||||
• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, wanneer uiterlijk 31 december 2006 het inburgeringstraject is afgerond, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat een profieltoets met de uitkomst voor de onderdelen ‘luisteren’ en ‘spreken’ niveau NT2-2 is behaald, voor de onderdelen ‘lezen’ en ‘schrijven’ niveau NT2-1 en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd;
|
||||
• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit moet blijken dat voor de onderdelen ‘luisteren’, ‘spreken’, ‘lezen’ en ‘schrijven’ ten minste NT2 niveau 2 is behaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd;
|
||||
• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat voor de onderdelen ‘luisteren’, ‘spreken’, ‘lezen’ en ‘schrijven’ ten minste NT2 niveau 2 is behaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd;
|
||||
• het certificaat, bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, indien uit de vermelding daarop blijkt dat ten minste het niveau NT2 2 voor de onderdelen Luisteren, Spreken, Lezen en Schrijven is behaald;
|
||||
• het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wi zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wi en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430);
|
||||
• een document ‘Korte Vrijstellingstoets’ bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, Besluit inburgering zoals dat besluit luidde tot 1 januari 2013, waaruit blijkt dat aanvrager niveau B1 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen heeft gehaald;
|
||||
• een beschikking van het College van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma in het kader van de WIN achterwege is gelaten omdat de vreemdeling als bedoeld in artikel 5, tweede lid, WIN de kennis, inzicht en vaardigheden in voldoende mate op andere wijze zou verwerven;
|
||||
• een beschikking van het College van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma in het kader van de WIN achterwege is gelaten omdat een toets als bedoeld in artikel 5, vierde lid, WIN met goed gevolg is afgelegd;
|
||||
• een bewijs waaruit moet blijken dat de vreemdeling ingevolge artikel 4 Besluit Naturalisatietoets zoals deze geldig was op 1 april 2003 is of was ontheven van de wettelijke verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen;
|
||||
• een bewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling ingevolge artikel 4 Besluit Naturalisatietoets, zoals deze geldig was op 1 april 2003, is of was ontheven van de wettelijke verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen;
|
||||
• een brief van DUO waarin staat dat DUO vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen van de vreemdeling tot het oordeel komt dat het voor de vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te halen (in geval van vreemdelingen die in de periode vanaf 1 januari 2013 tot en met 30 september 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden);
|
||||
• een brief van DUO waarin staat dat de vreemdeling heeft voldaan aan zijn inburgeringsplicht, omdat DUO aan de vreemdeling ontheffing heeft verleend op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen en hij om deze reden de inburgeringsexamens niet hoeft te behalen, en omdat de vreemdeling het participatieverklaringstraject heeft afgerond (in geval van vreemdelingen die na 30 september 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden);
|
||||
• een brief van DUO waarin staat dat de vreemdeling door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te halen (in geval van vreemdelingen die na 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden);
|
||||
• een brief van het College van B&W waarin staat dat het college vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen van de vreemdeling tot het oordeel komt dat het voor de vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te halen (in geval van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden); of
|
||||
• een brief van het College van B&W waarin staat dat de vreemdeling door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te halen (in geval van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden).
|
||||
|
|
@ -4338,7 +4355,7 @@ Als vereist is dat voor het vak Nederlands een voldoende is gehaald, beschouwt d
|
|||
De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de beoordeling of de IND kan overgaan tot een medische ontheffing als bedoeld in paragraaf B9/8.1:
|
||||
|
||||
• een advies afgegeven door een arts die door het College van B&W van de woonplaats van de vreemdeling is aangewezen en als de vreemdeling is verhuisd: een advies afgegeven door een aangewezen arts uit de vorige woonplaats (in geval van vreemdelingen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden); of
|
||||
• een advies afgegeven door een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onafhankelijk medisch adviseur (in geval van vreemdelingen die na 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden).
|
||||
• een advies afgegeven door een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onafhankelijk medisch adviseur.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van een beoordeling van de hardheidsclausule op basis van de geleverde inspanning als bedoeld in paragraaf B9/8.1:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue