diff --git a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md index 7385c8a5407..a98d3ca6e25 100644 --- a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md +++ b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ c. *Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten:* het Arbeidsongeschiktheidsfo d. *jonggehandicapte:* de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 1a:1, artikel 2:3 of artikel 3:2; e. *vreemdeling:* hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; f. *rechtens zijn vrijheid is ontnomen:* rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de situaties, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; -g. *justitiële inrichting:* een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen; +g. *justitiële inrichting:* een penitentiaire inrichting, een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen; h. *re-integratiebedrijf:* een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert; i. *resterende verdiencapaciteit:* het inkomen dat de jonggehandicapte die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van deze wet nog met arbeid kan verdienen en dat bij of krachtens artikel 2:5 of artikel 3:1 is vastgesteld; j. *werknemer:* een werknemer in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; @@ -92,7 +92,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als studerende aangemerkt de persoon: -a. die studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000; +a. die studiefinanciering, niet zijnde het levenlanglerenkrediet, ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000; b. die een financiële voorziening ontvangt als bedoeld in artikel 7.51, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; c. die een tegemoetkoming ontvangt op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; d. voor wie de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, van die wet; @@ -225,7 +225,7 @@ Met betrekking tot de jonggehandicapte en het recht op arbeidsongeschiktheidsuit a. ter zake van onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie: de artikelen 3:12, 3:33, eerste lid, onderdeel b, tweede en derde lid, 3:34 en 3:36; b. ter zake van de verplichtingen van de jonggehandicapte: de artikelen 3:35, eerste lid, en 3:74, eerste en tweede lid; c. ter zake van maatregelen: de artikelen 3:37, 3:38, onderdelen a tot en met e en k, en 3:39, met dien verstande dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing is, voor zover het ziet op het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 3:74; -d. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 3:40, 3:43 en 3:44; +d. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 3:40 en 3:43; e. ter zake van de grondslag van de uitkering: artikel 3:7, derde en vierde lid; f. ter zake van de tegemoetkoming in aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering: de artikelen 3:10 en 3:53; g. ter zake van de vakantie-uitkering: de artikelen 3:24, 3:25, eerste, derde en vierde lid, 3:26, 3:32 en 3:52; @@ -691,12 +691,12 @@ b. geen noodzakelijke persoonlijke ondersteuning meer geniet als bedoeld in het In afwijking van de artikelen 2:40, 2:41 en 2:42 ontvangt de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning, inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 2:44: -a. indien hij aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; -b. indien hij aanspraak heeft op een financiële voorziening als bedoeld in artikel 7.51, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -c. indien hij aanspraak heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; of -d. indien de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet voor hem aanspraak heeft op kinderbijslag op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, van die wet. +a. indien hij studiefinanciering, niet zijnde het levenlanglerenkrediet, op grond van de Wet studiefinanciering 2000 ontvangt; +b. indien hij een financiële voorziening ontvangt als bedoeld in artikel 7.51, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; +c. indien hij een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten ontvangt; of +d. indien de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet voor hem kinderbijslag op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, van die wet ontvangt. -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de jonggehandicapte door zijn handelen of nalaten geen aanspraak heeft als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, dan wel door handelen of nalaten van de jonggehandicapte of verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, deze verzekerde geen aanspraak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, heeft. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de jonggehandicapte door zijn handelen of nalaten geen studiefinanciering, voorziening of tegemoetkoming ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, dan wel door handelen of nalaten van de jonggehandicapte of verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, deze verzekerde geen kinderbijslag ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. **3.** De artikelen 2:31, eerste lid, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, 2:32 en 2:39, tweede, derde en vierde lid, zijn tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip niet van toepassing op de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid. @@ -898,8 +898,6 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen **2.** Artikel 3:43 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de persoon gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. -**3.** Artikel 3:44 is van overeenkomstige toepassing. - ### Artikel 2:61 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald. @@ -999,7 +997,7 @@ b. de jonggehandicapte de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, niet **12.** In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijzigen. -**13.** De artikelen 3.43 en 3.44a zijn van overeenkomstige toepassing op een bestuurlijke boete die op grond van dit artikel is opgelegd. +**13.** De artikelen 3:43 en 3:44a zijn van overeenkomstige toepassing op een bestuurlijke boete die op grond van dit artikel is opgelegd. **14.** Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Artikel 2:62, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -1919,9 +1917,9 @@ De artikelen 3:63, 3:66, 3:69 en 3:73 zijn niet van toepassing op de jonggehandi **1.** De persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer of recht heeft op arbeidsondersteuning, heeft recht op een tegemoetkoming. -**2.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 177,68. +**2.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 179,81. -**3.** Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. +**3.** Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. **4.** In afwijking van het derde lid kan het bedrag, genoemd in het tweede lid, bij algemene maatregel van bestuur met ingang van een bij die maatregel aan te geven datum worden vervangen door een ander bedrag. @@ -1977,7 +1975,7 @@ b. de op grond van enige wet over de uitkeringen en inkomensvoorzieningen op gro c. het op grond van artikel 3:48, vierde lid, aan 's Rijks kas af te dragen bedrag; d. vervallen; e. de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten; -f. de subsidies, bedoeld in de artikelen 2.29, 3:49 en 8:4, en de kosten in verband met de uitvoering van die artikelen; +f. de subsidies, bedoeld in de artikelen 2:29 en 3:49, en de kosten in verband met de uitvoering van die artikelen; g. de reïntegratie-instrumenten op grond van deze wet; h. de kosten verband houdende met de uitvoering van artikel 30a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, een uitkering ontvangt ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten; i. de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2:52 en 3:10; @@ -2059,9 +2057,7 @@ Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend voor de inwerkingtreding va ### Artikel 8:4 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt tot en met het jaar 2008 jaarlijks aan door Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten die ten doel hebben de arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te bevorderen, een subsidie ter hoogte van een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarbij regels kunnen worden gesteld omtrent de wijze van berekening van dat bedrag. - -**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, aan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen omtrent vermogensvorming, het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt en de vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel. +Vervallen ### Artikel 8:5 @@ -2105,7 +2101,7 @@ Artikel 3:63, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van de wet van **5.** Artikel 2:15, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de jonggehandicapte die een verzoek doet als bedoeld in het tweede lid, voor wat betreft de periode waarin hij recht heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 3. -**6.** Hoofdstuk 4 van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen en de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria zijn niet van toepassing op de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2. +**6.** Hoofdstuk 4 van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen is niet van toepassing op de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2. **7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere bepalingen worden gesteld met betrekking tot de overgang van het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar het recht op arbeidsondersteuning overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid.