diff --git a/wet/drank-en-horecawet/BWBR0002458/README.md b/wet/drank-en-horecawet/BWBR0002458/README.md index e8d5997dc6d..df94f9b42e5 100644 --- a/wet/drank-en-horecawet/BWBR0002458/README.md +++ b/wet/drank-en-horecawet/BWBR0002458/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Drank- en Horecawet bwb_id: BWBR0002458 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2000-11-01' +datum_inwerkingtreding: '2004-07-09' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002458 citeertitel: Drank- en Horecawet --- @@ -48,7 +48,13 @@ Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan ond – zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank; -– bedrijfslichaam: een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 66 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22). +– bedrijfslichaam: een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 66 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22); + +– bijlage: bijlage bedoeld in artikel 44b, eerste lid; + +– overtreding: handeling als omschreven in de bijlage, welke in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 9, tweede lid, 12 tot en met 20, vierde lid, 20, zesde lid, 22, 24, 25 of 29, tweede lid; + +– boete: bestuurlijke sanctie bestaande in de verplichting aan de staat een bepaalde geldsom te betalen. **2.** Onder een inrichting wordt niet verstaan een vervoermiddel voor het rondtrekkend uitoefenen van een bedrijf. @@ -398,8 +404,8 @@ e. de vergunninghouder in het in artikel 30 bedoelde geval geen melding als in d Een vergunning kan voorts worden ingetrokken indien: a. is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, bedoeld in artikel 4 of artikel 23, derde lid; -b. een bij of krachtens de artikelen 2 en 13 tot en met 24 gesteld verbod of bij artikel 29, tweede lid, gesteld gebod wordt overtreden; -c. het reglement bedoeld in artikel 9, eerste lid, niet wordt nageleefd; +b. een bij of krachtens de artikelen 2, 13 tot en met 17, 19 tot en met 21, 22, eerste lid, onder b, tot en met 23, tweede lid, of 24 gesteld verbod of het bij artikel 29, tweede lid, gesteld gebod wordt overtreden; +c. het reglement bedoeld in artikel 9, eerste lid, niet wordt nageleefd, of niet wordt voldaan aan het gebod, bedoeld in artikel 9, tweede lid, dat de dagen en tijdstippen waarop bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt duidelijk zichtbaar in de horecalokaliteit zijn aangegeven; d. er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. **3.** Indien een vergunning op grond van het tweede lid, onder a, is ingetrokken, wordt de bevoegdheid om aan de betrokken rechtspersoon een nieuwe vergunning te verlenen, opgeschort tot een jaar nadat het besluit tot intrekking onherroepelijk is geworden. @@ -481,6 +487,119 @@ Van een besluit als bedoeld in artikel 41 wordt mededeling gedaan door plaatsing Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting. +### Paragraaf 7a. Bestuurlijke boete + +### Artikel 44a + +**1.** Ter zake van de in de bijlage omschreven overtredingen kan Onze Minister een boete opleggen aan de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend. + +**2.** De hoogte van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste € 100 000 bedraagt. + +**3.** + +Overtredingen, met uitzondering van overtreding van artikel 9, tweede lid, of artikel 29, tweede lid, kunnen, in afwijking van het eerste lid, niet met een boete worden afgedaan, indien: + +a. de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft; of +b. de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch voordeel. + +**4.** Onze Minister kan de boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, ingeval het bedrag van de boete op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog moet worden geacht. + +**5.** De werkzaamheden in verband met de uitvoering van het eerste lid worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 44e bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek. + +**6.** + +De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt, indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd: + +a. tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht; +b. door burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen de vergunning in te trekken, overeenkomstig artikel 31, vierde lid. + +**7.** Het recht tot strafvervolging vervalt indien Onze Minister reeds een boete heeft opgelegd. + +### Artikel 44b + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt een bijlage vastgesteld, die bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete bepaalt. + +**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +**3.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie. + +### Artikel 44c + +Degene jegens wie een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. + +### Artikel 44d + +**1.** Indien Onze Minister voornemens is een boete op te leggen, geeft hij de persoon bedoeld in artikel 44a, eerste lid, daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. + +**2.** Onze Minister stelt de persoon in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd. + +**3.** Indien de persoon zijn zienswijze mondeling naar voren wil brengen en de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt Onze Minister op zijn verzoek zorg voor benoeming van een tolk die hem kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. + +### Artikel 44e + +**1.** Indien een krachtens artikel 41 aangewezen ambtenaar vaststelt dat een in de bijlage omschreven overtreding is begaan, maakt hij daarvan een rapport op. + +**2.** + +Het rapport vermeldt in ieder geval: + +a. de overtreding, onder verwijzing naar het desbetreffende wettelijke voorschrift en de omschrijving in de bijlage; +b. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is begaan; +c. de feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is begaan; +d. de verklaring van degene bedoeld in artikel 44c, indien afgelegd. + +**3.** Het rapport wordt toegezonden aan Onze Minister. + +**4.** Een afschrift van het rapport wordt toegezonden of uitgereikt aan de in artikel 44a, eerste lid, bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon. + +**5.** Op verzoek van de persoon, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt Onze Minister er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan die persoon wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. + +### Artikel 44f + +**1.** Onze Minister legt de boete op bij beschikking. + +**2.** + +De beschikking vermeldt in ieder geval: + +a. de hoogte van de boete en de termijn waarbinnen ze moet worden betaald; +b. de overtreding ter zake waarvan zij is gegeven, onder verwijzing naar het desbetreffende wettelijke voorschrift en de omschrijving in de bijlage; +c. de in artikel 44e, tweede lid, onderdelen b en c, bedoelde gegevens. + +**3.** Op verzoek van de persoon, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt Onze Minister er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van de beschikking aan die persoon wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. + +### Artikel 44g + +De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 44f wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. + +### Artikel 44h + +**1.** De bevoegdheid een boete op te leggen vervalt na verloop van twee jaren na de dag waarop de overtreding is begaan. + +**2.** Een beschikking tot oplegging van een boete stuit de in het eerste lid genoemde termijn. + +### Artikel 44i + +**1.** Een boete wordt betaald binnen zes weken na inwerkingtreding van de beschikking waarbij de boete is opgelegd. + +**2.** De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken. + +**3.** Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene aan wie de boete is opgelegd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, te betalen. + +**4.** Bij gebreke van betaling binnen de in het derde lid genoemde termijn kan Onze Minister de verschuldigde boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij dwangbevel invorderen. + +**5.** Het dwangbevel wordt op kosten van degene die de boete verschuldigd is, bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. + +**6.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Staat. + +**7.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding desgevraagd anders beslist. + +**8.** Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de boete ten onrechte of voor een te hoog bedrag is vastgesteld. + +**9.** De bevoegdheid tot invordering vervalt twee jaar nadat de beschikking inzake oplegging van de boete onherroepelijk is geworden. + +**10.** De opbrengst van de boete en de wettelijke rente komt toe aan Onze Minister. + ### Paragraaf 8. Bepaling van strafrechtelijke aard ### Artikel 45