diff --git a/circulaire/leidraad-invordering-1990/BWBR0004800/README.md b/circulaire/leidraad-invordering-1990/BWBR0004800/README.md index bc5bbce52b9..8a1a0f62c76 100644 --- a/circulaire/leidraad-invordering-1990/BWBR0004800/README.md +++ b/circulaire/leidraad-invordering-1990/BWBR0004800/README.md @@ -1928,9 +1928,9 @@ Nadat het netto-besteedbare inkomen is vastgesteld, kunnen de kosten van bestaan Voor echtgenoten die beiden jonger zijn dan 65 jaar is de kwijtscheldingsnorm maximaal 90% van de bijstandsnorm genoemd in artikel 21, onderdeel c, Wwb (de basisbijstandsnorm) en minimaal 90% van die bijstandsnorm verminderd met een korting die wordt gesteld op 20% van de voor echtgenoten geldende hoogste bijstandsnorm. Deze korting is gelijk aan het bedrag van de toeslag genoemd in artikel 25, tweede lid, Wwb. Voor echtgenoten die beiden ouder zijn dan 65 jaar, of waarvan één echtgenoot ouder is dan 65 jaar, geldt een afwijkende kwijtscheldingsnorm (zie hierna). Voor een alleenstaande ouder, jonger dan 65 jaar, is de kwijtscheldingsnorm minimaal 90% van de bijstandsnorm genoemd in artikel 21, onderdeel b, Wwb (de basisbijstandsnorm) en maximaal 90% van die bijstandsnorm verhoogd met de toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, Wwb. Deze toeslag bedraagt 20% van de voor echtgenoten geldende hoogste bijstandsnorm. Voor een alleenstaande ouder die ouder is dan 65 jaar, geldt een afwijkende kwijtscheldingsnorm (zie hierna). Voor een alleenstaande is de kwijtscheldingsnorm minimaal 90% van de bijstandsnorm genoemd in artikel 21, onderdeel a, Wwb (de basisbijstandsnorm) en maximaal 90% van die bijstandsnorm verhoogd met de toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, Wwb. Deze toeslag bedraagt 20% van de voor echtgenoten geldende hoogste bijstandsnorm. De minimum- en maximumkwijtscheldingsnormen per maand voor de verschillende huishoudtypen op basis van de bijstandsnormen zoals die vanaf 1 januari 2005 gelden en de afwijkende kwijtscheldingsnormen voor "ouderen", zijn: -- voor echtgenoten die beiden jonger zijn dan 65 jaar: minimum € 828 en maximum € 1.035; voor echtgenoten die beiden 65 jaar of ouder zijn: € 1.095; voor echtgenoten waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot jonger is dan 65 jaar: € 1095. Als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij die ander een bloedverwant in de eerste graad is. Zie voor de definitie van het begrip gezamenlijke huishouding het derde lid van deze paragraaf; -- voor een alleenstaande ouder die jonger is dan 65 jaar: minimum € 725 en maximum € 932; voor een alleenstaande ouder die 65 jaar of ouder is: € 983. Onder een alleenstaande ouder wordt verstaan: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij die ander een bloedverwant in de eerste graad is; -- voor een alleenstaande die jonger is dan 65 jaar: minimum € 518 en maximum € 725; voor een alleenstaande die 65 jaar of ouder is: € 780. Onder een alleenstaande wordt verstaan: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij die ander een bloedverwant in de eerste graad is. +- voor echtgenoten die beiden jonger zijn dan 65 jaar: minimum € 831 en maximum € 1.039; voor echtgenoten die beiden 65 jaar of ouder zijn: € 1.099; voor echtgenoten waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot jonger is dan 65 jaar: € 1099. Als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij die ander een bloedverwant in de eerste graad is. Zie voor de definitie van het begrip gezamenlijke huishouding het derde lid van deze paragraaf; +- voor een alleenstaande ouder die jonger is dan 65 jaar: minimum € 727 en maximum € 935; voor een alleenstaande ouder die 65 jaar of ouder is: € 986. Onder een alleenstaande ouder wordt verstaan: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij die ander een bloedverwant in de eerste graad is; +- voor een alleenstaande die jonger is dan 65 jaar: minimum € 520 en maximum € 727; voor een alleenstaande die 65 jaar of ouder is: € 783. Onder een alleenstaande wordt verstaan: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij die ander een bloedverwant in de eerste graad is. NB: Onder "kind" wordt verstaan het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind. Onder "kind" wordt verstaan het in Nederland woonachtige kind. @@ -1938,20 +1938,20 @@ Voorbeelden Voorbeeld 1 -X is een alleenstaande jonger dan 65 jaar. Zijn inkomen (nà de gebruikelijke inhoudingen) is € 830. Zijn netto besteedbare inkomen bedraagt, na aftrek woonlasten minus de minimale eigen bijdrage en zijn premie ziektekostenverzekering € 750. De (theoretische) kwijtscheldingsnorm is 90% van het inkomen ad € 830 en bedraagt dus € 747. Dit bedrag is hoger dan de maximum kwijtscheldingsnorm ad € 725. Voor X geldt dus een kwijtscheldingsnorm van € 725. Zijn betalingscapaciteit per maand bedraagt € 750 minus € 725 = € 25 x 80% = € 20. +X is een alleenstaande jonger dan 65 jaar. Zijn inkomen (nà de gebruikelijke inhoudingen) is € 830. Zijn netto besteedbare inkomen bedraagt, na aftrek woonlasten minus de minimale eigen bijdrage en zijn premie ziektekostenverzekering € 750. De (theoretische) kwijtscheldingsnorm is 90% van het inkomen ad € 830 en bedraagt dus € 747. Dit bedrag is hoger dan de maximum kwijtscheldingsnorm ad € 727. Voor X geldt dus een kwijtscheldingsnorm van € 727. Zijn betalingscapaciteit per maand bedraagt € 750 minus € 727 = € 23 x 80% = € 18. Voorbeeld 2 -Y is een alleenstaande ouder, jonger dan 65 jaar. Zijn inkomen is € 820. Zijn netto besteedbaar inkomen bedraagt, na aftrek woonlasten minus de minimale eigen bijdrage en zijn premie ziektekostenverzekering € 720. De kwijtscheldingsnorm is in beginsel 90% van het inkomen ad € 820 en bedraagt dus € 738. Dit bedrag is lager dan de maximum kwijtscheldingsnorm ad € 932 en hoger dan de minimum kwijtscheldingsnorm ad € 725. Voor Y geldt dus een kwijtscheldingsnorm van € 738. Zijn betalingscapaciteit per maand bedraagt € 720 minus € 738 = nihil. +Y is een alleenstaande ouder, jonger dan 65 jaar. Zijn inkomen is € 820. Zijn netto besteedbaar inkomen bedraagt, na aftrek woonlasten minus de minimale eigen bijdrage en zijn premie ziektekostenverzekering € 720. De kwijtscheldingsnorm is in beginsel 90% van het inkomen ad € 820 en bedraagt dus € 738. Dit bedrag is lager dan de maximum kwijtscheldingsnorm ad € 935 en hoger dan de minimum kwijtscheldingsnorm ad € 727. Voor Y geldt dus een kwijtscheldingsnorm van € 738. Zijn betalingscapaciteit per maand bedraagt € 720 minus € 738 = nihil. Voorbeeld 3 -X en Y zijn echtgenoten. X is 20 jaar, Y is 22 jaar. Het inkomen is € 729. Het netto besteedbare inkomen bedraagt, na aftrek woonlasten minus de minimale eigen bijdrage en zijn premie ziektekostenverzekering € 610. De kwijtscheldingsnorm is in beginsel 90% van het inkomen ad € 700 en bedraagt dus € 657. Dit bedrag is lager dan de minimum kwijtscheldingsnorm ad € 830. Voor dit echtpaar geldt dus een kwijtscheldingsnorm van € 828. De betalingscapaciteit per maand bedraagt € 610 minus € 828 = nihil. +X en Y zijn echtgenoten. X is 20 jaar, Y is 22 jaar. Het inkomen is € 729. Het netto besteedbare inkomen bedraagt, na aftrek woonlasten minus de minimale eigen bijdrage en zijn premie ziektekostenverzekering € 610. De kwijtscheldingsnorm is in beginsel 90% van het inkomen ad € 700 en bedraagt dus € 657. Dit bedrag is lager dan de minimum kwijtscheldingsnorm ad € 830. Voor dit echtpaar geldt dus een kwijtscheldingsnorm van € 831. De betalingscapaciteit per maand bedraagt € 610 minus € 831 = nihil. Bij een verblijf in een inrichting in de zin van artikel 1 Wwb is de kwijtscheldingsnorm per maand de eventuele eigen bijdrage voor verzorging dan wel verpleging vermeerderd met -- voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 171; -- voor gehuwden: € 266. +- voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 172; +- voor gehuwden: € 267. Indien één van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de kwijtscheldingsnorm de som van de bijstandsnormen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden. @@ -4452,20 +4452,14 @@ Het door het ministerie gevoerde beleid is er op gericht om slechts in bijzonder Vervallen. -## Bijlage 1a. Beslagvrije voet per 1 januari 2005 +## Bijlage 1a. Beslagvrije voet per 1 mei 2005 *[afbeelding]* - - -Bij een verblijf in een inrichting in de zin van artikel 1 van de ABW bedraagt de beslagvrije voet per maand de eventuele eigen bijdrage voor verzorging dan wel verpleging vermeerderd met: +Bij een verblijf in een inrichting in de zin van artikel 1 van de WWB bedraagt de beslagvrije voet per maand de eventuele eigen bijdrage voor verzorging dan wel verpleging vermeerderd met: Indien één van de gehuwden in een inrichting verblijft, bedraagt de beslagvrije voet de som van 90% van de bijstandsnorm die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden. -^1 > = 21/65 jaar of ouder - -< = jonger dan 21/65 jaar - ## Bijlage 1b. Overzicht normen studiefinanciering Partnertoeslag per maand € 514,07