2006-01-04 | BWBR0007667 | Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-04 12:00:00 +00:00
parent d2a9e03439
commit 9ba1f40d7b

View file

@ -55,7 +55,11 @@ v. Europese richtlijn bouwprodukten: richtlijn nr. 89/106/EEG van de Raad van de
w. CE-markering: CE-markering als bedoeld in artikel 4 van de Europese richtlijn bouwprodukten;
x. bijlagen 1, 2, 3, 4*a* en 4*b*: de bij dit besluit behorende bijlagen 1, 2, 3, 4a en 4b;
y. werkdagen: dagen die niet vallen op zaterdag, zondag, algemeen erkende feestdagen of Goede Vrijdag;
z. algemeen erkende feestdagen: de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en de vijfde mei, alsmede de dagen die op grond van het derde lid van artikel 3 van de Algemene termijnenwet gelijk worden gesteld aan algemeen erkende feestdagen.
z. algemeen erkende feestdagen: de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en de vijfde mei, alsmede de dagen die op grond van het derde lid van artikel 3 van de Algemene termijnenwet gelijk worden gesteld aan algemeen erkende feestdagen;
aa. CROW-rapport 04-08, «Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt»: door het Kennisplatform voor infrastructuur,verkeer, vervoer en openbare ruimte uitgegeven richtlijn inzake het omgaan met vrijkomend asfalt, Voorpublicatie 210, augustus 2004;
bb. E-vliegas: fijn poeder, hoofdzakelijk bestaand uit bolvormige glasachtige deeltjes, dat vrijkomt bij filtering van de rookgasstroom in poederkoolgestookte elektriciteitscentrales;
cc. IPO-interimbeleid «Werken met secundaire grondstoffen»: vooruitlopend op dit besluit door het Inter Provinciaal Overlegorgaan ter uitwerking van artikel 10.47 van de Wet milieubeheer en het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer vastgesteld beleid inzake het toepassen van secundaire grondstoffen van december 1994, zoals gewijzigd in juni 1997;
dd. project: een combinatie van werken die worden uitgevoerd als samenhangend en in tijd en plaats afgebakend geheel.
**2.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt het houden van een bouwstof in een werk geacht niet onderbroken te zijn, wanneer die bouwstof tijdelijk wordt verplaatst of uit het werk wordt weggenomen en die bouwstof na de verplaatsing of het wegnemen, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities opnieuw in dat werk wordt aangebracht.
@ -74,6 +78,8 @@ b. het bepalen of een bouwstof een duurzame vormvastheid heeft, ter bepaling of
**3.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen bouwstoffen worden aangewezen, die, indien die bouwstoffen worden gebruikt op een bij die regeling aangegeven wijze, geacht worden onder normale omstandigheden niet duurzaam vormvast te zijn.
**4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen grote oppervlaktewateren als bedoeld in bijlage 2 worden aangewezen.
### Artikel 3
**1.** Behoudens het tweede, derde en vierde lid, zijn voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen burgemeester en wethouders van de gemeente waar de bouwstoffen worden gebruikt, het bevoegd gezag.
@ -152,6 +158,10 @@ b. die bouwstof op zodanige wijze wordt gebruikt dat één of meer van de immiss
**5.** Voor avi-bodemas die behoort tot de bijzondere, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie, kan bij regeling van Onze Minister worden bepaald dat gedurende een daarbij aan te geven periode het eerste, tweede en derde lid niet van toepassing zijn.
**6.** Voor E-vliegas zijn ten aanzien van de in die bouwstof aanwezige stoffen molybdeen en seleen het eerste, tweede en derde lid niet van toepassing, indien de krachtens artikel 14, vierde lid, voor avi-bodemas bepaalde isolatie-, beheers- en controlemaatregelen zijn getroffen.
**7.** Voor het op of in de bodem gebruiken van E-vliegas in niet-standaard toepassingen is het daarvoor krachtens artikel 14, zesde lid, voor avi-bodemas bepaalde van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 8
Het is verboden op of in de bodem een bouwstof te gebruiken, indien daarbij niet wordt voldaan aan de regels die bij of krachtens deze paragraaf met betrekking tot het gebruiken van die bouwstof zijn gesteld.
@ -237,6 +247,8 @@ Onze Ministers kunnen een model van een formulier vaststellen, dat bij het verst
**10.** Dit artikel is niet van toepassing op het gebruiken van avi-bodemas die behoort tot de bijzondere, krachtens artikel 7, vijfde lid, aangewezen categorie gedurende een krachtens dat artikel aangegeven periode.
**11.** Het vierde lid is niet van toepassing op het op of in de bodem gebruiken van niet-vormgegeven bouwstoffen, indien een door Onze Ministers aangewezen instantie het uitlooggedrag overeenkomstig NEN 7373 heeft trachten te bepalen gedurende een periode van tenminste 28 dagen en daarbij een L/S-waarde is bereikt die kleiner is dan 2. Tot vijf jaar na het tijdstip waarop een niet-vormgegeven bouwstof niet zijnde grond in een werk is aangebracht worden op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens van deze uitloogproef verstrekt.
### Artikel 9a
**1.**
@ -283,7 +295,7 @@ e. indienen van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 14 van d
Indien enig voor een melding benodigd gegeven nog niet bekend is op het tijdstip waarop een aanvraag voor een vergunning wordt ingediend of een melding wordt gedaan als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e, dan wordt dat gegeven aan het bevoegd gezag verstrekt:
a. ten minste twee werkdagen voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van grond die behoort tot de categorie 1-bouwstoffen, of
a. ten minste vijf werkdagen voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van grond die behoort tot de categorie 1-bouwstoffen, of
b. ten minste een maand voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van een andere bouwstof.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing in geval van wijziging van bij een melding verstrekte gegevens.
@ -292,10 +304,10 @@ b. ten minste een maand voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van een a
Indien zich niet één van de gevallen, bedoeld in het tweede lid, voordoet, wordt een melding als bedoeld in het eerste lid, gedaan:
a. ten minste twee werkdagen voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van grond die behoort tot de categorie 1-bouwstoffen, of
a. ten minste vijf werkdagen voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van grond die behoort tot de categorie 1-bouwstoffen, of
b. ten minste een maand voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van een andere bouwstof.
**6.** Indien bij een voorgenomen gebruik van een bouwstof, niet zijnde grond die behoort tot de categorie 1-bouwstoffen, de in bijlage 3, onder punt 4, genoemde gegevens nog niet bekend zijn op het tijdstip waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, dient te worden gedaan, worden deze gegevens, zo nodig in afwijking van het tweede, derde of vijfde lid, uiterlijk twee werkdagen voor het gebruik van de desbetreffende bouwstof aan het bevoegd gezag verstrekt.
**6.** Indien bij een voorgenomen gebruik van een bouwstof, niet zijnde grond die behoort tot de categorie 1-bouwstoffen, de in bijlage 3, onder punt 4, genoemde gegevens nog niet bekend zijn op het tijdstip waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, dient te worden gedaan, worden deze gegevens, zo nodig in afwijking van het tweede, derde of vijfde lid, uiterlijk vijf werkdagen voor het gebruik van de desbetreffende bouwstof aan het bevoegd gezag verstrekt.
**7.** Bij een melding als bedoeld in het eerste lid, worden de in bijlage 3 genoemde gegevens verstrekt. Voor zover deze gegevens reeds in het kader van een aanvraag voor een vergunning of in het kader van een melding als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met *e*, worden verstrekt, behoeven deze niet meer bij de melding te worden verstrekt. De melding wordt gedaan op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister.
@ -303,6 +315,12 @@ b. ten minste een maand voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van een a
**9.** Dit artikel is niet van toepassing op het gebruiken van een categorie 1-bouwstof, niet zijnde grond.
**10.** Indien bij een voorgenomen gebruik van een bouwstof sprake is van verschillende partijen kunnen met uitzondering van de eerste partij de in bijlage 3, onder punt 4, genoemde gegevens zo nodig in afwijking van het derde lid, onderdeel a, vijfde lid, onderdeel a, en zesde lid uiterlijk twee werkdagen voor het gebruik van de desbetreffende bouwstof aan het bevoegd gezag worden verstrekt.
**11.** In afwijking van het zevende lid worden bij een melding als bedoeld in het eerste lid van het gebruik van een niet-vormgegeven bouwstof zijnde grond als bedoeld in artikel 9, elfde lid, in plaats van de in bijlage 3, onder punt 4, genoemde gegevens met betrekking tot de immissie in de bodem, de gegevens als bedoeld in artikel 9, elfde lid, verstrekt.
**12.** In afwijking van het zevende lid worden bij een melding als bedoeld in het eerste lid van het opnieuw binnen een project gebruiken van categorie 1-bouwstoffen zijnde grond als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, onderdeel d, in plaats van de in bijlage 3, onder punt 4, genoemde gegevens, de gegevens als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, onderdeel d, onder 1° en 2° verstrekt.
### Artikel 12
**1.** Grond die behoort tot de categorie 1-bouwstoffen, wordt op of in de bodem slechts gebruikt in een zodanige hoeveelheid dat is gewaarborgd dat de gebruiker van die grond kan voldoen aan artikel 10. Die hoeveelheid is ten minste 50 m^3 aaneensluitend in een werk.
@ -313,7 +331,7 @@ b. ten minste een maand voor het gebruiken bij een voorgenomen gebruik van een a
**1.** Een bouwstof, niet zijnde een categorie 1-bouwstof, wordt op of in de bodem slechts gebruikt in hoeveelheden van ten minste 10 000 ton aaneensluitend in een werk.
**2.** In afwijking van het eerste lid is het gebruiken van een categorie 2-bouwstof of een bouwstof met teerhoudend asfaltgranulaat in funderingen van een wegenbouwkundig werk toegestaan in hoeveelheden van ten minste 1 000 ton aaneensluitend.
**2.** In afwijking van het eerste lid is het gebruiken van een categorie 2-bouwstof in funderingen van een wegenbouwkundig werk toegestaan in hoeveelheden van ten minste 1 000 ton aaneensluitend.
### Artikel 14
@ -372,13 +390,15 @@ d. de handelingen die de rechthebbenden in het belang van het onderzoek moeten n
**1.** De bij of krachtens artikel 1, eerste, derde of vierde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren gestelde verboden gelden niet voor het in oppervlaktewater gebruiken van schone grond.
**2.** Degene die voornemens is schone grond te gebruiken in oppervlaktewater, meldt dit voornemen aan het bevoegd gezag uiterlijk twee werkdagen voor het gebruiken.
**2.** Degene die voornemens is schone grond te gebruiken in oppervlaktewater, meldt dit voornemen aan het bevoegd gezag uiterlijk vijf werkdagen voor het gebruiken.
**3.** Bij een melding als bedoeld in het tweede lid, worden de in bijlage 4*a* genoemde gegevens verstrekt.
**3.** Bij een melding als bedoeld in het tweede lid, worden de in bijlage 4a genoemde gegevens verstrekt.
### Artikel 19
Ten aanzien van het in oppervlaktewater gebruiken van schone grond zijn de regels, gesteld bij of krachtens artikel 5 van overeenkomstige toepassing.
**1.** Ten aanzien van het in oppervlaktewater gebruiken van schone grond zijn de regels, gesteld bij of krachtens artikel 5 van overeenkomstige toepassing.
**2.** Tenzij op grond van kennis of visuele waarneming niet kan of redelijkerwijs niet zou kunnen worden aangenomen dat die grond voldoet aan de samenstellingswaarden, zoals aangegeven in bijlage 1, is het eerste lid niet van toepassing op het bij de uitvoering van zandsuppleties op het strand of de onderwaterbodem van de Noordzee, de Waddenzee, of de Westerschelde gebruiken van grond afkomstig uit die wateren.
### Paragraaf 3. Het gebruiken van andere bouwstoffen dan schone grond in oppervlaktewater
@ -392,11 +412,17 @@ Ten aanzien van het in oppervlaktewater gebruiken van schone grond zijn de regel
**1.** De bij of krachtens artikel 1, eerste, derde of vierde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren gestelde verboden gelden niet voor het in oppervlaktewater gebruiken van categorie 1-bouwstoffen.
**2.** Degene die voornemens is een categorie 1-bouwstof te gebruiken in oppervlaktewater, meldt dit voornemen aan het bevoegd gezag uiterlijk twee werkdagen voor het gebruiken.
**2.** Degene die voornemens is een categorie 1-bouwstof te gebruiken in oppervlaktewater, meldt dit voornemen aan het bevoegd gezag uiterlijk vijf werkdagen voor het gebruiken.
**3.** Bij een melding als bedoeld in het tweede lid, worden de in bijlage 4*b* genoemde gegevens verstrekt.
**3.** Bij een melding als bedoeld in het tweede lid, worden de in bijlage 4b genoemde gegevens verstrekt.
**4.** Ten aanzien van het in oppervlaktewater gebruiken van een categorie 1-bouwstof zijn de regels, gesteld bij of krachtens artikel 7, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
**4.** Indien bij een voorgenomen gebruik van een categorie1-bouwstof sprake is van verschillende partijen kunnen met uitzondering van de eerste partij de in bijlage 4b, onder punt 3, genoemde gegevens zo nodig in afwijking van het tweede lid uiterlijk twee werkdagen voor het gebruik van de desbetreffende bouwstof aan het bevoegd gezag worden verstrekt.
**5.** In afwijking van het derde lid worden bij een melding als bedoeld in het tweede lid van het gebruiken van een niet-vormgegeven bouwstof als bedoeld in artikel 22, zevende lid, in plaats van de in bijlage 4b, onder punt 3, genoemde gegevens met betrekking tot de immissie in oppervlaktewater, de gegevens als bedoeld in artikel 22, zevende lid, verstrekt.
**6.** In afwijking van het derde lid worden bij een melding als bedoeld in het tweede lid van het opnieuw asfalt gebruiken als bedoeld in artikel 22a, eerste lid, onder c of het opnieuw binnen een project gebruiken van categorie 1-bouwstoffen als bedoeld in artikel 22a, eerste lid, onder deel d, in plaats van de in bijlage 4b, onder punt 3 genoemde gegevens, de gegevens als bedoeld in artikel 22a, eerste lid, onderdeel c respectievelijk d, onder 1° en 2° verstrekt.
**7.** Ten aanzien van het in oppervlaktewater gebruiken van een categorie 1-bouwstof zijn de regels, gesteld bij of krachtens artikel 7, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 22
@ -412,12 +438,7 @@ Ten aanzien van het in oppervlaktewater gebruiken van schone grond zijn de regel
**6.** Degene die een categorie 1-bouwstof gebruikt en beschikt over een voor de desbetreffende bouwstof afgegeven, door Onze Ministers erkende kwaliteitsverklaring voldoet aan de bij of krachtens het eerste tot en met het vijfde lid gestelde regels.
**7.**
Tot vijf jaar na het tijdstip waarop een categorie 1-bouwstof die geen grond is, in een werk is aangebracht, verstrekt degene die de bouwstof gebruikt, op verzoek van het bevoegd gezag:
a. gegevens met betrekking tot de samenstelling van die bouwstof en van de immissie in de bodem als gevolg van emissie uit die bouwstof in het oppervlaktewater, verkregen door bepaling van die samenstelling en immissie overeenkomstig het bepaalde in het tweede onderscheidenlijk vijfde lid, dan wel
b. een voor die bouwstof afgegeven kwaliteitsverklaring als bedoeld in het zesde lid.
**7.** Het vierde lid is niet van toepassing op het in oppervlaktewater gebruiken van niet-vormgegeven bouwstoffen, indien een door Onze Ministers aangewezen instantie het uitlooggedrag conform NEN 7373 heeft trachten te bepalen gedurende een periode van tenminste 28 dagen en daarbij een L/S-waarde is bereikt die kleiner is dan 2.
### Artikel 22a
@ -497,12 +518,58 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998 danwel met ingang va
Dit besluit wordt aangehaald als: Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming.
## Bijlage 1. Behorende bij de artikelen 1, eerste lid, onder H, en 6, tweede lid, van het bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
## Bijlage 1
## Bijlage 2. Behorende bij de artikelen 1, eerste lid, onder j, k en l, 7, 9 en 22 van het bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
Bijlage 1 behorende bij de artikelen:
van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
# Voor de omrekening van de samenstellingswaarden van de standaardgrond naar de samenstellingswaarde voor de te beoordelen grond gelden de volgende formules:
**Voor zware metalen: Voor organische stoffen:**
*[afbeelding]*
## Bijlage 2
Bijlage 2 behorende bij de artikelen:
van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
A. Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
B. Voor de toepassing van deze bijlage wordt, voor het op of in de bodem gebruiken van bouwstoffen, onder beschermde gebieden verstaan:
C. Voor de toepassing van deze bijlage wordt, voor het in oppervlaktewater gebruiken van bouwstoffen, verstaan onder:
D. Samenstellings- en immissiewaarden voor bouwstoffen, niet zijnde schone grond
Voetnoten:
^(1) In de kolom «situatie» worden de situaties «Regulier» en «Afwijkend» onderscheiden. Aanleiding hiervoor zijn de adviezen van de TCB, alsmede het RIZA geweest. Op grond daarvan zijn de verruimingen van de samenstellings- of immissiewaarden die via Wijziging 2005 in het Besluit zijn doorgevoerd, geheel, dan wel gedeeltelijk niet van toepassing op de onder B van deze bijlage bedoelde beschermde gebieden, alsmede kleine oppervlaktewateren of oppervlaktewateren met de functie drinkwater. In hoofdstuk 6 van de Nota van Toelichting is aan de hand van overzichten gespecificeerd welke verruimingen niet voor de beschermde gebieden en genoemde oppervlaktewateren gelden. Hiervoor gelden voor de desbetreffende stof samenstellings- en immissiewaarden die zijn opgenomen onder de situatie «Regulier». Met «Regulier» wordt aangegeven welke samenstellings- of immissiewaarden voor de desbetreffende stof normaal gesproken gelden voor het (genoemde) gebruik van genoemde bouwstoffen. Onder «Afwijkend» in dezelfde kolom valt het (genoemde) gebruik van genoemde bouwstoffen, waarvoor ruimere samenstellings- of immissiewaarden gelden. Voor zover deze ruimere samenstellings- en immissiewaarden niet van toepassing zijn, is voor beschermde gebieden of de hierboven genoemde oppervlaktewateren, dit expliciet tot uitdrukking gebracht door aan te geven dat het afwijkende regime daarvoor niet geldt.
^(2) Voor de omrekening van de samenstellingswaarden van de standaardgrond naar de te beoordelen grond gelden de formules in bijlage 1.
^(3) Voor thermisch gereinigde grond behoeft geen correctie te worden uitgevoerd voor lutumgehaltes kleiner dan 10%.
^(4) Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl_2).
^(5) Voor grond behoeft geen correctie te worden uitgevoerd voor minder dan 10% organische stof.
^(6) Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien in grond enigerlei vorm van minerale olie verontreiniging wordt aangetoond, dan dient naast het minerale olie-gehalte ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden.
^(7) Onder correctie wordt verstaan het omrekenen van de samenstellingswaarde van de standaardgrond, zoals die is opgenomen in deze bijlage, naar de te beoordelen grond op basis van het percentage organische stof en/of lutum conform de methodiek die is opgenomen in bijlage 1.
^(8) De bepaling van EOX dient gezien te worden als een trigger voor de eventuele aanwezigheid van gehalogeneerde verbindingen. Bij overschrijding van de samenstellingswaarde voor EOX uit deze bijlage dient verder gezocht te worden naar de aanwezigheid van gehalogeneerde verbindingen. Indien deze niet voorkomen in gehaltes boven de desbetreffende samenstellingswaarden uit deze bijlage, geldt voor EOX geen samenstellingswaarde. De waarde voor EOX kent geen bodemtypecorrectie.
^(9) Secundair bitumengranulaat dient zodanig te worden toegepast dat in de eindtoepassing een functionele constructie van samenhangend bitumengranulaat ontstaat.
* De samenstellingswaarden voor antimoon, seleen en vanadium worden overeenkomstig de volgende methoden bepaald door een laboratorium dat voor de desbetreffende stof is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie op grond van NEN-EN-ISO / IEC 17025, uitgave 2000 voor de in de onderstaande tabel opgenomen NEN-normen voor de matrix bodem:
**: vereiste aantoonbaarheidsgrens, zijnde de laagste concentratie van de component in het monster waarvan de aanwezigheid met een betrouwbaarheid van 99% kan worden vastgesteld.
## Bijlage 3. Behorende bij artikel 11, zevende lid, van het bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
## Bijlage 4A. Behorende bij artikel 18, derde lid, van het bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
## Bijlage 4B. Behorende bij artikel 21, derde lid van het bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
## Bijlage 4B. Behorende bij