diff --git a/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md b/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md index 4c8b53a3c33..3368ec78ef1 100644 --- a/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md +++ b/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten bwb_id: BWBR0032230 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2014-12-15' +datum_inwerkingtreding: '2015-02-19' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032230 citeertitel: Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten --- @@ -27,7 +27,8 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: - *verordening (EU) nr. 345/2013 (Europese durfkapitaalfondsen):* verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PbEU 2013, L 115); - *verordening (EU) nr. 346/2013 (Europese sociaalondernemerschapsfondsen):* verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PbEU 2013, L 115); - *verordening (EU) nr. 575/2013 (Kapitaalvereisten):* verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176); -- *verordening (EU) nr. 806/2014 (gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme):* verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PbEU 2014, L 225). +- *verordening (EU) nr. 806/2014 (gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme):* verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PbEU 2014, L 225); +- *verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen):* verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257). ### Artikel 2 @@ -53,15 +54,36 @@ i. voor verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR): 2°. ten aanzien van de artikelen 4, 9, 11, 12, voor zover de financiële tegenpartij geen bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is, alsmede ten aanzien van de artikelen 5 tot en met 8, 10, 36 tot en met 39, 57, 59, 61 tot en met 63, 68 en 71 tot en met 74: de Autoriteit Financiële Markten; j. voor verordening (EU) nr. 345/2013 (Europese durfkapitaalfondsen): de Autoriteit Financiële Markten; k. voor verordening (EU) nr. 346/2013 (Europese sociaalondernemerschapsfondsen): de Autoriteit Financiële Markten; -l. voor verordening (EU) nr. 575/2013 (Kapitaalvereisten): de Nederlandsche Bank. +l. voor verordening (EU) nr. 575/2013 (Kapitaalvereisten): de Nederlandsche Bank; +m. voor verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstelllingen): + +1°. ten aanzien van de artikelen 9, voor zover het een bank betreft, 39 tot en met 47, 54 tot en met 57 en 59 en 60: de Nederlandsche Bank; +2°. ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 7, 9, voor zover het een andere onderneming dan een bank betreft, 16 tot en met 20, 23, 26 tot en met 38 en 48 tot en met 53: de Autoriteit Financiële Markten. ### Artikel 2a -**1.** Indien de Nederlandsche Bank in het kader van een in de artikelen 14, 15 en 17 van verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR) bedoelde aanvraag, of artikel 3:28a van de wet, voor zover betrekking hebbend op de artikelen 26 tot en met 35 en 51 tot en met 54 van die verordening, dient te beoordelen of wordt voldaan aan het bij of krachtens het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen bepaalde vraagt zij, alvorens te beslissen op die aanvraag, daarover advies aan de Autoriteit Financiële Markten. De Autoriteit Financiële Markten brengt het advies schriftelijk uit binnen zes weken na het verzoek. +**1.** -**2.** De Nederlandsche Bank volgt het advies, bedoeld in het eerste lid, tenzij zwaarwegende redenen betreffende de soliditeit van de aanvrager of de stabiliteit van het financiële stelsel naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aanleiding tot afwijking geven. Indien de Nederlandsche Bank overweegt af te wijken, stelt zij de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid om haar advies mondeling toe te lichten. De Nederlandsche Bank motiveert een afwijking schriftelijk. +De Nederlandsche Bank vraagt advies aan de Autoriteit Financiële Markten voordat zij: -**3.** Het advies, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van het besluit ten aanzien van de vergunning of de instemming. +a. beslist op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 14, 15 en 17 van verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR), of in het kader van artikel 3:28a van de wet, voor zover betrekking hebbend op de artikelen 26 tot en met 35 en 51 tot en met 54 van die verordening, indien in dat kader dient te worden beoordeeld of wordt voldaan aan het bij of krachtens het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen bepaalde; of +b. een vergunning intrekt op grond van artikel 20 van verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR). + +**2.** De Autoriteit Financiële Markten brengt het advies schriftelijk uit binnen zes weken na het verzoek. + +**3.** De Nederlandsche Bank volgt het advies, bedoeld in het eerste lid, tenzij zwaarwegende redenen betreffende de soliditeit van de aanvrager of de stabiliteit van het financiële stelsel naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aanleiding tot afwijking geven. Indien de Nederlandsche Bank overweegt af te wijken, stelt zij de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid om haar advies mondeling toe te lichten. De Nederlandsche Bank motiveert een afwijking schriftelijk. + +**4.** Het advies, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van het besluit ten aanzien van de vergunning, instemming of intrekking. + +### Artikel 2b + +**1.** Indien de Autoriteit Financiële Markten voornemens is een vergunning te verlenen als bedoeld in de artikelen 16 of 19 van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen), een vergunning in te trekken op grond van artikel 20 van die verordening of op grond van artikel 1:79 of 1:80 van de wet een besluit te nemen ter zake van overtreding van de artikelen 26 tot en met 31 en 48 tot en met 53 van die verordening, stelt zij de Nederlandsche Bank van het voorgenomen besluit in kennis. + +**2.** Indien de Nederlandsche Bank naar aanleiding van een inkennisstelling als bedoeld in het eerste lid, oordeelt dat zwaarwegende redenen betreffende de soliditeit van de betrokken onderneming of de stabiliteit van het financiële stelsel daar aanleiding toe geven, kan zij een bindende aanbeveling doen aan de Autoriteit Financiële Markten omtrent een besluit als bedoeld in het eerste lid. + +**3.** Een bindende aanbeveling als bedoeld in het tweede lid is met redenen omkleed en wordt binnen zes weken na de inkennisstelling, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk ingediend. + +**4.** De Autoriteit Financiële Markten geeft uitvoering aan de bindende aanbeveling, bedoeld in het tweede lid. Indien de Autoriteit Financiële Markten uitvoering geeft aan de aanbeveling door een besluit te nemen, maakt de aanbeveling deel uit van het te nemen besluit. ### Artikel 3