2025-01-01 | BWBR0050406 | Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 9e3246a7ca
commit 9bf1fa304b

View file

@ -0,0 +1,419 @@
---
titel: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd
bwb_id: BWBR0050406
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2025-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0050406
citeertitel: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd
---
# Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- *aanvraagtijdvak:* een door de Minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
- *activiteit:* een activiteit als bedoeld in artikel 2.2;
- *brancheorganisatie:* een organisatie die de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde branche behoren;
- *brutoloon:* bruto jaarsalaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief overige vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;
- *deelnemende organisaties:* organisaties bij welke de activiteiten worden uitgevoerd met een minimum van vijftig werknemers per organisatie, waarbij eventuele verschillende vestigingen onderdeel zijn van de deelnemende organisatie en geen aparte deelnemende organisaties;
- *deeltijdwerknemer:* een werknemer van wie de werktijd korter is dan een arbeidsduur welke gemiddeld vijfendertig werkuren per week omvat;
- *hoofdaanvrager:* een organisatie als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid;
- *interventiepartner:* een organisatie, niet zijnde de kennisinstelling, met personeel die deelneemt aan het samenwerkingsverband en de activiteiten uitvoert binnen de deelnemende organisaties, volgens de door de kennisinstelling voorgeschreven wetenschappelijk methode;
- *Kaderregeling subsidies:*
Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- *kennisinstelling:* Universiteit Utrecht;
- *Minister:* Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- *O&O-fonds:* een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt en die:
a. is opgericht bij een bij de Minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties; of
c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;
- *samenwerkingsverband:* een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid;
- *sector kinderopvang: * de sectoren met sbi-code 88.91 en 88.99;
- *sector onderwijs:* de sectoren met sbi-codes 85.2 en 85.3;
- *sector zorg en welzijn:* de sectoren met sbi-codes 86, 87 en 88.1;
- *subsidieontvanger:* het samenwerkingsverband waaraan subsidie is verleend op grond van deze regeling;
- *voltijdwerknemer:* een werknemer van wie de werktijd gelijk is aan dan wel langer is dan een arbeidsduur welke gemiddeld vijfendertig werkuren per week omvat;
- *werkgeversorganisatie:* een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werkgevers beoogt;
- *werknemer:* een werknemer in dienst van een deelnemende organisatie;
- *werknemersorganisatie:* een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werknemers beoogt.
### Artikel 1.2
**1.** Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling is de Kaderregeling subsidies van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.1 en 7.1.
**2.** De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
## Hoofdstuk 2. Onderzoeksactiviteiten
### Artikel 2.1
Het doel van deze regeling is dat samenwerkingsverbanden worden gestimuleerd tot het uitvoeren van activiteiten in het kader van wetenschappelijk onderzoek, in alle sectoren van de arbeidsmarkt en in het bijzonder in de sectoren zorg en welzijn, onderwijs en kinderopvang, gericht op:
a. het wegnemen van drempels bij uitbreiding van het aantal te werken uren voor deeltijdwerknemers;
b. contractuitbreiding en cultuurverandering in de maatschappij, inclusief concrete handvatten hoe deze in de praktijk kunnen worden gebracht; en
c. het bevorderen van een maatschappelijke beweging en kennisontwikkeling gericht op het stimuleren van meer uren werken.
### Artikel 2.2
**1.**
De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten die passen bij het doel van deze regeling en bedoeld zijn voor deeltijdwerknemers in de sectoren zorg en welzijn, onderwijs en kinderopvang:
a. de activiteit genaamd alternatieve roostersessies, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt wat op maat gemaakte alternatieve roostering betekent;
b. de activiteit genaamd herstructureren van taken, waarbij een andere verdeling van werkzaamheden wordt uitgeprobeerd;
c. de activiteit genaamd het goede gesprek, waarin leidinggevende en werknemers wordt geleerd hoe zij gesprekken over contractuitbreiding op een goede manier kunnen voeren;
d. de activiteit genaamd combinatiebanen, waarbij met de werknemer wordt onderzocht hoe het huidige werk met andere functies, rollen of taken kan worden gecombineerd om zo meer uren te kunnen werken;
e. de activiteit genaamd mantelzorgvriendelijke organisaties, waarbij binnen organisaties informatie wordt verspreid over regelingen en mogelijkheden in het kader van mantelzorg.
**2.**
De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten die passen bij het doel van deze regeling en bedoeld zijn voor voltijd- en deeltijdwerknemers in alle sectoren op de arbeidsmarkt:
a. de activiteit genaamd oudervriendelijke organisaties, voor het stimuleren van een oudervriendelijke organisatie, waarbij gendernormen worden geadresseerd binnen organisaties;
b. de activiteit genaamd financiële inzichten, inhoudende het wegnemen van misverstanden rond marginale druk, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt wat voor de werknemer de financiële gevolgen zijn van meer of minder werken.
**3.** De activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden in samenwerking met de kennisinstelling uitgevoerd conform de vereisten van het activiteitenplan en de door de hoofdaanvrager namens het samenwerkingsverband te ondertekenen samenwerkingsovereenkomst met de kennisinstelling die zijn opgenomen als bijlagen I en II bij deze regeling.
**4.** Voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, geldt als voorwaarde dat per aanvraag tien deelnemende organisaties uit dezelfde sector en minimaal 13 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen aan de activiteit en minimaal 12 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen als controlegroep.
**5.** Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt als voorwaarde dat per aanvraag tien deelnemende organisaties en minimaal 13 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen aan de activiteit en minimaal 12 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen als controlegroep.
**6.** Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt als voorwaarde dat per aanvraag twintig deelnemende organisaties en minimaal 13 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen aan de activiteit en minimaal 12 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen als controlegroep.
### Artikel 2.3
**1.**
Voor de subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
a. directe loonkosten van de werknemers die zich in de organisatie van een van de partijen in het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van de activiteit, op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend tarief op basis van het brutoloon van die personen vermeerderd met een opslag van 32% naar rato van de individuele gerealiseerde uren en uitgaande van 1.565 werkbare uren op jaarbasis bij een 40-urig voltijds dienstverband. Bij een afwijkend voltijds dienstverband kunnen de werkbare uren naar rato worden bijgesteld;
b. externe kosten voor de bestede uren aan HR-ondersteuning voor de activiteit, gemaakt door een deelnemende organisatie;
c. een toeslag van 15% op de kosten, bedoeld in onderdeel a, ter subsidiëring van overige gemaakte kosten;
d. een forfaitair bedrag ter dekking van de kosten van een controleverklaring ter hoogte van € 7.500, indien deze verplicht is op grond van artikel 2.14, derde lid, onderdeel b.
**2.** De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van de activiteit zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering van de activiteit zijn toe te rekenen.
**3.**
Voor externe opdrachten wordt de marktconformiteit van de kosten bepaald door:
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de hoofdaanvrager, indien de opdrachtwaarde onder de nationale aanbestedingsdrempel blijft en de in het project opgenomen kosten meer bedragen dan € 50.000; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
**4.**
Activiteiten zijn uitsluitend subsidiabel op basis van directe loonkosten, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien deze zijn uitgevoerd door:
a. de hoofdaanvrager, een begunstigde of een partij in het samenwerkingsverband;
b. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de hoofdaanvrager, in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband of een begunstigde;
c. een organisatie waarin één of meer van dezelfde partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook:
1°. in het bestuur van de hoofdaanvrager zijn vertegenwoordigd;
2°. in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband zijn vertegenwoordigd; of
3°. in het bestuur van een begunstigde zijn vertegenwoordigd;
d. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, en die persoon ook werkzaam is voor:
1°. de hoofdaanvrager;
2°. een partij uit het samenwerkingsverband; of
3°. een begunstigde;
e. een organisatie waarin de hoofdaanvrager, een partij uit het samenwerkingsverband, of een begunstigde, direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; of
f. een organisatie waarin zich een belangenconflict voordoet of kan voordoen als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor of andere persoon die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar is of in gevaar kan worden gebracht.
### Artikel 2.4
Niet voor subsidie komen in aanmerking:
a. onredelijk en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van de activiteit of een onderdeel daarvan;
b. kosten van de activiteit die niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is;
c. kosten gemaakt buiten de in de verleningsbeschikking genoemde projectperiode;
d. kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege;
e. opleidings- en scholingskosten;
f. kosten voor verbruiksgoederen;
g. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werknemers voor niet-werkbare uren als gevolg van deelname aan een subsidiabele activiteit;
h. externe kosten waarvoor geen factuur en betaalbewijs kan worden overgelegd; of
i. in rekening gebrachte en betaalde omzetbelasting die door de betreffende organisatie verrekend dan wel teruggevorderd kan worden.
### Artikel 2.5
**1.** De Minister stelt in het kalenderjaar 2025 in totaal een bedrag beschikbaar van € 6.600.000, waarvan € 1.050.000 beschikbaar is voor ieder van de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, en € 300.000 beschikbaar is voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b.
**2.** Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, bedraagt het subsidiebedrag ten minste € 25.000 en ten hoogste € 350.000 per aanvraag, waarvan maximaal € 100.000 voor de kosten van HR-ondersteuning.
**3.** Voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b, bedraagt het subsidiebedrag ten minste € 25.000 en ten hoogste € 75.000 per aanvraag.
**4.** Voor iedere activiteit wordt een aparte aanvraag ingediend.
**5.** Per sector wordt maximaal één aanvraag per activiteit, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a tot en met e, toegewezen.
**6.** In afwijking van het vijfde lid, kan per sector meer dan één aanvraag per activiteit worden toegewezen, indien het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede en derde lid, voor een activiteit niet volledig wordt benut. Het resterende bedrag wordt in die gevallen aangewend voor de eerstvolgende volledige aanvraag voor een activiteit in een andere sector.
### Artikel 2.6
Het aanvraagtijdvak loopt van maandag 13 januari 2025 9:00 uur tot en met vrijdag 14 februari 2025 17:00 uur.
### Artikel 2.7
**1.** De activiteiten starten uiterlijk drie maanden na de datum van de subsidieverlening, met uitzondering van de activiteiten in de sector onderwijs. Deze starten uiterlijk in de maand februari volgend op de datum van de subsidieverlening.
**2.** De hoofdaanvrager meldt de startdatum van een activiteit binnen twee dagen na aanvang van de activiteit aan de Minister.
**3.** De activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel c en e, en tweede lid, onderdeel b, hebben een looptijd van minimaal zeventien weken en maximaal 52 weken, gerekend vanaf de startdatum van de activiteit.
**4.** De activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a, b en d, en tweede lid, onderdeel a, hebben een looptijd van minimaal 26 weken en maximaal 52 weken, gerekend vanaf de startdatum van de activiteit.
### Artikel 2.8
**1.**
De subsidieaanvraag wordt ingediend door middel van een elektronisch aanvraagformulier ondertekend door een daartoe bevoegd functionaris van de hoofdaanvrager. Onderdeel van de aanvraag is in ieder geval:
a. een activiteitenplan dat, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies, voldoet aan de eisen die worden gesteld in bijlage I bij deze regeling;
b. het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
c. een beschrijving waarom de subsidie in de gevraagde omvang noodzakelijk is voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd;
d. de verwachte startdatum van de activiteit, de verwachte einddatum van de activiteit en een planning van de te ondernemen stappen ten aanzien van de activiteit zoals in het activiteitenplan verwoord;
e. een onderbouwde begroting van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met een financieringsplan waaruit blijkt hoe de activiteiten gefinancierd worden en hoe de verdeling van de kosten en van de subsidie, waaronder de in artikel 2.3, eerste lid, onder c, bedoelde toeslag, tussen partijen in het samenwerkingsverband onderling en de deelnemende organisaties is.
**2.** De subsidieaanvraag gaat vergezeld met de samenwerkingsovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 2.2, derde lid, en 2.10, derde lid.
**3.** Voor zover het samenwerkingsverband naast de activiteit waarvoor op grond van deze regeling subsidie is aangevraagd een of meer activiteiten als bedoeld in deze regeling beoogt uit te voeren op basis van een andere subsidie of daarvoor een andere financiële bijdrage heeft gevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van het aangevraagde bedrag en de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
**4.** Door het indienen van een aanvraag stemt het samenwerkingsverband ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar kan worden gemaakt.
### Artikel 2.9
De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.
### Artikel 2.10
**1.** Een samenwerkingsverband bestaat in elk geval uit enerzijds een of meer werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, O&O-fondsen of brancheorganisaties en anderzijds een interventiepartner.
**2.** De partijen in het samenwerkingsverband bestaan ten tijde van de subsidieaanvraag ten minste twee jaar. Hiervan wordt afgeweken indien de partij in het samenwerkingsverband een onderwijsregio betreft.
**3.** De samenwerking in een samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een door alle partijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model, waarin een hoofdaanvrager wordt aangewezen, die wordt gemachtigd het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot deze regeling.
**4.** De hoofdaanvrager is een werkgeversorganisatie, een werknemersorganisatie, een O&O-fonds, dan wel een brancheorganisatie die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband.
**5.** Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband.
### Artikel 2.11
**1.** De Minister besluit binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.6, op de in dat tijdvak ingediende subsidieaanvragen.
**2.** De subsidie wordt verleend aan de hoofdaanvrager.
**3.** Aan de subsidieverlening kunnen nadere verplichtingen worden gesteld.
**4.** Bij de subsidieverlening wordt een eerste voorschot van 20% van het subsidiebedrag verleend.
**5.** Na 16 weken na ontvangst van het eerste voorschot wordt een tweede voorschot van 40% van het subsidiebedrag verleend.
### Artikel 2.12
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wijst de Minister een aanvraag tot verlening van subsidie geheel of gedeeltelijk af, indien:
a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
b. de subsidieaanvraag niet binnen het aanvraagtijdvak is ingediend;
c. een activiteit niet uitvoerbaar is wegens strijd met wet- en regelgeving;
d. de subsidiabele kosten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen prestaties en de daarvan te verwachten resultaten;
e. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, in een aanvraagtijdvak wordt overschreden;
f. dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van deze of een andere regeling worden gefinancierd.
### Artikel 2.13
**1.**
Voor de hoofdaanvrager geldt dat deze:
a. indien de subsidie tussen de € 25.000 tot € 125.000 bedraagt: een inzichtelijke en controleerbare administratie bijhoudt met betrekking tot de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is verleend en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten;
b. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt: binnen drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke mededeling overlegt, waarin de toepassing en naleving van de administratievoorschriften door de controlerend accountant wordt bevestigd.
**2.** De administratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde activiteiten.
**3.**
De administratie geeft inzicht in de gemaakte subsidiabele kosten en uitgaven die aan een activiteit worden toegerekend. De administratie bevat in ieder geval:
a. voor externe kosten: de opdrachtbevestiging, facturen, betaalbewijzen en, indien van toepassing, de offertes;
b. voor directe loonkosten: een onderbouwing van bestede uren en de berekeningen van uurtarieven; en
c. voor zowel externe kosten als directe loonkosten: de gerealiseerde prestaties.
**4.** De administratie bevat een bijlage met een overzicht van alle partijen in het samenwerkingsverband en van de deelnemende organisaties aan de activiteit, voorzien van de door de Kamer van Koophandel toegekende unieke nummers aan een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007.
**5.** De volledige administratie is te allen tijde voor controle beschikbaar op één voor de hoofdaanvrager vrij toegankelijke locatie.
**6.** De hoofdaanvrager verstrekt desgevraagd inzage in of informatie uit de administratie aan de Minister.
### Artikel 2.14
**1.** De hoofdaanvrager dient binnen 22 weken na afloop van de in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde looptijd door middel van een elektronisch formulier een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de Minister.
**2.** Een verzoek tot vaststelling van een subsidie omvat, indien sprake is van een subsidie van € 25.000 of meer, maar minder dan € 125.000, een verklaring inzake werkelijke kosten.
**3.**
Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat, indien sprake is van een subsidie van meer dan € 125.000:
a. een activiteitenverslag, een financieel verslag met daarin overzicht van de kosten per activiteit; en
b. een controleverklaring opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
**4.** Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat een verklaring van de kennisinstelling, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model, dat het samenwerkingsverband bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten de door de kennisinstelling gestelde wetenschappelijke randvoorwaarden heeft toegepast.
**5.**
Het subsidiebedrag kan op nihil worden vastgesteld, of naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de Minister geen gronden aanwezig zijn om de subsidie op nihil vast te stellen indien:
a. bij het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie blijkt, dat de activiteit bij minder dan 50% van het totaal aantal deelnemende organisaties, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd; of
b. het vereiste minimumaantal werknemers dat aan de activiteit deelneemt niet is behaald.
**6.** Indien de aanvrager niet voldoet aan dit artikel kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken.
**7.** Indien het subsidiebedrag wordt verlaagd dan wel de subsidieverlening wordt ingetrokken, worden onverschuldigd betaalde voorschotten teruggevorderd.
### Artikel 2.15
**1.**
Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken indien:
a. de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten; of
b. de subsidieontvanger niet meer beschikt over de benodigde operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten.
**2.** De beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling kan, in afwijking van het eerste lid, gedeeltelijk worden ingetrokken indien er naar het oordeel van de Minister geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.
**3.** Indien de beschikking tot subsidievaststelling geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de hoofdaanvrager teruggevorderd.
## Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
### Artikel 3.1
**1.** De Minister draagt zorg voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.
**2.** Het samenwerkingsverband werkt mee aan een door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister. De hoofdaanvrager verstrekt in dat kader de daartoe benodigde inlichtingen, onderzoeksbestanden, gegevens en bescheiden.
### Artikel 3.2
**1.** Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.
**2.** Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat de regeling zoals die luidde voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt van toepassing blijft op de dan lopende afwikkeling van besluiten en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van deze regeling.
### Artikel 3.3
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd.
## Bijlage I. behorend bij
Het activiteitenplan waar in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, naar wordt verwezen moet in elk geval een aantal onderdelen bevatten. In deze bijlage wordt toegelicht uit welke onderdelen dit activiteitenplan moet bestaan.
Vijf activiteiten (interventies) staan open voor de sectoren zorg en welzijn, onderwijs en kinderopvang. Voor deze activiteiten is een inschatting van het aantal deeltijdwerknemers dat per deelnemende organisatie zal deelnemen aan de activiteit onderdeel van het activiteitenplan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen actieve deelname en deelname in het kader van de controlegroep, waarbij deze groepen ongeveer even groot dienen te zijn. Voor de activiteit mantelzorgvriendelijke organisaties geldt dat deze is gericht op deeltijdwerkers met (beoogde) mantelzorgtaken. In het kader van deze activiteit dient in het activiteitenplan per deelnemende organisatie een inschatting te worden gemaakt van het aantal deeltijdwerkers met (beoogde) mantelzorgtaken dat het activiteitenplan geheel zal doorlopen. Ook moet worden aangegeven hoeveel deeltijdwerknemers met (beoogde) mantelzorgtaken naar schatting onderdeel zijn van de controlegroep. In aanvulling op bovenstaande wordt in het kader van het activiteitenplan ook vermeld hoeveel deeltijdwerkers in totaal werken bij de deelnemende organisaties.
Voor de activiteiten oudervriendelijke organisaties en financiële inzichten, is het niet van belang of de deelnemers in deeltijd werken. Om die reden volstaat het benoemen van het totale aantal medewerkers, het geschatte aantal medewerkers dat het hele activiteitenplan zal doorlopen en het geschatte aantal medewerkers dat onderdeel zal zijn van de controlegroep per deelnemende organisatie. Bij de controlegroep vinden naast het invullen van de vragenlijsten geen andere activiteiten plaats. De deelnemers in het kader van de controlegroep en de deelnemers die het hele activiteitenplan doorlopen dienen voor alle activiteiten evenredig te zijn verdeeld. Een deelnemer telt alleen mee voor de minimumaantallen als het hele activiteitenplan is doorlopen of als -in het geval van de controlegroep- de benodigde vragenlijsten zijn ingevuld.
Indien deelnemende organisaties betrokken zijn bij de uitvoering van andere activiteiten (interventies) gericht op contractuitbreiding, dan wordt in het activiteitenplan opgenomen hoe wordt gewaarborgd dat een medewerker niet deelneemt aan meerdere activiteiten (interventies) gericht op het werken van meer uren. Daarnaast dient uit het activiteitenplan te blijken dat de controlegroep en de actieve deelnemers zo min mogelijk met elkaar in aanraking komen op de werkvloer, bijvoorbeeld door deze te scheiden op basis van verschillende werklocaties. Dit is een voorwaarde om de effectiviteit van de verschillende activiteiten te meten. Voor elke soort activiteit is een verschillende beschrijving noodzakelijk. Daarom neemt de aanvrager in het activiteitenplan de onderstaande onderdelen van de aangevraagde activiteit op:
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
Onderdeel 3: bouwen van de activiteit (interventie)
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling)
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
Onderdeel 6: data
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling)
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
Onderdeel 6: data
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling.
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
Onderdeel 6: data
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling.
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
Onderdeel 6: data
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling.
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
Onderdeel 6: data
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling.
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
Onderdeel 6: data
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
Onderdeel 6: data
## Bijlage II. Samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in
**SAMENWERKINGSOVEREENKOMST**
**Universiteit Utrecht [bedrijfsnaam Hoofdaanvrager Samenwerkingsverband]**
**t.b.v. activiteit [naam interventie] in het kader van Onderzoeksproject Meer Uren Werkt!**
TUSSEN
EN
Hierna gezamenlijk ook te noemen **Partijen** of ieder afzonderlijk een **Partij**.
**OVERWEGINGEN**:
**PARTIJEN KOMEN HIERBIJ OVEREEN ALS VOLGT:**