From 9c65bf64a0c185b1132291d08b400dbbde779fed Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jun 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-06-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 230 +++++++++++++++++++-- 1 file changed, 213 insertions(+), 17 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 8ecab10589d..6d9e73c2e01 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -84,7 +84,7 @@ biochemisch zuurstofverbruik: massaconcentratie aan opgeloste zuurstof die gedur inwonerequivalent: biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal; -**de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit**: de richtlijn (EG) nr. 96/62 van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld; +de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit: de richtlijn (EG) nr. 96/62 van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld; de EG-verordening milieubeheer- en milieuauditsysteem: de verordening nr. 761/2001 van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem (PbEG L 114); @@ -100,6 +100,10 @@ de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten: richtlijn nr. 2003/87/EG va de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten: verordening inzake een gestandaardiseerd en beveiligd stelsel van registers als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, nadat deze verordening door de Commissie van de Europese Gemeenschappen is vastgesteld en in werking is getreden; +NO_x-emissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één kilogram stikstofoxiden in de lucht te veroorzaken; + +stikstofoxiden (NO_x): stikstofmonoxide en stikstofdioxide, uitgedrukt als stikstofdioxide; + de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in artikel 2.1. **2.** @@ -224,12 +228,12 @@ Vervallen De emissieautoriteit heeft voorts tot taak: -a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft; -b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen waarop titel 16.2 van toepassing is; +a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden in de lucht tot doel heeft; +b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden, waarop titel 16.2 onderscheidenlijk titel 16.3 van toepassing is; c. het verzamelen van andere gegevens die met het oog op de uitoefening van haar taken van belang zijn; d. het rapporteren aan Onze Minister en aan andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen instanties over de ontwikkeling van de onder a bedoelde emissies in Nederland. -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de emissieautoriteit, voorzover die taken niet de uitoefening van openbaar gezag inhouden, worden belast met andere taken dan in het eerste of tweede lid bedoeld, in het bijzonder taken betreffende de uitvoering door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft. +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de emissieautoriteit, voorzover die taken niet de uitoefening van openbaar gezag inhouden, worden belast met andere taken dan in het eerste of tweede lid bedoeld, in het bijzonder taken betreffende de uitvoering door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden in de lucht tot doel heeft. **4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de inhoud van de taken van de emissieautoriteit nadere regels worden gesteld. @@ -859,6 +863,10 @@ c. het opstellen van actieplannen waarin wordt vermeld welke maatregelen bij een **3.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat een plan, programma of verslag als bedoeld in het eerste lid, of gedeelten daarvan, onderdeel uitmaken van het nationale milieubeleidsplan, het nationale milieuprogramma, het provinciale milieubeleidsplan, het provinciale milieuprogramma, het regionale milieubeleidsplan, het regionale milieuprogramma of het gemeentelijke milieuprogramma, bedoeld in de artikelen 4.3, 4.7, 4.9, 4.14, 4.15a, 4.15b onderscheidenlijk 4.20. +### Artikel 5.2b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 5.3 **1.** @@ -1839,6 +1847,10 @@ f. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde **4.** Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. +### Artikel 8.26a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + #### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen ##### Paragraaf 8.1.3.1. Algemeen @@ -3786,9 +3798,13 @@ planperiode: periode waarop een nationaal toewijzingsplan ingevolge artikel 16.2 register voor handel in broeikasgasemissierechten: register als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid; +register voor handel in NO_x-emissierechten: register als bedoeld in artikel 16.58, eerste lid; + verificateur: onafhankelijke deskundige als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c; -verificatie: beoordeling als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c. +verificatie: beoordeling als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c; + +verkoopplafond: het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 16.49, derde lid. **2.** @@ -3798,6 +3814,8 @@ broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteite kalenderjaar: jaar als bedoeld in artikel 2, onder y, van de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten. +**3.** Voor de toepassing van titel 16.3 en de daarop berustende bepalingen wordt onder NO_x-installatie verstaan: vaste technische eenheid die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaakt en die behoort tot een categorie die bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen. + ### Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten #### Afdeling 16.2.1. Algemeen @@ -3831,7 +3849,9 @@ b. een inrichting uit te breiden; c. een inrichting te veranderen of de werking daarvan te veranderen op zodanige wijze dat dit significante gevolgen heeft voor de emissie van broeikasgassen in de lucht dan wel voor het monitoringsprotocol dat van de vergunning deel uitmaakt; d. het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsprotocol ingrijpend te veranderen. -**2.** Artikel 8.4, eerste, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Indien voor een inrichting als bedoeld in het eerste lid tevens de in artikel 16.49, eerste lid, vervatte verboden gelden, hebben de in het eerste lid vervatte verboden tevens betrekking op de emissies van stikstofoxiden in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en zijn de in artikel 16.49, eerste lid, vervatte verboden niet van toepassing. Titel 16.3, met uitzondering van artikel 16.49, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, voorzover het de emissie van stikstofoxiden in de lucht betreft. + +**3.** Artikel 8.4, eerste, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 16.6 @@ -3866,7 +3886,9 @@ Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag ### Artikel 16.10 -De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsprotocol niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld dan wel indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens dit hoofdstuk, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de houder van de vergunning in staat is het monitoringsprotocol naar behoren uit te voeren. +**1.** De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsprotocol niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld dan wel indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens dit hoofdstuk, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de houder van de vergunning in staat is het monitoringsprotocol naar behoren uit te voeren. + +**2.** In een geval als bedoeld in artikel 16.5, tweede lid, wordt de vergunning gedeeltelijk geweigerd voorzover het de emissies van broeikasgassen, onderscheidenlijk de emissies van stikstofoxiden, betreft, indien een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.49, eerste lid, zou zijn geweigerd in geval uitsluitend het vereiste van een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.49, eerste lid, zou gelden. ### Artikel 16.11 @@ -3978,13 +4000,19 @@ Een voor een inrichting verleende vergunning geldt voor een ieder die de inricht **3.** In een geval als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder d, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding. +**4.** Indien het geval, bedoeld in artikel 16.5, tweede lid, zich voordoet en voor de betrokken inrichting reeds een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, is verleend voor het in werking hebben van een inrichting waarin zich een of meer broeikasgasinstallaties bevinden, vult het bestuur van de emissieautoriteit die vergunning aan met voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de emissie van stikstofoxiden in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en die noodzakelijk zijn ter uitvoering van titel 16.3. Met betrekking tot de beslissing terzake en de inhoud van de voorschriften en bepalingen zijn de artikelen 16.5, derde lid, tot en met 16.12 van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Indien het geval, bedoeld in artikel 16.5, tweede lid, zich voordoet en voor de betrokken inrichting reeds een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, is verleend voor het in werking hebben van een inrichting waarin zich een of meer installaties bevinden, die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaken, vult het bestuur van de emissieautoriteit die vergunning aan met voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de emissie van broeikasgassen in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en die noodzakelijk zijn ter uitvoering van titel 16.2. Met betrekking tot de beslissing terzake en de inhoud van de voorschriften en bepalingen zijn de artikelen 16.5, derde lid, tot en met 16.12 van overeenkomstige toepassing. + +**6.** In geval het vierde of vijfde lid van toepassing is, kan het bestuur van de emissieautoriteit de rechten die de vergunninghouder aan de al eerder verleende vergunning ontleende, niet wijzigen anders dan mogelijk zou zijn met toepassing van het eerste lid. + ### Artikel 16.21 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in artikel 16.5, eerste lid, vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Artikel 8.44, vierde lid, vijfde lid, eerste en tweede volzin, en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 16.22 -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in artikel 16.5, eerste lid, vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, inhoudende de verplichting voor het bestuur van de emissieautoriteit aan de vergunning beperkingen aan te brengen of voorschriften te verbinden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Artikel 8.45, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in artikel 16.5, eerste lid, vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, inhoudende de verplichting voor het bestuur van de emissieautoriteit aan de vergunning voorschriften te verbinden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Artikel 8.45, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. #### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten @@ -4127,12 +4155,10 @@ In een geval als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder c, wijzen Onze Mini ### Artikel 16.36 -**1.** Een broeikasgasemissierecht dat krachtens artikel 16.35 en overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is verleend, is geldig gedurende de planperiode waarin of waarvoor het is verleend. +**1.** Een broeikasgasemissierecht dat krachtens artikel 16.35 en overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is verleend, is geldig ten behoeve van de planperiode waarin of waarvoor het is verleend. **2.** Een broeikasgasemissierecht is geldig met ingang van het tijdstip waarop het krachtens artikel 16.35 is verleend. -**3.** Een broeikasgasemissierecht verliest zijn geldigheid na afloop van de planperiode waarin het krachtens artikel 16.35 is verleend. - ### Artikel 16.37 **1.** Degene die een inrichting drijft, levert met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt. @@ -4221,6 +4247,176 @@ Onze Minister kan regels stellen ter uitvoering van de EG-verordening registrati **3.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt Onze Minister regels vast omtrent de wijze waarop de in dat lid bedoelde vergoeding wordt betaald. +### Titel 16.3. Stikstofoxiden en NO + +#### Afdeling 16.3.1. Algemeen + +### Artikel 16.47 + +**1.** Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin zich een of meer NO_x-installaties bevinden. + +**2.** Een emissie van stikstofoxiden in de lucht wordt uitgedrukt in kilogrammen. + +**3.** Artikel 16.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16.48 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +#### Afdeling 16.3.2. Vergunning + +### Artikel 16.49 + +**1.** + +Onverminderd artikel 16.5, tweede lid, is het verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit: + +a. een inrichting in werking te hebben; +b. een inrichting uit te breiden; +c. een inrichting te veranderen of de werking daarvan te veranderen op zodanige wijze dat dit significante gevolgen heeft voor de emissie van stikstofoxiden in de lucht dan wel voor het monitoringsprotocol dat deel uitmaakt van de vergunning; +d. het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsprotocol ingrijpend te veranderen. + +**2.** + +Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16.5, derde lid, tot en met 16.22 is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 16.6, derde lid, tweede volzin, artikel 16.12, vierde lid, en artikel 16.14, derde lid, tweede volzin, en met dien verstande dat: + +a. artikel 16.6, tweede lid, artikel 16.12, eerste lid, onder a en b, onder 1°, en derde lid, onder b, en artikel 16.13, eerste lid, geen betrekking hebben op het grondstofgebruik; +b. voorzover in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 16.50 het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in dat artikel, is vastgesteld per eenheid product: artikel 16.6, tweede lid, artikel 16.12, eerste lid, onder a en b, onder 1°, en derde lid, onder b, en artikel 16.13, eerste lid, mede betrekking hebben op de productie. + +**3.** In de vergunning wordt het aantal NO_x-emissierechten vastgesteld dat in een kalenderjaar per overdracht ten hoogste mag worden overgedragen. + +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verkoopplafond wordt bepaald. + +#### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NO + +### Artikel 16.50 + +Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu dan wel ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voor een bij de maatregel aangegeven tijdvak regels worden gesteld omtrent het aantal NO_x-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, in een kalenderjaar opbouwt per bij de maatregel aangegeven eenheid brandstof die in de NO_x-installatie wordt verbruikt, of, in bij de maatregel aangegeven gevallen, per bij de maatregel aangegeven eenheid product dat in de NO_x-installatie wordt vervaardigd. + +#### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NO + +### Artikel 16.51 + +**1.** Degene die een inrichting drijft, levert met betrekking tot ieder kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak als bedoeld in artikel 16.50, voor 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar ten minste een aantal NO_x-emissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie van stikstofoxiden, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt. + +**2.** Onverminderd het eerste lid heeft de houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, met betrekking tot ieder kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak als bedoeld in artikel 16.50, op 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar een saldo van nul of meer NO_x-emissierechten die betrekking hebben op het eerstbedoelde kalenderjaar op zijn rekening, bedoeld in artikel 16.60, eerste lid, staan. + +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid worden ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in dat lid, en het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 16.50, de gegevens in acht genomen, die daaromtrent zijn opgenomen in het emissieverslag dat de betrokken persoon overeenkomstig artikel 16.12, eerste lid, onder b, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, met betrekking tot dat kalenderjaar heeft ingediend of de gegevens die overeenkomstig artikel 16.17 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, ambtshalve zijn vastgesteld. + +### Artikel 16.52 + +Het aantal NO_x-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16.51, eerste lid, ten behoeve van enig kalenderjaar mag inleveren, wordt bepaald door: + +a. bij elkaar op te tellen: + +1°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft opgebouwd op grond van artikel 16.50, +2°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft verkregen, indien de overdracht overeenkomstig artikel 16.57 is geregistreerd, +3°. het aantal NO_x-emissierechten dat met betrekking tot het kalenderjaar anders dan door overdracht aan hem is overgegaan, indien de overgang overeenkomstig artikel 16.57 is geregistreerd, en +4°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij ten behoeve van het kalenderjaar heeft ingeleverd op grond van artikel 16.53, eerste lid, indien de betrokken rechten overeenkomstig artikel 16.59, tweede lid, zijn geregistreerd, en +b. het overeenkomstig onderdeel a berekende aantal NO_x-emissierechten te verminderen met: + +1°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft overgedragen, indien de overdracht overeenkomstig artikel 16.57 is geregistreerd, +2°. het aantal NO_x-emissierechten dat met betrekking tot het kalenderjaar anders dan door overdracht van hem naar een ander is overgegaan, indien de overgang overeenkomstig artikel 16.57 is geregistreerd, +3°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij op grond van artikel 16.53, eerste lid, onder a, ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar zal inleveren, indien de betrokken rechten overeenkomstig artikel 16.59, tweede lid, zijn geregistreerd, +4°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij op grond van artikel 16.53, eerste lid, onder b, ten behoeve van het daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ingeleverd, indien de betrokken rechten overeenkomstig artikel 16.59, tweede lid, zijn geregistreerd, en +5°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij op grond van artikel 16.54 ten behoeve van het kalenderjaar dient in te leveren. + +### Artikel 16.53 + +**1.** + +De houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, mag ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16.51, eerste lid: + +a. NO_x-emissierechten die hij ten behoeve van een kalenderjaar zou mogen gebruiken, in plaats daarvan ten behoeve van het daarop volgende kalenderjaar inleveren; +b. NO_x-emissierechten ten behoeve van een kalenderjaar inleveren, in plaats van ten behoeve van het daarop volgende kalenderjaar waarvoor hij de betrokken rechten anders zou mogen gebruiken. + +**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing voorzover het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, het aantal NO_x-emissierechten, dat overeenkomt met een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage van het voor de houder, bedoeld in het eerste lid, geldende verkoopplafond, niet overschrijdt. + +### Artikel 16.54 + +**1.** Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16.51, eerste lid, met betrekking tot een kalenderjaar minder NO_x-emissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van een emissie van stikstofoxiden, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal NO_x-emissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter voldoening aan dat artikellid dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal NO_x-emissierechten dat hij te weinig had ingeleverd. + +**2.** Indien de houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16.51, tweede lid, met betrekking tot een kalenderjaar een nadelig saldo van NO_x-emissierechten op zijn rekening, bedoeld in artikel 16.60, eerste lid, heeft staan, wordt het aantal NO_x-emissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter voldoening aan artikel 16.51, tweede lid, dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal NO_x-emissierechten dat overeenkomt met het saldotekort. + +### Artikel 16.55 + +**1.** Een NO_x-emissierecht is geldig ten behoeve van het kalenderjaar waarin het op grond van artikel 16.50 is opgebouwd. + +**2.** In afwijking van het eerste lid is een NO_x-emissierecht in een geval als bedoeld in artikel 16.53, eerste lid, onder a of b, geldig ten behoeve van het kalenderjaar waarin dat emissierecht ingevolge artikel 16.53, eerste lid, onder a onderscheidenlijk b, mag worden ingeleverd. + +#### Afdeling 16.3.5. De overgang van NO + +### Artikel 16.56 + +**1.** Een NO_x-emissierecht is met inachtneming van het tweede en derde lid vatbaar voor overdracht. + +**2.** + +Een NO_x-emissierecht kan uitsluitend worden overgedragen: + +a. tussen houders van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, +b. indien het betrekking heeft op een kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak waarvoor op het tijdstip van de voorgenomen overdracht toepassing is gegeven aan artikel 16.50, en +c. voorzover het aantal NO_x-emissierechten dat de houder, bedoeld onder a, voornemens is over te dragen met betrekking tot een kalenderjaar, + +1°. vermeerderd met het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot dat kalenderjaar reeds heeft overgedragen, +2°. verminderd met het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot dat kalenderjaar heeft verkregen, + +door de overdracht het voor hem geldende verkoopplafond niet overschrijdt. + +**3.** Een NO_x-emissierecht is ook vatbaar voor andere overgang dan overdracht. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16.57 + +**1.** + +De voor overdracht van een NO_x-emissierecht vereiste levering geschiedt door: + +a. afschrijving van het NO_x-emissierecht van de rekening of de deelrekening, bedoeld in artikel 16.60, die in het register voor handel in NO_x-emissierechten op naam staat van de persoon die het NO_x-emissierecht overdraagt, en +b. bijschrijving op de rekening of de deelrekening, bedoeld in artikel 16.60, die in het register voor handel in NO_x-emissierechten op naam staat van de persoon die het NO_x-emissierecht verkrijgt. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op andere overgang dan overdracht. + +**3.** De artikelen 16.41, derde lid, en 16.42 zijn van overeenkomstige toepassing. + +#### Afdeling 16.3.6. Registratie van NO + +### Artikel 16.58 + +**1.** Er is een register inzake de handel in NO_x-emissierechten. + +**2.** Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit. + +**3.** In het register worden voor elke inrichting op de bijbehorende rekening of deelrekening, bedoeld in artikel 16.60, de gegevens, bedoeld in de artikelen 16.51, eerste lid, en 16.52 opgenomen. + +**4.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de werking, de organisatie, de beschikbaarheid en de beveiliging van het register voor handel in NO_x-emissierechten en het openen en bijhouden van rekeningen en deelrekeningen, bedoeld in artikel 16.60. Onze Minister kan tevens regels stellen ter uitvoering van het tweede en derde lid. + +### Artikel 16.59 + +**1.** + +De emissieautoriteit registreert de overdracht of andere overgang van NO_x-emissierechten indien: + +a. wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 16.56 en 16.57; +b. bij de overdracht of overgang wordt aangegeven op welk kalenderjaar, bedoeld in artikel 16.56, tweede lid, onder b, het NO_x-emissierecht betrekking heeft. + +**2.** De emissieautoriteit registreert de NO_x-emissierechten die worden ingeleverd op grond van artikel 16.53, eerste lid, onder a of b, indien wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 16.53. + +### Artikel 16.60 + +**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit opent voor elke houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, voor de inrichting op diens naam een rekening in het register voor handel in NO_x-emissierechten. + +**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de houder, bedoeld in het eerste lid, een deelrekening, die onderdeel uitmaakt van de rekening die voor die persoon is geopend. + +### Artikel 16.61 + +Artikel 16.46 is van overeenkomstige toepassing. + +#### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen + +### Artikel 16.62 + +Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel I, van de wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de invoering van een systeem van handel in emissierechten met het oog op het beperken van de emissies van stikstofoxiden (handel in NOx-emissierechten) (Stb. 233), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze titel in de praktijk. + ## Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden ### Artikel 17.1 @@ -4420,7 +4616,7 @@ Het bevoegd gezag is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van ### Artikel 18.6a -**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.5, eerste lid, artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid, artikel 16.12, derde lid, artikel 16.13, artikel 16.14 of artikel 16.21 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of van artikel 22, eerste lid, van de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen. +**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.5, eerste lid, 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid, artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.12, derde lid, artikel 16.12, derde lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.13, artikel 16.13 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.14, artikel 16.14 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.21, artikel 16.21 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, of artikel 16.49, eerste lid, of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of van artikel 22, eerste lid, van de EG-verordening registratie handel in broeikasgasemissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen. **2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. @@ -4459,7 +4655,7 @@ Indien een verzoek als bedoeld in artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht **2.** Een vergunning of ontheffing, die betrekking heeft op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel van andere afvalstoffen die van elders afkomstig zijn, kan, voor zover zij het beheer van afvalstoffen betreft, tevens worden ingetrokken, indien op grond van hoofdstuk 10 voor de houder geldende voorschriften niet worden nageleefd. -**3.** Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, die de betrokken persoon houdt, intrekken. +**3.** Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, of artikel 16.49, eerste lid, die de betrokken persoon houdt, intrekken. **4.** Het bevoegd gezag gaat niet tot intrekking als bedoeld in het eerste en tweede lid over dan nadat het de betrokkene de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de vergunning of ontheffing, onderscheidenlijk de voorschriften of algemene regels, bedoeld in het eerste of tweede lid, na te leven. @@ -4511,13 +4707,13 @@ b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen. ### Artikel 18.16a -**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16.5, eerste lid, 16.12, derde lid, 16.13, 16.14 of 16.21 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen. +**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16.5, eerste lid, 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, 16.12, derde lid, 16.12, derde lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.13, 16.13 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.14, 16.14 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.21, 16.21 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.49, eerste lid, of 16.51, eerste of tweede lid, of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen. **2.** Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid. Artikel 18.16b is niet van toepassing. **3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.21 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kunnen een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen worden opgelegd. -**4.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, in een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39 dient in te leveren. +**4.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.51, eerste of tweede lid, wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten onderscheidenlijk NO_x-emissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39 onderscheidenlijk artikel 16.54 dient in te leveren. **5.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid. @@ -4555,7 +4751,7 @@ b. sedert het voorleggen van de gedraging dertien weken zijn verstreken en geen **3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, tweede lid, het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die de inrichting in een kalenderjaar meer heeft veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft met betrekking tot dat jaar overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, heeft ingeleverd. Het tweede lid is niet van toepassing. -**4.** In afwijking van het derde lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 het in artikel 16, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgassen genoemde bedrag per ton kooldioxide-equivalent. +**4.** In afwijking van het derde lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 het in artikel 16, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton kooldioxide-equivalent. **5.** Artikel 16.4 is van overeenkomstige toepassing. @@ -5017,7 +5213,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken **3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan. -**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.2, vierde lid, 12.4, 12.5,15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, of 15.46, vijfde lid, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. +**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.2, vierde lid, 12.4, 12.5,15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, derde lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.50 of 16.53, tweede lid, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. **5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.