2011-06-01 | BWBR0004092 | Inkomensbesluit Toeslagenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2011-06-01 12:00:00 +00:00
parent 6b85d03d51
commit 9c6ff45368

View file

@ -19,17 +19,13 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Toeslagenwet;
b. een stamrecht: een recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon.
### Artikel 1a
Dit besluit berust mede op artikel 8a, derde lid, van de Toeslagenwet.
### Paragraaf 2. Inkomensbestanddelen
#### Paragraaf 2.1. Inkomen uit arbeid
### Artikel 2
Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, van de wet wordt onder inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven verstaan:
Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, van de wet wordt onder inkomen uit arbeid verstaan:
a. opbrengst van arbeid;
b. winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep.
@ -48,7 +44,7 @@ c. een aanvulling op een loondervingsuitkering;
d. vakantie-uitkering;
e. loon als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim, van degene die aanspraak maakt op een toeslag.
**3.** Indien op grond van artikel 7, eerste lid, van de wet van inkomen uit arbeid een gedeelte is vrijgelaten, worden, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onderdelen *b* en *c*, de op dat inkomen betrekking hebbende uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de Ziektewet, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet en op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als opbrengst van arbeid beschouwd.
**3.** Indien op grond van artikel 7, eerste lid, van de wet van inkomen uit arbeid een gedeelte is vrijgelaten, worden, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onderdelen *b* en *c*, de op dat inkomen betrekking hebbende uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de Ziektewet, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet en op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als opbrengst van arbeid beschouwd.
### Artikel 4
@ -86,15 +82,15 @@ Vervallen
**4.** Van de winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep, zoals vastgesteld op grond van het eerste en tweede lid, wordt slechts een deel in aanmerking genomen. Artikel 5, derde lid, laatste volzin, is voor het vaststellen van dit deel van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2.2. Inkomen in verband met arbeid
#### Paragraaf 2.2. Overig inkomen
### Artikel 7
**1.**
Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, van de wet wordt onder inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven verstaan:
Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, van de wet wordt onder overig inkomen verstaan:
a. een loondervingsuitkering in de zin van de wet of een uitkering in de zin van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, alsmede een uitkering die naar aard en strekking daarmede overeenkomt, met uitzondering van de uitkeringen die op grond van artikel 3, derde lid, als opbrengst van arbeid worden beschouwd;
a. een loondervingsuitkering in de zin van de wet of een uitkering in de zin van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, alsmede een uitkering die naar aard en strekking daarmede overeenkomt, met uitzondering van de uitkeringen die op grond van artikel 3, derde lid, als opbrengst van arbeid worden beschouwd;
b. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, welke ten behoeve van de werknemer in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten;
c. een uitkering op grond van een pensioenregeling, voorzover niet begrepen onder a;
d. een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke sociale verzekeringsregeling, voorzover niet begrepen onder a, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van de Algemene Kinderbijslagwet of met zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet of op grond van artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
@ -111,7 +107,7 @@ n. loon als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk We
**2.**
In afwijking van het eerste lid, wordt niet als inkomen in verband met arbeid beschouwd:
In afwijking van het eerste lid, wordt niet als overig inkomen beschouwd:
a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet worden gedekt door stortingen van degene die het desbetreffende inkomen geniet;
b. een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald;
@ -126,17 +122,17 @@ h. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een
**4.** Voor zover over een inkomen, genoemd in het eerste lid, geen aanspraak op vakantie-uitkering bestaat, wordt dit inkomen slechts voor een deel in aanmerking genomen. Artikel 5, derde lid, laatste volzin, is voor het vaststellen van dit deel van overeenkomstige toepassing.
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing op uitkeringen op grond van de Ziektewet (Stb. 1987, 88) en op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, tenzij de dienstbetrekking van de werknemer tijdens het genot van de uitkering eindigt en tengevolge hiervan het dagloon met een evenredig deel van de vakantietoeslag wordt verhoogd.
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing op uitkeringen op grond van de Ziektewet (Stb. 1987, 88) en op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, tenzij de dienstbetrekking van de werknemer tijdens het genot van de uitkering eindigt en tengevolge hiervan het dagloon met een evenredig deel van de vakantietoeslag wordt verhoogd.
### Paragraaf 3. Bepaling van het inkomen
### Artikel 8
**1.** Het inkomen uit of in verband met arbeid wordt vastgesteld op het tot een bedrag per dag herleide inkomen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, dat degene, die aanspraak maakt op een toeslag, en zijn echtgenoot verwerven in het betalingstijdvak, waarover de loondervingsuitkering wordt uitbetaald.
**1.** Het inkomen uit arbeid of overig inkomen wordt vastgesteld op het tot een bedrag per dag herleide inkomen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, dat degene, die aanspraak maakt op een toeslag, en zijn echtgenoot verwerven in het betalingstijdvak, waarover de loondervingsuitkering wordt uitbetaald.
**2.** Indien degene, die aanspraak maakt op een toeslag of zijn echtgenoot in het betalingstijdvak waarover de loondervingsuitkering wordt betaald, bestendig inkomen gaat verwerven, dan wel indien zij ophouden bestendig inkomen te verwerven, wordt het inkomen uit of in verband met arbeid gedurende het resterende gedeelte van dat betalingstijdvak vastgesteld op het tot een bedrag per dag herleide inkomen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, dat zij gedurende dat gedeelte hebben verworven.
**2.** Indien degene, die aanspraak maakt op een toeslag of zijn echtgenoot in het betalingstijdvak waarover de loondervingsuitkering wordt betaald, bestendig inkomen gaat verwerven, dan wel indien zij ophouden bestendig inkomen te verwerven, wordt het inkomen uit arbeid of overig inkomen gedurende het resterende gedeelte van dat betalingstijdvak vastgesteld op het tot een bedrag per dag herleide inkomen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, dat zij gedurende dat gedeelte hebben verworven.
**3.** Voor de herleiding van het inkomen uit of in verband met arbeid tot een bedrag per dag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voor inkomensbestanddelen die niet reeds op een bedrag per dag zijn vastgesteld, de week gesteld op 5 dagen en de maand op 21,75 dagen.
**3.** Voor de herleiding van het inkomen uit arbeid of overig inkomen tot een bedrag per dag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voor inkomensbestanddelen die niet reeds op een bedrag per dag zijn vastgesteld, de week gesteld op 5 dagen en de maand op 21,75 dagen.
**4.** Onder betalingstijdvak, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstaan, de periode die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt gehanteerd bij de uitbetaling van de loondervingsuitkering.
@ -148,13 +144,13 @@ h. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een
### Artikel 8a
**1.** 1. De bij de toepassing van de voorgaande artikelen noodzakelijke omrekening in euro van een niet in euro uitgedrukte uitkering uit of in verband met arbeid in de Nederlandse munteenheid geschiedt met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen.
**1.** 1. De bij de toepassing van de voorgaande artikelen noodzakelijke omrekening in euro van een niet in euro uitgedrukt inkomen uit arbeid of overig inkomen in de Nederlandse munteenheid geschiedt met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen.
**2.**
Een wijziging van de in het eerste lid bedoelde koers beïnvloedt het op grond van artikel 8 vastgestelde inkomen niet, met dien verstande dat:
1°. bij wijziging van het inkomen uit of in verband met arbeid van de toeslaggerechtigde en zijn echtgenoot, anders dan ten gevolge van koersmutaties, een omrekening plaatsvindt; en
1°. bij wijziging van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van de toeslaggerechtigde en zijn echtgenoot, anders dan ten gevolge van koersmutaties, een omrekening plaatsvindt; en
2°. ten minste eens per half jaar een omrekening plaatsvindt.
### Paragraaf 3a. Bijzondere bepalingen
@ -173,7 +169,7 @@ Voor de toepassing van artikel 5, eerste lid, tweede volzin, en artikel 6, tweed
### Artikel 8d
**1.** De artikelen van deze paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op de persoon wiens dagloon of grondslag, vermeerderd met het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven anders dan de loondervingsuitkering op grond waarvan aanspraak op toeslag wordt gemaakt, minder bedraagt dan het voor hem van toepassing zijnde norminkomen, bedoeld in artikel 2 van de wet.
**1.** De artikelen van deze paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op de persoon wiens dagloon of grondslag, vermeerderd met het inkomen uit arbeid of overig inkomen anders dan de loondervingsuitkering op grond waarvan aanspraak op toeslag wordt gemaakt, minder bedraagt dan het voor hem van toepassing zijnde norminkomen, bedoeld in artikel 2 van de wet.
**2.** Het inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld zonder toepassing van artikel 7 van de wet.
@ -187,7 +183,7 @@ Voor de toepassing van artikel 8a, eerste lid, van de wet wordt met de loondervi
**1.**
Voor de toepassing van artikel 8a, eerste lid, van de wet wordt met de loondervingsuitkering gelijkgesteld al het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven van de persoon die aanspraak maakt op toeslag, indien die persoon:
Voor de toepassing van artikel 8a, eerste lid, van de wet wordt met de loondervingsuitkering gelijkgesteld al het inkomen uit arbeid of overig inkomen van de persoon die aanspraak maakt op toeslag, indien die persoon:
a. niet volledig werkloos is en zijn dagloon niet verlaagd is naar evenredigheid van de verloren arbeidsuren;
b. recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet met toepassing van artikel 30 of 31 van die wet; of
@ -203,7 +199,7 @@ Voor de toepassing van artikel 8a, eerste lid, van de wet wordt voor de persoon
### Artikel 9
In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, wordt de eenmalige uitkering op grond van artikel XV van de Wet premieheffing over uitkeringen (*Stb.* 1986, 639) niet als opbrengst van arbeid onderscheidenlijk als inkomen in verband met arbeid beschouwd.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, wordt de eenmalige uitkering op grond van artikel XV van de Wet premieheffing over uitkeringen (*Stb.* 1986, 639) niet als opbrengst van arbeid onderscheidenlijk als overig inkomen beschouwd.
### Artikel 9a