2016-01-01 | BWBR0020415 | Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3f776135cf
commit 9c7c79b9bc

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft
bwb_id: BWBR0020415
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2016-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020415
citeertitel: Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft
---
@ -71,122 +71,140 @@ d. de te hanteren valuta en rekeneenheid;
e. de afronding; en
f. de termijn waarbinnen de rapportage wordt verstrekt; met dien verstande dat deze niet korter is dan noodzakelijk voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van hoofdstuk 6 van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet.
## Hoofdstuk 2a. Aanvullend toezicht op Nederlandse verzekeraars in een verzekeringsrichtlijngroep
### Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van de
#### Afdeling 2a.1. Algemene bepalingen
### Artikel 4a
Vervallen
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op verzekeraars met zetel in Nederland die onder het toepassingsgebied van de richtlijn solvabiliteit II vallen.
#### Afdeling 2a.2. Financiële positie
### Artikel 4b
Vervallen
**1.** Een deelnemende verzekeraar als bedoeld in artikel 3:288a, eerste lid, van de wet of een verzekeringsholding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 3:288a, tweede lid, van de wet voert de berekening, waaruit moet blijken dat de solvabiliteit van de verzekeringsrichtlijngroep waarvan de verzekeraar of holding deel uitmaakt voldoet aan artikel 3:288a, eerste onderscheidenlijk tweede lid, ten minste eenmaal per jaar uit. De verzekeraar of holding voert de berekening onverwijld opnieuw uit indien het risicoprofiel van de groep duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag lagen aan de laatste berekening, of indien de groepstoezichthouder daarom verzoekt vanwege aanwijzingen dat het risicoprofiel sinds die laatste berekening duidelijk is veranderd. De verzekeraar of holding meldt de uitkomst van de herberekening aan de groepstoezichthouder.
**2.** De verzekeraar of holding maakt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, gebruik van methode 1 (standaardmethode op basis van consolidatie van jaarrekeningen), bedoeld in artikel 230 van de richtlijn solvabiliteit II, tenzij de groepstoezichthouder het gebruik van methode 2 (alternatieve methode op basis van aftrek en aggregatie), bedoeld in artikel 233 van de richtlijn solvabiliteit II, of een combinatie van methode 1 en methode 2 voorschrijft vanwege het feit dat de uitsluitende toepassing van methode 1 ongepast zou zijn.
**3.** De verzekeraar of holding kan voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeringsrichtlijngroep slechts gebruik maken van een intern model, indien daartoe overeenkomstig artikel 231, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II bij de groepstoezichthouder een aanvraag is ingediend, en de aanvraag overeenkomstig dat artikel is ingewilligd.
**4.** Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, neemt zij een besluit over de aanvraag, bedoeld in het derde lid, overeenkomstig artikel 231, eerste tot en met zesde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en met inachtneming van de artikelen 343 tot en met 345, 348 en 349 van de verordening solvabiliteit II.
**5.** De in het eerste lid bedoelde berekening geschiedt met inachtneming van titel II, hoofdstukken I en II, van de verordening solvabiliteit II. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de optie, bedoeld in artikel 227, eerste lid, tweede alinea, van de richtlijn solvabiliteit II.
**6.** Op de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de overgangsmaatregelen, bedoeld in artikel 308 ter, zestiende lid en zeventiende lid, eerste en tweede alinea, van de richtlijn solvabiliteit II, van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing.
#### Afdeling 2a.3. Kapitaalopslag
### Artikel 4c
Vervallen
**1.** Indien het solvabiliteitskapitaalvereiste van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, die onderdeel is van een verzekeringsrichtlijngroep, wordt berekend op basis van een overeenkomstig artikel 231 van de richtlijn solvabiliteit II op groepsniveau goedgekeurd intern model, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de omstandigheden, bedoeld artikel 238, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II zich voordoen, kan zij een kapitaalopslag toepassen of eisen dat de verzekeraar zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule.
## Hoofdstuk 3. Aanvullend toezicht op Nederlandse herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars in een verzekeringsgroep
**2.** Indien een verzekeraar zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de omstandigheden, bedoeld in artikel 238, derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II zich voordoen, kan zij een onderset van parameters, genoemd in dat lid, die kenmerkend zijn voor die verzekeraar voorschrijven of in de in artikel 37 van de richtlijn bedoelde gevallen een kapitaalopslag op het solvabiliteitskapitaalvereiste toepassen.
### Titel . Bepalingen ter uitvoering van de
### Artikel 4d
#### Afdeling 3.1. Berekening van de aangepaste solvabiliteit van Nederlandse herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars
De Nederlandsche Bank beoordeelt of sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die aanleiding geven tot het opleggen van een kapitaalopslag op het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 3:288b, tweede lid, aan de hand van artikel 232 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk X, afdeling 1, van de verordening solvabiliteit II, en bepaalt de hoogte van de op te leggen kapitaalopslag aan de hand van artikel 37, tweede lid, van de richtlijn, met inachtneming van titel I, hoofdstuk X, afdeling 2, van de verordening.
##### Paragraaf 1. Rapportage van intragroepsovereenkomsten en -posities, keuze van de berekeningsmethode en algemene beginselen
#### Afdeling 2a.4. Groepen met gecentraliseerd risicobeheer
### Artikel 5
### Artikel 4e
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in de aanhef van artikel 3:284, eerste lid, van de wet dient de in het tweede lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar in. De Nederlandsche Bank kan, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij een verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluiten dat de verzekeraar rapporteert met een hogere frequentie.
**1.** De artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II inzake de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste onderscheidenlijk de niet-naleving van dat vereiste zijn van toepassing op elke Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die de dochteronderneming is van een andere verzekeraar indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, onderdelen a tot en met d, van genoemde richtlijn en de moederonderneming een aanvraag tot toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn heeft gedaan en deze aanvraag is ingewilligd overeenkomstig de procedure van artikel 237 van die richtlijn.
**2.** Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld in artikel 3:284, eerste lid, van de wet worden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de vereiste solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken verzekeraar. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast.
**2.** De moederonderneming informeert de groepstoezichthouder en de Nederlandsche Bank indien niet langer aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de richtlijn solvabiliteit II is voldaan. In dat geval, of indien de groepstoezichthouder daarom verzoekt op grond van een verrichte verificatie, presenteert de moederonderneming een plan om binnen een passende termijn opnieuw aan al die voorwaarden te voldoen.
**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de categorieën overeenkomsten en posities die in de rapportage worden betrokken en de rapportage. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing.
**3.** De toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II eindigt overeenkomstig artikel 240, eerste lid, van de richtlijn, indien niet langer aan alle voorwaarden is voldaan en de groepstoezichthouder heeft vastgesteld dat het in het tweede lid bedoelde plan ontoereikend is of niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd.
### Artikel 6
#### Afdeling 2a.5. Rapportages
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:285, eerste lid, van de wet berekent de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig de in deze afdeling gestelde regels.
**2.**
De verzekeraar neemt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit in aanmerking:
a. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden beheerders van beleggingsinstellingen die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, onderdeel a, van de wet hebben dan wel met hem verbonden beheerders van icbes die een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, van de wet hebben;
b. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden beheerders met zetel in het buitenland die, indien zij in Nederland hun zetel zouden hebben, beheerder van een beleggingsinstelling zouden zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:65, onderdeel a, van de wet zou kunnen worden verleend, dan wel beheerder van een icbe zouden zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:69b, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, van de wet zou kunnen worden verleend;
c. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden betaaldienstverleners.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de betrokken beheerder of betaalinstelling is betrokken in het toezicht, bedoeld in afdeling 3.6.2 van de wet, op een Nederlandse bank.
**4.** De verzekeraar rapporteert de aangepaste solvabiliteit eenmaal per jaar, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de aangepaste solvabiliteit door ontwikkelingen bij de verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd moet worden met een hogere frequentie.
**5.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de rapportage, bedoeld in het vierde lid. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing.
### Artikel 7
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 die met een Nederlandse of Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is verbonden, betrekt in de berekening van de aangepaste solvabiliteit bij toepassing van methode 1 of 2, bedoeld in bijlage A, het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat zijn belang vertegenwoordigt, of bij toepassing van methode 3, bedoeld in genoemde bijlage, de percentages die worden gebruikt voor de opstelling van zijn geconsolideerde jaarrekening, bedoeld in artikel 405 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**2.** Ongeacht de methode die wordt toegepast, neemt de verzekeraar, indien een verbonden Nederlandse of Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar een dochteronderneming is en een solvabiliteitstekort vertoont, het totale solvabiliteitstekort van de dochteronderneming in aanmerking.
**3.** De Nederlandsche Bank kan besluiten dat de verzekeraar alleen het proportionele deel van het solvabiliteitstekort van de dochteronderneming, bedoeld in het tweede lid, bij de berekening behoeft te betrekken, indien zij van mening is dat de aansprakelijkheid van de verzekeraar strikt en ondubbelzinnig beperkt is tot zijn belang daarin.
**4.** Indien er tussen de verzekeraar en de in het aanvullend toezicht betrokken onderneming geen kapitaalbanden bestaan, bepaalt de Nederlandsche Bank welk gedeelte van het solvabiliteitstekort in de berekening wordt betrokken.
**5.** De Nederlandsche Bank kan de verzekeraar, op diens verzoek, toestaan de aangepaste solvabiliteit te berekenen met overeenkomstige toepassing van de berekeningsmethode uit artikel 473 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176).
### Artikel 8
**1.** Onverminderd artikel 12 en ongeacht de gekozen methode, bedoeld in artikel 20, gebruikt een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 de vermogensbestanddelen die in aanmerking worden genomen bij de berekening van de solvabiliteitsmarge niet meerdere malen voor de verschillende Nederlandse en Europese herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars die bij die berekening betrokken zijn.
**2.**
Voorzover de methoden, bedoeld in artikel 20, daarin nog niet voorzien, betrekt de verzekeraar bij de berekening van zijn aangepaste solvabiliteit niet:
a. de waarde van zijn activa die dienen ter dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van de met hem verbonden Nederlandse en Europese herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars;
b. de waarde van de activa van met hem verbonden Nederlandse en Europese herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars die dienen ter dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van andere met die verbonden herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars verbonden Nederlandse en Europese herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars.
### Artikel 9
**1.** Onverminderd artikel 8 betrekt een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 meerwaarden op grond van winstverwachtingen die gegenereerd worden in met hem verbonden Nederlandse, Europese of niet-Europese herverzekeraars in de activiteit levensherverzekering, of Nederlandse, Europese of niet-Europese levensverzekeraars, alsmede het geplaatste maar niet-gestorte aandelenkapitaal van met hem verbonden Nederlandse en Europese herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars alleen in de berekening voorzover die in aanmerking zijn genomen voor de dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van die verbonden Nederlandse en Europese herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars.
**2.** De verzekeraar betrekt geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal dat een potentiële verplichting van zijn zijde vormt, niet in de berekening.
**3.** De verzekeraar betrekt zijn geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal dat een potentiële verplichting van de zijde van een met hem verbonden Nederlandse of Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar vormt, niet in de berekening.
**4.** De verzekeraar betrekt geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal van een verbonden Nederlandse of Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar dat een potentiële verplichting van de zijde van een andere met hem verbonden onderneming vormt, niet in de berekening.
### Artikel 10
Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 betrekt andere dan de in artikel 9 bedoelde, voor de berekening van de solvabiliteitsmarge van in dat artikel bedoelde verbonden Nederlandse en Europese herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars in aanmerking komende vermogensbestanddelen die naar het oordeel van de Nederlandsche Bank niet beschikbaar zijn ter dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van de verzekeraar, slechts in de berekening voorzover zij in aanmerking zijn genomen voor de dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van die verbonden herverzekeraars, levensverzekeraars of schadeverzekeraars.
### Artikel 11
De totale waarde van de in de artikelen 9 en 10 bedoelde vermogensbestanddelen overschrijdt het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van de verbonden Nederlandse en Europese herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars niet.
### Artikel 12
### Artikel 4f
**1.**
Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 betrekt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit geen vermogensbestanddelen die afkomstig zijn van de wederzijdse financiering tussen hem en:
Een verzekeraar of holding als bedoeld in artikel 4b die deel uitmaakt van een verzekeringsrichtlijngroep waarvoor de Nederlandsche Bank als groepstoezichthouder is aangewezen, dient bij de Nederlandsche Bank binnen de ingevolge artikel 373, onderscheidenlijk artikel 375, tweede lid, van de verordening solvabiliteit II voorgeschreven termijnen toezichtrapportages in met de volgende informatie:
a. met hem verbonden ondernemingen;
b. in hem deelnemende ondernemingen; of
c. andere ondernemingen die verbonden zijn met in hem deelnemende ondernemingen.
a. de toezichtinformatie, bedoeld in artikel 372, eerste lid, van de verordening solvabiliteit II;
b. de aanvullende toezichtinformatie, bedoeld in artikel 372, tweede lid, van de verordening solvabiliteit II;
c. de toezichtinformatie, bedoeld in de artikelen 376 en 377 van de verordening solvabiliteit II;
d. andere voor toezichtdoeleinden benodigde periodieke informatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II.
**2.** De verzekeraar betrekt bij de berekening evenmin vermogensbestanddelen van een met hem verbonden Nederlandse of Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die afkomstig zijn van de wederzijdse financiering tussen die verbonden herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar en een andere daarmee verbonden onderneming.
**2.** De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van titel II, hoofdstuk VI, van de verordening solvabiliteit II, regels met betrekking tot de rapportages, bedoeld in het eerste lid.
##### Paragraaf 2. Toepassing van de berekeningsmethoden
**3.**
### Artikel 13
De Nederlandsche Bank kan, met inachtneming van artikel 35, zesde tot en met achtste lid, van de richtlijn solvabiliteit II, ontheffing verlenen van:
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 betrekt, ongeacht de gekozen methode, bedoeld in artikel 20, bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit iedere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden Nederlandse, Europese en niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar en schadeverzekeraar.
a. de verplichting periodieke rapportagestaten vaker dan eenmaal per jaar te verstrekken;
b. itemgewijze rapportageverplichtingen.
## Hoofdstuk 3. Aanvullend toezicht op verzekeraars met beperkte risico-omvang in een richtlijngroep
### Titel . Bepalingen ter uitvoering van de
#### Afdeling 3.1. Intragroepsovereenkomsten en -posities
### Artikel 5
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in de aanhef van artikel 3:281a, eerste lid, van de wet dient de in het tweede lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar in. De Nederlandsche Bank kan, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij een verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluiten dat de verzekeraar rapporteert met een hogere frequentie.
**2.** Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld in artikel 3:281a, tweede lid, van de wet worden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de vereiste solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken verzekeraar. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast.
**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de categorieën overeenkomsten en posities die in de rapportage worden betrokken en de rapportage. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing.
#### Afdeling 3.2. Aangepaste solvabiliteit
### Artikel 6
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:281b, eerste lid, van de wet berekent de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig de in deze afdeling gestelde regels.
**2.** De verzekeraar rapporteert de aangepaste solvabiliteit eenmaal per jaar, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de aangepaste solvabiliteit door ontwikkelingen bij de verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd moet worden met een hogere frequentie.
**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de rapportage, bedoeld in het tweede lid. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing.
### Artikel 7
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 past voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit een van de in bijlage A bij dit besluit opgenomen berekeningsmethoden toe. Hij betrekt bij die berekening iedere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden verzekeraar.
**2.**
De Nederlandsche Bank kan besluiten dat de verzekeraar geen aangepaste solvabiliteit behoeft te berekenen, indien:
De Nederlandsche Bank kan besluiten dat een verzekeraar geen aangepaste solvabiliteit behoeft te berekenen, indien:
a. de verzekeraar een verbonden herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is van een andere Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar en de verzekeraar in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening;
b. de verzekeraar als moederonderneming dezelfde gemengde financiële holding, verzekeringsholding of niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar heeft als een andere Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar en in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening; of
c. de verzekeraar als moederonderneming dezelfde gemengde financiële holding, verzekeringsholding of niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar heeft als een niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar en artikel 3:288 van de wet is toegepast.
a. de verzekeraar een verbonden verzekeraar is van een andere Nederlandse verzekeraar en de verzekeraar in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening; of
b. de verzekeraar dezelfde moederonderneming heeft als een andere Nederlandse verzekeraar en in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening.
**3.** De Nederlandsche Bank neemt slechts een besluit als bedoeld in het tweede lid, indien de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de berekening van de solvabiliteitsmarge van de bij de berekening betrokken herverzekeraars, levensverzekeraars of schadeverzekeraars, adequaat over de in dat lid bedoelde ondernemingen verdeeld zijn.
**3.** De Nederlandsche Bank neemt slechts een besluit als bedoeld in het tweede lid, indien de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de berekening van het eigen vermogen van de bij de berekening betrokken verzekeraars adequaat over de in dat lid bedoelde ondernemingen verdeeld zijn.
**4.** De Nederlandsche Bank kan besluiten dat de verzekeraar bij de berekening rekening houdt met de solvabiliteit van een verbonden herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die zijn zetel heeft in een andere lidstaat, zoals die door de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat is vastgesteld.
### Artikel 8
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 gebruikt de vermogensbestanddelen die in aanmerking worden genomen bij de berekening van het eigen vermogen niet meerdere malen voor de verschillende verzekeraars die bij de berekening betrokken zijn.
**2.** De verzekeraar betrekt bij de berekening van zijn aangepaste solvabiliteit niet de waarde van de activa die dienen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van andere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden verzekeraars.
**3.** De verzekeraar betrekt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit geen vermogensbestanddelen die afkomstig zijn van de wederzijdse financiering tussen hem en andere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden ondernemingen.
### Artikel 9
De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de berekening van de aangepaste solvabiliteit.
### Artikel 10
Vervallen
### Artikel 11
Vervallen
### Artikel 12
Vervallen
### Artikel 13
Vervallen
### Artikel 14
@ -194,13 +212,11 @@ Vervallen
### Artikel 15
Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 die door middel van een tussenliggende gemengde financiële holding of verzekeringsholding deelneemt in een Nederlandse, Europese of niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar betrekt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit deze tussenliggende gemengde financiële holding of verzekeringsholding en stelt daarbij het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van de tussenliggende gemengde financiële holding of verzekeringsholding gelijk aan nul. Daarbij is van overeenkomstige toepassing hetgeen ingevolge de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de toegestane vermogensbestanddelen voor het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar.
Vervallen
### Artikel 16
**1.** Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een in een niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar deelnemende Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, wordt de niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar voor de berekening behandeld als een verbonden Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar.
**2.** Indien de niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, bedoeld in het eerste lid, in de staat van zijn zetel een vergunning heeft en beschikt over een solvabiliteitsmarge, die ten minste overeenkomt met de ingevolge de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet voorgeschreven solvabiliteit, kan de Nederlandsche Bank besluiten dat de verzekeraar, bedoeld in artikel 6, bij de berekening met betrekking tot die herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar rekening houdt met het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge en met de voor het nakomen van dat minimumbedrag in aanmerking komende vermogensbestanddelen zoals die zijn voorgeschreven door de staat waar de niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar zijn zetel heeft.
Vervallen
### Artikel 17
@ -208,40 +224,23 @@ Vervallen
### Artikel 18
Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een deelnemende onderneming is in een beleggingsonderneming, financiële instelling of bank, is hetgeen is bepaald ingevolge artikel 3:57, tweede lid, van de wet met betrekking tot de mogelijke aftrek van een dergelijke deelneming en de mogelijkheid om alternatieve methoden toe te staan van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 19
Indien de Nederlandsche Bank niet beschikt over de voor het toezicht op de berekening overeenkomstig deze afdeling noodzakelijke informatie betreffende een verbonden onderneming, brengt de verzekeraar, bedoeld in artikel 6, de boekwaarde van deze onderneming in mindering op de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit. In dat geval worden aan deze deelneming verbonden meerwaarden niet als vermogensbestanddeel in deze berekening betrokken.
##### Paragraaf 3. Berekeningsmethoden
Vervallen
### Artikel 20
Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 past voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit een van de in bijlage A bij dit besluit opgenomen berekeningsmethoden toe.
#### Afdeling 3.2. Aanvullend toezicht op herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars die dochteronderneming zijn van een gemengde financiële holding, verzekeringsholding, een niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar
Vervallen
### Artikel 21
**1.** Een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:286, eerste lid, van de wet berekent de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig afdeling 3.1.
**2.** De artikelen 13, tweede en derde lid, en 19 zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Indien sprake is van middellijke deelnemingen in de verzekeraar, kan de Nederlandsche Bank besluiten dat de verzekeraar slechts de uiteindelijke moederonderneming van de herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die als gemengde financiële holding, verzekeringsholding of niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is aan te merken, in de berekening betrekt.
Vervallen
### Artikel 22
**1.** De verzekeraar, bedoeld in artikel 21, past bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit ten aanzien van een in hem deelnemende gemengde financiële holding, verzekeringsholding of niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, de artikelen 6 tot en met 20 toe.
**2.**
Voor deze berekening worden de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waarvoor geldt:
a. dat het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge gelijk aan nul is indien het een gemengde financiële holding of verzekeringsholding betreft; en
b. dat het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge wordt berekend overeenkomstig artikel 16 indien het een niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar betreft.
**3.** Ten aanzien van de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, is hetgeen ingevolge de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge, van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
## Hoofdstuk 4. Financiële conglomeraten