2002-01-01 | BWBR0005858 | Stortbesluit bodembescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2002-01-01 12:00:00 +00:00
parent 768515ebf1
commit 9c841665bd

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Stortbesluit bodembescherming
bwb_id: BWBR0005858
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2012-07-12'
datum_inwerkingtreding: '1993-03-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005858
citeertitel: Stortbesluit bodembescherming
---
@ -18,9 +18,15 @@ citeertitel: Stortbesluit bodembescherming
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
asbest: de volgende vezelachtige silicaten: crocidoliet (blauw asbest), actinoliet, anthofylliet, chrysotiel (wit asbest), amosiet (bruin asbest) of tremoliet;
wet: Wet milieubeheer;
cel: stortvak of een deel daarvan met een bepaalde hoogte;
vergunning: vergunning voor een stortplaats krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de wet;
storten van afvalstoffen: op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet in verpakking, om deze stoffen daar te laten;
inrichting: inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen, die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de wet;
stortplaats: inrichting waar afvalstoffen worden gestort, dan wel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen worden gestort;
gemiddeld hoogste grondwaterstand: rekenkundig gemiddelde over ten minste acht achtereenvolgende jaren van de drie hoogste grondwaterstanden per hydrologisch jaar;
@ -28,23 +34,19 @@ gemiddeld laagste grondwaterstand: rekenkundig gemiddelde over ten minste acht a
hydrologisch jaar: periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende kalenderjaar;
inrichting: inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen, die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de wet;
ondergrondse stortplaats: stortplaats waar afvalstoffen in de diepe ondergrond worden gebracht;
percolaat: vloeistof die uit de gestorte afvalstoffen komt of daarmee in contact is geweest;
stortplaats: inrichting waar afvalstoffen worden gestort, dan wel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen worden gestort;
vergunning: vergunning voor een stortplaats krachtens artikel 2.1, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
wet: Wet milieubeheer.
asbest: de volgende vezelachtige silicaten: crocidoliet (blauw asbest), actinoliet, anthofylliet, chrysotiel (wit asbest), amosiet (bruin asbest) of tremoliet;
**2.** Onder stortplaats wordt mede verstaan een stortplaats waar het storten van afvalstoffen is beëindigd. Tot de stortplaats wordt mede gerekend het gedeelte van de stortplaats waar het storten van afvalstoffen is beëindigd.
**3.** Onder asbest worden mede verstaan produkten waarin asbest is verwerkt, en asbeststof.
**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning te verbinden, waarvan de inhoud in die regels is aangegeven, met betrekking tot de wijze waarop de gemiddeld hoogste grondwaterstand en de gemiddeld laagste grondwaterstand worden bepaald.
**4.** De bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften ter uitvoering van richtlijn nr. 1999/31/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG L 182), zijn, met uitzondering van de artikelen waarvoor op grond van de richtlijn vrijstelling kan worden verleend, van overeenkomstige toepassing op een permanente afvalopslagvoorziening in diepe onderaardse ruimten.
**5.** Een wijziging van de in het vierde lid bedoelde richtlijn gaat voor de toepassing van dat lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
**6.** Onze Minister kan nadere regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning te verbinden, waarvan de inhoud in die regels is aangegeven, met betrekking tot de wijze waarop de gemiddeld hoogste grondwaterstand en de gemiddeld laagste grondwaterstand worden bepaald.
### Artikel 2
@ -52,7 +54,7 @@ wet: Wet milieubeheer.
Dit besluit is niet van toepassing op het storten van afvalstoffen:
a. voor zover daaromtrent regels gelden, die zijn gesteld bij of krachtens het Activiteitenbesluit milieubeheer;
a. voor zover daaromtrent regels gelden, die zijn gesteld bij of krachtens het Lozingenbesluit bodembescherming;
b. voor zover het betreft het begraven van stoffelijke resten of het op of in de bodem verspreiden van as, afkomstig van de verbranding van stoffelijke resten.
**2.** Dit besluit is niet van toepassing op stortplaatsen waar uitsluitend baggerspecie wordt gestort.
@ -94,30 +96,13 @@ Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften ten aanzien van de va
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat percolaat wordt opgevangen, verzameld en gezuiverd of afgevoerd op een zodanige wijze dat geen gevaar bestaat voor verontreiniging van de bodem, en betrekt daarbij de bijzonderheden van de stortplaats waarvoor de vergunning wordt verleend, en de aard van de afvalstoffen die op die stortplaats worden gestort.
### Artikel 5a
**1.**
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voor een ondergrondse stortplaats de verplichting dat:
a. voor zover van toepassing, de voorzieningen, bedoeld in bijlage A bij de bijlage bij de beschikking nr. 2003/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen (Pb EG L 11), worden getroffen,
b. de afvalstoffen in de diepe ondergrond worden gebracht in overeenstemming met het bepaalde in bijlage A, bedoeld onder a, en
c. degene die een ondergrondse stortplaats drijft, er voor zorgdraagt dat op die stortplaats een rapport, inhoudende een veiligheidsbeoordeling, aanwezig is die voldoet aan onderdeel 2.5 van de bijlage bij de beschikking, bedoeld onder a.
**2.** Een wijziging van de bijlage bij de beschikking, bedoeld in het eerste lid, gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
### Artikel 6
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat:
a. zodanige voorzieningen worden getroffen dat asbesthoudende afvalstoffen niet met andere afvalstoffen vermengd kunnen raken,
b. asbesthoudende afvalstoffen die niet deugdelijk zijn verpakt, aan het einde van iedere werkdag zodanig worden afgedekt dat geen verspreiding van vezels kan plaatsvinden,
c. asbesthoudende afvalstoffen die niet zijn verpakt of afgedekt, zodanig vochtig worden gehouden, dat geen verspreiding van vezels kan plaatsvinden,
d. het stortgebied van asbesthoudende afvalstoffen voorafgaand aan het betreden van deze afvalstoffen met materieel, wordt afgedekt,
e. op de stortplaats geen andere activiteiten dan stortactiviteiten worden verricht waardoor asbestvezels uit de gestorte afvalstoffen kunnen vrijkomen,
f. degene die een stortplaats drijft, er voor zorgdraagt dat op de stortplaats een overzicht aanwezig is waarop de plaatsen zijn aangegeven waar asbesthoudende afvalstoffen zijn gestort en gegevens aanwezig zijn waaruit blijkt hoe die plaatsen worden afgeschermd ter voorkoming van menselijk contact met asbesthoudende afvalstoffen,
g. indien ten aanzien van de stortplaats een verklaring als bedoeld in artikel 8.47, derde lid, van de Wet milieubeheer is afgegeven, het overzicht, bedoeld in onderdeel f, wordt overgelegd aan gedeputeerde staten van de provincie waarin de stortplaats ten aanzien waarvan de verklaring is afgegeven, is gelegen, en
h. asbesthoudend afval in een voor asbesthoudende afvalstoffen bestemde cel wordt gestort, voor zover het een vergunning voor een stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen betreft.
a. afvalstoffen die asbest bevatten, zodanig worden gestort dat asbestvezels of asbeststof niet kunnen vrijkomen,
b. afvalstoffen die asbest bevatten, zodanig worden behandeld, verpakt of afgedekt dat er geen asbestvezels of asbeststof in het milieu kunnen terechtkomen, alsmede
c. zodanige voorzieningen worden getroffen dat afvalstoffen die asbest bevatten, niet met andere afvalstoffen vermengd kunnen geraken, en betrekt daarbij de bijzonderheden van de stortplaats waarvoor de vergunning wordt verleend, en de aard van de afvalstoffen die op die stortplaats worden gestort.
### Artikel 6a
@ -222,18 +207,20 @@ c. het uitgewerkte urgentieplan binnen een door het bevoegd gezag gestelde termi
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat:
a. alvorens voor de eerste keer wordt gestort en voorts telkens na verloop van twee jaar, in opdracht van de vergunninghouder door een ter zake kundige:
a. alvorens voor de eerste keer wordt gestort en voorts telkens na verloop van twee jaar, in opdracht van de vergunninghouder door een in overeenstemming met het bevoegd gezag aangewezen ter zake kundige:
1°. wordt nagegaan of wordt voldaan aan de voorschriften die ingevolge artikel 3 aan de vergunning zijn verbonden,
2°. de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, worden gekeurd, alsmede
3°. onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
b. onmiddellijk nadat een bovenafdichting als bedoeld in artikel 4, vierde lid, is aangebracht, in opdracht van de vergunninghouder door een ter zake kundige een keuring wordt verricht van de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, alsmede een onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
b. onmiddellijk nadat een bovenafdichting als bedoeld in artikel 4, vierde lid, is aangebracht, in opdracht van de vergunninghouder door een in overeenstemming met het bevoegd gezag aangewezen ter zake kundige een keuring wordt verricht van de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, alsmede een onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
c. de resultaten van de keuring en het onderzoek zodanig op schrift worden gesteld dat een duidelijk inzicht wordt gegeven in de beheersbaarheid van de situatie;
d. de resultaten van de keuring en het onderzoek zo spoedig mogelijk nadat de keuring en het onderzoek hebben plaatsgevonden, in afschrift worden toegezonden aan het bevoegd gezag;
e. de op schrift gestelde resultaten van de keuring en het onderzoek worden bewaard.
**2.** Onze Minister kan met betrekking tot de keuring en het onderzoek nadere regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag aan de vergunning de voorschriften te verbinden, waarvan de inhoud in die regels is aangegeven.
**3.** Onze Minister kan een of meer instanties aanwijzen die worden aangemerkt als een ter zake kundige als bedoeld in het eerste lid, onder *a* of *b*. Indien van deze bevoegdheid gebruik is gemaakt, mag voor het verrichten van het onderzoek of de keuring geen andere ter zake kundige worden aangewezen dan de door Onze Minister aangewezen instantie.
### Artikel 11
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat:
@ -289,92 +276,6 @@ Het gezag dat bevoegd is een vergunning voor de stortplaats te verlenen kan, ind
**2.** Het bevoegd gezag zendt de in het eerste lid bedoelde gegevens aan Onze Minister toe.
## Hoofdstuk IIIa. Experiment duurzaam stortbeheer
### Artikel 17a
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*experiment:* experiment duurzaam stortbeheer, bedoeld in artikel 17b, eerste lid;
*looptijd van het experiment:* periode van tien jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk;
*nazorg:* maatregelen, bedoeld in artikel 8.49, eerste lid, van de wet;
*pilotstortplaats:* in artikel 17b, tweede lid, aangewezen stortplaats of gedeelte daarvan;
*toetswaarde:* krachtens artikel 17e, eerste lid, vastgestelde toetswaarde.
### Artikel 17b
**1.** Er vindt een experiment duurzaam stortbeheer plaats.
**2.**
Het experiment wordt uitgevoerd op de volgende pilotstortplaatsen:
a. Kragge II te Bergen op Zoom;
b. Wieringermeer te Middenmeer;
c. Braambergen te Almere.
**3.** Bij ministeriële regeling worden de grenzen van de cellen van pilotstortplaatsen weergegeven waarbinnen het experiment plaatsvindt.
**4.** Het experiment heeft tot doel ter voorbereiding van de eventuele invoering van duurzaam stortbeheer, in aanvulling op andere vormen van stortbeheer, te onderzoeken of met betrekking tot de pilotstortplaatsen een substantiële vermindering van het emissiepotentieel en beperking van de nazorg kan worden bereikt.
**5.** Het experiment houdt in dat op de pilotstortplaatsen het afvalpakket wordt gestabiliseerd door het stimuleren van natuurlijke processen onder invloed van infiltratie van water of beluchting van het afvalpakket, waardoor in het afvalpakket aanwezige organische stoffen worden afgebroken en anorganische stoffen worden vastgelegd.
**6.**
Het experiment is gericht op het verkrijgen van informatie over:
a. de mate van vermindering van het emissiepotentieel van de stortplaats, die met duurzaam stortbeheer wordt bereikt;
b. de mate van beperking van de nazorg na sluiting van de stortplaats, die met duurzaam stortbeheer wordt bereikt;
c. de methode waarmee het emissiepotentieel van de stortplaats betrouwbaar kan worden vastgesteld;
d. een passende eindafwerking van de stortplaats in geval van toepassing van duurzaam stortbeheer.
**7.** Degene die een pilotstortplaats drijft, voert zijn aandeel in het experiment uit overeenkomstig een plan van aanpak dat hij voor die stortplaats met het bevoegd gezag is overeengekomen.
### Artikel 17c
**1.** Op stortplaatsen of gedeelten daarvan die bij ministeriële regeling afzonderlijk of per categorie zijn aangewezen, hoeft aan de bovenkant van de gestorte afvalstoffen geen bovenafdichting te worden aangebracht die tegengaat dat water in de gestorte afvalstoffen infiltreert.
**2.** Op stortplaatsen of gedeelten daarvan die bij ministeriële regeling afzonderlijk of per categorie zijn aangewezen, worden zo spoedig als technisch mogelijk, maar uiterlijk binnen een bij die regeling voor de betrokken stortplaats of het betrokken gedeelte van de stortplaats aangegeven termijn die niet later eindigt dan 50 jaar na het aanbrengen van de onderafdichting of het treffen van de in het tweede of derde lid bedoelde maatregelen, aan de bovenkant van de gestorte afvalstoffen een bovenafdichting aangebracht die tegengaat dat water in de gestorte afvalstoffen infiltreert.
**3.** In gevallen als bedoeld in het eerste of tweede lid blijven gedurende de werkingsduur van hoofdstuk IIIa de voorschriften in de vergunning, gesteld ter uitvoering van artikel 4, vierde lid, buiten toepassing.
**4.** Bij ministeriële regeling op grond van het eerste of tweede lid kunnen uitsluitend categorieën van stortplaatsen, stortplaatsen of gedeelten van stortplaatsen worden aangewezen, die na een succesvol verloop van het experiment in aanmerking komen voor toepassing van duurzaam stortbeheer.
### Artikel 17d
**1.** Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot de pilotstortplaatsen en de stortplaatsen of gedeelten daarvan, bedoeld in artikel 17c, eerste en tweede lid, regels gesteld in het belang van de bescherming van het milieu. De regels kunnen per stortplaats verschillend worden vastgesteld.
**2.** De regels krachtens het eerste lid hebben in elk geval betrekking op de maatregelen en voorzieningen die moeten worden getroffen ten behoeve van de uitvoering van het experiment en de monitoring van het experiment ten behoeve van de evaluaties, bedoeld in artikel 17e, vierde en zevende lid.
### Artikel 17e
**1.** Bij ministeriële regeling worden voor elke pilotstortplaats toetswaarden vastgesteld.
**2.** Een toetswaarde is de concentratie van een verontreinigende stof die na afloop van de looptijd van het experiment ten hoogste in het percolaat van de pilotstortplaats aanwezig mag zijn.
**3.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval regels gesteld over de wijze waarop wordt bepaald of de pilotstortplaats aan de toetswaarden voldoet.
**4.** Na vijf jaar na de aanvang van de looptijd van het experiment vindt voor elke pilotstortplaats een tussenevaluatie plaats.
**5.**
Het bevoegd gezag kan besluiten het experiment op een pilotstortplaats op een daarbij aangegeven tijdstip voortijdig beëindigen.
a. indien het experiment naar zijn verwachting op grond van de tussenevaluatie niet succesvol zal verlopen;
b. in het belang van de bescherming van het milieu.
**6.** Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid vervalt op het tijdstip waarop met betrekking tot die stortplaats een besluit op grond het vijfde lid van kracht wordt, de aanwijzing van de pilotstortplaats in artikel 17b, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 17c, eerste lid.
**7.** Na afloop van de looptijd van het experiment vindt voor elke pilotstortplaats een eindevaluatie van het experiment plaats, tenzij het experiment op grond van het zesde lid voortijdig is beëindigd.
**8.** Het experiment is op een pilotstortplaats succesvol verlopen indien uit de eindevaluatie blijkt dat het percolaat van de pilotstortplaats voldoet aan de toetswaarden of naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk is dat het percolaat van de pilotstortplaats door het treffen van maatregelen alsnog aan de toetswaarden kan voldoen.
### Artikel 17f
**1.** Dit hoofdstuk vervalt elf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding, tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid.
**2.** Bij koninklijk besluit kan een later tijdstip worden vastgesteld waarop dit hoofdstuk vervalt, dat niet op een later tijdstip is gelegen dan dertien jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
## Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 18